Hoofdstuk 1
De economie bestudeert hoe mensen en organisaties hun beperkte middelen inzetten om behoeften te vervullen. De
bedrijfseconomie richt zich op het economisch handelen binnen ondernemingen: hoe middelen efficiënt en effectief worden ingezet
om winst te behalen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en True Pricing
MVO houdt in dat bedrijven rekening houden met mens, milieu en maatschappij. De SDG’s concretiseren deze duurzaamheidsdoelen.
De circulaire economie richt zich op hergebruik van materialen, terwijl True Cost Accounting ook maatschappelijke en milieukosten
meeneemt in de prijs van een product.
Non-profitorganisaties streven niet naar winst, maar naar een maatschappelijk doel. Ze worden gefinancierd door subsidies,
contributies of donaties, en hun effectiviteit is moeilijker te meten dan bij ondernemingen.
Ondernemingsactiviteiten
Primaire sector: natuurlijke producten (landbouw, visserij, mijnbouw)
Secundaire sector: industrie, productie
Tertiaire sector: handel en dienstverlening
Productiewijzen variëren van stukproductie (maatwerk) tot massaproductie (standaardproducten).
Ondernemingen en hun functie in de economie: een onderneming heeft “winststreven”.
Winst = omzet (verkoop) – kosten
Het winstcijfer is een maatstaf voor zowel efficiency als effectiviteit.
Bedrijfskolom en bedrijfstak
Een bedrijfskolom is de reeks ondernemingen die samen bijdragen aan de productie van een eindproduct. Een bedrijfstak bestaat uit
bedrijven die dezelfde activiteit uitvoeren. Grote ondernemingen kunnen in meerdere schakels actief zijn (integratie of
conglomeratie).
Samenwerkingsvormen tussen ondernemingen
Overname: één bedrijf koopt een ander op.
Fusie: twee bedrijven gaan op gelijke basis samen.
Joint venture: twee bedrijven starten samen een nieuw bedrijf.
Franchising: samenwerking onder één merknaam.
Kartel: verboden afspraak tussen bedrijven om concurrentie te beperken.
Begrip Betekenis
Economie Studie van productie, verdeling en consumptie van goederen en diensten.
Bedrijfseconomie Onderdeel van economie dat zich richt op het handelen binnen bedrijven.
Onderneming Organisatie die goederen of diensten verkoopt met als doel winst te behalen.
Efficiëntie Doelmatigheid: met zo weinig mogelijk middelen een doel bereiken.
Effectiviteit Doelgerichtheid: in welke mate een doel wordt bereikt.
MVO Maatschappelijk verantwoord ondernemen; rekening houden met mens, milieu en maatschappij.
SDG’s Sustainable Development Goals – 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN.
Circulaire economie Economisch systeem gericht op hergebruik en minimale verspilling.
Hoofdstuk 4
Op een balans wordt weergegeven welke investeringen een bedrijf heeft gedaan (debetzijde) en op welke wijze die investeringen
zijn gefinancierd (creditzijde).
Activa: vaste en vlottende
De investeringen worden activa genoemd. Ze zijn onder te verdelen in:
Vaste activa: bewijzen langer dan een jaar hun diensten aan de
onderneming.
Vlottende activa: bewijzen gedurende maximaal een jaar hun diensten
aan de onderneming.
Debiteuren: klanten die nog geld moeten betalen aan jouw bedrijf.
Het gaat dus om openstaande vorderingen: jij hebt al geleverd, maar de klant
heeft nog niet betaald.
,Passiva: eigen vermogen en lang/kort vreemd vermogen
Voor de financiering wordt onderscheid gemaakt tussen eigen vermogen en schulden (vreemd vermogen).
Eigen vermogen is door de eigenaren voor onbepaalde tijd ter beschikking
gesteld. De vergoeding is de winst en ligt niet vast; het is
daarom risicodragend. Bij faillissement komen eigenvermogensverschaffers
als laatste aan bod.
Crediteuren: leveranciers of andere partijen aan wie jouw bedrijf nog geld
moet betalen. Het gaat dus om openstaande schulden: jij hebt iets
ontvangen, maar moet nog betalen.
