Hoorcollege 1 verschillende rollen en kwaliteit van de leerkracht
Tentamen: ongeveer 60 meerkeuzevragen gokcorrectie en 1 of 2 openvragen
en dit is meer context overschrijdend of toepassingsvraag.
Een goede leerkracht is afhankelijk van de onderwijsvisie.
Bij de kwaliteit van de leerkracht wordt gekeken op 2 niveaus:
1. Kasklimaat/leerkrachtstijl: dit gaat over hoe jij als leerkracht de hele klas
beïnvloedt. Je kan denken aan duidelijke regels, leerlingen actief laten
meedoen, positieve en veilige sfeer.
2. Dyadische relaties: dit gaat meer over jouw 1 op 1 relatie met de
individuele leerling.
Het Teaching through Interactions framework zegt dat de kwaliteit van het
onderwijs niet in methodes zit maar in de dagelijkse interactie tussen de
leerkracht en leerlingen. Dus de kwaliteit is de interactie tussen de leerkrachten
en leerlingen en de kwaliteit is multidimensionaal. Die interacties wordt gemeten
door de CLASS (classroom assessment scoring system) het is een observatie
instrument waarmee wordt gemeten hoe goed de interacties tussen de leerkracht
en de leerlingen zijn. Die dimensies zijn relevant in BO en VO en kinderopvang.
CLASS heeft 3 hoofddomeinen:
1. Emotionele ondersteuning: dit is meer hoe veilig, warm en
ondersteunend is de klas? Je kijkt naar het positieve klimaat (warmte,
respect positieve sfeer) negatieve klimaat (irritatie, boosheid, conflicten)
leerkracht gevoeligheid (leerkracht ziet wanneer een leerling hulp nodig
heeft) Aandacht voor de studentenperspectief (leerlingen krijgen inspraak,
autonomie en keuzes)
2. Klasorganisatie: dit is hoe goed is de klas georganiseerd?
Gedragsmanagement (duidelijke regels, goed omgaan met storend
gedrag) productiviteit (weinig tijdverlies, goed tempo) instructieve
leerformats (actieve werkvormen, leerlingen blijven actief betrokken)
3. Instructiekwaliteit: dit is hoe goed help je de leerlingen om echt te
leren? Concept ontwikkeling (diep denken stimuleren niet alleen de
feiten) kwaliteit van feedback (doorvragen, feedback die verder helpt)
language modeling (rijke taal, uitbreiden van wat leerlingen zeggen.
Scoren van klas
Emotionele ondersteuning 31,3 prestatie
Klasorganisatie 21,7 prestatie
Instructionele ondersteuning 35,6 prestatie
Hoe kleiner de klas hoe beter het emotionele support.
Effecten per dimensie op prestatie.
Bij instructiekwaliteit was meer effect op analyse en probleem oplossen
Bij klasorganisatie was meer effect op instructieleervormen
,En bij emotionele ondersteuning was meer effect op positief klimaat,
leerrkachtgevoeligheid en aandacht voor adolescentperspectief.
Het klasklimaat heeft naast invloed op prestatie (.12) ook invloed op de sociale
competentie (.18) en op externaliserend gedrag (-.18) en motivatie en
betrokkenheid (.25)
My teaching partner is een begeleidingsprogramma (interventie) voor
leerkrachten dat is gebaseerd op CLASS. Je wordt gefilmd in de klas, een coach
bekijkt de beelden met de CLASS bril, je krijgt gerichte feedback op jouw
interacties, je oefent concrete verbeterpunten. Je hebt dan een data base met
video’s met good practise en online consulten op basis van eigen videomateriaal.
Ook dit alleen voor BO en VO
Resultaten:
- Een toename in schoolprestatie
- Gedragsmatige betrokkenheid dus meer meedoen, opletten, actief werken.
- Toename in analyse en probleemoplossen
- Toename in instructieleervormen
- Geen verandering in emotionele ondersteuning. Dus de leerkrachten
werken niet warmer of gevoeliger.
De mediatie door instructie kwaliteit: Gorgey et al., 2014
In schunk et al 2014 zie je vooral klasorganisatie van CLASS terugkomen.
- Reactief gedrag is gericht op het reageren op problemen of verstoringen
wanneer ze zich voordoen op een helder, krachtig en ruwheid manier.
- Je hebt ook een proactief klasmanagement: dit is gericht op het
voorkomen van problemen voordat ze ontstaan.
1. Withitness: het vermogen om altijd te weten wat er in de klas gebeurt
2. Overlapping: meerdere dingen tegelijk kunnen monitoren of
begeleiden
3. Mouvement management: leerlingen effectief laten bewegen zonder
chaos.
