FILOSOFIE
0
,Inhoud
Het inductieprobleem.................................................................................................... 52
Hoe studeren?
- Linken leggen = belangrijk
- Rode draad vh verhaal doorheen het boek zien
INLEIDING
GNOTHI SEAUTON
inscriptie aan de ingang van orakel van Delphi voor God van het licht Apollo (navel
van de wereld)
Zelfkennis als sleutel tot (begin van) wijsheid
Gnothi verwijst naar Gnosis
Kennis van het zelf als poort tot de kennis van het al – zelfkennis als voorwaarde
tot begin van wijsheid
HOOFDSTUK 1 DE OORSPRONG VAN DE FILOSOFIE
INLEIDING
Filosofie = Etymologie: filein en Sophia
1. Griekse filein: “houden van”
2. Sophia: (godin van de) Wijsheid
Oorsprong: twee visies
1. Filosofie is zo oud als de mensheid – iedereen die diepzinnige vragen stelt, is
filosofisch bezig
Volgens Plato: filosofie begint met verwondering = de bron van onze
zoektocht om te begrijpen wat er zich voordoet in onszelf en de wereld;
2. Filosofie is ontstaan in bepaalde periode in bepaalde regio
Westerse filosofie ontstond in de 6e eeuw v.C., in stadsstaten rond de Egeïsche
zee.
Rond dezelfde tijdspanne ontstonden ook in het Oosten nieuwe filosofische
zienswijzen.
India: Upanishaden, filosofische reflecties op de oeroude Vedische geschriften.
Mahavira en iets later Boeddha: twee figuren die de traditionele Brahmaanse
levenswijze in vraag stelden, lagen aan de basis van het Jainisme en het
Boeddhisme.
China: Confucius kwam met een uitgebreide sociale filosofie en het taoïsme
kende zijn bloei met de overlevering van Lao Tse.
‘ontstaan’ van de westerse filosofie wordt benoemd als de overgang van
mythos naar logos.
1
, = van een wereldbeeld gebaseerd op mythen (goden en fantastische verhalen)
naar een wereldbeeld die haar fundering meer zoekt in een meer ‘rationele’
verklaring.
Dezerationaliteit = hettoenemende
belang van observatie en argumentatie en het feit dat de natuur uit denatuur
wordt verklaard
(wordt niet meer naar goden enwezens verwezen).
De zondeval Odysseus en de
sirenen
Mythische wereldbeelden treffen we aan in alle culturen en tijden
Uit westerse culturen:
Behandelen diepmenselijke vragen aan de hand van metaforen en verhalen die
verschillende lagen van overgeleverde wijsheid bevatten
Logos in het Oosten:
India China
Upanishaden, Boeddha & Mahavira Confucius en Lao Tzu (Taoïsme)
OMSCHRIJVING EN INDELING VAN DE FILOSOFIE
TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
2
, Cfr. omschrijving van Italiaanse filosoof de Luciano de Crescenzo:
Filosofie bevindt zich tussen religie en wetenschap
1. Wetenschap bestudeert op systematische wijze de ‘objectieve’ verschijnselen of
fenomenen
a. domein: de materiële (waarneembare?) werkelijkheid
b. teruggrijpend op ratio (rede, verstand) en empirie (zintuiglijke
waarneming)
c. bestudeert de verschijnselen van de natuur
2. Religie zoekt naar iets absoluuts en biedt troost en zingeving, het stijgt uit boven
het vermogen te begrijpen met de zintuigen en het intellect
a. domein: zingeving, waarden, bewustzijn
b. “voorbij” zintuigen en verstand Bertrand Russel
(Engelse filosoof):
Filosofie als een soort niemandsland tussen de filosofie en de religie in,
blootgesteld aan de aanvallen van beiden
De ‘afsplitsing’ van de overgang van mythos naar logos kunnen situeren in het
symbolische jaar van 1543.
- Copernicus: over de bewegingen van de hemelsferen
- Vesalius: over de samenstelling van het menselijk lichaam
Belangrijke werken die de visie op mens en wereld grondig veranderd hebben
Francis Bacon gaf later de aanzet tot de zogenaamde wetenschappelijke methode,
hij lanceerde de begrippen inductie en experiment.
Beide concepten vormen de basis van de wetenschappelijke methode, een eeuw
later zouden deze uitmonden in de natuurwetten van Newton en het begin van de
fysica. Later ook andere natuurwetenschappen en sociologie/psychologie
Filosofie: bestudeert de wereld van de fenomenen, datgene wat
‘objectiveerbaar’, ‘zichtbaar’ en ‘meetbaar’ is.
Wetenschap stelt zich het hoe van de fenomenen in vraag.
DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
De 3 essentiele vragen van Immanuel Kant (filosoof van de verlichting):
1. Wat kan ik weten (ons denken)
2. Wat moet ik doen (ons handelen (ethiek en sociale filosofie)
3. Wat mag ik hopen (onze verwachtingen)
Deze 3 vragen kunnen volgens Kant uiteindelijk teruggebracht worden tot 1 vraag Wat
is de mens?
Indeling van Luc Ferry (Franse filosoof)
Kennis: werkelijkheid
Ethiek: rechtvaardigheid
Wijsheid: heil of geluk
Kennis verschilt van wijsheid
- Kennis gaat over objectieve feiten of objectiveerbare begrippen en richt zich op
het weten hoe die objecten verschijnen en hoe ze op elkaar inwerken.
- Wijsheid heeft meer te maken met de manier waarop we in het leven staan en
hoe we erin slagen om te gaan met de wisselvalligheden van het leven.
