PC READER
1)MCNAIR (LES1 EN 2)
1. WAT IS POLITIEKE COMMUNICATIE?
Politieke communicatie is doelgerichte communicatie over politiek. Het gaat niet
alleen om wat gezegd wordt, maar met welke bedoeling en met welk effect.
Volgens McNair omvat politieke communicatie:
• Communicatie door politieke actoren (politici, partijen, regeringen)
• Communicatie naar politieke actoren (burgers, journalisten, belangengroepen)
• Communicatie over politiek (media, commentaar, analyses)
Belangrijk: politieke communicatie is meer dan woorden. Ook beelden, kleding,
symbolen, lichaamstaal, logo’s, protesten en zelfs geweld (bij terrorisme) zijn
vormen van communicatie.
2. DE DRIE KERNACTOREN IN POLITIEKE COMMUNICATIE
Politieke communicatie draait om de interactie tussen drie elementen:
a. Politieke actoren
Dit zijn organisaties en groepen die politieke macht willen beïnvloeden:
• Politieke partijen
o Strijden om macht via verkiezingen
o Gebruiken massamedia om kiezers te bereiken
o Maken gebruik van politieke marketing, reclame en PR
• Publieke organisaties
o Vakbonden, NGO’s, lobbygroepen
o Hebben institutionele legitimiteit
• Druk- of actiegroepen
o Single-issue focus (bv. milieu, mensenrechten)
, o Gebruiken vaak symbolische acties en media-events
• Terroristische organisaties
o Gebruiken geweld als communicatiemiddel
o Zoeken bewust media-aandacht om hun boodschap te verspreiden
Essentieel inzicht: alle politieke actoren communiceren strategisch om invloed uit te
oefenen.
b. Het publiek (de audience)
• Politieke communicatie bestaat niet zonder publiek
• Publiek kan:
o Zeer breed zijn (nationale verkiezingen)
o Zeer specifiek (regering, elite, journalisten)
• Communicatie is altijd gericht op effect:
o Stemgedrag beïnvloeden
o Agenda bepalen
o Opinies vormen
Effecten zijn moeilijk meetbaar en onderwerp van veel debat:
• Media beïnvloeden niet altijd wat mensen denken, maar vaak waarover ze denken
(agenda-setting).
c. De media
Media zijn geen neutrale doorgeefluiken, maar actieve politieke actoren.
Hun rollen:
1. Verspreiden politieke boodschappen
2. Selecteren en framen informatie
3. Interpreteren gebeurtenissen
4. Oefenen invloed uit via commentaar en analyse
5. Geven burgers een stem (opiniepeilingen, debatten, sociale media)
, McNair onderscheidt drie realiteiten:
• Objectieve realiteit: wat er feitelijk gebeurt
• Subjectieve realiteit: hoe burgers en politici het ervaren
• Geconstrueerde realiteit: hoe media het voorstellen
Media-bias is onvermijdelijk, door:
• Selectie
• Framing
• Commerciële en ideologische belangen
3. POLITIEK IN HET TIJDPERK VAN MEDIATISERING
We leven in een gemediatiseerde democratie:
• Politiek bestaat pas écht als ze media-aandacht krijgt
• Politici passen zich aan aan medialogica:
o Beeldvorming
o Soundbites
o Pseudo-events (geënsceneerde gebeurtenissen)
Politiek wordt steeds meer performance.
4. DEMOCRATIE EN DE PUBLIEKE SFEER
McNair bouwt voort op liberale democratische theorie en Habermas’ idee van de
publieke sfeer.
Een democratie veronderstelt:
1. Constitutionaliteit – duidelijke regels en rechten
2. Participatie – brede deelname van burgers
3. Rationele keuze – geïnformeerde burgers
De publieke sfeer is:
• De ruimte waar informatie en meningen circuleren
• Historisch gegroeid via pers en media
1)MCNAIR (LES1 EN 2)
1. WAT IS POLITIEKE COMMUNICATIE?
Politieke communicatie is doelgerichte communicatie over politiek. Het gaat niet
alleen om wat gezegd wordt, maar met welke bedoeling en met welk effect.
Volgens McNair omvat politieke communicatie:
• Communicatie door politieke actoren (politici, partijen, regeringen)
• Communicatie naar politieke actoren (burgers, journalisten, belangengroepen)
• Communicatie over politiek (media, commentaar, analyses)
Belangrijk: politieke communicatie is meer dan woorden. Ook beelden, kleding,
symbolen, lichaamstaal, logo’s, protesten en zelfs geweld (bij terrorisme) zijn
vormen van communicatie.
2. DE DRIE KERNACTOREN IN POLITIEKE COMMUNICATIE
Politieke communicatie draait om de interactie tussen drie elementen:
a. Politieke actoren
Dit zijn organisaties en groepen die politieke macht willen beïnvloeden:
• Politieke partijen
o Strijden om macht via verkiezingen
o Gebruiken massamedia om kiezers te bereiken
o Maken gebruik van politieke marketing, reclame en PR
• Publieke organisaties
o Vakbonden, NGO’s, lobbygroepen
o Hebben institutionele legitimiteit
• Druk- of actiegroepen
o Single-issue focus (bv. milieu, mensenrechten)
, o Gebruiken vaak symbolische acties en media-events
• Terroristische organisaties
o Gebruiken geweld als communicatiemiddel
o Zoeken bewust media-aandacht om hun boodschap te verspreiden
Essentieel inzicht: alle politieke actoren communiceren strategisch om invloed uit te
oefenen.
b. Het publiek (de audience)
• Politieke communicatie bestaat niet zonder publiek
• Publiek kan:
o Zeer breed zijn (nationale verkiezingen)
o Zeer specifiek (regering, elite, journalisten)
• Communicatie is altijd gericht op effect:
o Stemgedrag beïnvloeden
o Agenda bepalen
o Opinies vormen
Effecten zijn moeilijk meetbaar en onderwerp van veel debat:
• Media beïnvloeden niet altijd wat mensen denken, maar vaak waarover ze denken
(agenda-setting).
c. De media
Media zijn geen neutrale doorgeefluiken, maar actieve politieke actoren.
Hun rollen:
1. Verspreiden politieke boodschappen
2. Selecteren en framen informatie
3. Interpreteren gebeurtenissen
4. Oefenen invloed uit via commentaar en analyse
5. Geven burgers een stem (opiniepeilingen, debatten, sociale media)
, McNair onderscheidt drie realiteiten:
• Objectieve realiteit: wat er feitelijk gebeurt
• Subjectieve realiteit: hoe burgers en politici het ervaren
• Geconstrueerde realiteit: hoe media het voorstellen
Media-bias is onvermijdelijk, door:
• Selectie
• Framing
• Commerciële en ideologische belangen
3. POLITIEK IN HET TIJDPERK VAN MEDIATISERING
We leven in een gemediatiseerde democratie:
• Politiek bestaat pas écht als ze media-aandacht krijgt
• Politici passen zich aan aan medialogica:
o Beeldvorming
o Soundbites
o Pseudo-events (geënsceneerde gebeurtenissen)
Politiek wordt steeds meer performance.
4. DEMOCRATIE EN DE PUBLIEKE SFEER
McNair bouwt voort op liberale democratische theorie en Habermas’ idee van de
publieke sfeer.
Een democratie veronderstelt:
1. Constitutionaliteit – duidelijke regels en rechten
2. Participatie – brede deelname van burgers
3. Rationele keuze – geïnformeerde burgers
De publieke sfeer is:
• De ruimte waar informatie en meningen circuleren
• Historisch gegroeid via pers en media