Samenvatting burgerlijk recht
W1A: Vertegenwoordiging
Directe vertegenwoordiging: T handelt in naam van A
- A en D zijn partijen
- D moet nakomen t.o.v. A
- A kan tijdens onderhandelingen anoniem blijven, uiteindelijk wel bekend maken
(art. 3:67 lid 1 BW)
Indirecte vertegenwoordiging: T handelt in eigen naam, maar voor rekening van A
- T en D zijn partijen
- D levert aan T, maar na levering houdt T voor A (art. 3:110 BW)
- A kan anoniem blijven, want T handelt in eigen naam
Lastgeving (art. 7:414 BW)
Lid 1: overeenkomst van opdracht waarbij lasthebber zich verbindt om rechtshandelingen
te verrichten voor rekening van de lastgever
Lid 2: lasthebber handelt in naam van lastgever (direct=volmacht nodig) of in eigen
naam (indirect)
Rechtshandelingen zijn dus geen feitelijke handelingen!
Kribbebijter
Feiten: Stolte verkoopt paard aan commissionair Schiphoff voor Losch. Stolte garandeert
dat paard goed, eerlijk, braaf en vrij van enig kwaad is. Paard blijkt ziek en kribbebijter
(=non=conformiteit ex art. 7:17 BW). Schiphoff vordert schadevergoeding van Stolte; die
stelt dat Schiphoff geen schade heeft, dus ook geen vordering.
Rechtsvraag: is hier sprake van directe of indirecte vertegenwoordiging? En heeft
Schiphoff in geval van indirecte vertegenwoordiging een recht op schadevergoeding, ook
al heeft hij geen schade geleden in de zin van art. 6:74 BW?
HR: of er sprake is van directe of indirecte vertegenwoordiging hangt af van hetgeen hij
en die ander daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars
verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. In casu sprake van
indirecte vertegenwoordiging. In dit geval kan de tussenpersoon toch schadevergoeding
vorderen ten behoeve van de achterman (tegenwoordig gecodificeerd in art. 7:419 BW)
Volmacht (art. 3:60 lid 1 BW)
- Ontstaan: uitdrukkelijk of stilzwijgende verlening (art. 3:61 lid 1 BW)
- Belangrijkste rechtsgevolg (art. 3:66 lid 1 BW): binding van de volmachtgever aan
rechtshandeling (indien binnen grenzen van volmacht)
- Einde: art. 3:72-76 BW: dood, herroeping (tenzij art. 3:74 BW) of opzegging
- Functionele volmacht kan blijken uit functie d.m.v. arbeidsovk (7:610 BW)
Onbevoegde vertegenwoordiging
Bekrachtiging (art. 3:69 BW):
- Terugwerkende kracht (ex tunc)
- Geen werking in geval van art. 3:69 lid 3 BW (voor bekrachtiging geeft D te
kennen dat zij handeling wegens ontbreken van volmacht als ongeldig beschouwt)
- Kan ook stilzwijgend (ruime opvatting: wil er niet op gericht, maar gedrag leidt
hier wel toe)
A gebonden aan rechtshandeling
Vertrouwensbescherming (art. 3:61 lid 2 BW):
1. D heeft gerechtvaardogd vertrouwd dat er een (toereikende) volmacht was (art.
3:35 en 3:11 BW)
2. Dit vertrouwen berust op ‘een verklaring of gedraging van’ A
‘Toedoen’-beginsel: is A (mede) verantwoordelijk voor het ontstaan of
voortbestaan van een situatie waarin D mag aannemen dat de tussenpersoon
bevoegd is?
Ratio: bescherming A tegen ongewilde binding
A gebonden aan rechtshandeling
,Kuijpers/Wijnveen
Feiten: Wijnveen overlegt met Kuijpers B.V. over de bouw en levering van een oplegger
door Wijnveen. Besprekingen vinden plaats op kantoor van Kuijpers B.V. namens kuijpers
B.V. voert Steijvers de gesprekken. Directeur Kuijpers is hierbij soms aanwezig. Wijnveen
bereikt overeenstemming met Steijvers en stuurt een opdrachtbevestiging. Daarop wordt
niet gereageerd. Kuijpers B.V. stelt later onder verwijzing naar het Handelsregister dat
Steijvers niet bevoegd was om Kuijpers B.V. is vertegenwoordigen.
Rechtsvraag: is Kuipers B.V. gebonden?
