Voeding en voedingsaspecten (VZC 1b) - E. Schoonackers
LES 1
Basis in de voedingsleer is noodzakelijk, want:
Opname voeding/voedingsstoffen is de basis van gezondheid
Als verpleegkundige heb je het eerste contact met de patiënt (en kan je
gemakkelijk advies geven m.b.t. gezonde voeding)
Behoefte aan voedingsstoffen (= nutriënten)
Voedingsstoffen worden aangevoerd via voedingsmiddelen (vb. koolhydraten en
voedingsvezels krijgen we binnen via volkoren brood).
Er zijn wel enkele individuele verschillen maar die zijn opgesteld in een Gauss-curve.
Maar er zullen altijd mensen zijn die meer of minder voedingsstoffen nodig hebben, de
meeste mensen zullen wel rond het gemiddelde liggen.
Vooral de mensen die meer behoefte hebben aan voedingsstoffen vormen het probleem
vandaar dat de aanbevolen hoeveelheid het gemiddelde + (2 keer de standaarddeviatie)
is. Dan is de inname voldoende voor 97,5% van de bevolking. Dat wil dus wel nog steeds
zeggen dat 2,5% van de bevolking een hogere
behoefte nodig heeft.
standaarddeviatie = maat voor de spreiding
van de resultaten
Die aanbevolen hoeveelheid is ontstaan omdat
we:
deficiëntie moeten voorkomen
de voorraden op peil moeten houden
de normale belastende situaties moeten
kunnen opvangen (vb. ziekte)
Deze houdt ook rekening met de bioavailability
en de individuele verschillen in vertering, resorptie en stofwisseling.
Er is een verschil tussen macronutriënten en micronutriënten, macronutriënten zijn
bijvoorbeeld eiwitten, vetten, koolhydraten of vocht. Micronutriënten zijn vitaminen en
mineralen. Hieronder staan ze opgelijst met daarbij hoeveel behoefte we eraan hebben
(en dus hoeveel energie we er eigenlijk uithalen):
Macronutriënten:
eiwitten (15 En %)
o plantaardig
o dierlijk
vetten (max. 30-35 En %)
o verzadigd (max. 10 En %)
o onverzadigd (+- 20 En %)
o cholesterol (max. 300 mg)
koolhydraten (50-55 En %)
o ongeraffineerd
o geraffineerd
Micronutriënten:
, vitaminen
o vetoplosbaar
o wateroplosbaar
mineralen
o macromineralen
o sporenelementen
Wat is gezonde
voeding?
In communicatie naar een breed publiek zijn voedingsstoffenaanbevelingen niet
bruikbaar (zoveel mg vitamine C innemen is moeilijker dan zoveel porties fruit). Zo is het
gebruik van de voedingsdriehoek ontstaan.
De voedingsdriehoek bestaat uit verschillende zones: blauw, donkergroen, lichtgroen,
oranje, rood en grijs. Deze driehoek is opgedeeld per laag volgens gunstig/ongunstig
effect van de voedingsmiddelen op onze gezondheid. Het gaat zowel over de verhouding
tussen voedingsmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong als de mate waarin
een voedingsmiddel thuishoort in een gezond en milieuverantwoord voedingspatroon.
Zones:
blauw: water onmisbaar als aanbrenger van vocht
o kies kraanwater
o bevat ook thee, koffie en gearomatiseerd water
donkergroen: plantaardige voedingsmiddelen waarvan gunstig effect op de
gezondheid is aangetoond
o lagere milieu-impact
o groenten, fruit, volle granen, peulvruchten, noten en plantaardige olie
o bij voorkeur weinig of niet bewerkt
lichtgroen: voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong (met een gunstig, neutraal
of nog onvoldoende bewezen effect op de gezondheid)
o vis, yoghurt, melk, kaas, gevogelte en eieren
o bij voorkeur weinig of niet bewerkt
oranje: voedingsmiddelen van dierlijke/plantaardige oorsprong die bij hoge
consumptie mogelijk een ongunstig effect hebben op de gezondheid
o hogere milieu-impact (vooral rund- en lamsvlees)
o rood vlees, boter, kokos- en palmolie
o bevatten ook wel nuttige voedingsstoffen (vb. ijzer, vetoplosbare
vitaminen, …)
rood: ultrabewerkte voedingsmiddelen
o lege calorieën waaraan heel wat suiker/vet/zout is toegevoegd en/of
waarvan het ongunstige gezondheidseffect is aangetoond leveren veel
energie maar weinig of geen nuttige voedingsstoffen
o kunnen zowel van dierlijke als plantaardige oorsprong zijn
grijs (wordt niet visueel weergegeven): producten afgeleid van
basisvoedingsmiddelen
o niet meer zo gezond als basisvoedingsmiddel
o behouden wel nog enige voedingswaarde (horen niet thuis in de rode zone)
o vb. fruitsap, chocomelk, wit brood, …
LES 1
Basis in de voedingsleer is noodzakelijk, want:
Opname voeding/voedingsstoffen is de basis van gezondheid
Als verpleegkundige heb je het eerste contact met de patiënt (en kan je
gemakkelijk advies geven m.b.t. gezonde voeding)
Behoefte aan voedingsstoffen (= nutriënten)
Voedingsstoffen worden aangevoerd via voedingsmiddelen (vb. koolhydraten en
voedingsvezels krijgen we binnen via volkoren brood).
