Samenvatting Psychologie een inleiding
Hoofdstuk 1 Geest, Gedrag en Psychologische wetenschap
Wat is psychologie?
- Psychologie is de wetenschap die menselijk gedrag bestudeert. Waarom vertoont iemand dat
gedrag en wat zijn de redenen?
- Psychologie komt van de woorden psyche = geest en logie = wetenschap
- Gaat ook over geestelijke (alles wat zich in het hoofd afspeelt,
gedachten, gevoelens, hoe je leert, hoe je de wereld waarneemt) en
mentale processen, wat nemen we waar? Hoe kijken we naar
onszelf? Mensen nemen dingen en de omgeving heel anders waar,
omdat iedereen een hele andere mentale bagage heeft.
- Psychologen zijn geïnteresseerd in al het gedrag ‘goed’, ‘normaal’,
‘slecht’ en ‘abnormaal’ -> hoe kan het dat mensen tussen bepaald
gedrag gaan laveren.
- Het terrein van de psychologie beslaat zowel de interne (denken, voelen, etc) als de externe
(praten, glimlachen, etc) processen.
- Pedagogische wetenschappen -> hoe gedragen kinderen zich en hoe vindt de opvoeding plaats in
elk gezin?
Vakgebied psychologen
1. Experimenteel psychologen (onderzoek psychologen) -> is de kleinste groep psychologen. Ze
voeren veel onderzoek uit waaruit nieuwe kennis komt die weer wordt gebruikt door andere
psychologen.
2. Docenten psychologie -> geven les en doen vaak ook wetenschappelijk onderzoek.
3. Toegepast psychologen -> gebruiken kennis uit onderzoeken experimenteel psychologen. Zij
helpen mensen of ontwerpen speciale gereedschappen en behandelingen.
Specialisaties toegepaste psychologie
1. Arbeids- en organisatiepsychologen (A&O -psychologen) -> zijn gespecialiseerd in de
productiviteit en het arbeidersmoraal op werk. Ook voeren ze onderzoeken uit over actuele
onderwerpen.
2. Sportpsychologen -> zijn gespecialiseerd in het verbeteren van de prestaties en motivatie van
atleten d.m.v. trainingssessies. Daarnaast helpen ze atleten hun emoties onder druk te
beheersen. Ook doen ze onderzoek.
3. Schoolpsychologen -> zijn gespecialiseerd in lesgeven en leren. Hoe worden schoolprestaties
beïnvloed? -> Zoals manier van leren, het gezin of persoonlijke omstandigheden. Ook richten
zij zich op de sociale omstandigheden van leerlingen. Ze diagnosticeren leer- en
gedragsproblemen en geven advies aan leraren, ouders en leerlingen.
, 4. Klinische psychologen en counselors -> helpen mensen zich aan te passen aan sociale en
emotionele omstandigheden. Ook helpen ze bij het maken van moeilijke keuzes in het leven,
denk aan werk of in relaties. De opleiding duurt hiervoor 10 jaar.
5. Forensisch psychologen -> geven hun expertise aan wets- en rechtssystemen. Ook testen ze
gevangen in penitentiaire of tbs-inrichtingen of ze vrijgelaten kunnen worden in de
samenleving. Daarnaast beoordelen ze ook verklaringen en getuigenissen in zaken.
6. Omgevingspsychologen -> zijn gespecialiseerd in het verbeteren van de interactie met de
omgeving en het milieu. Ook helpen ze cliënten om zich te blijven inzetten voor
duurzaamheid en geven ze workshops waarin de voordelen van interactie met de natuur voor
het mentale welzijn wordt uitgelegd.
7. Gerontopsychologen -> beoordelen het functioneren van ouderen (64+) en verstrekken
begeleiding aan hen. Zo helpen ze ouderen het potentieel die ze nog hebben maximaal te
benutten in hun laatste levensfase.
Psychologie vs. Psychiatrie vs. pseudopsychologie
- Psychiatrie -> is een medische specialisatie vanuit de geneeskunde. Behandeling van geestelijke
en gedragsmatige problemen met behulp van medicijnen. Ze behandelen ernstige psychische
stoornissen en bekijken het vanuit een medische invalshoek.