HR: uit strikte toepassing van toedoen-vereiste: nee. Nooit medegedeeld sta Steijvers
vertegenwoordigingsbevoegd was. Uit Handelsregister blijkt zelf expliciet dat Steijvers
dat niet was. Soepele toepassing van toedoen-vereiste: ja. Directeur Kuijpers heeft
onderhandelingen grotendeels overgelaten aan Steijvers. Niet direct gereageerd op
opdrachtbevestiging. Niet reageren is ook op te vatten als stilzwijgende bekrachtiging
(art. 3:69 jo. 3:37 BW)
Inmiddels is HR afgestapt van toedoen-beginsel en aanvaardt risicoleer
(ING/Bera)= het gewekte vertrouwen is uitsluitend gebaseerd op verklaringen of
gedragingen van de onbevoegd handelende persoon
Aansprakelijkheid voor schade indien achterman niet gebonden aan
rechtshandeling
Art. 3:71 lid 1: ‘Hij die als gevolmachtigde handelt, staat jegens de wederpartij in
voor het bestaan en de omvang van de volmacht, tenzij…’
Voor het positieve contractsbelang (=inclusief winst)
Art. 6:170 BW: Achterman alleen aansprakelijk als er sprake is van een OD
Terughoudende benadering: onbevoegd vertegenwoordigen is niet snel OD,
hiervoor zijn bijkomende omstandigheden vereist
Voor het negatieve contractsbelang
, W1B: Algemene voorwaarden
1. Is er sprake van een algemene voorwaarde?
Art. 6:231 BW: Standaardbedingen die een partij onderdeel wil laten uitmaken
van door hem gesloten overeenkomsten (=bestemmingscriterium)
AV zijn AV ongeacht hoe je ze noemt
Kernbeding? (Beperkt uitleggen): zo wezenlijk dat zonder dit beding geen
overeenkomst tot stand kan komen (kijken naar wat essentieel is)
2. Zijn de algemene voorwaarden onderdeel van de ovk?
Aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW) en wilsvertrouwensleer (art. 3:33 en
3:35 BW)
Expliciet of stilzwijgend
“Snelle aanvaarding”: ook als de gebruiker van de algemene voorwaarde weet
of moet weten dat de ander de inhoud ervan niet kent is de andere toch
gebonden. De AV moet alleen benoemd worden/ toepasselijk worden verklaard
(art. 6:232 BW)
Battle of the forms (art. 6:225 lid 3 BW): uitgangspunt van first strike
3. Is er sprake van een ‘groot’ bedrijf ex. Art. 6:235 BW?
Geen beroep op art. 6:233 BW
Wel beroep op art. 6:248 lid 2 BW: beperkende werking van de redelijkheid en
billijkheid
Kleine bedrijven mogen in beginsel hier ook een beroep op doen, op
tentamen wel art. 6:233 BW uitwerken (dit is de lex specialis)
4. Art. 6:233 BW (2 vernietigingsgronden: eerst formele toets, daarna de
materiele toets)
Discussie ligt bij vernietigbaarheid (stap 4), niet bij toepasselijkheid (stap 2)
Sub a: onredelijk bezwarende bedingen (=materieel)
B2C: grijze (tegenbewijs mogelijk) en zwarte lijst (art. 6:233 sub a jo. art.
6:236 en 6:237 BW)
Ambtshalve toetsing rechter
B2B: invullen open norm ‘onredelijk bezwarend’
B2B reflexwerking: gebrek van expertise voldoende voor reflexwerking
(Hibma/Zuivel)
Sub b: informatieplicht (=formeel)
Doel: kenbaarheid en dossierbelang
Je kan alle AV of enkele bedingen vernietigen
Art. 6:233 sub b BW jo. art. 6:234 BW: ter hand stellen of
overeenkomstig art. 230c voorziene wijze verstrekken of ter inzage stellen
Online ovk, mag je online ter hand stellen (art. 6:234 lid 2 BW). Anders
uitdrukkelijke toestemming nodig (art. 6:234 lid 3BW)
Geen beroep indien wederpartij bekend was of geacht kon worden
bekend te zijn met beding (vb: eerder gecontracteerd en ter hand
gesteld of eenvoudige exoneratie in winkel/bedrijfsruimte)
Informatieplicht bij diensten (=ruim begrip; alles waar je geld mee
verdient)
Art. 6:230a BW: van toepassing op economische activiteiten, die anders
dan op loondienst, gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt (=dienst)
Art. 6:230b lid 6: art. 230a BW van toepassing op algemene
voorwaarden van een dienst
Art. 6:230c BW indien er sprake is van een dienst ex art. 6:230a BW:
AV verstrekken,
AV toegankelijk op plaats waar dienst wordt verricht of ovk wordt
gesloten,
AV gemakkelijk elektronisch toegankelijk maken op door
dienstverrichter medegedeeld adres (ook bij offline totstandkoming;
max. 3 muisklikken)
AV op nemen in contract documentatie
W1A: Vertegenwoordiging
Directe vertegenwoordiging: T handelt in naam van A
- A en D zijn partijen
- D moet nakomen t.o.v. A
- A kan tijdens onderhandelingen anoniem blijven, uiteindelijk wel bekend maken
(art. 3:67 lid 1 BW)
Indirecte vertegenwoordiging: T handelt in eigen naam, maar voor rekening van A
- T en D zijn partijen
- D levert aan T, maar na levering houdt T voor A (art. 3:110 BW)
- A kan anoniem blijven, want T handelt in eigen naam
Lastgeving (art. 7:414 BW)
Lid 1: overeenkomst van opdracht waarbij lasthebber zich verbindt om rechtshandelingen
te verrichten voor rekening van de lastgever
Lid 2: lasthebber handelt in naam van lastgever (direct=volmacht nodig) of in eigen
naam (indirect)
Rechtshandelingen zijn dus geen feitelijke handelingen!
