KLINISCHE CHEMIE THEORIE
DE WERKING VAN DE NIER
De filtratie:
Bloedbaan -> Kapsel van Bowman
Stoffen die klein genoeg zijn gaan mee met het filtraat, stoffen die te groot zijn blijven in de bloedbaan achter.
-> ew. moleculen zijn te groot voor de filteropening
Kracht van filtratie = bloeddruk in haarvaten
-> Wordt tegengewerkt door de spanning in kapsel van Bowman en osmotische druk van het bloed
Filtratiedruk
= verschil tss bloeddruk en osmotische druk
BD daalt -> filtratiedruk daalt -> minder filtraat -> Nier produceert renine -> BD verhoogt
(bij zeer sterke daling kan er zelfs anurie optreden)
Renine: Angiotensinogeen productie -> Angiotensine 1 -> Angiotensine 2 -> Aldosteronproductie door bijnierschors -
> Na+ uitscheiding vermindert -> BD verhoogt
De terugresorptie:
Nierbuisjes -> Bloedbaan
Resorptie door cellen in nierbuisjes: selectie van stoffen die moeten worden uitgescheiden en stoffen die in het
organisme weer moeten opgenomen worden.
H2O: Wordt in een grote hoeveelheid geresorbeerd waardoor de inhoud van de nierbuisjes sterk geconcentreerd is
Creatinine: Wordt niet geresorbeerd
Glucose: Wordt volledig geresorbeerd en opgenomen in de bloedbaan
Zouten: Worden gedeeltelijk geresorbeerd
=> Samenstelling in bloed constant houden
Regulatie door ADH en aldosteron: houden vochtgehalte en zoutgehalte constant in lichaam
BD te laag -> ADH productie -> Bevordert resorptie en vooral van H2O -> Urineproductie daalt, [ ] stijgt
BD te hoog -> ADH productie wordt onderdrukt -> Urineproductie stijgt, [ ] daalt
Aldosteron: Na+ resorptie en K+ uitscheiding stijgen -> Na+ neemt Cl- mee -> hoge [zout] in bloed -> Dorst ->
Vochtvolume stijgt
De excretie:
Bloedbaan -> Nierbuisjes
Stoffen die niet in het lichaam horen
Röntgenfoto’s van urinewegen: contrastmiddelen hebben door die uitscheiding een hoge [ ] in de urine
,AANDOENINGEN AAN DE NIER EN URINAIR STELSEL
Nierstenen:
= concrementen van materiaal die meestal ontstaan tgv anomalieën in de samenstelling vd urine en door een
verminderde urinaire flow.
Calciumstenen: te hoge waarde aan calcium in de urine
Fosfaatstenen: bij infecties met ureumsplitsende bacteriën zoals Proteus (alkalische urine wordt gevormd)
Urinezuurstenen: door stoornissen in de urinezuurstofwisseling zoals bij jicht
Erfelijke nierafwijkingen:
Polykysteuze nieren, cystinurie, afwijkingen in niertubuli, nefrotisch syndroom, …
Syndroom van Alport:
- Aangeboren
- Autosomaal-erfelijke chronische progressieve nefritis (nierontsteking)
PATHOMECHANISMEN BIJ NIERAANDOENINGEN
Proteïnurie:
Ew. afkomstig uit plasma en urinaire tractus
Meestal gaat het over albumine => “albuminurie”
Testen:
- Aantonen van proteïnen in urine (teststrook) + differentiaaldiagnose
- Dipstick – methode (vanaf 30 mg/dl) !!! NIET voor Bence-Jones ew.
- + test bij dipstick: concentratie in 24-u urinestaal bepalen
- Urinesediment
- Urine-eiwitelektroforese: oorsprong opsporen in ochtendurine
Lichte proteïnurie: bij koorts, stress en zware inspanningen
Micro-albuminerie: aangetoond via immuno-nefelometrie of met specifieke teststroken
Overproductie proteïnurie:
= overmatige productie van bepaalde ew. in bloedstroom -> overloop van het bloed naar urine
- Tubulaire reabsorptie-capaciteit is overschreden
- Bence-Jones ew.
