Studietaak 1.1
Er worden meerdere definities van coaching genoemd. Waarom is het van belang om
één gestandaardiseerde definitie te hanteren?
Passmore en Lai (2019) geven in hun artikel aan dat een gestandaardiseerde definitie om drie
redenen van belang is:
1) Essentieel voor de praktijk; voor coachees is het dan duidelijk wat zij kunnen
verwachten van hun coach. Hierom moedigt ‘International Coach Federation’ aan dat
een coach vóór de aanvang van het coachingstraject met de coachee bespreekt hoe
het traject eruit komt te zien, zodat beide weten wat het traject inhoudt en wat de
coachee kan verwachten.
2) Essentieel voor onderzoek; een duidelijke definitie zorgt ervoor dat de constructen
beter bestudeerd en begrepen kunnen worden. Onderzoek naar coaching is nog
steeds in opkomst, hierom van belang om coaching te onderscheiden van soortgelijke
interventies als counseling en om daaruit theoretische kaders te ontwikkelen.
3) Essentieel voor de opleiding en kwalificatie als coach.
Wat zijn de overeenkomsten tussen de verschillende definties van coaching?
- Het coachingsproces is afhankelijk van mensen, interpersoonlijke interacties en
samenwerking relationeel aspect
Het relationele aspect onderscheidt coaching van andere interventies waar
kennisuitwisseling centraal staan
- Binnen coaching staat positieve gedragsverandering centraal, naast het relationele en
interpersoonlijke aspect
- Coaching is een op relatie gebaseerd leer- en ontwikkelingsproces
Er zijn veel definities van coachingspsychologie beschikbaar. Waarin verschilt
coachingspsychologie als vorm van dienstverlening van coaching?
- Er zijn verschillende definities, maar de link naar psychologische theorie en een
gemeenschappelijk doel om ‘evidence based practice’ te bevorderen door vanuit
psychologische theorieen naar menselijk gedragingen te kijken, bij mensen die
‘normaal’ (niet klinisch) functioneren
- Coachingspyschologie houdt dus expliciet het gebruiken van evidentie en
wetenschappelijke theorie in, waar coaching een containerbegrip is voor een proces
dat niet evidence based of wetenschappelijk hoeft te zijn
Wat valt op als je kijkt naar de (voor)opleiding van coaches?
, - Veel coaches hebben geen psychologische of gedragswetenschappelijke
(voor)opleiding.
- Er is een tendens dat de geloofwaardigheid van de coach gekoppeld wordt aan het
lidmaatschap van een beroepsorganisatie die evidentie en wetenschappelijk
onderzoek belangrijk vindt voor de coachingspraktijk.
- Psychologen kunnen een solide bijdrage leveren aan de professionalisering van
coaching.
Wat is een argument voor en tegen de stelling dat coachingspsychologie een
toegepaste vorm van positieve psychologie is?
In de meeste definities van Grant (2019) in het hoofdstuk over ‘Past, present and future’
komt niet naar voren dat coachingspsychologie een toegepaste vorm is van positieve
psychologie.
In de definitie van ‘Interest Group in Coaching Psychology’ van de ‘Australian Psychological
Society’ komt juist wel naar voren dat coachingspsychologie een toegepaste vorm is van
positieve psychologie.
Argumenten voor:
- Positieve psychologie kan gedefinieerd worden als: ‘the scientific study of optimal
functioning, focusing on aspects of the human condition that leads to hapiness,
fulfilment and flourishing’.
- Positieve psychologie bestudeert o.a. het einddoel waar de coachee naar toe wil, en
deze stroming biedt wetenschappelijke onderbouwing voor het proces naar dat
einddoel.
- Positieve psychologie draagt op verschillende vlakken bij aan de coachingspraktijk:
1) Hanteert een duidelijk holisitisch perspectief op de menselijke ontwikkeling
wordt overgenomen door coaching, waarbij een context wordt gecreeerd
waarbinnen de persoon tot maximale zelfactualisatie of zelfontplooiing kan
komen.
2) Er zijn duidelijke theoretische kaders, zoals ‘the broaden and build theory’ van
Frederickson kunnen ook voor een coachingstraject gebruikt worden,
waarnaast ze ook wetenschappelijk getoetst kunnen worden en de resultaten als
praktische handvatten ingezet kunnen worden.
3) Er zijn specifieke meetinstrumenten ontwikkeld en empirisch gevalideerd die
binnen een coachingstraject ingezet kunnen worden,, denk bijvoorbeeld aan
vragenlijsten (bijv. kwaliteit van leven in kaart brengen).
4) De toekomstgerichte en concreet resultaatgerichte doelstelling van de positieve
psychologie vindt ook vertaling in modellen binnen coaching, zoals het GROW-
model.
,Argumenten tegen:
1) Coachingspsychologie zou vanuit een breder of zelfs multidisiciplinair perspectief
bekeken dienen te worden, in plaats van alleen uit de positieve psychologie. Coaches
putten kennis uit psychologie, filosofie, management, econonomie, educatie.