Kribbebijter
Feiten: Stolte verkoopt paard aan commissionair Schiphoff voor Losch. Stolte garandeert
dat paard goed, eerlijk, braaf en vrij van enig kwaad is. Paard blijkt ziek en kribbebijter
(=non=conformiteit ex art. 7:17 BW). Schiphoff vordert schadevergoeding van Stolte; die
stelt dat Schiphoff geen schade heeft, dus ook geen vordering.
Rechtsvraag: is hier sprake van directe of indirecte vertegenwoordiging? En heeft
Schiphoff in geval van indirecte vertegenwoordiging een recht op schadevergoeding, ook
al heeft hij geen schade geleden in de zin van art. 6:74 BW?
HR: of er sprake is van directe of indirecte vertegenwoordiging hangt af van hetgeen hij
en die ander daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars
verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. In casu sprake van
indirecte vertegenwoordiging. In dit geval kan de tussenpersoon toch schadevergoeding
vorderen ten behoeve van de achterman (tegenwoordig gecodificeerd in art. 7:419 BW)
Volmacht (art. 3:60 lid 1 BW)
- Ontstaan: uitdrukkelijk of stilzwijgende verlening (art. 3:61 lid 1 BW)
- Belangrijkste rechtsgevolg (art. 3:66 lid 1 BW): binding van de volmachtgever aan
rechtshandeling (indien binnen grenzen van volmacht)
- Einde: art. 3:72-76 BW: dood, herroeping (tenzij art. 3:74 BW) of opzegging
- Functionele volmacht kan blijken uit functie d.m.v. arbeidsovk (7:610 BW)
Onbevoegde vertegenwoordiging
Bekrachtiging (art. 3:69 BW):
- Terugwerkende kracht (ex tunc)
- Geen werking in geval van art. 3:69 lid 3 BW (voor bekrachtiging geeft D te
kennen dat zij handeling wegens ontbreken van volmacht als ongeldig beschouwt)
- Kan ook stilzwijgend (ruime opvatting: wil er niet op gericht, maar gedrag leidt
hier wel toe)
A gebonden aan rechtshandeling
Vertrouwensbescherming (art. 3:61 lid 2 BW):
1. D heeft gerechtvaardogd vertrouwd dat er een (toereikende) volmacht was (art.
3:35 en 3:11 BW)
2. Dit vertrouwen berust op ‘een verklaring of gedraging van’ A
‘Toedoen’-beginsel: is A (mede) verantwoordelijk voor het ontstaan of
voortbestaan van een situatie waarin D mag aannemen dat de tussenpersoon
bevoegd is?
Ratio: bescherming A tegen ongewilde binding
A gebonden aan rechtshandeling
,Kuijpers/Wijnveen
Feiten: Wijnveen overlegt met Kuijpers B.V. over de bouw en levering van een oplegger
door Wijnveen. Besprekingen vinden plaats op kantoor van Kuijpers B.V. namens kuijpers
B.V. voert Steijvers de gesprekken. Directeur Kuijpers is hierbij soms aanwezig. Wijnveen
bereikt overeenstemming met Steijvers en stuurt een opdrachtbevestiging. Daarop wordt
niet gereageerd. Kuijpers B.V. stelt later onder verwijzing naar het Handelsregister dat
Steijvers niet bevoegd was om Kuijpers B.V. is vertegenwoordigen.
Rechtsvraag: is Kuipers B.V. gebonden?
