Sociologie
Thema 1: het sociologisch perspectief
Wat is sociologie?
Sociologie is de wetenschap die begaan is met de systematische studie van:
- Interacties tussen personen en of sociale eenheden (meso niveau)
- De wijze waarop het verloop van deze sociale interactie wordt bepaald door de
omgeving en resulteert in de ontwikkeling van vaste patronen (macro niveau)
- Gevolgen daarvan voor het menselijk gedrag (micro niveau)
Hebben alle 3 invloed op elkaar!
Sociologie = de studie van de westerse samenleving. De systematische studie van
samenlevingen waarbij er gekeken wordt naar de invloed van die drie zaken op elkaar.
Antropologie = studie die zich focuste op de cultuur van samenlevingen (van vreemde
samenlevingen)
De historische achtergrond van de sociologie
De sociologie is sinds 150 jaar een zelfstandige wetenschappelijke discipline.
De mens heeft altijd al gezocht naar verklaringen van hun leven/ de wereld rond hen.
- In archaïsche SL: verklaringen buiten de mens om (een ziekte of een iemand die
gestorven is legde men de verklaring buiten de samenleving, in het bovennatuurlijke,
in het goddelijke), het geloofssysteem verklaarde alles.
- In de huidige SL: verklaringen in de SL zelf/ empirische toetsing om tot generalistische
uitspraken te komen.
1. Een sterke secularisering, religie wordt minder belangrijk in het dagelijks leven
en in de samenleving. Meer wetenschappelijke verklaring. Individuen zoeken
soms wel verklaring van bovenaf. Samenleving wetenschappelijke verklaring.
2. Vanaf het humanisme => alle mensen als individu maken de samenleving, het
idee dat zij het doen en niet meer die ‘boven hun’, zet met in een positie van
‘ja hoe gaan we het nu doen?’. Zo is de wetenschap van de sociologie daar
belangrijk geworden.
3. Industriële revolutie => start in England, grotere gemeenschappen,
groterenetwerken. De sociale hulp die je kreeg in je dorp, dat wegvalt.
Mensen gingen werken in steden, maar de vraag was kleiner dan het
aanbod. Heel veel mensen wouden werken waardoor bv een fabriek zomaar
iemand kon buiten zetten en direct iemand nieuw kon aannemen. Mensen
die niet konden werken werden opgevangen door ‘vrijwilligers’ en zo ontstond
het sociaal werk een beetje.
De sociologie ontwikkelde zich in een periode van grote maatschappelijke veranderingen.
, De sociologische verbeelding
= op welke manier kijken sociologen naar de samenleving? Sociologen zijn goed in het
bedenken van concepten.
= het is een wetenschappelijk perspectief en het verbindt wat mensen persoonlijk ervaren in
het leven, wat da ze precies doen, met verschillende structuren in de samenleving.
Wat wij vaak als een individueel probleem ervaren is vaak in werkelijkheid een
maatschappelijk vraagstuk.
Socioloog is niet geïnteresseerd in een individuele keuze van iemand maar wel in iets wat dat
meerdere mensen kiezen of doen… in een fenomeen en dan kijken ze welk effect dat dat
geeft op individuele mensen.
Kort gezegd: sociale verbeelding is zien hoe jouw leven samenhangt met de maatschappij.
voorbeelden
Menselijk gedrag (micro) = omvat de ervaringen/ acties van één persoon of een kleine
groep mensen. Het gaat om directe interacties tussen individuen. (in een gezin, met een
vriend, collega, met een geliefde…)
Interacties (meso) = omvat interacties in groepen, wijken, organisaties of gemeenschappen.
Een omgeving waar je je bevindt los van je gezin…
Omgeving (macro) = op dit niveau worden grootschalige sociale systemen, structuren en
instituties bestudeerd, zoals de overheid, de economie of culturele patronen op
maatschappelijk niveau.
Voorbeeld 1: studeren
Context:
Microniveau => omdat de student zelf zijn studies moet betalen, levenservaring op doet voor
je studiekeuze…
Mesoniveau => op school nooit gezien wat je na secundair onderwijs allemaal kan doen
waaronder een sabbat jaar dan wordt dat niet als normaal zien en zullen mensen dan
minder vaak doen.
, Meso en micro kunnen elkaar heel de tijd beïnvloeden, bijvoorbeeld als toch een paar
kinderen hebben gesloten dat te doen kan de school denken om dat volgend jaar misschien
tijdens de begeleiden daar meer over te vertellen.
Macroniveau => een samenleving die het belangrijk vindt om snel een diploma te behalen
en erna te gaan werken.
Voorbeeld 2: ons denken en doen ivm ons haar
Context:
Je kapsel heeft te maken met de groepen waar je deel van uitmaakt.
Trends hoe je je kapsel doet.
Microniveau => het is gemakkelijk, omdat ik dat mooi vind.