Schulden (vreemd vermogen) zijn door schuldeisers voor een bepaalde tijd
ter beschikking gesteld. De vergoeding is interest, vooraf vastgelegd;
schuldeisers komen bij faillissement als eerste voor terugbetaling in
aanmerking en worden daarom risicomijdend genoemd.
Stel je passiva komt hoger uit dan activa (liquide middelen toevoegen)
Kas: dit is het fysieke contante geld, zoals geld in de kassa.
Bank: dit zijn de saldi op alle bankrekeningen.
Kas = alle contante ontvangsten – alle contante uitgaven
Bank = alle bankontvangsten – alle bankbetalingen
Als je schade hebt veroorzaakt bij iemand -> - liquide middelen op balans EN kosten op resultatenrekening
Opdracht opstellen van balans
Je begint 1 januari 202X een onderneming. Je brengt zelf EUR 500.000 in de onderneming (in kas). Je leent van de bank EUR 1.300.000
tegen 6% rente per jaar en EUR 100.000 tegen 3% rente per jaar. Deze beide bedragen worden op de bankrekening van de
onderneming gestort. Je koopt een bedrijfspand van EUR 400.000 (per bank betaald), een bedrijfsauto van EUR 35.000 (contant
betaald) en een voorraad van EUR 360.000 (per bank betaald). Alle voorgaande gebeurtenissen vinden plaats op 1 januari 202X.
1. Schrijf eerst de getallen op de balans die je al weet
Brengt zelf in = eigen vermogen (500.000)
Leent tegen .. % = lang vreemd vermogen (1.300.000)
Leent tegen .. % = lang vreemd vermogen (100.000)
Bedrijfspand = vaste activa (400.000)
Bedrijfsauto = vaste activa (35.000)
Voorraad = vlottende activa (360.000)
2. Bekijk het verschil tussen beide kanten
Passiva = 1.900.000
Activa = 795.000
Verschil van 1.105.000
Van welke kant komt het verschil door een minderheid?
Activa kant -> zet het bij de kas/bank op -> let op! Contact/op rekening?
Passiva kant -> zet het bij je eigen vermogen op
3. Reken uit hoe de minderheid gaat worden opgelost
Minder aan activa kant
Bank -> lening 1.300.000 + lening 100.000 en bedrijfspand 400.000 en
voorraad 360.000
Kas -> eigen vermogen 500.000 en bedrijfsauto 35.000
Dus:
Alles wat je koopt met bank vermindert de bank
Alles wat je koopt contant vermindert de kas
1.300.000 + 100.000 – 400.000 – 360.000 = 640.000
500.000 – 35.000 = 465.000
Stel eigen vermogen van 500.000 was niet op kas maar op bank gezet -> bij bank opzetten.
, Maar dan wordt het bedrag in de kas wel negatief (-35000) -> van bank afhalen en kas op 0 zetten.
Minder aan passiva kant
Nieuwe eigen vermogen = oude EV + verschil door minderheid
Opdracht - In het jaar 202X doen zich de volgende financiële feiten voor:
Je koopt extra voorraad voor EUR … (50% op rekening, 50% betaald per bank)
1. Extra gekochte bedrag -> + voorraad
2. Bekijk hoeveel % bank en hoeveel % op rekening (crediteuren)
Rekening: % van extra bedrag -> + crediteuren
Bank: % van extra bedrag -> - bank
Je verkoopt voor EUR … (50% op rekening, 50% per kas). De inkoopwaarde van deze transactie bedraagt EUR …
1. Bekijk hoeveel % op rekening en hoeveel per kas
Rekening: % van verkoopbedrag -> + debiteuren
Per kas: % van verkoopbedrag -> + kas
2. Wat was de inkoopwaarde (oftewel de voorraad)
Inkoopwaarde -> - voorraad
3. Bereken winst voor eigen vermogen
= Verkoopprijs – inkoopwaarde -> + eigen vermogen
