College 1 – (artikelen)
Beschouw tabaksverslaving niet als leefstijl, maar als verslaving
Tabaksverslaving is een verslaving zoals alle andere, waarbij biologische, psychologische en sociale
factoren een interacterende rol spelen. De DSM-5 geeft criteria voor een ‘Stoornis in het gebruik van
tabak’
Van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder rookt gemiddeld 15% dagelijks. Er is een verband
tussen dagelijks roken, een lager opleidingsniveau en een lagerinkomen. In Nederland is het percentage
dagelijkse rokers onder hoogopgeleiden ongeveer 8%; onder mensen met een middelbaar en laag
opleidingsniveau is dat 19 tot 23%. Van de laagopgeleide mannen tussen 25 en 45 jaar rookt zelfs 50%.
Ook zwaarroken (minstens 20 sigaretten per dag) komt meer voor onderlager opgeleiden (6%) dan
onder hoogopgeleiden (nauwelijks). De belangrijkste doodsoorzaken bijrokers zijn kanker – vooral
longkanker –, chronische longaandoeningen zoals COPD, en hart- en vaatziekten. Roken is daarmee de
dodelijkste van alle verslavingen.
Tabaksverslaving beschouwen als leefstijl ontkent de specifieke verslavingsaspecten van een stoornis in
het gebruik van tabak zoals deze gedefinieerd zijn in de DSM-5 (tabel)
De kern van tabaksverslaving is controleverlies, waardoor van een keuze voor gedrag geen sprake is.
Veranderingen in de hersengebieden die betrokken zijn bij beloning en cognitieve controle vertonen grote
overlap met hersenveranderingen bij andere verslavingen. 75% van het risico op tabaksverslaving is
terug te voeren op genetische factoren. Zonder begeleiding is de stopkans 5%. Wanneer behandeling
geboden wordt, in een combinatie van CGT en medicamenteuze ondersteuning -> is de kans op
succes na een jaar ongeveer 30%
Eerstelijns stoppen-met-roken-programma’s (vanaf 2020) bestaan doorgaans uit kortdurende,
gedragsmatige ondersteuning, die vaak bestaat uit een combinatie van psycho-educatie, stoppen-met-
roken-advies (op maat), steunend contact, motiverende gespreksvoering en cognitieve gedragstherapie;
deze ondersteuning kan aangevuld worden met medicatie, voorgeschreven door de huisarts. Er zijn drie
bewezen effectieve middelen in Nederland geregistreerd: nicotinevervangende middelen, varenicline
en bupropion. Tevens vermeldt de richtlijn nortriptyline als evidencebased off-label alternatief.
Nicotinevervangende middelen (NVM, waaronder nicotinepleisters, -zuigtabletten en -kauwgom)
kunnen worden gezien als substitutietherapie. Door de langere werkingsduur worden schommelingen
in nicotinespiegels voorkomen, wat onthoudingssymptomen en zucht naartabak vermindert. Dit is
vergelijkbaar met methadon bij mensen met een opioïdverslaving. NVM zijn goedkoop, veilig, effectief,
en hebben relatief weinig bijwerkingen.
1
,De partiële nicotinereceptoragonist varenicline heeft een vergelijkbaar werkingsprincipe en
vermindert het effect van het gebruik van nicotine door het competitieve antagonisme op de
receptor. Hoewel er aanvankelijk zorgen waren over psychiatrische bijwerkingen van varenicline, heeft
grootschalig onderzoek laten zien dat varenicline veilig voorgeschreven kan worden aan patiënten met
psychische problemen. De antidepressiva bupropion en nortriptyline hebben effect op het
beloningscircuit in het brein, waardoor zucht naar tabak afneemt en een stoppoging meer kans van
slagen heeft. Patiënten met een ernstige tabaksverslaving hebben intensievere, gespecialiseerde
behandeling nodig, geboden vanuit multidisciplinaire teams (verslavingsarts, psychiater, psycholoog), zo
nodig zelfs met een klinische opname. Sinds 2021 vergoeden enkele zorgverzekeraars in Nederland
een dergelijke behandeling voor patiënten met een medische urgentie om te stoppen met roken, in
het kader van een NZA Beleidsregel kleinschalige experimenten.
➔ Voorfarmacologische interventies geldt dat de kans op succesvol stoppen bij varenicline
groter is dan bij de andere medicamente.
Comorbiditeit in de vorm van depressie of ADHD kan een argument zijn om eerdere kiezen voor
nortriptyline of bupropion. Nortriptyline dient vermeden te worden bij mensen met recente cardiale
problematiek. Bij zwangeren moet daarnaast rekening gehouden worden met mogelijk schadelijke
effecten van medicatie op het ongeboren kind; deze effecten zijn vooral bekend van varenicline en
nortriptyline. Deze risico’s moeten worden afgewogen tegen de doorgaans grotere risico’s van roken.
Het bewijs voor de effectiviteit van de elektronische sigaret bij een stoppoging is inconsistent. Ook zijn er
zorgen over de veiligheid van de e-sigaret. Daarom wordt het gebruik van de e-sigaret niet aanbevolen.