Mesoniveau => Ik kies dat want dat is populair op school.
Macroniveau => mode, trends, media
Voorbeeld 3: levensverwachtingen
Context:
Microniveau => leefstijl, zoals voeding, beweging, roken… persoonlijke keuzes, maar niet
iedereen heeft dezelfde mogelijkheden.
Mesoniveau => opleiding, beroep, inkomen… invloed van werk of gezin…
Marconiveau => ongelijkheid in inkomen en onderwijs (bv bijzonder onderwijs), toegang tot
gezondheidszorg, woonomstandigheden, grote maatschappelijke gebeurtenissen (COVID-
19 deed de levensverwachtingen dalen vooral bij lagere sociaal economische klasse)
Voorbeeld 4: Armoede
Verklaringen van armoede:
, - Verklaring persoonlijke tekorten (eigen schuld dikke bult) fout van de persoon zelf.
- Verklaring persoonlijke tegenslagen (persoonlijk pech) gevolg van persoonlijke
tegenslag
- Verklaring maatschappelijke structuur (oneerlijke verdeling van kansen) fout van de
maatschappij
- Verklaring maatschappelijke verandering (de maatschappij heeft pech) gevolg van
maatschappelijke tegenslag
Microniveau =>
- Individueel verantwoordelijkheid: een verkeerde financiële beslissing => het is je eigen
fout.
- Individueel toevalsfactoren: ongeval, een ziekte => je had gewoon pech
Mesoniveau =>
- Groepsverantwoordelijkheid: discriminatie op de arbeidsmarkt => instellingen laten
sommige groepen in de steek
- Groepstoevalsfactoren: opgroeien in een arme buurt, slechte scholen, weinig jobs in
de buurt => je groep heeft minder kansen
Macroniveau =>
- Maatschappelijke verantwoordelijkheid: armoede als gevolg van structurele
ongelijkheid ongelijke verdeling van de rijkdom, falende sociale zekerheid, ongelijk
inkomen, woonbeleid… => de samenleving is verantwoordelijk
- Maatschappelijke toevalsfactoren: grote maatschappelijke gebeurtenis
economische crisis, pandemie, inflatie => de samenleving heeft pech
Voorbeeld 5: ongelijkheid in onderwijsprestaties bij leerlingen met migratieachtergrond
Microniveau =>
- Individueel verantwoordelijkheid: je hebt er zelf hard voor gewerkt => persoonlijke
verdienste/ lage verwachtingen (het ligt aan de leerling zelf)
Thema 1: het sociologisch perspectief
Wat is sociologie?
Sociologie is de wetenschap die begaan is met de systematische studie van:
- Interacties tussen personen en of sociale eenheden (meso niveau)
- De wijze waarop het verloop van deze sociale interactie wordt bepaald door de
omgeving en resulteert in de ontwikkeling van vaste patronen (macro niveau)
- Gevolgen daarvan voor het menselijk gedrag (micro niveau)
Hebben alle 3 invloed op elkaar!
Sociologie = de studie van de westerse samenleving. De systematische studie van
samenlevingen waarbij er gekeken wordt naar de invloed van die drie zaken op elkaar.
Antropologie = studie die zich focuste op de cultuur van samenlevingen (van vreemde
samenlevingen)
De historische achtergrond van de sociologie
De sociologie is sinds 150 jaar een zelfstandige wetenschappelijke discipline.
De mens heeft altijd al gezocht naar verklaringen van hun leven/ de wereld rond hen.
- In archaïsche SL: verklaringen buiten de mens om (een ziekte of een iemand die
gestorven is legde men de verklaring buiten de samenleving, in het bovennatuurlijke,
in het goddelijke), het geloofssysteem verklaarde alles.
- In de huidige SL: verklaringen in de SL zelf/ empirische toetsing om tot generalistische
uitspraken te komen.
1. Een sterke secularisering, religie wordt minder belangrijk in het dagelijks leven
en in de samenleving. Meer wetenschappelijke verklaring. Individuen zoeken
soms wel verklaring van bovenaf. Samenleving wetenschappelijke verklaring.
2. Vanaf het humanisme => alle mensen als individu maken de samenleving, het
idee dat zij het doen en niet meer die ‘boven hun’, zet met in een positie van
‘ja hoe gaan we het nu doen?’. Zo is de wetenschap van de sociologie daar
belangrijk geworden.
3. Industriële revolutie => start in England, grotere gemeenschappen,
groterenetwerken. De sociale hulp die je kreeg in je dorp, dat wegvalt.
Mensen gingen werken in steden, maar de vraag was kleiner dan het
aanbod. Heel veel mensen wouden werken waardoor bv een fabriek zomaar
iemand kon buiten zetten en direct iemand nieuw kon aannemen. Mensen
die niet konden werken werden opgevangen door ‘vrijwilligers’ en zo ontstond
het sociaal werk een beetje.