- Komt voor bij hartinsufficiëntie, hartinfarct, trombose, craniocerebraal trauma, epileptische aanvallen
kolieken, koorts en post-operatief
Posterenale proteïnurie: ew. in de urine afkomstig van de urinaire tractus en van de geslachtsdelen
IEP (immunoëlektroforese):
- Ew. die normaal door glomerulus worden tegengehouden aan duiden (glomerulaire pathologie)
- Ew. die in de tubulus geresorbeerd worden aan duiden (tubulaire pathologie)
- Immunoglobulines opsporen
, Selectiviteitsindex: selectiviteit van de proteïnurie nagaan via kwantificatie van IgG en transferrine in serum en urine
[IgG(urine) x transferrine(serum)] / [IgG(serum) x transferrine(urine)]
<0,1: selectieve proteïnurie >0,2: niet selectieve proteïnurie
Oorzaken proteïnurie:
- Renale aandoening: glomerulaire / tubulaire proteïnurie, pyelonefritis, blaaskanker, glomerulosclerose, …
- Fysiologische toestand: sport, dehydratatie, koorts en onderkoeling, stress, lordose, zwangerschap, …
- Niet-renale aandoening: diabetes, hypertensie, hemoglobinurie, hartinsufficiëntie, infarcten, koorts, …
Hematurie: intacte RBC
RBC + ew (cilinders) => Bloeding in de nier zelf
RBC zonder ew. => Bloeding van de urinewegen
>20% dysmorfe RBC => Glomerulaire bloeding
Oorzaken:
- Nierziekten, stenen, tumoren, infecties, tbc, nierinfarct, trauma, tubulussclerose of nefrosclerose, …
- Aantasting van lagere urinewegen: acute en chronische bact. Infectie, stenen, tumoren, …
- Problemen thv de blaas: ontsteking, carcinoom, steen, …
- Extrarenale ziekten: hypertensie, hartfalen, bloedziekten, tromose, appendicitis, koorts, scheurbuik, …
- Tgv inname van sommige geneesmiddelen
=> Door de vele mogelijkheden is het best om andere parameters zoals leukocyten, nitriet en ew. te testen
Hemoglobinurie: gelyseerde RBC -> Hb
Macrohematurie: zichtbaar met blote oog
Microhematurie: zichtbaar via microscopisch onderzoek of mbv teststrook
Lyse kan in vivo en in vitro
Myoglobinurie:
= myoglobine komt vrij uit de spiercellen
Dit treed op bij myolyse en is enkel zichtbaar in de urine wanneer dit veel gebeurt
Leukocyturie:
Oorzaken:
- Bij alle nieraandoeningen en afwijkingen van de urinewegen
- Zware inspanning of koorts
- Acute infectie bij veel WBC
- Negatieve culturen? -> Lupus nefritis of tbc
- Bacteriële of niet-bacteriële nierontsteking bij minder WBC
WBC + cilinders => WBC komen van de nier
DE WERKING VAN DE NIER
De filtratie:
Bloedbaan -> Kapsel van Bowman
Stoffen die klein genoeg zijn gaan mee met het filtraat, stoffen die te groot zijn blijven in de bloedbaan achter.
-> ew. moleculen zijn te groot voor de filteropening
Kracht van filtratie = bloeddruk in haarvaten
-> Wordt tegengewerkt door de spanning in kapsel van Bowman en osmotische druk van het bloed
Filtratiedruk
= verschil tss bloeddruk en osmotische druk
BD daalt -> filtratiedruk daalt -> minder filtraat -> Nier produceert renine -> BD verhoogt
(bij zeer sterke daling kan er zelfs anurie optreden)
Renine: Angiotensinogeen productie -> Angiotensine 1 -> Angiotensine 2 -> Aldosteronproductie door bijnierschors -
> Na+ uitscheiding vermindert -> BD verhoogt
De terugresorptie:
Nierbuisjes -> Bloedbaan
Resorptie door cellen in nierbuisjes: selectie van stoffen die moeten worden uitgescheiden en stoffen die in het
organisme weer moeten opgenomen worden.
H2O: Wordt in een grote hoeveelheid geresorbeerd waardoor de inhoud van de nierbuisjes sterk geconcentreerd is
Creatinine: Wordt niet geresorbeerd
Glucose: Wordt volledig geresorbeerd en opgenomen in de bloedbaan
Zouten: Worden gedeeltelijk geresorbeerd
=> Samenstelling in bloed constant houden
Regulatie door ADH en aldosteron: houden vochtgehalte en zoutgehalte constant in lichaam
BD te laag -> ADH productie -> Bevordert resorptie en vooral van H2O -> Urineproductie daalt, [ ] stijgt
BD te hoog -> ADH productie wordt onderdrukt -> Urineproductie stijgt, [ ] daalt
Aldosteron: Na+ resorptie en K+ uitscheiding stijgen -> Na+ neemt Cl- mee -> hoge [zout] in bloed -> Dorst ->
Vochtvolume stijgt
De excretie:
Bloedbaan -> Nierbuisjes
Stoffen die niet in het lichaam horen
Röntgenfoto’s van urinewegen: contrastmiddelen hebben door die uitscheiding een hoge [ ] in de urine
,AANDOENINGEN AAN DE NIER EN URINAIR STELSEL
Nierstenen:
= concrementen van materiaal die meestal ontstaan tgv anomalieën in de samenstelling vd urine en door een
verminderde urinaire flow.