4. Group focus: de groep als geheel in de gaten houden en sturen
5. Minimizing focus: voorkomen dat leerlingen vervelen of overprikkel.
Literatuur:
Allen, Gregory (2013)
, - Klassen met een positief emotioneel klimaat, gevoeligheid voor behoefte
en perspectieve van adolescenten, gevarieerde en activerende
werkvormen en nadruk op analyse en probleemoplossing lieten hogere
prestaties zien. Dit effect was sterker in kleinere klassen.
Gregory, Alles (2014)
- Er werd onderzocht of MTP S met persoonlijke coaching en video feedback
de gedragsmatige betrokkenheid van leerlingen verhoogt. Leraren lieten
na 1 schooljaar een betekenisvolle stijging zien ten aanzien van de
controlegroep.
- MTP S leidde tot een kleine maar betekenisvolle stijging in gedragsmatige
betrokkenheid bij adolescenten. Dit effect lijkt vooral te ontstaan doordat
leraren vaker cognitief uitdagende taken aanbieden en hogere orde
denken stimuleren. Video gebaseerde coaching kan de betrokkenheid van
de hele klassen verbeteren in uiteenlopende school contexten. Actieve,
afwisselende en uitdagende instructie lijkt hierin een sleutelrol te spelen.
Schunk, Meece en Pintrich (2014)
- Alles wat de leraar doet beïnvloedt de motivatie van de student. Dus niet
alleen motiverende acties maar ook typische onderwijsactiviteiten zoals
het groeperen van studenten, het stellen van vragen en creëren van een
effectieve leeromgeving.
- Eerder werd alleen aangenomen dat leraren studenten beïnvloeden maar
recent onderzoek laat zien dat ook de reacties van studenten de gedachte
en acties van de leraar beïnvloeden dit weerspiegelt de theorie van
wederkerige interactie tussen cognitie, gedrag en omgevingsfactoren van
Bandura.
- Instructiepraktijken beïnvloeden de motivatie en het leren van studenten.
Studenten leren het meest door actief met de stof te werken.
, Andere theoretische modellen (kasklimaat/leerkrachtstijl)
Interpersoonlijke theory/Roos van Leary met 2 dimensies namelijk
controle/invloed (wie heeft de leiding in
de interactie en wie is volgzaam) en
affiliatie/nabijheid (dit gaat over de
emotionele kant van de interactie dus hoe
vriendelijk ben je hoe ondersteunend en
medewerkend ben je)
Dus een goede leerkracht zit bij boven en
samen. Dus wel leidend maar op een goed
manier
BS leidend: zein wat er gebeurt, leiden,
zelfverzekerd, optreden, structureren,
duidelijke uitleggen, bedoelingen duidelijk
maken, boeken en enthousiast vertellen.
SB helpend/vriendelijk: helpen,
belangstelling tonen, redelijk opstellen,
zich vriendelijke/zorgzaam opstellen,
tegen een grapje kunnen en vertrouwen
bieden.
Je hebt ook opvoed stijlen van Baumrind waarbij autoritatief opvoedstijl het
beste is.
Effecten leerkrachten-leerling relatie - dus meer dyadische relaties
1. Pygamlion effect: Als een leerkracht een bepaalde verwachting heeft van
de leerling dan gaat de leerling zich aanpassen aan die verwachting. Dit is
bevestigen door onderzoek. Dit komt door klimaat (leerlingen waar
leerkrachten hoge verwachtingen hebben krijgen een warme en veilige
omgeving. Feedback: ze krijgen betere feedback en ook positieve feedback
als ze het goed doen. Dus de input van de leerkracht is anders en de zou
output zal dus ook anders zijn. In hoeverre dut klopt moet nog blijken.
Theorie 1 gehechtheidstheorie van Bowlby en Ainsworth. Sensitiviteit
van de ouders zorgt voor emotioneel veiligheid en zelfwaardering (dit voelt het
kind) en dat stimuleert weer dat ze optimaal de omgeving kunnen verkennen dus
exploratie omgeving ontwikkelen op zowel sociaal emotioneel, gedrag en
cognitief.
Emotionele omgeving is een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen
functioneren, alternatief kan dit zorgen voor passiviteit, agressie,
drugsgebruik etc. Op het moment dat het niet lukt om die veiligheid
voelt moet dus een hechtingsfiguur komen om die veiligheid te
garanderen.
Gehechtheidsrelatie is een emotionele vlak dus hoort bij dimensie van warmte.
