Paragraaf 11.1 het bloed
Bloedplasma
45% van het bloed bestaat uit cellen en 55% bestaat uit bloedplasma: water met
opgeloste stoffen en plasma eiwitten. Bloedplasma speelt een rol bij het constant
houden van het inwendig milieu.
➔ Bloedplasma vervoert veel stoffen. Vetten kunnen vervoerd worden door de
koppeling aan plasma eiwitten. Deze eiwitten zijn belangrijk voor de handhaving
van de osmotische waarde.
Beenmerg
Rode-, witte bloedcellen en bloedplaatjes ontstaan uit stamcellen van het rode beenmerg.
Dit is een sponsachtig materiaal in de holten van botten. Ook is er geel beenmerg waar veel
vetcellen zitten.
Rode bloedcellen
Dit zijn kleine ronde schijfjes zonder celkern. Ze ontstaan in het rode beenmerg met
ondersteuning van EPO uit de nieren, hoeveel EPO er wordt geproduceerd bepaalt de zuurstof
voorziening.
➔ Rode bloedcellen bevatten de eiwitmoleculen hemoglobine wat het bloed rood
maakt, ook zorgt Hemoglobine voor de transport van CO2. Bij bloedarmoede bevat
het bloed niet genoeg hemoglobine.
Als rode bloedcellen dood gaan worden deze afgebroken in het rode beenmerg, milt en lever.
Het ijzer wat hierbij vrijkomt wordt hergebruikt.
Witte bloedcellen
Witte bloedcellen kunnen uit verschillende stamcellen ontstaan, ze hebben geen vaste vorm
of celkern waardoor ze door smalle openingen kunnen gaan.
➔ Witte bloedcellen hebben verschillende functies:
- Het bestrijden van bacteriën, als ze zelf dood gaan ontstaan er etter of pus.
- Het afvoeren van restjes dode cellen.
- Het produceren van antistoffen.
, Bloedplaatjes (binas 87O)
Bloedplaatjes zijn delen van uiteengevallen cellen, ze vervullen de functie van bloedstolling.
Bij het dichten van een wond kan een keten van reacties ontstaan. Bij deze keten zijn er
stoffen zoals fibrinogeen en stollingsfactoren aanwezig, fibrinogeen verandert in fibrine wat
weer een netwerk vormt van draden waar bloedcellen aan blijven hangen. Zodra het
bloedstolsel is gevormd trekken de fibrinedraden samen, waardoor de randen van de wond
naar elkaar toe worden getrokken.
➔ Er zijn dus verschillende manieren waarbij een wond dichtgemaakt kan worden:
- Spieren trekken samen in de wand waardoor er minder bloed doorheen stroomt.
- Bloedplaatjes blijven kleven aan de wand waar een propje van bloedplaatjes
ontstaat.
- Bloedplaatjes vergaan doordat stoffen vrij komen die reacties aan de gang
krijgen.
Paragraaf 11.2 transportsystemen bij dieren
Eencellige organismen
Eencellige organismen kunnen direct stoffen opnemen en afgeven door hun directe contact
met het uitwendig milieu.
➔ Zuurstof wordt opgenomen door diffusie, dit is de verplaatsing van moleculen over de
beschikbare ruimte van hoge naar lage concentratie.
➔ Voedingsstoffen worden opgenomen d.m.v. diffusie of fagocytose en afgegeven door
diffusie of exocytose.
Transport bij dieren
Bij meercellige organismen is een circulatiesysteem nodig om alle cellen van zuurstof en
voedingsstoffen te voldoen, dit gaat via buizen.
➔ Gewervelde dieren hebben een bloedsomloop, hierbij is het bloed gescheiden van
andere lichaamsvloeistoffen en gaat het door de bloedvaten.