1. Stadiëring: beginnend/ gematigd/ gevorderd/ vergevorderd
• Stage – benaming – op de röntgenfoto bij meest aangedane gebitselement de
botafbraak t.o.v. wortellengte!’
• Stage 1- beginnend - <15% of 2mm
• Stage 2 – gematigd – coronale 1/3 (15-33%)
• Stage 3 – gevorderd – middelste 1/3 (33-66%)
• Stage 4 – vergevorderd – apicale 1/3 (>66%)
2. Graderen: langzaam/ matig/ snel (progressief)
• Graad – benaming – botafbraak bij meest
aangedane gebitselement gedeeld door leeftijd
van patiënt
• Graad A – langzaam - <0,5
• Graad B – matig - 0,5-1
• Graad C – snel - >1
3. Uitgebreidheid: lokaal/ gegeneraliseerd/ molaar-incisief
• Uitgebreidheid - op basis van de mate van botafbraak van het gekozen stadium
• Lokaal - <30% van de aanwezige gebitselementen
• Gegeneraliseerd – (>-)30% van de aanwezige gebitselementen
• Molaar-incisief – afbraak bij voornamelijk de molaren en incisieve
4. Risicofactoren: roken/ diabetes
• Roken - > 10 sigaretten per dag
• Diabetes - Slecht gereguleerd (HbA1C (>-)7%)
1
, Chapter 17: Parodontale screening
Wat is parodontale screening?
Een snelle, eenvoudige methode om parodontale aandoeningen te
detecteren en behandelingsbehoefte vast te stellen. Het wordt
wereldwijd gebruikt (BPE in Europa, PSR in de VS).
Voordelen:
- Snel, eenvoudig en kosteneffectief.
- Goed verdragen door patiënten.
- Geeft snel inzicht in de parodontale gezondheid.
- Helpt bij het bepalen of verder onderzoek nodig is.
- Voorkomt juridische problemen als het correct wordt uitgevoerd.
Beperkingen:
Vervangt geen volledig parodontaal onderzoek.
Kan de omvang van parodontale schade niet precies aangeven.
Registreert geen gedetailleerde informatie over plaque of hechting.
Wie moet gescreend worden?
Alle nieuwe patiënten en Alle patiënten bij routinematige controles.
Hoe te screenen:
- Volwassenen: Mond verdeeld in 6 sextanten. Minstens 2 tanden per
sextant moeten gescreend worden.
- Kinderen/Tieners: Screening op de 4 eerste blijvende kiezen en de
centrale snijtanden.
- Sonde: WHO 621-sonde met bolvormige tip (0,5 mm) en zwarte band (3,5-
5,5 mm).
BPE-codes:
Code 0: Gezond, geen bloeding of tandsteen. (Geen behandeling nodig)
Code 1: Bloeding na sonderen.
- Mondhygiëne-instructies, professionele reiniging en verwijderen van factoren die plaque
vasthouden, zoals defecte restauraties of onjuiste poetsgewoonten.
Code 2: Supragingivaal/subgingivaal tandsteen of andere plaqueretentiefactoren.
- Verwijdering van tandsteen, professionele reiniging, mondhygiëne-instructies.
Corrigeren van defecte restauraties of andere factoren die plaque vasthouden.
Code 3: Ondiepe zakken (4-5 mm).
- Scaling en rootplanning (verwijdering van tandsteen onder het tandvlees),
mondhygiëne-instructies. Verdere evaluatie via gedetailleerde parodontale grafieken
kan nodig zijn om de situatie nauwkeuriger te beoordelen.
Code 4: Diepe zakken (6 mm of meer).
- Scaling en rootplanning, met mogelijk verwijzing naar een specialist voor chirurgische
behandeling. Gedetailleerde parodontale grafieken worden gemaakt om de ernst van de
aandoening verder te evalueren.
Gebruik van BPE:
- Helpt bij het stellen van de diagnose (zoals gingivitis of parodontitis).
- Geeft aan of verder onderzoek nodig is (bijv. röntgenfoto’s).
- Ondersteunt het behandelplan en eventuele verwijzing naar een specialist.
2
, Chapter 18: Rol van röntgenfoto’s bij parodontale diagnose
Minimaliseren van Radiologische Blootstelling
- Het doel is de radiologische blootstelling van de patiënt te beperken, zonder
afbreuk te doen aan de informatiekwaliteit.
- Het gebruik van snelle intra-orale films en rechthoekige straalcollimatie helpt de
blootstelling te beperken.
- Het toepassen van een lange kegel (>200 mm) en de parallelle techniek bij
periapicale röntgenfoto’s bevordert de veiligheid.
Kenmerken en Toepassing van Röntgenfoto’s
- Rechtvaardiging en Optimalisatie: Röntgenfoto’s moeten alleen worden
genomen wanneer ze noodzakelijk zijn voor de behandeling. Het doel is de
stralingsdosis te minimaliseren, bijvoorbeeld door digitale technieken of
lange kegeltechnieken te gebruiken.
- Radiografische Informatie: Röntgenfoto’s bieden waardevolle informatie,
zoals de mate en het patroon van botverlies, wat helpt bij het stellen van
de juiste diagnose. Ze kunnen ook informatie verschaffen over de
parodontale ligament ruimte en tandwortels.
Soorten Röntgenfoto’s
- Panoramische Röntgenfoto’s geven een overzicht van het algemene
botverlies en anatomische structuren.
- Periapicale Röntgenfoto’s bieden gedetailleerde informatie over de
wortels en omliggende structuren, belangrijk voor de beoordeling
van gevorderd botverlies en het identificeren van furcatie-defecten.
- Horizontale Bitewingfoto’s helpen bij het identificeren van
tandsteen en restauratieproblemen.
- Verticale Bitewingfoto’s bieden gedetailleerdere informatie over
verticaal botverlies en tandstructuren.
Gebruik van Röntgenfoto's
- Röntgenfoto’s helpen bij het bepalen van de mate en het patroon van botverlies, het
visualiseren van furcatie-defecten, en het identificeren van andere pathologieën, zoals
cariës en TMJ-problemen.
- Seriële röntgenfoto's kunnen veranderingen in de parodontale gezondheid in de tijd
monitoren, belangrijk voor het volgen van de voortgang.
- Periapicale röntgenfoto’s zijn cruciaal voor het vaststellen van vergevorderd botverlies
en het inspecteren van de wortels van de tanden.
- Opvolg-röntgenfoto’s kunnen na behandeling helpen om te controleren of het botniveau
zich herstelt of stabiel blijft, wat van groot belang is bij chronische parodontitis.
Wettelijke en Ethische Overwegingen
- Röntgenfoto’s moeten altijd gerechtvaardigd zijn door een grondige klinische
beoordeling en voldoen aan lokale wet- en regelgeving.
- Het gebruik van röntgenfoto’s voor parodontale follow-up moet altijd zorgvuldig worden
afgewogen tegen de risico’s van straling voor de patiënt.
Innovaties in Röntgentechnologie
- Digitale radiografie maakt het maken en analyseren van röntgenfoto’s eenvoudiger en
sneller, met minder stralingsblootstelling en verbeterde beeldkwaliteit.
- Digitale technologie maakt ook 3D-beelden mogelijk, zoals bij cone beam CT, die
gedetailleerde informatie geven over de parodontale anatomie en botverlies.
3