2) Doordat er integratie uit verschillende stromingen plaatsvind, zou de
coachingspsychologie als een zelfstandige tak van psychologische wetenschap gezien
dienen te worden, al dan niet verwant aan de positieve psychologie.
De definities van coachingspsychologie geven aan dat er geen sprake hoeft te zijn van
klinisch relevante problematiek. In hoeverre komt klinische problematiek voor in de
praktijk, en hoe kan een vooropleiding in de psychologie dan van toegevoegde
waarde zijn voor de coachingspraktijk?
- Een coachee kan enige mate van geestelijke problematiek vertonen, waarvoor het
van belang is om kennis te hebben op het gebied van geestelijke gezondheid om tijdig
een klinisch relevant probleem te kunnen herkennen en indien nodig door te
verwijzen
- Een coachee maakt psychologische veranderingsprocessen door, bijv. op het gebied
van gedragsverandering of levenslooppsychologie, waarbij het ook van belang is dat
de coach kennis heeft van deze veranderprocessen
- Een coach met een WO opleiding in de psychologie maakt gebruik van evidence
based werken en gefundeerde theorie, wat zeer nuttig is voor de coachingspraktijk
Welke vier basisprincipes kent het NIP?
1) Verantwoordelijkheid; bijv. dat het clientendossier zodanig bijgewerkt moet zijn
dat bij een onvoorziene afwezigheid van de therapeut een andere deskundige
vakgenoot de relatie kan voortzetten
2) Integriteit
3) Respect
4) Deskundigheid
Aan welke richtlijnen moet het clientendossier voldoen volgens de internationele
ethische code die door de NOBCO gehanteerd worden?
- Er zijn geen internationale, ethische richtlijnen dit is wel aan te bevelen, zie
richtlijnen van de NIP code
- Leden houden passende en accurate dossiers van hun werk met cliënten, waaronder
digitale bestanden en communicatie, op een zodanige wijze bij dat vertrouwelijkheid,
veiligheid en privacy gewaarborgd zijn en alle in hun land van toepassing zijnde
regelgeving met betrekking tot gegevensbeveiliging en privacy gevolgd wordt (2.15).
, - Leden dienen voorzieningen te treffen voor de overdracht van cliënten en dossiers in
het geval van praktijkbeëindiging (2.28).
- Het is belangrijk dat de coach ervoor blijft zorgen dat de relatie met de coachee
professioneel blijft. De internationale ethische code schrijft voor dat de coach ‘geen
misbruik mag maken van een cliënt of proberen om een ongepast voordeel vanuit de
relatie te verkrijgen, financieel of niet-financieel’ (2.20).
- Daarnaast staat er in de internationale ethische code dat de coach een onderscheid
dient te maken tussen een beroepsmatige relatie en andere soorten relaties (2.21).
- Volgens de internationale ethische code moet de coach ervoor waken dat er geen
belangenverstrengeling optreedt en mocht deze er wel zijn hij daar snel een goede
oplossing voor vindt die geen nadeel voor de cliënt of opdrachtgever inhoudt (2.22).
- Ook de NIP-code geeft aan dat dubbele rollen vermeden moeten worden (NIP-code
3.2c artikel 52).
- De internationale ethische code gaat ervan uit dat de coachee ‘uiteindelijk zelf het
beste weet wat goed voor hem of haar is en zowel in zijn of haar privéleven, als in zijn
of haar professioneel bestaan zelf, op basis van eigen afwegingen, kan beslissen wat
hij of zij wel en niet wil’. De coach helpt de coachee bij het vinden van de oplossingen
maar zal de autonomie van de cliënt respecteren. De NIP-code benadrukt ook het
belang van autonomie en zelfbeschikking (NIP-code 3.3b Artikel 59). gaat dus meer
om een eigen beslissing nemen, dan adviseren.
- De NIP-code schrijft voor dat de psycholoog zijn professionele deskundigheid in stand
houdt in overeenstemming met de recente ontwikkelingen in de psychologie (sectie
3.4 Artikel 101. Deskundigheid). De internationale ethische code spreekt over het
belang om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen, volgen van bij- en
nascholingen, en van het gebruikmaken van supervisie.
Studietaak 1.2
Wat stellen Grant en collega’s (2010) in hun artikel ‘The state of play in coaching
today: a comprehensive review of the field’?
- Het onderzoek richt zich op de effecten van coaching, wat een ‘natuurlijke’
ontwikkeling laat zien: casestudies > within subject studies > quasi experimentele
studies > gerandomiseerde gecontroleerde studies
- De kwaliteit van een onderzoek hangt af van het design en de kwaliteit van een
meetinstrument
- De grootste, algemene beperking van de coachingsliteratuur is het gebrek aan
rigoreuze onderzoeken die het causale mechanismen van coachingsinterventies
aantonen
- Onderzoek richt zich nu minder op ‘werkt het?’ maar meer op ‘hoe werkt het?’