Er zijn wel enkele individuele verschillen maar die zijn opgesteld in een Gauss-curve.
Maar er zullen altijd mensen zijn die meer of minder voedingsstoffen nodig hebben, de
meeste mensen zullen wel rond het gemiddelde liggen.
Vooral de mensen die meer behoefte hebben aan voedingsstoffen vormen het probleem
vandaar dat de aanbevolen hoeveelheid het gemiddelde + (2 keer de standaarddeviatie)
is. Dan is de inname voldoende voor 97,5% van de bevolking. Dat wil dus wel nog steeds
zeggen dat 2,5% van de bevolking een hogere
behoefte nodig heeft.
standaarddeviatie = maat voor de spreiding
van de resultaten
Die aanbevolen hoeveelheid is ontstaan omdat
we:
deficiëntie moeten voorkomen
de voorraden op peil moeten houden
de normale belastende situaties moeten
kunnen opvangen (vb. ziekte)
Deze houdt ook rekening met de bioavailability
en de individuele verschillen in vertering, resorptie en stofwisseling.
Er is een verschil tussen macronutriënten en micronutriënten, macronutriënten zijn
bijvoorbeeld eiwitten, vetten, koolhydraten of vocht. Micronutriënten zijn vitaminen en
mineralen. Hieronder staan ze opgelijst met daarbij hoeveel behoefte we eraan hebben
(en dus hoeveel energie we er eigenlijk uithalen):
Macronutriënten:
eiwitten (15 En %)
o plantaardig
o dierlijk
vetten (max. 30-35 En %)
o verzadigd (max. 10 En %)
o onverzadigd (+- 20 En %)
o cholesterol (max. 300 mg)
koolhydraten (50-55 En %)
o ongeraffineerd
o geraffineerd
Micronutriënten:
, vitaminen
o vetoplosbaar
o wateroplosbaar
mineralen
o macromineralen
o sporenelementen
Wat is gezonde
voeding?
In communicatie naar een breed publiek zijn voedingsstoffenaanbevelingen niet
bruikbaar (zoveel mg vitamine C innemen is moeilijker dan zoveel porties fruit). Zo is het
gebruik van de voedingsdriehoek ontstaan.
De voedingsdriehoek bestaat uit verschillende zones: blauw, donkergroen, lichtgroen,
oranje, rood en grijs. Deze driehoek is opgedeeld per laag volgens gunstig/ongunstig
effect van de voedingsmiddelen op onze gezondheid. Het gaat zowel over de verhouding
tussen voedingsmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong als de mate waarin
een voedingsmiddel thuishoort in een gezond en milieuverantwoord voedingspatroon.
Zones:
blauw: water onmisbaar als aanbrenger van vocht
o kies kraanwater
o bevat ook thee, koffie en gearomatiseerd water
donkergroen: plantaardige voedingsmiddelen waarvan gunstig effect op de
gezondheid is aangetoond
o lagere milieu-impact
o groenten, fruit, volle granen, peulvruchten, noten en plantaardige olie
o bij voorkeur weinig of niet bewerkt
lichtgroen: voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong (met een gunstig, neutraal
of nog onvoldoende bewezen effect op de gezondheid)
o vis, yoghurt, melk, kaas, gevogelte en eieren
o bij voorkeur weinig of niet bewerkt
oranje: voedingsmiddelen van dierlijke/plantaardige oorsprong die bij hoge
consumptie mogelijk een ongunstig effect hebben op de gezondheid
o hogere milieu-impact (vooral rund- en lamsvlees)
o rood vlees, boter, kokos- en palmolie
o bevatten ook wel nuttige voedingsstoffen (vb. ijzer, vetoplosbare
vitaminen, …)
rood: ultrabewerkte voedingsmiddelen
o lege calorieën waaraan heel wat suiker/vet/zout is toegevoegd en/of
waarvan het ongunstige gezondheidseffect is aangetoond leveren veel
energie maar weinig of geen nuttige voedingsstoffen
o kunnen zowel van dierlijke als plantaardige oorsprong zijn
grijs (wordt niet visueel weergegeven): producten afgeleid van
basisvoedingsmiddelen
o niet meer zo gezond als basisvoedingsmiddel
o behouden wel nog enige voedingswaarde (horen niet thuis in de rode zone)
o vb. fruitsap, chocomelk, wit brood, …