HR: uit strikte toepassing van toedoen-vereiste: nee. Nooit medegedeeld sta Steijvers
vertegenwoordigingsbevoegd was. Uit Handelsregister blijkt zelf expliciet dat Steijvers
dat niet was. Soepele toepassing van toedoen-vereiste: ja. Directeur Kuijpers heeft
onderhandelingen grotendeels overgelaten aan Steijvers. Niet direct gereageerd op
opdrachtbevestiging. Niet reageren is ook op te vatten als stilzwijgende bekrachtiging
(art. 3:69 jo. 3:37 BW)
Inmiddels is HR afgestapt van toedoen-beginsel en aanvaardt risicoleer
(ING/Bera)= het gewekte vertrouwen is uitsluitend gebaseerd op verklaringen of
gedragingen van de onbevoegd handelende persoon
Aansprakelijkheid voor schade indien achterman niet gebonden aan
rechtshandeling
Art. 3:71 lid 1: ‘Hij die als gevolmachtigde handelt, staat jegens de wederpartij in
voor het bestaan en de omvang van de volmacht, tenzij…’
Voor het positieve contractsbelang (=inclusief winst)
Art. 6:170 BW: Achterman alleen aansprakelijk als er sprake is van een OD
Terughoudende benadering: onbevoegd vertegenwoordigen is niet snel OD,
hiervoor zijn bijkomende omstandigheden vereist
Voor het negatieve contractsbelang
, W1B: Algemene voorwaarden
1. Is er sprake van een algemene voorwaarde?
Art. 6:231 BW: Standaardbedingen die een partij onderdeel wil laten uitmaken
van door hem gesloten overeenkomsten (=bestemmingscriterium)
AV zijn AV ongeacht hoe je ze noemt
Kernbeding? (Beperkt uitleggen): zo wezenlijk dat zonder dit beding geen
overeenkomst tot stand kan komen (kijken naar wat essentieel is)
2. Zijn de algemene voorwaarden onderdeel van de ovk?
Aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW) en wilsvertrouwensleer (art. 3:33 en
3:35 BW)
Expliciet of stilzwijgend
“Snelle aanvaarding”: ook als de gebruiker van de algemene voorwaarde weet
of moet weten dat de ander de inhoud ervan niet kent is de andere toch
gebonden. De AV moet alleen benoemd worden/ toepasselijk worden verklaard
(art. 6:232 BW)
Battle of the forms (art. 6:225 lid 3 BW): uitgangspunt van first strike
3. Is er sprake van een ‘groot’ bedrijf ex. Art. 6:235 BW?
Geen beroep op art. 6:233 BW
Wel beroep op art. 6:248 lid 2 BW: beperkende werking van de redelijkheid en
billijkheid
Kleine bedrijven mogen in beginsel hier ook een beroep op doen, op
tentamen wel art. 6:233 BW uitwerken (dit is de lex specialis)
4. Art. 6:233 BW (2 vernietigingsgronden: eerst formele toets, daarna de
materiele toets)
Discussie ligt bij vernietigbaarheid (stap 4), niet bij toepasselijkheid (stap 2)
Sub a: onredelijk bezwarende bedingen (=materieel)
B2C: grijze (tegenbewijs mogelijk) en zwarte lijst (art. 6:233 sub a jo. art.
6:236 en 6:237 BW)
Ambtshalve toetsing rechter
B2B: invullen open norm ‘onredelijk bezwarend’
B2B reflexwerking: gebrek van expertise voldoende voor reflexwerking
(Hibma/Zuivel)
Sub b: informatieplicht (=formeel)
Doel: kenbaarheid en dossierbelang
Je kan alle AV of enkele bedingen vernietigen
Art. 6:233 sub b BW jo. art. 6:234 BW: ter hand stellen of
overeenkomstig art. 230c voorziene wijze verstrekken of ter inzage stellen
Online ovk, mag je online ter hand stellen (art. 6:234 lid 2 BW). Anders
uitdrukkelijke toestemming nodig (art. 6:234 lid 3BW)
Geen beroep indien wederpartij bekend was of geacht kon worden
bekend te zijn met beding (vb: eerder gecontracteerd en ter hand
gesteld of eenvoudige exoneratie in winkel/bedrijfsruimte)
Informatieplicht bij diensten (=ruim begrip; alles waar je geld mee
verdient)
Art. 6:230a BW: van toepassing op economische activiteiten, die anders
dan op loondienst, gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt (=dienst)
Art. 6:230b lid 6: art. 230a BW van toepassing op algemene
voorwaarden van een dienst
Art. 6:230c BW indien er sprake is van een dienst ex art. 6:230a BW:
AV verstrekken,
AV toegankelijk op plaats waar dienst wordt verricht of ovk wordt
gesloten,
AV gemakkelijk elektronisch toegankelijk maken op door
dienstverrichter medegedeeld adres (ook bij offline totstandkoming;
max. 3 muisklikken)
AV op nemen in contract documentatie