Hoofdstuk 1: Psychologie als wetenschap
1. Wat is psychologie
= Wetenschappelijke studie van het menselijk gedrag (R) & mentale processen (O)
die daar aan grondslag liggen
● Psyche = Ziel
● Logos = Reden
Psychologie als wetenschap:
Doel:
● Kennis verzamelen
● Verklaringen zoeken
● Wetmatigheden vinden: voorspelbaar maken & beïnvloeden
● Vooroordelen & subjectieve oordelen uitsluiten
Methode:
● Doelgericht (onderzoeken hypothese)
● Betrouwbaar (Gecontroleerd onderzoek → experimentele groep & controlegroep)
● Systematisch (Gegevensverzameling)
5 Stappen wetenschappelijk onderzoek:
● Hypothese
○ Ontwikkelen idee → onderzocht aan hand van procedure → doelgericht
onderzoeken
● Onderzoek/procedure
○ Werken in min. 2 groepen:
■ Experimentele groep: proefpersonen die worden blootgesteld aan hypothese
■ Controlegroep: proefpersonen die niet aan deze specifieke hypothese wordt
blootgesteld
● Verzamelen systematische gegevens
● Analyse resultaten + hypothese verwerpen/aanvaarden
● Publiceren + bekritiseren resultaten
○ Resultaten gepubliceerd, bekritiseerd & onderzoek herhaald om resultaten opnieuw
toetsen
Psychologie gaat over gedrag:
Gedrag = alle waarneembare aspecten van menselijk functioneren => wat iem (niet)
zegt/(niet) doet
Gedrag = doelgerichte reactie van individu op een zinvol ervaren situatie (R)
Psychologie gaat over mentale processen:
Intern factoren gedrag (O) → emoties,zaken die je geleerd/onthouden hebt,..
=> Niet rechtstreeks waarneembaar
Mentale processen beïnvloed door externe factoren:
= Alle factoren die buiten jouw persoon liggen & wrop je reageert, prikkels, stimuli (S)
1
,2. Subdomeinen psychologie
1. Functieleer of algemene psychologie
= Alg cognitieve processen (wrnemen, geheugen,..)
2. Persoonlijkheidsleer
= verschillen tss persoonlijkheid van mensen
3. Sociale psychologie (!)
Invloed van andere op ons eigen gedrag
Kijken nr invloed anderen & sociale situaties op wrnemen, leren, presteren van individu
Ook zelfde processen mbt anderen → hoe denken anderen, hoe nemen anderen waar,..
4. Levenslooppsychologie (!)
Ontwikkeling en gedrag van conceptie tot aan de dood
= Onze persoonlijkheid is het resultaat van ontwikkelingsproces van conceptie en
geboorte tot ouderdom sterfte
5. Neuropsychologie
Functie zenuwstelsel + invloed op gedrag
Subdomeinen: ≠ finaliteiten van subdomeinen
● Theoretische psychologie
○ Kennis vergaren & inzicht verwerven via methodisch onderzoek
● Toegepaste psychologie
○ Praktische toepassing van theoretische psychologie
○ Problemen vanuit praktijk onderzoeken obv inzichten uit theoretische psychologie
○ Afhankelijk van probleem en context, zal gebruik maken van inzichten/kennis uit
verschillende subdomeinen
2
, Hoofdstuk 2: Stromingen in de psychologie
1. Psychodynamische stromingen
Begeleiden en ondersteunen van cliënten veronderstellen een bepaalde mensvisie en dus
kennis van psychologische theorieën
Elke mensvisie heeft invloed op manier wrop je met cliënten omgaat en welke begeleiding
biedt
Bv. Het maakt verschil of je vindt dat boosheid ‘eruit moet’ of dat je denkt dat een cliënt
zijn boosheid beter zou moeten leren beheersen
Gedrag begrijpen vanuit ≠ brillen
● Niet:
○ De beste- betere theorie
○ Oudere - nieuwere theorie
○ Elke theorie de oplossing voor een ander probleem?
● Wel: Andere bril
○ Verschillende achtergronden
○ Verschillende focus & betekenisgeving
○ Vandaag vaak eclectische/integratieve bril
Psychodynamische stroming
Behavioristische stroming: conditionering
Cognitieve stroming: sociaal en inzichtelijk leren Leertheoretische stromingen
Humanistische stroming: ervaringsleren
Systeemtheoretische stroming
2. Oorsprong van de psychoanalyse: Sigmund Freud
Sigmund Freud:
- Grondlegger psychoanalyse/psychodynamische stroming
- Dacht dat we vaak dingen doen en denken zonder dat we ons bewust zijn van de
echte redenen waarom
Psychoanalyse: discipline die invloed & werking van onbewuste in psychisch leven
bestudeert
Gevalsstudie: Onderzoeksmethode waarbij een persoon/groep /situatie heel uitgebreid en
diep wordt onderzocht, vaak in de echte, natuurlijke context.
- Doel: veel details te begrijpen
- Nadeel: resultaten niet altijd goed toepasbaar zijn op anderen
Mensvisie: Mens geen rationeel wezen, geen baas over zichzelf en geeft minder dan hij
denkt zelf richting aan zijn leven
Vrij associatie: methode waarbij patiënt alles wat in hem opkomt hardop zegt, zonder
filteren.