- Psychologie -> gefocust op menselijk gedrag en geestelijke processen, van hersenfuncties tot en
met het sociale. Het is niet medisch en bekijken het vanuit een psychologische invalshoek.
- Pseudopsychologie -> niet onderbouwde psychologische aannamen die als wetenschappelijke
waarheden worden gepresenteerd.
Zes vaardigheden kritisch denken
1. Wat is de bron? -> heeft de auteur feitelijke kennis, advies gevraagd aan iemand in de
expertise of heeft de auteur iets te winnen?
2. Is de bewering redelijk of extreem? -> let op de woorden revolutionair en doorbraak. Gaat
het tegen bestaande kennis in? Is het een afschrikprogramma of een snelle oplossing. Een
snelle oplossing voor een moeilijk probleem bestaat niet.
3. Wat is het bewijsmateriaal? -> anekdotisch bewijs? -> Zijn alleen ervaringen niet 100%
betrouwbaar. Wetenschappelijk bewijs is nodig met wetenschappelijk onderzoek.
4. Kan de conclusie zijn beïnvloed door bias? -> bijvoorbeeld omkoperij
o Emotionele bias -> mensen zijn bang voor misdaad en misdadigers, en willen vaak ook
een strenge aanpak van misdadig gedrag. Door dit gevoel of vooroordeel kan het
afschrikprogramma aantrekkelijk zijn voor veel mensen, eenvoudigweg vanwege de
strengheid ervan.
o Confirmation bias (bevestigingsbias) -> de zeer menselijke neiging om ons
gebeurtenissen te herinneren die onze aannamen bevestigen en tegenstrijdige bewijzen
te negeren of te vergeten. Door confirmation bias kan bijvoorbeeld worden verklaard
waarom mensen in astrologie blijven geloven: ze onthouden de voorspellingen die leken
te kloppen en vergeten de voorspellingen die ernaast zaten. De uitkomsten van
onderzoeken leveren sterk bewijsmateriaal voor het feit dat de hersenen fysiek een
bevestigingsbiasmodus kunnen inschakelen als ze met tegenstrijdig bewijsmateriaal
, worden geconfronteerd. Het was alsof de hersenen zeiden: ‘Ik wil niets horen dat in strijd
is met mijn overtuigingen.’ Er is dus extra inspanning nodig om deze bias te vermijden.
5. Worden veelvoorkomende denkfouten vermeden? -> de denkfout die het meest van
toepassing is op het afschrikprogramma is de aanname dat gezond verstand een substituut is
voor wetenschappelijk bewijs. Vaak kan gezond verstand een stelling zowel ondersteunen als
onderuithalen. Alleen een zorgvuldige analyse van bewijzen voor en tegen de stelling kan
leiden tot een betrouwbaar antwoord.
Een andere denkfout is dat we aannemen als twee dingen tegelijkertijd voorkomen, het een
het ander moet veroorzaken -> de correlatie-causaliteit-denkfout. Omdat mensen nu
eenmaal dingen willen verklaren, trekken we een dergelijke foutieve conclusie. In plaats
daarvan moeten we andere interpretaties over de relatie in overweging nemen en meer
ondersteunende gegevens vinden.
6. Zijn voor het oplossen van het probleem verschillende invalshoeken nodig? -> een complex
probleem moet vanuit verschillende perspectieven worden bekeken. Voor een probleem dat
uit meerdere facetten bestaat, is een complexere oplossing nodig dan een
afschrikprogramma.
Welke verschillende psychologische perspectieven bestaan er?
- Ze belangrijkste perspectieven
1. Biologisch
2. Cognitief
3. Behavioristisch
4. Whole-person
5. Ontwikkelings
6. Sociocultureel
- Deze stromingen zijn in reactie op elkaar ontstaan
Wat houden die perspectieven in en hoe zijn ze ontstaan?
Biologisch perspectief
- Biologisch -> menselijk gedrag en geestelijke processen worden bepaald door onze biologen,
zoals hersenen en zenuwstelsel, hormonen en genen. Neuro- en evolutionaire psychologie vallen
er ook onder.
- Neurowetenschap -> het vakgebied dat zich richt op het begrip van hoe de hersenen gedachten,
gevoelens, motieven, bewustzijn, herinneringen en andere mentale processen creëren.