De sociologie ontwikkelde zich in een periode van grote maatschappelijke veranderingen.
, De sociologische verbeelding
= op welke manier kijken sociologen naar de samenleving? Sociologen zijn goed in het
bedenken van concepten.
= het is een wetenschappelijk perspectief en het verbindt wat mensen persoonlijk ervaren in
het leven, wat da ze precies doen, met verschillende structuren in de samenleving.
Wat wij vaak als een individueel probleem ervaren is vaak in werkelijkheid een
maatschappelijk vraagstuk.
Socioloog is niet geïnteresseerd in een individuele keuze van iemand maar wel in iets wat dat
meerdere mensen kiezen of doen… in een fenomeen en dan kijken ze welk effect dat dat
geeft op individuele mensen.
Kort gezegd: sociale verbeelding is zien hoe jouw leven samenhangt met de maatschappij.
voorbeelden
Menselijk gedrag (micro) = omvat de ervaringen/ acties van één persoon of een kleine
groep mensen. Het gaat om directe interacties tussen individuen. (in een gezin, met een
vriend, collega, met een geliefde…)
Interacties (meso) = omvat interacties in groepen, wijken, organisaties of gemeenschappen.
Een omgeving waar je je bevindt los van je gezin…
Omgeving (macro) = op dit niveau worden grootschalige sociale systemen, structuren en
instituties bestudeerd, zoals de overheid, de economie of culturele patronen op
maatschappelijk niveau.
Voorbeeld 1: studeren
Context:
Microniveau => omdat de student zelf zijn studies moet betalen, levenservaring op doet voor
je studiekeuze…
Mesoniveau => op school nooit gezien wat je na secundair onderwijs allemaal kan doen
waaronder een sabbat jaar dan wordt dat niet als normaal zien en zullen mensen dan
minder vaak doen.
, Meso en micro kunnen elkaar heel de tijd beïnvloeden, bijvoorbeeld als toch een paar
kinderen hebben gesloten dat te doen kan de school denken om dat volgend jaar misschien
tijdens de begeleiden daar meer over te vertellen.
Macroniveau => een samenleving die het belangrijk vindt om snel een diploma te behalen
en erna te gaan werken.
Voorbeeld 2: ons denken en doen ivm ons haar
Context:
Je kapsel heeft te maken met de groepen waar je deel van uitmaakt.
Trends hoe je je kapsel doet.
Microniveau => het is gemakkelijk, omdat ik dat mooi vind.
Mesoniveau => Ik kies dat want dat is populair op school.
Macroniveau => mode, trends, media
Voorbeeld 3: levensverwachtingen
Context:
Microniveau => leefstijl, zoals voeding, beweging, roken… persoonlijke keuzes, maar niet
iedereen heeft dezelfde mogelijkheden.
Mesoniveau => opleiding, beroep, inkomen… invloed van werk of gezin…
Marconiveau => ongelijkheid in inkomen en onderwijs (bv bijzonder onderwijs), toegang tot
gezondheidszorg, woonomstandigheden, grote maatschappelijke gebeurtenissen (COVID-
19 deed de levensverwachtingen dalen vooral bij lagere sociaal economische klasse)
Voorbeeld 4: Armoede
Verklaringen van armoede:
, - Verklaring persoonlijke tekorten (eigen schuld dikke bult) fout van de persoon zelf.
- Verklaring persoonlijke tegenslagen (persoonlijk pech) gevolg van persoonlijke
tegenslag
- Verklaring maatschappelijke structuur (oneerlijke verdeling van kansen) fout van de
maatschappij
- Verklaring maatschappelijke verandering (de maatschappij heeft pech) gevolg van
maatschappelijke tegenslag
Microniveau =>
- Individueel verantwoordelijkheid: een verkeerde financiële beslissing => het is je eigen
fout.
- Individueel toevalsfactoren: ongeval, een ziekte => je had gewoon pech
Mesoniveau =>
- Groepsverantwoordelijkheid: discriminatie op de arbeidsmarkt => instellingen laten
sommige groepen in de steek
- Groepstoevalsfactoren: opgroeien in een arme buurt, slechte scholen, weinig jobs in
de buurt => je groep heeft minder kansen
Macroniveau =>
- Maatschappelijke verantwoordelijkheid: armoede als gevolg van structurele
ongelijkheid ongelijke verdeling van de rijkdom, falende sociale zekerheid, ongelijk
inkomen, woonbeleid… => de samenleving is verantwoordelijk
- Maatschappelijke toevalsfactoren: grote maatschappelijke gebeurtenis
economische crisis, pandemie, inflatie => de samenleving heeft pech
Voorbeeld 5: ongelijkheid in onderwijsprestaties bij leerlingen met migratieachtergrond
Microniveau =>
- Individueel verantwoordelijkheid: je hebt er zelf hard voor gewerkt => persoonlijke
verdienste/ lage verwachtingen (het ligt aan de leerling zelf)