=> Freud: om onbewuste te ontdekken
3
1. Wat is psychologie
= Wetenschappelijke studie van het menselijk gedrag (R) & mentale processen (O)
die daar aan grondslag liggen
● Psyche = Ziel
● Logos = Reden
Psychologie als wetenschap:
Doel:
● Kennis verzamelen
● Verklaringen zoeken
● Wetmatigheden vinden: voorspelbaar maken & beïnvloeden
● Vooroordelen & subjectieve oordelen uitsluiten
Methode:
● Doelgericht (onderzoeken hypothese)
● Betrouwbaar (Gecontroleerd onderzoek → experimentele groep & controlegroep)
● Systematisch (Gegevensverzameling)
5 Stappen wetenschappelijk onderzoek:
● Hypothese
○ Ontwikkelen idee → onderzocht aan hand van procedure → doelgericht
onderzoeken
● Onderzoek/procedure
○ Werken in min. 2 groepen:
■ Experimentele groep: proefpersonen die worden blootgesteld aan hypothese
■ Controlegroep: proefpersonen die niet aan deze specifieke hypothese wordt
blootgesteld
● Verzamelen systematische gegevens
● Analyse resultaten + hypothese verwerpen/aanvaarden
● Publiceren + bekritiseren resultaten
○ Resultaten gepubliceerd, bekritiseerd & onderzoek herhaald om resultaten opnieuw
toetsen
Psychologie gaat over gedrag:
Gedrag = alle waarneembare aspecten van menselijk functioneren => wat iem (niet)
zegt/(niet) doet
Gedrag = doelgerichte reactie van individu op een zinvol ervaren situatie (R)
Psychologie gaat over mentale processen:
Intern factoren gedrag (O) → emoties,zaken die je geleerd/onthouden hebt,..
=> Niet rechtstreeks waarneembaar
Mentale processen beïnvloed door externe factoren:
= Alle factoren die buiten jouw persoon liggen & wrop je reageert, prikkels, stimuli (S)
1
,2. Subdomeinen psychologie
1. Functieleer of algemene psychologie
= Alg cognitieve processen (wrnemen, geheugen,..)
2. Persoonlijkheidsleer
= verschillen tss persoonlijkheid van mensen
3. Sociale psychologie (!)
Invloed van andere op ons eigen gedrag
Kijken nr invloed anderen & sociale situaties op wrnemen, leren, presteren van individu
Ook zelfde processen mbt anderen → hoe denken anderen, hoe nemen anderen waar,..
4. Levenslooppsychologie (!)
Ontwikkeling en gedrag van conceptie tot aan de dood
= Onze persoonlijkheid is het resultaat van ontwikkelingsproces van conceptie en
geboorte tot ouderdom sterfte
5. Neuropsychologie
Functie zenuwstelsel + invloed op gedrag
Subdomeinen: ≠ finaliteiten van subdomeinen
● Theoretische psychologie
○ Kennis vergaren & inzicht verwerven via methodisch onderzoek
● Toegepaste psychologie
○ Praktische toepassing van theoretische psychologie
○ Problemen vanuit praktijk onderzoeken obv inzichten uit theoretische psychologie
○ Afhankelijk van probleem en context, zal gebruik maken van inzichten/kennis uit
verschillende subdomeinen
2
, Hoofdstuk 2: Stromingen in de psychologie
1. Psychodynamische stromingen
Begeleiden en ondersteunen van cliënten veronderstellen een bepaalde mensvisie en dus
kennis van psychologische theorieën
Elke mensvisie heeft invloed op manier wrop je met cliënten omgaat en welke begeleiding
biedt
Bv. Het maakt verschil of je vindt dat boosheid ‘eruit moet’ of dat je denkt dat een cliënt
zijn boosheid beter zou moeten leren beheersen
Gedrag begrijpen vanuit ≠ brillen
● Niet:
○ De beste- betere theorie
○ Oudere - nieuwere theorie
○ Elke theorie de oplossing voor een ander probleem?
● Wel: Andere bril
○ Verschillende achtergronden
○ Verschillende focus & betekenisgeving
○ Vandaag vaak eclectische/integratieve bril
Psychodynamische stroming
Behavioristische stroming: conditionering
Cognitieve stroming: sociaal en inzichtelijk leren Leertheoretische stromingen
Humanistische stroming: ervaringsleren
Systeemtheoretische stroming
2. Oorsprong van de psychoanalyse: Sigmund Freud
Sigmund Freud:
- Grondlegger psychoanalyse/psychodynamische stroming
- Dacht dat we vaak dingen doen en denken zonder dat we ons bewust zijn van de
echte redenen waarom
Psychoanalyse: discipline die invloed & werking van onbewuste in psychisch leven
bestudeert
Gevalsstudie: Onderzoeksmethode waarbij een persoon/groep /situatie heel uitgebreid en
diep wordt onderzocht, vaak in de echte, natuurlijke context.
- Doel: veel details te begrijpen
- Nadeel: resultaten niet altijd goed toepasbaar zijn op anderen
Mensvisie: Mens geen rationeel wezen, geen baas over zichzelf en geeft minder dan hij
denkt zelf richting aan zijn leven
Vrij associatie: methode waarbij patiënt alles wat in hem opkomt hardop zegt, zonder
filteren.
=> Freud: om onbewuste te ontdekken
3