De loonkosten bedragen EUR …, contant betaald (=per kas)
1. Bekijk per kas/bank
Per kas: loonkosten -> - kas
Bank: loonkosten -> - bank
2. Kosten verminderen de winst -> eigen vermogen daalt
Loonkosten -> - eigen vermogen
De rentekosten worden per bank betaald
1. Bekijk hoeveel rente er wordt gerekend over de leningen
2. Tel deze bedragen bij elkaar op -> - bank
3. Rente = kosten en kosten verminderen de winst -> eigen vermogen daalt
Rentekosten -> - eigen vermogen
Je lost op 31 december 202X, EUR … per bank af op de lening van EUR …
1. Bekijk per kas/bank
Per kas: afgeloste bedrag -> - kas
Bank: afgeloste bedrag -> - bank
2. Je lost af van de lening
Afgeloste bedrag -> - lening
Je drie beleggingspanden stijgen €… in waarde
1. Beleggingspanden staan al op vaste activa -> + beleggingspanden
2. Je maakt extra winst een ALS er geen schuld tegenover staat -> + eigen vermogen
De exploitatiekosten van de drie beleggingspanden bedraagt €… contant betaald
Exploitatiekosten = lopende, operationele kosten
1. Bekijk contant (kas) of bank
Per kas: exploitatiekosten -> - kas
Bank: exploitatiekosten -> - bank
3. Kosten verminderen de winst -> eigen vermogen daalt
Exploitatiekosten -> - eigen vermogen
, Op 1/3 wordt een nieuwe lening afgesloten ten behoeve van de onderneming van €400.000 tegen 5% per jaar. Dit bedrag wordt op
de bankrekening van de onderneming bijgeschreven. De rente wordt achteraf per vier maanden per bank betaald op 30/6, 31/10,
en 28/2 van elk jaar, voor het eerst op 30/6/202x.
1. Wat gebeurt er op welke datum?
Dit is geen opbrengst, maar vreemd vermogen.
Gevolg op de balans (1/3):
Bank + €400.000
Vreemd Vermogen (banklening 5%) + €400.000
2. Over hoeveel maanden moet je rente berekenen?
De lening loopt in 202x van: 1 maart t/m 31 december. Dat is 10 maanden
3. Bereken de totale rente over 202x
1) Jaarlijkse rente:
€400.000 × 5% = €20.000 per jaar
2) Rente per maand:
€20.000 ÷ 12 = €1.666,67 per maand
3) Rente over 10 maanden:
10 × €1.666,67 = €16.667 -> - eigen vermogen
4. Wanneer wordt de rente betaald?
Achteraf/vooraf?
Per hoeveel maanden?
Wanneer? LET OP! Nieuw jaar hoort er dus niet bij
o 30/6 → rente maart–april–mei–juni
4 × €1.666,67 = €6.667
o 31/10 → rente juli–augustus–september–oktober
4 × €1.666,67 = €6.667
Totaal betaald in 202x -> - bank
o 28/2 (202x+1) → rente nov–dec
Nog niet betaald = schuld
5. Welke rente hoort bij 202x maar is nog niet betaald?
november + december = 2 maanden
2 × €1.666,67 = €3.333
6. Wat gebeurt er met het eigen vermogen?
Alle rente die bij 202x hoort telt mee als kosten:
Betaald (€13.334) + nog te betalen (€3.333) = €16.667 -> - eigen vermogen
Eindoverzicht balansmutaties
Ontvangst lening
Bank + €400.000
Vreemd Vermogen (banklening 5%) + €400.000
Rente-effect 202x
Bank – €13.334
Nog te betalen kosten + €3.333
Eigen Vermogen – €16.667
Per 1/3 zijn de panden voor het eerst verhuurd aan derden voor €100.000 per jaar. De huur wordt door de huurders contant per vier
maanden vooruit betaald op 1/3, 1/7, en 1/11 van elk jaar, voor het eerst op 1/3/202x.
1. Huur = opbrengst -> + eigen vermogen
Maar: alleen het deel dat bij 202x hoort.
2. Wat is de huur per maand en over hoeveel maand loopt de huur?
De jaarhuur is €100.000.