Voorbeeld -> brein ontwikkelt zich door tot na het twintigste levensjaar. Alcohol heeft invloed op
ontwikkeling brein, dus nu alcoholgrens 18 jaar vroeger 16 jaar.
Voorbeeld 2 -> genetische bagage, dus of je wel of niet een psychische stoornis ontwikkeld -> is
gedeelte via genen meegegeven -> genetische kwetsbaarheid.
Voorbeeld 3 -> Tweelingonderzoek -> worden eeneiige tweeling sneller depressief dan twee-eiige
tweelingen. Vaak omgeving gelijk, enige verschil hoe sterk ze genetisch op elkaar lijken. Als de
eeneiige tweeling sneller depressief is heb je bewijs voor een genetisch component -> genen.
, - Evolutionaire psychologie -> een groot deel van het menselijk gedrag voort uit overgeërfde
neigingen. Onze genetische opmaak, die aan onze meest fundamentele gedragingen ten
grondslag ligt, is gevormd door de omstandigheden waarin onze genetische voorouders
duizenden jaren geleden verkeerden.
Voorbeeld -> Vrouwen vinden mannen aantrekkelijk die zorgzame partners zijn want dat helpt
onze soort te overleven. Mannen gefotografeerd met kind werden aantrekkelijker gevonden dan
mannen zonder kind.
- Natuurlijke selectie (Darwin) -> organismen met erfelijke eigenschappen die beter geschikt zijn
voor hun omgeving, een hogere kans hebben om te overleven en zich voort te planten.
Cognitieve perspectief
- Cognitief -> de staat geest centraal. Menselijk gedrag wordt veroorzaakt door geestelijke
processen, zoals: Hoe nemen we de wereld waar? Hoe denken we? Hoe leren we? Hoe
onthouden we dingen? Met cognitief is de wetenschappelijke psychologie begonnen. Cognitie is
denken.
- Voorbeeld -> als je weet hoe het per individu gaat in een gezin weet je nog niet hoe het gezin
gaat. Hoe ze met elkaar interacteren.
Voorbeeld 2 -> getuigenverklaringen, de manier waarop je vragen stelt aan kinderen in een
verhoor heeft invloed op de antwoorden die je krijgt. Wat kan jij je herinneren, zijn die
herinneringen betrouwbaar.
Voorbeeld 3 -> verkeersborden zijn gebaseerd uit de kennis welke kleuren onze aandacht vangt,
bij welke vorm moet je stoppen.
- Wilhelm Hundt (eerste psycholoog met onderzoekslaboratorium) -> waar is onze perceptie van
de wereld uit opgebouwd. Laten inspireren door de scheikunde en het onderzoek ervan. Volgens
hem bestond al onze verstandelijke activiteit uit verschillende combinaties van deze elementaire
processen. Hij deed veel onderzoek via introspectie en later deed Edward B. Titchener (pupil)
onderzoeken met structuralisme.
- Introspectie -> beschrijving van je eigen innerlijke, bewuste ervaringen.
- Structuralisme -> Historische stroming binnen de psychologie die de basisstructuren van de geest
en gedachten trachtte te ontrafelen. Structuralisten zochten de elementen van de bewuste
ervaring.
- Kritiek -> de introspectieve methode te subjectief was, want hoe kunnen we de nauwkeurigheid
beoordelen van de beschrijving die mensen zelf van hun gedachten en gevoelens geven?
- Gestaltepsychologie -> concentreerden zich op het geheel van onze bewustzijnservaringen als
meer dan de som van de delen en probeerden te begrijpen hoe we perceptuele gehelen vormen.
- William James (Amerikaanse psycholoog) -> de psychologie moest zich richten op de functie van
het bewustzijn en niet alleen op de structuur ervan. James vond Darwins idee dat organismen
zich aan hun omgeving aanpasten erg interessant. Hij stelde daarom dat de psychologie zou
moeten verklaren op welke wijze mensen zich aanpassen -> toegepaste psychologie
(grondleggers).
- Functionalisme -> Historische stroming binnen de psychologie die meende dat psychische
processen het beste begrepen kunnen worden in het licht van hun adaptieve nut en functie.
