Psychologie
Hoofstuk 1:
_________________________________________________________________
Psychologie: wetenschappelijke benadering van menselijk gedrag en de verschillende
factoren dat het gedrag beïnvloeden.
1) – verzameling van kennis over het gedrag
2) – wijze waarop men reageert op prikkels
- Wat men doet/zegt (niet)direct waarneembaar voor de buitenwereld
3) – hoe het gedrag tot stand komt
- Persoonsgebonden actoren
- Omgeving gebonden actoren
Doelstelling van psychologie:
- Beschrijven
- Verklaren
- Voorspellen
- Beïnvloeden
Benamingen:
1) Klinische psycholoog
- Universitair niveau
- Diagnose en therapie
- Mag geen medische beslissingen nemen
2) Psychiater
- Gespecialiseerde arts
- Mag medische beslissingen nemen
- Zoekt naar organische oorzaken
3) Psychotherapeut
- Geneest de ziel
- Bijna onbereikbare titel
- Basisopleiding arts + bijkomende opleiding
4) Coaches
- Geen expertise, dus geen erkend beroep
- Baseren zich op hun vaardigheden en ervaringen
- Geen wetenschappelijke basis
5) Varia: consulenten, leven coaches, homeopathie, trainer healers etc.
1
,Parallellen:
1) Doelstelling (observeren, beschrijven, voorspellen, …)
2) Werkwijze (vanuit vaststellingen)
Empirisch: verwijst naar iets dat gebaseerd is op obsrvatie, ervaringen of experimenten ipv
theoretische overwegingen.
Wetenschappelijke kennis en dagelijkse, intuïtieve kennis:
Intuïtie: innerlijk, spontaan weten
Verschillende intuïtieve en wetenschappelijke kennis (observaties):
1) Subjectieve VS objectieve vaststelling
- Observaties die gecontroleerd kunnen worden
- Geen kleuring door verzamelaar
- Objectiviteitsbeginsel
- Gebruik v/instrumenten
- Streven naar intersubjectiviteit
- Alleen uitspraken over dingen die betrouwbaar en controleerbaar zijn
2) Toevallige VS sstematische observaties
- Inuïtieve inzichten
- Gen systematiek (alleen opvallende feiten)
- Seklecie: waarneming/geheugen
- Veralgemeningen (vooroordelen en stereotypes in stand houden door afwijkingen
te neutrraliseren)
3) Ongecontroleerde VS gecontroleerde situaties
- Storende factoren vermijden
- Observaties steeds onder dezelfde omstandigheden
- Gevolg: laboratoria
4) Complementariteit: intuïntie en wetenschap
- Niet altijd een antwoord
- Aanvullen met gezonde dosis intuïtie
Stappen binnen wetenschappelijk onderzoek:
1. O.V (beïnvloedt) en A.V (wordt beïnvloedt)
2. Welke relatie tussen variabelen?
3. Is er standvasting? (standvasting = veralgemening tot wetenschappelijke wet)
4. Wetmatigheid inzichtelijk maken in verklaringsschema of theorie
5. Nieuwe nog niet onderzichte relaties oorspellen
2
, 2 problemen bij 1 & 2:
- Bij eigenlijke emirisch onderzoek (observeeerbaar maken van O.V)
- Bij vaststellen van relatie
Stap 1: observatietechnieken:
- Objectieve vaststellingen
- Observeerbaar aspect als index
- Aspectenbenadering = kennis over (te onderzoeken) gehele gedrag/globale
persoonlijkheidseigenschap
- Opertionalisering: te onderzoeken fenomenen: verkleind tto concreet
waarneembaar aspect
- Conclusie: enkel voor werkelik geobserveerd aspect
Stap 2: onderzoeksmethoden: zoeken naar samenhang tussen variabelen
1. Experimentele methode
- Onderzoek moet vollledig onder controle zijn
- Kijken naar wat O.V voor effect heeft bij A.V
- Oorzaak verschil A.V = aangebracht verschil in O.V
causaliteit aangetoont
Differentiële/corelatie methode:
- Soort quasi-ecperiment, natuurlijk experilent
- Nagaan of verschil samengaat met betekenisvol verschil
- Empirisch verband/correlatie: veranderingen gepaard met significante
veranderingen
correlatie wijst op systematisch verband tussen 2 variabelen
Beschrijvend onderzoek:
3
Hoofstuk 1:
_________________________________________________________________
Psychologie: wetenschappelijke benadering van menselijk gedrag en de verschillende
factoren dat het gedrag beïnvloeden.