€100.000 ÷ 12 = €8.333,33 per maand
De huur loopt vanaf 1 maart 202x. In 202x lopen de maanden: maart t/m december = 10 maanden
3. Hoeveel huur is opbrengst van 202x?
Opbrengst = maanden die in 202x vallen:
10 × €8.333,33 = €83.333 -> + eigen vermogen
De economie bestudeert hoe mensen en organisaties hun beperkte middelen inzetten om behoeften te vervullen. De
bedrijfseconomie richt zich op het economisch handelen binnen ondernemingen: hoe middelen efficiënt en effectief worden ingezet
om winst te behalen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en True Pricing
MVO houdt in dat bedrijven rekening houden met mens, milieu en maatschappij. De SDG’s concretiseren deze duurzaamheidsdoelen.
De circulaire economie richt zich op hergebruik van materialen, terwijl True Cost Accounting ook maatschappelijke en milieukosten
meeneemt in de prijs van een product.
Non-profitorganisaties streven niet naar winst, maar naar een maatschappelijk doel. Ze worden gefinancierd door subsidies,
contributies of donaties, en hun effectiviteit is moeilijker te meten dan bij ondernemingen.
Ondernemingsactiviteiten
Primaire sector: natuurlijke producten (landbouw, visserij, mijnbouw)
Secundaire sector: industrie, productie
Tertiaire sector: handel en dienstverlening
Productiewijzen variëren van stukproductie (maatwerk) tot massaproductie (standaardproducten).
Ondernemingen en hun functie in de economie: een onderneming heeft “winststreven”.
Winst = omzet (verkoop) – kosten
Het winstcijfer is een maatstaf voor zowel efficiency als effectiviteit.
Bedrijfskolom en bedrijfstak
Een bedrijfskolom is de reeks ondernemingen die samen bijdragen aan de productie van een eindproduct. Een bedrijfstak bestaat uit
bedrijven die dezelfde activiteit uitvoeren. Grote ondernemingen kunnen in meerdere schakels actief zijn (integratie of
conglomeratie).
Samenwerkingsvormen tussen ondernemingen
Overname: één bedrijf koopt een ander op.
Fusie: twee bedrijven gaan op gelijke basis samen.
Joint venture: twee bedrijven starten samen een nieuw bedrijf.
Franchising: samenwerking onder één merknaam.
Kartel: verboden afspraak tussen bedrijven om concurrentie te beperken.
Begrip Betekenis
Economie Studie van productie, verdeling en consumptie van goederen en diensten.
Bedrijfseconomie Onderdeel van economie dat zich richt op het handelen binnen bedrijven.
Onderneming Organisatie die goederen of diensten verkoopt met als doel winst te behalen.
Efficiëntie Doelmatigheid: met zo weinig mogelijk middelen een doel bereiken.
Effectiviteit Doelgerichtheid: in welke mate een doel wordt bereikt.
MVO Maatschappelijk verantwoord ondernemen; rekening houden met mens, milieu en maatschappij.
SDG’s Sustainable Development Goals – 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN.
Circulaire economie Economisch systeem gericht op hergebruik en minimale verspilling.
Hoofdstuk 4
Op een balans wordt weergegeven welke investeringen een bedrijf heeft gedaan (debetzijde) en op welke wijze die investeringen
zijn gefinancierd (creditzijde).
Activa: vaste en vlottende
De investeringen worden activa genoemd. Ze zijn onder te verdelen in:
Vaste activa: bewijzen langer dan een jaar hun diensten aan de
onderneming.
Vlottende activa: bewijzen gedurende maximaal een jaar hun diensten
aan de onderneming.
Debiteuren: klanten die nog geld moeten betalen aan jouw bedrijf.
Het gaat dus om openstaande vorderingen: jij hebt al geleverd, maar de klant
heeft nog niet betaald.
,Passiva: eigen vermogen en lang/kort vreemd vermogen
Voor de financiering wordt onderscheid gemaakt tussen eigen vermogen en schulden (vreemd vermogen).
Eigen vermogen is door de eigenaren voor onbepaalde tijd ter beschikking
gesteld. De vergoeding is de winst en ligt niet vast; het is
daarom risicodragend. Bij faillissement komen eigenvermogensverschaffers
als laatste aan bod.
Crediteuren: leveranciers of andere partijen aan wie jouw bedrijf nog geld
moet betalen. Het gaat dus om openstaande schulden: jij hebt iets
ontvangen, maar moet nog betalen.
