NATUURKUNDEALLES OVER GELUID
INHOUDSOPGAVE:
● Paragraaf 1
● Paragraaf 2
● Paragraaf 3
● Paragraaf 4 (aanvulling op 3)
● Paragraaf 5
Alle begrippen zijn dikgedrukt
, PARAGRAAF 1
Geluid is het trillen van de lucht. Het ontstaat bij een geluidsbron,
doordat er iets trilt.
De afstand van (bijv.) het vel van een trommel
tot de ruststand, noem je de uitwijking.
Zie de afbeelding (dit is geen trommel, maar een
schematische tekening van twee trillingen).
Hoe groter de maximale uitwijking, hoe
groter de geluidssterkte (hoe hard het geluid
is). Hoe sneller het (vel) trilt, hoe hoger de toon
(hoe hoog of laag het geluid klinkt).
Het geluid komt dus van een geluidsbron. De trilling verplaatst
zich door een medium (de lucht bijv.). Daarna komt het aan bij een
ontvanger (je oor). Je hoort dan het geluid. Hier hoort een klein
schema bij:
BRON → MEDIUM → ONTVANGER
(trommel) (lucht) (oor)
In een vacuüm kan geen geluid zijn, omdat er
geen medium is. De lucht wordt eruit gezogen
door het apparaat rechts ernaast, er is dan
dus geen medium meer waardoor de trilling
zich kan verplaatsen. Dit is het bewijs dat
geluid altijd een medium nodig heeft.
Een klankkast (bijv. een gitaar) is een hol voor-
werp dat de trilling van een geluidsbron over-
neemt en hem versterkt.
Hoe werkt een microfoon?
Als iemand zingt, gaat het geluid(de trilling) naar de
microfoon. Die zet hem om in een elektrisch signaal en
die gaat naar de versterker. Hij versterkt het geluid, dat
vervolgens naar de luidsprekers gaat. Die zetten het
weer om in geluid. En dit versterkte geluid horen de
mensen die ernaar luisteren.
INHOUDSOPGAVE:
● Paragraaf 1
● Paragraaf 2
● Paragraaf 3
● Paragraaf 4 (aanvulling op 3)
● Paragraaf 5
Alle begrippen zijn dikgedrukt
, PARAGRAAF 1
Geluid is het trillen van de lucht. Het ontstaat bij een geluidsbron,
doordat er iets trilt.
De afstand van (bijv.) het vel van een trommel
tot de ruststand, noem je de uitwijking.
Zie de afbeelding (dit is geen trommel, maar een
schematische tekening van twee trillingen).
Hoe groter de maximale uitwijking, hoe
groter de geluidssterkte (hoe hard het geluid
is). Hoe sneller het (vel) trilt, hoe hoger de toon
(hoe hoog of laag het geluid klinkt).
Het geluid komt dus van een geluidsbron. De trilling verplaatst
zich door een medium (de lucht bijv.). Daarna komt het aan bij een
ontvanger (je oor). Je hoort dan het geluid. Hier hoort een klein
schema bij:
BRON → MEDIUM → ONTVANGER
(trommel) (lucht) (oor)
In een vacuüm kan geen geluid zijn, omdat er
geen medium is. De lucht wordt eruit gezogen
door het apparaat rechts ernaast, er is dan
dus geen medium meer waardoor de trilling
zich kan verplaatsen. Dit is het bewijs dat
geluid altijd een medium nodig heeft.
Een klankkast (bijv. een gitaar) is een hol voor-
werp dat de trilling van een geluidsbron over-
neemt en hem versterkt.
Hoe werkt een microfoon?
Als iemand zingt, gaat het geluid(de trilling) naar de
microfoon. Die zet hem om in een elektrisch signaal en
die gaat naar de versterker. Hij versterkt het geluid, dat
vervolgens naar de luidsprekers gaat. Die zetten het
weer om in geluid. En dit versterkte geluid horen de
mensen die ernaar luisteren.