Het is een speciale band die een duurzaam karakter heeft, dus voor een langere
tijd en exclusief en uniek karakter heeft. Het is niet per definitie wederkerig, want
Tentamen: ongeveer 60 meerkeuzevragen gokcorrectie en 1 of 2 openvragen
en dit is meer context overschrijdend of toepassingsvraag.
Een goede leerkracht is afhankelijk van de onderwijsvisie.
Bij de kwaliteit van de leerkracht wordt gekeken op 2 niveaus:
1. Kasklimaat/leerkrachtstijl: dit gaat over hoe jij als leerkracht de hele klas
beïnvloedt. Je kan denken aan duidelijke regels, leerlingen actief laten
meedoen, positieve en veilige sfeer.
2. Dyadische relaties: dit gaat meer over jouw 1 op 1 relatie met de
individuele leerling.
Het Teaching through Interactions framework zegt dat de kwaliteit van het
onderwijs niet in methodes zit maar in de dagelijkse interactie tussen de
leerkracht en leerlingen. Dus de kwaliteit is de interactie tussen de leerkrachten
en leerlingen en de kwaliteit is multidimensionaal. Die interacties wordt gemeten
door de CLASS (classroom assessment scoring system) het is een observatie
instrument waarmee wordt gemeten hoe goed de interacties tussen de leerkracht
en de leerlingen zijn. Die dimensies zijn relevant in BO en VO en kinderopvang.
CLASS heeft 3 hoofddomeinen:
1. Emotionele ondersteuning: dit is meer hoe veilig, warm en
ondersteunend is de klas? Je kijkt naar het positieve klimaat (warmte,
respect positieve sfeer) negatieve klimaat (irritatie, boosheid, conflicten)
leerkracht gevoeligheid (leerkracht ziet wanneer een leerling hulp nodig
heeft) Aandacht voor de studentenperspectief (leerlingen krijgen inspraak,
autonomie en keuzes)
2. Klasorganisatie: dit is hoe goed is de klas georganiseerd?
Gedragsmanagement (duidelijke regels, goed omgaan met storend
gedrag) productiviteit (weinig tijdverlies, goed tempo) instructieve
leerformats (actieve werkvormen, leerlingen blijven actief betrokken)
3. Instructiekwaliteit: dit is hoe goed help je de leerlingen om echt te
leren? Concept ontwikkeling (diep denken stimuleren niet alleen de
feiten) kwaliteit van feedback (doorvragen, feedback die verder helpt)
language modeling (rijke taal, uitbreiden van wat leerlingen zeggen.
Scoren van klas
Emotionele ondersteuning 31,3 prestatie
Klasorganisatie 21,7 prestatie
Instructionele ondersteuning 35,6 prestatie
Hoe kleiner de klas hoe beter het emotionele support.
Effecten per dimensie op prestatie.
Bij instructiekwaliteit was meer effect op analyse en probleem oplossen
Bij klasorganisatie was meer effect op instructieleervormen
,En bij emotionele ondersteuning was meer effect op positief klimaat,
leerrkachtgevoeligheid en aandacht voor adolescentperspectief.
Het klasklimaat heeft naast invloed op prestatie (.12) ook invloed op de sociale
competentie (.18) en op externaliserend gedrag (-.18) en motivatie en
betrokkenheid (.25)
My teaching partner is een begeleidingsprogramma (interventie) voor
leerkrachten dat is gebaseerd op CLASS. Je wordt gefilmd in de klas, een coach
bekijkt de beelden met de CLASS bril, je krijgt gerichte feedback op jouw
interacties, je oefent concrete verbeterpunten. Je hebt dan een data base met
video’s met good practise en online consulten op basis van eigen videomateriaal.
Ook dit alleen voor BO en VO
Resultaten:
- Een toename in schoolprestatie
- Gedragsmatige betrokkenheid dus meer meedoen, opletten, actief werken.
- Toename in analyse en probleemoplossen
- Toename in instructieleervormen
- Geen verandering in emotionele ondersteuning. Dus de leerkrachten
werken niet warmer of gevoeliger.
De mediatie door instructie kwaliteit: Gorgey et al., 2014
In schunk et al 2014 zie je vooral klasorganisatie van CLASS terugkomen.
- Reactief gedrag is gericht op het reageren op problemen of verstoringen
wanneer ze zich voordoen op een helder, krachtig en ruwheid manier.
- Je hebt ook een proactief klasmanagement: dit is gericht op het
voorkomen van problemen voordat ze ontstaan.
1. Withitness: het vermogen om altijd te weten wat er in de klas gebeurt
2. Overlapping: meerdere dingen tegelijk kunnen monitoren of
begeleiden
3. Mouvement management: leerlingen effectief laten bewegen zonder
chaos.