1) – verzameling van kennis over het gedrag
2) – wijze waarop men reageert op prikkels
- Wat men doet/zegt (niet)direct waarneembaar voor de buitenwereld
3) – hoe het gedrag tot stand komt
- Persoonsgebonden actoren
- Omgeving gebonden actoren
Doelstelling van psychologie:
- Beschrijven
- Verklaren
- Voorspellen
- Beïnvloeden
Benamingen:
1) Klinische psycholoog
- Universitair niveau
- Diagnose en therapie
- Mag geen medische beslissingen nemen
2) Psychiater
- Gespecialiseerde arts
- Mag medische beslissingen nemen
- Zoekt naar organische oorzaken
3) Psychotherapeut
- Geneest de ziel
- Bijna onbereikbare titel
- Basisopleiding arts + bijkomende opleiding
4) Coaches
- Geen expertise, dus geen erkend beroep
- Baseren zich op hun vaardigheden en ervaringen
- Geen wetenschappelijke basis
5) Varia: consulenten, leven coaches, homeopathie, trainer healers etc.
1
,Parallellen:
1) Doelstelling (observeren, beschrijven, voorspellen, …)
2) Werkwijze (vanuit vaststellingen)
Empirisch: verwijst naar iets dat gebaseerd is op obsrvatie, ervaringen of experimenten ipv
theoretische overwegingen.
Wetenschappelijke kennis en dagelijkse, intuïtieve kennis:
Intuïtie: innerlijk, spontaan weten
Verschillende intuïtieve en wetenschappelijke kennis (observaties):
1) Subjectieve VS objectieve vaststelling
- Observaties die gecontroleerd kunnen worden
- Geen kleuring door verzamelaar
- Objectiviteitsbeginsel
- Gebruik v/instrumenten
- Streven naar intersubjectiviteit
- Alleen uitspraken over dingen die betrouwbaar en controleerbaar zijn
2) Toevallige VS sstematische observaties
- Inuïtieve inzichten
- Gen systematiek (alleen opvallende feiten)
- Seklecie: waarneming/geheugen
- Veralgemeningen (vooroordelen en stereotypes in stand houden door afwijkingen
te neutrraliseren)
3) Ongecontroleerde VS gecontroleerde situaties
- Storende factoren vermijden
- Observaties steeds onder dezelfde omstandigheden
- Gevolg: laboratoria
4) Complementariteit: intuïntie en wetenschap
- Niet altijd een antwoord
- Aanvullen met gezonde dosis intuïtie
Stappen binnen wetenschappelijk onderzoek:
1. O.V (beïnvloedt) en A.V (wordt beïnvloedt)
2. Welke relatie tussen variabelen?
3. Is er standvasting? (standvasting = veralgemening tot wetenschappelijke wet)
4. Wetmatigheid inzichtelijk maken in verklaringsschema of theorie
5. Nieuwe nog niet onderzichte relaties oorspellen
2
, 2 problemen bij 1 & 2:
- Bij eigenlijke emirisch onderzoek (observeeerbaar maken van O.V)
- Bij vaststellen van relatie
Stap 1: observatietechnieken:
- Objectieve vaststellingen
- Observeerbaar aspect als index
- Aspectenbenadering = kennis over (te onderzoeken) gehele gedrag/globale
persoonlijkheidseigenschap
- Opertionalisering: te onderzoeken fenomenen: verkleind tto concreet
waarneembaar aspect
- Conclusie: enkel voor werkelik geobserveerd aspect
Stap 2: onderzoeksmethoden: zoeken naar samenhang tussen variabelen
1. Experimentele methode
- Onderzoek moet vollledig onder controle zijn
- Kijken naar wat O.V voor effect heeft bij A.V
- Oorzaak verschil A.V = aangebracht verschil in O.V
causaliteit aangetoont
Differentiële/corelatie methode:
- Soort quasi-ecperiment, natuurlijk experilent
- Nagaan of verschil samengaat met betekenisvol verschil
- Empirisch verband/correlatie: veranderingen gepaard met significante
veranderingen
correlatie wijst op systematisch verband tussen 2 variabelen
Beschrijvend onderzoek:
3