Schulden (vreemd vermogen) zijn door schuldeisers voor een bepaalde tijd
ter beschikking gesteld. De vergoeding is interest, vooraf vastgelegd;
schuldeisers komen bij faillissement als eerste voor terugbetaling in
aanmerking en worden daarom risicomijdend genoemd.
Stel je passiva komt hoger uit dan activa (liquide middelen toevoegen)
Kas: dit is het fysieke contante geld, zoals geld in de kassa.
Bank: dit zijn de saldi op alle bankrekeningen.
Kas = alle contante ontvangsten – alle contante uitgaven
Bank = alle bankontvangsten – alle bankbetalingen
Als je schade hebt veroorzaakt bij iemand -> - liquide middelen op balans EN kosten op resultatenrekening
Opdracht opstellen van balans
Je begint 1 januari 202X een onderneming. Je brengt zelf EUR 500.000 in de onderneming (in kas). Je leent van de bank EUR 1.300.000
tegen 6% rente per jaar en EUR 100.000 tegen 3% rente per jaar. Deze beide bedragen worden op de bankrekening van de
onderneming gestort. Je koopt een bedrijfspand van EUR 400.000 (per bank betaald), een bedrijfsauto van EUR 35.000 (contant
betaald) en een voorraad van EUR 360.000 (per bank betaald). Alle voorgaande gebeurtenissen vinden plaats op 1 januari 202X.
1. Schrijf eerst de getallen op de balans die je al weet
Brengt zelf in = eigen vermogen (500.000)
Leent tegen .. % = lang vreemd vermogen (1.300.000)
Leent tegen .. % = lang vreemd vermogen (100.000)
Bedrijfspand = vaste activa (400.000)
Bedrijfsauto = vaste activa (35.000)
Voorraad = vlottende activa (360.000)
2. Bekijk het verschil tussen beide kanten
Passiva = 1.900.000
Activa = 795.000
Verschil van 1.105.000
Van welke kant komt het verschil door een minderheid?
Activa kant -> zet het bij de kas/bank op -> let op! Contact/op rekening?
Passiva kant -> zet het bij je eigen vermogen op
3. Reken uit hoe de minderheid gaat worden opgelost
Minder aan activa kant
Bank -> lening 1.300.000 + lening 100.000 en bedrijfspand 400.000 en
voorraad 360.000
Kas -> eigen vermogen 500.000 en bedrijfsauto 35.000
Dus:
Alles wat je koopt met bank vermindert de bank
Alles wat je koopt contant vermindert de kas
1.300.000 + 100.000 – 400.000 – 360.000 = 640.000
500.000 – 35.000 = 465.000
Stel eigen vermogen van 500.000 was niet op kas maar op bank gezet -> bij bank opzetten.
, Maar dan wordt het bedrag in de kas wel negatief (-35000) -> van bank afhalen en kas op 0 zetten.
Minder aan passiva kant
Nieuwe eigen vermogen = oude EV + verschil door minderheid
Opdracht - In het jaar 202X doen zich de volgende financiële feiten voor:
Je koopt extra voorraad voor EUR … (50% op rekening, 50% betaald per bank)
1. Extra gekochte bedrag -> + voorraad
2. Bekijk hoeveel % bank en hoeveel % op rekening (crediteuren)
Rekening: % van extra bedrag -> + crediteuren
Bank: % van extra bedrag -> - bank
Je verkoopt voor EUR … (50% op rekening, 50% per kas). De inkoopwaarde van deze transactie bedraagt EUR …
1. Bekijk hoeveel % op rekening en hoeveel per kas
Rekening: % van verkoopbedrag -> + debiteuren
Per kas: % van verkoopbedrag -> + kas
2. Wat was de inkoopwaarde (oftewel de voorraad)
Inkoopwaarde -> - voorraad
3. Bereken winst voor eigen vermogen
= Verkoopprijs – inkoopwaarde -> + eigen vermogen
De loonkosten bedragen EUR …, contant betaald (=per kas)
1. Bekijk per kas/bank
Per kas: loonkosten -> - kas
Bank: loonkosten -> - bank