• Accijnsverhogingen zijn essentieel, prijs sigaretten moet jaarlijks omhoog (minimaal 10% per
keer) -> Maarten van Ooijen (staatssecretaris): pakje sigaretten 30-47 euro in 2040?
• Antirookmaatregelen moeten zichtbaar zijn.
• Aantal verkooppunten moet omlaag.
• Tabakslobby mag geen invloed meer hebben op beleid (fabrikanten proberen steeds iets nieuws
te introduceren).
• Generatiegebonden wet voor verbod tabaksverkoop?
• Campagnes? Truth campaign in 1998 in Florida was succesvol (jongeren voorleggen dat ze een
‘replacement-roker’ zijn -> ze worden door de industrie verslaafd gemaakt om een roker die straks
aan zijn verslaving overlijdt te vervangen).
Artikel 2 - Why Do Only Some Cohort Studies Find Health Benefits. From Low-Volume Alcohol Use? A
Systematic Review and Meta-Analysis of Study Characteristics That May Bias Mortality Risk
Estimates:
Steeds meer onderzoeken tonen aan dat eerdere ideeën dat lage hoeveelheden alcoholbescherming
bieden tegen ernstige ziekten – zoals hart- en vaatziekten, beroerte en type 2 diabetes – niet zeker zijn.
Veronderstellingen over de validiteit van de hypothese over alcohol en gezondheidsvoordelen hebben
grote implicaties voor schattingen van de wereldwijde ziektelast en de formulering van nationale
richtlijnen voor alcoholgebruik met een laag risico. Observatiestudies suggereren wel dat matige
drinkers vaak langer leven en minder ziekten hebben dan mensen die helemaal niet drinken, maar
deze vergelijking kan vertekend zijn door verschillende vormen van selectiebias.
Een recente schatting van de wereldwijde ziektelast door alcohol ging ervan uit dat tot negen drankjes per
dag bescherming bieden tegen hartziekten. Hierdoor werd het aantal sterfgevallen door alcohol in 2020
geschat op 1,8 miljoen, minder dan eerdere schattingen.
Resultaten + discussie
In deze meta-analyse van 107 cohortstudies werd onderzocht of laag-alcoholgebruik (1–2 drankjes per
dag) geassocieerd is met een lager sterfterisico. De resultaten laten zien dat het vermeende
gezondheidsvoordeel grotendeels wordt veroorzaakt door selectiebias. Studies waarin de
2
,referentiegroep van onthouders vertekend was doordat deze mensen vaak gestopt waren of minder
gingen drinken vanwege gezondheidsproblemen, toonden aanzienlijke verlagingen van sterfterisico
bij laag-alcoholgebruikers.
Studies naar alcoholgebruik en totale sterfte hebben een van de belangrijkste platforms gevormd waarop
de hypothese van het gezondheidsvoordeel rust, met name voor de bekende "J-vormige curve" die de
daling en stijging van schattingen van het sterfterisico beschrijft naarmate het typische alcoholgebruik
toeneemt in vergelijking met geheelonthouders.
Andere studiekarakteristieken die geassocieerd werden met een lager sterfterisico omvatten
zwakke metingen van alcoholconsumptie bij aanvang (minder dan 30 dagen dekking), het niet
uitsluiten van mensen met gezondheidsproblemen bij aanvang, en het opnemen van controles voor
rookstatus en SES. Controle voor rookstatus is een bijna universele praktijk in deze studies, gezien het
bewijs dat het waarschijnlijk de relatie tussen alcoholgebruik en sterfte vertroebelt door zowel
geassocieerd te zijn met alcoholgebruik als een sterke, onafhankelijke voorspeller van sterfte. Er is echter
ook bewijs dat tabaksgebruik de relatie tussen alcoholgebruik en sterfte kan bemiddelen. Zo is
bijvoorbeeld gerapporteerd dat alcoholgebruik een voorspeller is van beginnen met roken onder
adolescenten en dat het drinken van alcohol het verlangen naar het roken van tabak onder zware drinkers
vergroot. Een recente systematische review vond bewijs dat verminderde alcoholconsumptie
geassocieerd is met succesvol stoppen met roken. Toekomstig onderzoek op dit gebied zou moeten
onderzoeken of roken een echte verstorende factor, een modificator of een mediator is van
alcoholgerelateerde sterfte, aangezien modelmisspecificatie kan leiden tot onjuiste schattingen van
alcoholgerelateerde schade. Daarom stellen we voor dat toekomstig onderzoek met behulp van een
hoogwaardige longitudinale dataset verder zou kunnen onderzoeken of correctie voor rookstatus kan
leiden tot het ontstaan van een J-vormige relatie tussen de mate van alcoholgebruik en het sterfterisico.
Bovendien voorspelt deze hypothese dat met de dalende prevalentie van roken de zichtbare
gezondheidsbeschermende effecten minder evident zouden moeten worden.