4. Group focus: de groep als geheel in de gaten houden en sturen
5. Minimizing focus: voorkomen dat leerlingen vervelen of overprikkel.
Literatuur:
Allen, Gregory (2013)
, - Klassen met een positief emotioneel klimaat, gevoeligheid voor behoefte
en perspectieve van adolescenten, gevarieerde en activerende
werkvormen en nadruk op analyse en probleemoplossing lieten hogere
prestaties zien. Dit effect was sterker in kleinere klassen.
Gregory, Alles (2014)
- Er werd onderzocht of MTP S met persoonlijke coaching en video feedback
de gedragsmatige betrokkenheid van leerlingen verhoogt. Leraren lieten
na 1 schooljaar een betekenisvolle stijging zien ten aanzien van de
controlegroep.
- MTP S leidde tot een kleine maar betekenisvolle stijging in gedragsmatige
betrokkenheid bij adolescenten. Dit effect lijkt vooral te ontstaan doordat
leraren vaker cognitief uitdagende taken aanbieden en hogere orde
denken stimuleren. Video gebaseerde coaching kan de betrokkenheid van
de hele klassen verbeteren in uiteenlopende school contexten. Actieve,
afwisselende en uitdagende instructie lijkt hierin een sleutelrol te spelen.
Schunk, Meece en Pintrich (2014)
- Alles wat de leraar doet beïnvloedt de motivatie van de student. Dus niet
alleen motiverende acties maar ook typische onderwijsactiviteiten zoals
het groeperen van studenten, het stellen van vragen en creëren van een
effectieve leeromgeving.
- Eerder werd alleen aangenomen dat leraren studenten beïnvloeden maar
recent onderzoek laat zien dat ook de reacties van studenten de gedachte
en acties van de leraar beïnvloeden dit weerspiegelt de theorie van
wederkerige interactie tussen cognitie, gedrag en omgevingsfactoren van
Bandura.
- Instructiepraktijken beïnvloeden de motivatie en het leren van studenten.
Studenten leren het meest door actief met de stof te werken.
, Andere theoretische modellen (kasklimaat/leerkrachtstijl)
Interpersoonlijke theory/Roos van Leary met 2 dimensies namelijk
controle/invloed (wie heeft de leiding in
de interactie en wie is volgzaam) en
affiliatie/nabijheid (dit gaat over de
emotionele kant van de interactie dus hoe
vriendelijk ben je hoe ondersteunend en
medewerkend ben je)
Dus een goede leerkracht zit bij boven en
samen. Dus wel leidend maar op een goed
manier
BS leidend: zein wat er gebeurt, leiden,
zelfverzekerd, optreden, structureren,
duidelijke uitleggen, bedoelingen duidelijk
maken, boeken en enthousiast vertellen.
SB helpend/vriendelijk: helpen,
belangstelling tonen, redelijk opstellen,
zich vriendelijke/zorgzaam opstellen,
tegen een grapje kunnen en vertrouwen
bieden.
Je hebt ook opvoed stijlen van Baumrind waarbij autoritatief opvoedstijl het
beste is.
Effecten leerkrachten-leerling relatie - dus meer dyadische relaties
1. Pygamlion effect: Als een leerkracht een bepaalde verwachting heeft van
de leerling dan gaat de leerling zich aanpassen aan die verwachting. Dit is
bevestigen door onderzoek. Dit komt door klimaat (leerlingen waar
leerkrachten hoge verwachtingen hebben krijgen een warme en veilige
omgeving. Feedback: ze krijgen betere feedback en ook positieve feedback
als ze het goed doen. Dus de input van de leerkracht is anders en de zou
output zal dus ook anders zijn. In hoeverre dut klopt moet nog blijken.
Theorie 1 gehechtheidstheorie van Bowlby en Ainsworth. Sensitiviteit
van de ouders zorgt voor emotioneel veiligheid en zelfwaardering (dit voelt het
kind) en dat stimuleert weer dat ze optimaal de omgeving kunnen verkennen dus
exploratie omgeving ontwikkelen op zowel sociaal emotioneel, gedrag en
cognitief.
Emotionele omgeving is een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen
functioneren, alternatief kan dit zorgen voor passiviteit, agressie,
drugsgebruik etc. Op het moment dat het niet lukt om die veiligheid
voelt moet dus een hechtingsfiguur komen om die veiligheid te
garanderen.
Gehechtheidsrelatie is een emotionele vlak dus hoort bij dimensie van warmte.
Het is een speciale band die een duurzaam karakter heeft, dus voor een langere
tijd en exclusief en uniek karakter heeft. Het is niet per definitie wederkerig, want