Hoofdstuk 1 Geest, Gedrag en Psychologische wetenschap
Wat is psychologie?
- Psychologie is de wetenschap die menselijk gedrag bestudeert. Waarom vertoont iemand dat
gedrag en wat zijn de redenen?
- Psychologie komt van de woorden psyche = geest en logie = wetenschap
- Gaat ook over geestelijke (alles wat zich in het hoofd afspeelt,
gedachten, gevoelens, hoe je leert, hoe je de wereld waarneemt) en
mentale processen, wat nemen we waar? Hoe kijken we naar
onszelf? Mensen nemen dingen en de omgeving heel anders waar,
omdat iedereen een hele andere mentale bagage heeft.
- Psychologen zijn geïnteresseerd in al het gedrag ‘goed’, ‘normaal’,
‘slecht’ en ‘abnormaal’ -> hoe kan het dat mensen tussen bepaald
gedrag gaan laveren.
- Het terrein van de psychologie beslaat zowel de interne (denken, voelen, etc) als de externe
(praten, glimlachen, etc) processen.
- Pedagogische wetenschappen -> hoe gedragen kinderen zich en hoe vindt de opvoeding plaats in
elk gezin?
Vakgebied psychologen
1. Experimenteel psychologen (onderzoek psychologen) -> is de kleinste groep psychologen. Ze
voeren veel onderzoek uit waaruit nieuwe kennis komt die weer wordt gebruikt door andere
psychologen.
2. Docenten psychologie -> geven les en doen vaak ook wetenschappelijk onderzoek.
3. Toegepast psychologen -> gebruiken kennis uit onderzoeken experimenteel psychologen. Zij
helpen mensen of ontwerpen speciale gereedschappen en behandelingen.
Specialisaties toegepaste psychologie
1. Arbeids- en organisatiepsychologen (A&O -psychologen) -> zijn gespecialiseerd in de
productiviteit en het arbeidersmoraal op werk. Ook voeren ze onderzoeken uit over actuele
onderwerpen.
2. Sportpsychologen -> zijn gespecialiseerd in het verbeteren van de prestaties en motivatie van
atleten d.m.v. trainingssessies. Daarnaast helpen ze atleten hun emoties onder druk te
beheersen. Ook doen ze onderzoek.
3. Schoolpsychologen -> zijn gespecialiseerd in lesgeven en leren. Hoe worden schoolprestaties
beïnvloed? -> Zoals manier van leren, het gezin of persoonlijke omstandigheden. Ook richten
zij zich op de sociale omstandigheden van leerlingen. Ze diagnosticeren leer- en
gedragsproblemen en geven advies aan leraren, ouders en leerlingen.
, 4. Klinische psychologen en counselors -> helpen mensen zich aan te passen aan sociale en
emotionele omstandigheden. Ook helpen ze bij het maken van moeilijke keuzes in het leven,
denk aan werk of in relaties. De opleiding duurt hiervoor 10 jaar.
5. Forensisch psychologen -> geven hun expertise aan wets- en rechtssystemen. Ook testen ze
gevangen in penitentiaire of tbs-inrichtingen of ze vrijgelaten kunnen worden in de
samenleving. Daarnaast beoordelen ze ook verklaringen en getuigenissen in zaken.
6. Omgevingspsychologen -> zijn gespecialiseerd in het verbeteren van de interactie met de
omgeving en het milieu. Ook helpen ze cliënten om zich te blijven inzetten voor
duurzaamheid en geven ze workshops waarin de voordelen van interactie met de natuur voor
het mentale welzijn wordt uitgelegd.
7. Gerontopsychologen -> beoordelen het functioneren van ouderen (64+) en verstrekken
begeleiding aan hen. Zo helpen ze ouderen het potentieel die ze nog hebben maximaal te
benutten in hun laatste levensfase.
Psychologie vs. Psychiatrie vs. pseudopsychologie
- Psychiatrie -> is een medische specialisatie vanuit de geneeskunde. Behandeling van geestelijke
en gedragsmatige problemen met behulp van medicijnen. Ze behandelen ernstige psychische
stoornissen en bekijken het vanuit een medische invalshoek.