Er zijn ook complexe verbanden bekend tussen SES, sterfte en alcoholgebruik. Geen van de 107 studies
presenteerde gestratificeerde resultaten per SES om deze verder te onderzoeken. Een recente Zweedse
studie op populatieniveau schatte echter een zeer positieve en significante associatie tussen de mate van
alcoholgebruik en het sterfterisico voor personen met een lage SES, een zwakkere positieve associatie
voor personen met een gemiddelde SES, en geen associatie voor personen met een hoge SES. Interacties
tussen SES en het sterfterisico door alcohol in deze cohortstudies verdienen ook nader onderzoek in
hoogwaardige longitudinale datasets.
Bovendien vinden studies onder niet-rokers geen J-vormige curve. Toekomstig onderzoek zou moeten
onderzoeken of correctie voor rookstatus en/of SES altijd gepast is, of dat het kleine drinkers kan
beïnvloeden en hen gezonder kan laten lijken dan huidige geheelonthouders.
Daarentegen lieten studies met jongere cohorten die tot oudere leeftijd werden gevolgd en zonder
dergelijke bias geen significant lager sterfterisico zien (RR ≈ 0,98). Andere factoren die de resultaten
beïnvloedden waren slechte of korte alcoholmetingen (<30 dagen), inclusie van deelnemers met
bestaande gezondheidsproblemen en het al dan niet corrigeren voor rookstatus of sociaaleconomische
status (SES). Analyses die specifiek keken naar niet-rokers toonden geen bewijs voor een J-vormige relatie,
wat suggereert dat rookgedrag een belangrijke confounder kan zijn.
Deze bevindingen bevestigen eerdere theorieën over levenslange selectiebias: mensen die stoppen of
minderen met drinken doen dit vaak vanwege slechte gezondheid, waardoor degenen die blijven drinken
er relatief gezond uitzien (oudere cohorten). Studies die gevoelig waren voor dergelijke bias laten dus
schijnbare gezondheidsvoordelen zien, terwijl studies met hogere kwaliteit en minder bias dit niet laten
zien.
3
, Conclusie: Het bewijs dat matig alcoholgebruik gezondheidsvoordelen biedt, is beperkt. Veel
waargenomen voordelen in eerdere studies kunnen worden verklaard door systematische bias en niet
door het alcoholgebruik zelf. Toekomstig onderzoek moet zorgvuldig controleren voor rookgedrag, SES en
selectiebias om betrouwbare conclusies te trekken over het effect van alcohol op gezondheid.
Powerpoint – College 1 Recente Ontwikkelingen in risicogedrag
Risicogedrag = adolescentie en jong-volwassenheid zijn periodes waarin risicovolle activiteiten
toenemen. Waarmee komen jongeren in het nieuws? Bv: scherm kijken, comazuipen, wegen te
zwaar, Nederlandse jongeren bovenaan xtc-lijst etc.
Alcohol
Preventie alcoholgebruik ‘ooit’ en ‘in de afgelopen maand’.
Vrij snelle daling tussen 2003 en 2015. Reden; meer bekend
geworden over risico’s, veel reclames gericht op ouders, werd
toen veel tv gekeken.
- Campagnes
- Bewustwording negatieve gevolgen alcohol
- Nieuwsberichten, bv. over comazuipen
- Nieuwe drank- en horecawet, sinds 01-01-2014 is
leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol opgeschoven van 16 naar 18 jaar
Waarom daalt het niet verder, waarom is er een stagnatie? Onze
maatschappij en cultuur is het redelijk genormaliseerd.
- Bodem bereikt
- Niet iedereen gevoelig voor campagnes
- Verandering in norm?
- Prijs/ beschikbaarheid, jongeren meer geld?
- Reclame en zichtbaarheid in series/ op tv
- Spelen alcoholvrije drankjes hierbij een rol?
- COVID-19 situatie?
Impact van coronacrisis? Mei 2020 een dip in het alcohol
gebruik, werd minder gedronken toen we net in een lockdown
zaten. Een jaar later is alweer wat hoger. In mei/ juni 2022 lijkt
het zelfs hoger dan voor de coronacrisis begon. Soort inhaalslag
wilde houden? Toen alle maatregelen van de baan waren? Lijkt
nu in 2025 weer gestabiliseerd te zijn ten opzichte van voor
coronacrisis.
Onderzoek is gemiddeld aantal glazen alcohol per week
gerapporteerd door studenten in de periodes van voor crisis,
eerste lockdown, en vervolgmetingen. Meer vrouwen dan
mannen onderzocht (M=1047, V=2571)
Alcoholvrije drankjes – vervanging voor alcohol of toevoeging?
Is waarschijnlijk op de markt gebracht als vervanging, maar nu worden ook reclames gemaakt
van bv. tijdens het sporten of tijdens het autorijden. Suggesties doen om alcoholvrij te drinken
als je geen alcohol drinkt. Het maakt de stap naar alcoholisch drankje veel kleiner, de feeling is
hetzelfde. Bier smaakt hetzelfde, zelfde gevoel als flesje etc. Hebben in zelfde onderzoek
aangegeven of ze minder alcohol, meer alcohol of hetzelfde alcohol zijn drinken. Maar 17%
4