Wijsheid situeert zich in veel culturen niet in het hoofd maar in het hart
3
0
,Inhoud
Het inductieprobleem.................................................................................................... 52
Hoe studeren?
- Linken leggen = belangrijk
- Rode draad vh verhaal doorheen het boek zien
INLEIDING
GNOTHI SEAUTON
inscriptie aan de ingang van orakel van Delphi voor God van het licht Apollo (navel
van de wereld)
Zelfkennis als sleutel tot (begin van) wijsheid
Gnothi verwijst naar Gnosis
Kennis van het zelf als poort tot de kennis van het al – zelfkennis als voorwaarde
tot begin van wijsheid
HOOFDSTUK 1 DE OORSPRONG VAN DE FILOSOFIE
INLEIDING
Filosofie = Etymologie: filein en Sophia
1. Griekse filein: “houden van”
2. Sophia: (godin van de) Wijsheid
Oorsprong: twee visies
1. Filosofie is zo oud als de mensheid – iedereen die diepzinnige vragen stelt, is
filosofisch bezig
Volgens Plato: filosofie begint met verwondering = de bron van onze
zoektocht om te begrijpen wat er zich voordoet in onszelf en de wereld;
2. Filosofie is ontstaan in bepaalde periode in bepaalde regio
Westerse filosofie ontstond in de 6e eeuw v.C., in stadsstaten rond de Egeïsche
zee.
Rond dezelfde tijdspanne ontstonden ook in het Oosten nieuwe filosofische
zienswijzen.
India: Upanishaden, filosofische reflecties op de oeroude Vedische geschriften.
Mahavira en iets later Boeddha: twee figuren die de traditionele Brahmaanse
levenswijze in vraag stelden, lagen aan de basis van het Jainisme en het
Boeddhisme.
China: Confucius kwam met een uitgebreide sociale filosofie en het taoïsme
kende zijn bloei met de overlevering van Lao Tse.
‘ontstaan’ van de westerse filosofie wordt benoemd als de overgang van
mythos naar logos.
1
, = van een wereldbeeld gebaseerd op mythen (goden en fantastische verhalen)
naar een wereldbeeld die haar fundering meer zoekt in een meer ‘rationele’
verklaring.
Dezerationaliteit = hettoenemende
belang van observatie en argumentatie en het feit dat de natuur uit denatuur
wordt verklaard
(wordt niet meer naar goden enwezens verwezen).
De zondeval Odysseus en de
sirenen
Mythische wereldbeelden treffen we aan in alle culturen en tijden
Uit westerse culturen:
Behandelen diepmenselijke vragen aan de hand van metaforen en verhalen die
verschillende lagen van overgeleverde wijsheid bevatten
Logos in het Oosten:
India China
Upanishaden, Boeddha & Mahavira Confucius en Lao Tzu (Taoïsme)
OMSCHRIJVING EN INDELING VAN DE FILOSOFIE
TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
2
, Cfr. omschrijving van Italiaanse filosoof de Luciano de Crescenzo:
Filosofie bevindt zich tussen religie en wetenschap
1. Wetenschap bestudeert op systematische wijze de ‘objectieve’ verschijnselen of
fenomenen
a. domein: de materiële (waarneembare?) werkelijkheid
b. teruggrijpend op ratio (rede, verstand) en empirie (zintuiglijke
waarneming)
c. bestudeert de verschijnselen van de natuur
2. Religie zoekt naar iets absoluuts en biedt troost en zingeving, het stijgt uit boven
het vermogen te begrijpen met de zintuigen en het intellect
a. domein: zingeving, waarden, bewustzijn
b. “voorbij” zintuigen en verstand Bertrand Russel
(Engelse filosoof):
Filosofie als een soort niemandsland tussen de filosofie en de religie in,
blootgesteld aan de aanvallen van beiden
De ‘afsplitsing’ van de overgang van mythos naar logos kunnen situeren in het
symbolische jaar van 1543.
- Copernicus: over de bewegingen van de hemelsferen
- Vesalius: over de samenstelling van het menselijk lichaam
Belangrijke werken die de visie op mens en wereld grondig veranderd hebben
Francis Bacon gaf later de aanzet tot de zogenaamde wetenschappelijke methode,
hij lanceerde de begrippen inductie en experiment.
Beide concepten vormen de basis van de wetenschappelijke methode, een eeuw
later zouden deze uitmonden in de natuurwetten van Newton en het begin van de
fysica. Later ook andere natuurwetenschappen en sociologie/psychologie
Filosofie: bestudeert de wereld van de fenomenen, datgene wat
‘objectiveerbaar’, ‘zichtbaar’ en ‘meetbaar’ is.
Wetenschap stelt zich het hoe van de fenomenen in vraag.
DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
De 3 essentiele vragen van Immanuel Kant (filosoof van de verlichting):
1. Wat kan ik weten (ons denken)
2. Wat moet ik doen (ons handelen (ethiek en sociale filosofie)
3. Wat mag ik hopen (onze verwachtingen)
Deze 3 vragen kunnen volgens Kant uiteindelijk teruggebracht worden tot 1 vraag Wat
is de mens?
Indeling van Luc Ferry (Franse filosoof)
Kennis: werkelijkheid
Ethiek: rechtvaardigheid
Wijsheid: heil of geluk
Kennis verschilt van wijsheid
- Kennis gaat over objectieve feiten of objectiveerbare begrippen en richt zich op
het weten hoe die objecten verschijnen en hoe ze op elkaar inwerken.
- Wijsheid heeft meer te maken met de manier waarop we in het leven staan en
hoe we erin slagen om te gaan met de wisselvalligheden van het leven.
Wijsheid situeert zich in veel culturen niet in het hoofd maar in het hart
3