Calciumstenen: te hoge waarde aan calcium in de urine
Fosfaatstenen: bij infecties met ureumsplitsende bacteriën zoals Proteus (alkalische urine wordt gevormd)
Urinezuurstenen: door stoornissen in de urinezuurstofwisseling zoals bij jicht
Erfelijke nierafwijkingen:
Polykysteuze nieren, cystinurie, afwijkingen in niertubuli, nefrotisch syndroom, …
Syndroom van Alport:
- Aangeboren
- Autosomaal-erfelijke chronische progressieve nefritis (nierontsteking)
PATHOMECHANISMEN BIJ NIERAANDOENINGEN
Proteïnurie:
Ew. afkomstig uit plasma en urinaire tractus
Meestal gaat het over albumine => “albuminurie”
Testen:
- Aantonen van proteïnen in urine (teststrook) + differentiaaldiagnose
- Dipstick – methode (vanaf 30 mg/dl) !!! NIET voor Bence-Jones ew.
- + test bij dipstick: concentratie in 24-u urinestaal bepalen
- Urinesediment
- Urine-eiwitelektroforese: oorsprong opsporen in ochtendurine
Lichte proteïnurie: bij koorts, stress en zware inspanningen
Micro-albuminerie: aangetoond via immuno-nefelometrie of met specifieke teststroken
Overproductie proteïnurie:
= overmatige productie van bepaalde ew. in bloedstroom -> overloop van het bloed naar urine
- Tubulaire reabsorptie-capaciteit is overschreden
- Bence-Jones ew.
- Komt voor bij hartinsufficiëntie, hartinfarct, trombose, craniocerebraal trauma, epileptische aanvallen
kolieken, koorts en post-operatief
Posterenale proteïnurie: ew. in de urine afkomstig van de urinaire tractus en van de geslachtsdelen
IEP (immunoëlektroforese):
- Ew. die normaal door glomerulus worden tegengehouden aan duiden (glomerulaire pathologie)
- Ew. die in de tubulus geresorbeerd worden aan duiden (tubulaire pathologie)
- Immunoglobulines opsporen
, Selectiviteitsindex: selectiviteit van de proteïnurie nagaan via kwantificatie van IgG en transferrine in serum en urine
[IgG(urine) x transferrine(serum)] / [IgG(serum) x transferrine(urine)]
<0,1: selectieve proteïnurie >0,2: niet selectieve proteïnurie
Oorzaken proteïnurie:
- Renale aandoening: glomerulaire / tubulaire proteïnurie, pyelonefritis, blaaskanker, glomerulosclerose, …
- Fysiologische toestand: sport, dehydratatie, koorts en onderkoeling, stress, lordose, zwangerschap, …
- Niet-renale aandoening: diabetes, hypertensie, hemoglobinurie, hartinsufficiëntie, infarcten, koorts, …
Hematurie: intacte RBC
RBC + ew (cilinders) => Bloeding in de nier zelf
RBC zonder ew. => Bloeding van de urinewegen
>20% dysmorfe RBC => Glomerulaire bloeding
Oorzaken:
- Nierziekten, stenen, tumoren, infecties, tbc, nierinfarct, trauma, tubulussclerose of nefrosclerose, …
- Aantasting van lagere urinewegen: acute en chronische bact. Infectie, stenen, tumoren, …
- Problemen thv de blaas: ontsteking, carcinoom, steen, …
- Extrarenale ziekten: hypertensie, hartfalen, bloedziekten, tromose, appendicitis, koorts, scheurbuik, …
- Tgv inname van sommige geneesmiddelen
=> Door de vele mogelijkheden is het best om andere parameters zoals leukocyten, nitriet en ew. te testen
Hemoglobinurie: gelyseerde RBC -> Hb
Macrohematurie: zichtbaar met blote oog
Microhematurie: zichtbaar via microscopisch onderzoek of mbv teststrook
Lyse kan in vivo en in vitro
Myoglobinurie:
= myoglobine komt vrij uit de spiercellen
Dit treed op bij myolyse en is enkel zichtbaar in de urine wanneer dit veel gebeurt
Leukocyturie:
Oorzaken:
- Bij alle nieraandoeningen en afwijkingen van de urinewegen
- Zware inspanning of koorts
- Acute infectie bij veel WBC
- Negatieve culturen? -> Lupus nefritis of tbc
- Bacteriële of niet-bacteriële nierontsteking bij minder WBC
WBC + cilinders => WBC komen van de nier