2. Kosten verminderen de winst -> eigen vermogen daalt
Loonkosten -> - eigen vermogen
De rentekosten worden per bank betaald
1. Bekijk hoeveel rente er wordt gerekend over de leningen
2. Tel deze bedragen bij elkaar op -> - bank
3. Rente = kosten en kosten verminderen de winst -> eigen vermogen daalt
Rentekosten -> - eigen vermogen
Je lost op 31 december 202X, EUR … per bank af op de lening van EUR …
1. Bekijk per kas/bank
Per kas: afgeloste bedrag -> - kas
Bank: afgeloste bedrag -> - bank
2. Je lost af van de lening
Afgeloste bedrag -> - lening
Je drie beleggingspanden stijgen €… in waarde
1. Beleggingspanden staan al op vaste activa -> + beleggingspanden
2. Je maakt extra winst een ALS er geen schuld tegenover staat -> + eigen vermogen
De exploitatiekosten van de drie beleggingspanden bedraagt €… contant betaald
Exploitatiekosten = lopende, operationele kosten
1. Bekijk contant (kas) of bank
Per kas: exploitatiekosten -> - kas
Bank: exploitatiekosten -> - bank
3. Kosten verminderen de winst -> eigen vermogen daalt
Exploitatiekosten -> - eigen vermogen
, Op 1/3 wordt een nieuwe lening afgesloten ten behoeve van de onderneming van €400.000 tegen 5% per jaar. Dit bedrag wordt op
de bankrekening van de onderneming bijgeschreven. De rente wordt achteraf per vier maanden per bank betaald op 30/6, 31/10,
en 28/2 van elk jaar, voor het eerst op 30/6/202x.
1. Wat gebeurt er op welke datum?
Dit is geen opbrengst, maar vreemd vermogen.
Gevolg op de balans (1/3):
Bank + €400.000
Vreemd Vermogen (banklening 5%) + €400.000
2. Over hoeveel maanden moet je rente berekenen?
De lening loopt in 202x van: 1 maart t/m 31 december. Dat is 10 maanden
3. Bereken de totale rente over 202x
1) Jaarlijkse rente:
€400.000 × 5% = €20.000 per jaar
2) Rente per maand:
€20.000 ÷ 12 = €1.666,67 per maand
3) Rente over 10 maanden:
10 × €1.666,67 = €16.667 -> - eigen vermogen
4. Wanneer wordt de rente betaald?
Achteraf/vooraf?
Per hoeveel maanden?
Wanneer? LET OP! Nieuw jaar hoort er dus niet bij
o 30/6 → rente maart–april–mei–juni
4 × €1.666,67 = €6.667
o 31/10 → rente juli–augustus–september–oktober
4 × €1.666,67 = €6.667
Totaal betaald in 202x -> - bank
o 28/2 (202x+1) → rente nov–dec
Nog niet betaald = schuld
5. Welke rente hoort bij 202x maar is nog niet betaald?
november + december = 2 maanden
2 × €1.666,67 = €3.333
6. Wat gebeurt er met het eigen vermogen?
Alle rente die bij 202x hoort telt mee als kosten:
Betaald (€13.334) + nog te betalen (€3.333) = €16.667 -> - eigen vermogen
Eindoverzicht balansmutaties
Ontvangst lening
Bank + €400.000
Vreemd Vermogen (banklening 5%) + €400.000
Rente-effect 202x
Bank – €13.334
Nog te betalen kosten + €3.333
Eigen Vermogen – €16.667
Per 1/3 zijn de panden voor het eerst verhuurd aan derden voor €100.000 per jaar. De huur wordt door de huurders contant per vier
maanden vooruit betaald op 1/3, 1/7, en 1/11 van elk jaar, voor het eerst op 1/3/202x.
1. Huur = opbrengst -> + eigen vermogen
Maar: alleen het deel dat bij 202x hoort.
2. Wat is de huur per maand en over hoeveel maand loopt de huur?
De jaarhuur is €100.000.
€100.000 ÷ 12 = €8.333,33 per maand
De huur loopt vanaf 1 maart 202x. In 202x lopen de maanden: maart t/m december = 10 maanden
3. Hoeveel huur is opbrengst van 202x?
Opbrengst = maanden die in 202x vallen:
10 × €8.333,33 = €83.333 -> + eigen vermogen