- Psychologie -> gefocust op menselijk gedrag en geestelijke processen, van hersenfuncties tot en
met het sociale. Het is niet medisch en bekijken het vanuit een psychologische invalshoek.
- Pseudopsychologie -> niet onderbouwde psychologische aannamen die als wetenschappelijke
waarheden worden gepresenteerd.
Zes vaardigheden kritisch denken
1. Wat is de bron? -> heeft de auteur feitelijke kennis, advies gevraagd aan iemand in de
expertise of heeft de auteur iets te winnen?
2. Is de bewering redelijk of extreem? -> let op de woorden revolutionair en doorbraak. Gaat
het tegen bestaande kennis in? Is het een afschrikprogramma of een snelle oplossing. Een
snelle oplossing voor een moeilijk probleem bestaat niet.
3. Wat is het bewijsmateriaal? -> anekdotisch bewijs? -> Zijn alleen ervaringen niet 100%
betrouwbaar. Wetenschappelijk bewijs is nodig met wetenschappelijk onderzoek.
4. Kan de conclusie zijn beïnvloed door bias? -> bijvoorbeeld omkoperij
o Emotionele bias -> mensen zijn bang voor misdaad en misdadigers, en willen vaak ook
een strenge aanpak van misdadig gedrag. Door dit gevoel of vooroordeel kan het
afschrikprogramma aantrekkelijk zijn voor veel mensen, eenvoudigweg vanwege de
strengheid ervan.
o Confirmation bias (bevestigingsbias) -> de zeer menselijke neiging om ons
gebeurtenissen te herinneren die onze aannamen bevestigen en tegenstrijdige bewijzen
te negeren of te vergeten. Door confirmation bias kan bijvoorbeeld worden verklaard
waarom mensen in astrologie blijven geloven: ze onthouden de voorspellingen die leken
te kloppen en vergeten de voorspellingen die ernaast zaten. De uitkomsten van
onderzoeken leveren sterk bewijsmateriaal voor het feit dat de hersenen fysiek een
bevestigingsbiasmodus kunnen inschakelen als ze met tegenstrijdig bewijsmateriaal
, worden geconfronteerd. Het was alsof de hersenen zeiden: ‘Ik wil niets horen dat in strijd
is met mijn overtuigingen.’ Er is dus extra inspanning nodig om deze bias te vermijden.
5. Worden veelvoorkomende denkfouten vermeden? -> de denkfout die het meest van
toepassing is op het afschrikprogramma is de aanname dat gezond verstand een substituut is
voor wetenschappelijk bewijs. Vaak kan gezond verstand een stelling zowel ondersteunen als
onderuithalen. Alleen een zorgvuldige analyse van bewijzen voor en tegen de stelling kan
leiden tot een betrouwbaar antwoord.
Een andere denkfout is dat we aannemen als twee dingen tegelijkertijd voorkomen, het een
het ander moet veroorzaken -> de correlatie-causaliteit-denkfout. Omdat mensen nu
eenmaal dingen willen verklaren, trekken we een dergelijke foutieve conclusie. In plaats
daarvan moeten we andere interpretaties over de relatie in overweging nemen en meer
ondersteunende gegevens vinden.
6. Zijn voor het oplossen van het probleem verschillende invalshoeken nodig? -> een complex
probleem moet vanuit verschillende perspectieven worden bekeken. Voor een probleem dat
uit meerdere facetten bestaat, is een complexere oplossing nodig dan een
afschrikprogramma.
Welke verschillende psychologische perspectieven bestaan er?
- Ze belangrijkste perspectieven
1. Biologisch
2. Cognitief
3. Behavioristisch
4. Whole-person
5. Ontwikkelings
6. Sociocultureel
- Deze stromingen zijn in reactie op elkaar ontstaan
Wat houden die perspectieven in en hoe zijn ze ontstaan?
Biologisch perspectief
- Biologisch -> menselijk gedrag en geestelijke processen worden bepaald door onze biologen,
zoals hersenen en zenuwstelsel, hormonen en genen. Neuro- en evolutionaire psychologie vallen
er ook onder.
- Neurowetenschap -> het vakgebied dat zich richt op het begrip van hoe de hersenen gedachten,
gevoelens, motieven, bewustzijn, herinneringen en andere mentale processen creëren.
Voorbeeld -> brein ontwikkelt zich door tot na het twintigste levensjaar. Alcohol heeft invloed op
ontwikkeling brein, dus nu alcoholgrens 18 jaar vroeger 16 jaar.
Voorbeeld 2 -> genetische bagage, dus of je wel of niet een psychische stoornis ontwikkeld -> is
gedeelte via genen meegegeven -> genetische kwetsbaarheid.
Voorbeeld 3 -> Tweelingonderzoek -> worden eeneiige tweeling sneller depressief dan twee-eiige
tweelingen. Vaak omgeving gelijk, enige verschil hoe sterk ze genetisch op elkaar lijken. Als de
eeneiige tweeling sneller depressief is heb je bewijs voor een genetisch component -> genen.
, - Evolutionaire psychologie -> een groot deel van het menselijk gedrag voort uit overgeërfde
neigingen. Onze genetische opmaak, die aan onze meest fundamentele gedragingen ten
grondslag ligt, is gevormd door de omstandigheden waarin onze genetische voorouders
duizenden jaren geleden verkeerden.
Voorbeeld -> Vrouwen vinden mannen aantrekkelijk die zorgzame partners zijn want dat helpt
onze soort te overleven. Mannen gefotografeerd met kind werden aantrekkelijker gevonden dan
mannen zonder kind.
- Natuurlijke selectie (Darwin) -> organismen met erfelijke eigenschappen die beter geschikt zijn
voor hun omgeving, een hogere kans hebben om te overleven en zich voort te planten.
Cognitieve perspectief
- Cognitief -> de staat geest centraal. Menselijk gedrag wordt veroorzaakt door geestelijke
processen, zoals: Hoe nemen we de wereld waar? Hoe denken we? Hoe leren we? Hoe
onthouden we dingen? Met cognitief is de wetenschappelijke psychologie begonnen. Cognitie is
denken.
- Voorbeeld -> als je weet hoe het per individu gaat in een gezin weet je nog niet hoe het gezin
gaat. Hoe ze met elkaar interacteren.
Voorbeeld 2 -> getuigenverklaringen, de manier waarop je vragen stelt aan kinderen in een
verhoor heeft invloed op de antwoorden die je krijgt. Wat kan jij je herinneren, zijn die
herinneringen betrouwbaar.
Voorbeeld 3 -> verkeersborden zijn gebaseerd uit de kennis welke kleuren onze aandacht vangt,
bij welke vorm moet je stoppen.
- Wilhelm Hundt (eerste psycholoog met onderzoekslaboratorium) -> waar is onze perceptie van
de wereld uit opgebouwd. Laten inspireren door de scheikunde en het onderzoek ervan. Volgens
hem bestond al onze verstandelijke activiteit uit verschillende combinaties van deze elementaire
processen. Hij deed veel onderzoek via introspectie en later deed Edward B. Titchener (pupil)
onderzoeken met structuralisme.
- Introspectie -> beschrijving van je eigen innerlijke, bewuste ervaringen.
- Structuralisme -> Historische stroming binnen de psychologie die de basisstructuren van de geest
en gedachten trachtte te ontrafelen. Structuralisten zochten de elementen van de bewuste
ervaring.
- Kritiek -> de introspectieve methode te subjectief was, want hoe kunnen we de nauwkeurigheid
beoordelen van de beschrijving die mensen zelf van hun gedachten en gevoelens geven?
- Gestaltepsychologie -> concentreerden zich op het geheel van onze bewustzijnservaringen als
meer dan de som van de delen en probeerden te begrijpen hoe we perceptuele gehelen vormen.
- William James (Amerikaanse psycholoog) -> de psychologie moest zich richten op de functie van
het bewustzijn en niet alleen op de structuur ervan. James vond Darwins idee dat organismen
zich aan hun omgeving aanpasten erg interessant. Hij stelde daarom dat de psychologie zou
moeten verklaren op welke wijze mensen zich aanpassen -> toegepaste psychologie
(grondleggers).
- Functionalisme -> Historische stroming binnen de psychologie die meende dat psychische
processen het beste begrepen kunnen worden in het licht van hun adaptieve nut en functie.