Communicatiewetenschappen
H1: bouwstenen
1. Teken en betekenis
=> Kan variëren van persoon tot persoon
Basisconcepten
Semiotiek: de leer van tekens, creëren van betekenis, relatie teken en betekenis
- fonologie: klanken, uitspraak
bv. Je spreekt ‘Play vier’ ipv ‘play four’
- syntaxis: patronen van tekens, structuur en opbouw
- Semantiek!!: Relatie tussen teken en betekenis
bv. logo’s, symbolen
- Pragmatiek: Relatie tussen betekenis en tekengebruiker
bv. pragmatisch, gebruiksvriendelijk, makkelijk?
Intensie >< extensie
Intensie: criteria, welke kenmerken aanwezig voor correcte toepassing
Extensie: klasse van zaken waarop de term is toegepast
bv. Romantische komedie:
Intensie: Kenmerken: liefde, happy end, komisch
extensie: Zaken die de criteria afvinken
- Kan zorgen voor misverstand ( niet ied ziet zelfde films als romcom)
Teken
- Betekenaar/ Signifiant
materiële drager betekenis (bv. stoel, foto, schrift) = Sa
=> Stoel: prent, teken, …
- Betekende/ signifié
Dat waar tekenvorm naar verwijst (bv. betekenis, defenitie) = Se
=> Zitvlak met vier poten
- Relatie op basis van toeval ‘chaise’
Bv. Noot: Sa: teken, la, geluid
Se: muzieknoot la
- Relatie is een code, een afspraak
Teken – Referent
=> fysiek object, is niet altijd mogelijk of nodig
bv. We kunnen spreken over stoel zonder dat die aanwezig is
bv. Liefde: geen fysiek object
1
,Communicatiewetenschappen
- Is opnieuw persoonlijk
Significatie (Roland Barthes)
- Primair betekenisniveau: denotatie ( wikipedia – defenitie) => universeel (Se)
- Secundair betekenisniveau: connotatie, specifieke (fysieke) verschijningsvorm
=> bijbetekenis (Sa)
o Evaluatieve lading: positief of negatief
o Referentiële lading: afhankelijk van persoon, context,…
Bv. Jodenster: denotatie => connotatie: Nazi’s, WOII,… negatief
Tekensystemen
Tekensysteem: relaties tussen tekens
Tekenindeling: soorten tekens
1.
= relatie tussen teken en object creëert mentaal concept!!
=> heeft vaak te maken met eigen ervaring
Interpretant: geen persoon, hangt af van tekengebruiker = extra betekenis
=> kan Se zijn bij neutraal, maar kan ook meer pos of neg zijn
Vb. Teken/representamen: Student
Sa: klank ‘student’
Sé: iemand die studeert aan hogere school instelling
Object: een student
Interpretant: bv. vrienden voor het leven, positieve ervaring
bv. negatieve ervaring: overlast
Vb. tweet: ‘Kijkt naar het nieuws op 1 en daar noemen ze buitenlanders vreemdelingen’
Teken: ‘vreemdelingen’
Se: mensen die niet van hier zijn
2
,Communicatiewetenschappen
Sa: journalist: vreemdelingen
object: personen die in beeld waren
interprenant: =/= Lukaku!!
2 tekengebruikers: Journalist: ‘vreemdeling’ → neutraal
Lukaku: Negatieve ervaring: neemt het slecht op
2. Tekensysteem van F. de Saussure
- Object is niet aanwezig (we kunnen erover spreken zonder aanwezigheid)
=> betekenis: onderlinge relatie tussen tekens
Betekenaar: alles dat betekenis draagt
- Als je weet wat een appel is, weet je wat een appel niet is => banaan
Je kan categorieën maken
Twee soorten relaties:
- Paradigma: selectie, verticale relatie (bv. het alfabet)
- Syntagma: combinatie, horizontale relatie (bv. combinatie van letters)
‘De vrouw koopt een huis’ => syntagma ( logisch patroon)
‘De bakker bestuurt een auto’
= Paradigma (pv, ww, lv)
- Alfabet, woorden, voorgerecht, hoofdgerecht, dessert
Tekenindelingen
1. tekenindeling Peirce
Drie soorten tekens
- Icoon: relatie tussen symbolen van gelijkenissen imitatie
vb. teken man >< vrouw onomatopee landkaart ( = realiteit)
- Index: natuurlijk verband
vb. litteken door operatie wit poeder op straat, het heeft gesneeuwd
=> je leert het door ervaring
3
, Communicatiewetenschappen
- Symbool: artificieel, abstract, op basis van een afspraak
vb. logo’s, kruis is christendom, verkeersborden,…
=> worden aangeleerd
=>Sommige tekens hebben meerdere soorten: op examen goed motiveren
bv. Voorrangsbord lijkt op kruispunt zelf (icoon), dicht bij kruispunt (index)Heeft
2. Tekenindeling Peters
Heeft mens er iets mee te maken? Nee = natuurlijk = index Ja = kunstmatig
Kunstmatig: op basis van toeval? Ja => arbitrair = conventioneel (Peirce: symbool)
Geen toeval = gemotiveerd
Reden: gelijkenis = icoon of associatie = symbool
Memes?
Pierce: relatie van gelijkenis => icoon (tussen twee fotos)
Verwijzen naar iets complexer: symbool
4
H1: bouwstenen
1. Teken en betekenis
=> Kan variëren van persoon tot persoon
Basisconcepten
Semiotiek: de leer van tekens, creëren van betekenis, relatie teken en betekenis
- fonologie: klanken, uitspraak
bv. Je spreekt ‘Play vier’ ipv ‘play four’
- syntaxis: patronen van tekens, structuur en opbouw
- Semantiek!!: Relatie tussen teken en betekenis
bv. logo’s, symbolen
- Pragmatiek: Relatie tussen betekenis en tekengebruiker
bv. pragmatisch, gebruiksvriendelijk, makkelijk?
Intensie >< extensie
Intensie: criteria, welke kenmerken aanwezig voor correcte toepassing
Extensie: klasse van zaken waarop de term is toegepast
bv. Romantische komedie:
Intensie: Kenmerken: liefde, happy end, komisch
extensie: Zaken die de criteria afvinken
- Kan zorgen voor misverstand ( niet ied ziet zelfde films als romcom)
Teken
- Betekenaar/ Signifiant
materiële drager betekenis (bv. stoel, foto, schrift) = Sa
=> Stoel: prent, teken, …
- Betekende/ signifié
Dat waar tekenvorm naar verwijst (bv. betekenis, defenitie) = Se
=> Zitvlak met vier poten
- Relatie op basis van toeval ‘chaise’
Bv. Noot: Sa: teken, la, geluid
Se: muzieknoot la
- Relatie is een code, een afspraak
Teken – Referent
=> fysiek object, is niet altijd mogelijk of nodig
bv. We kunnen spreken over stoel zonder dat die aanwezig is
bv. Liefde: geen fysiek object
1
,Communicatiewetenschappen
- Is opnieuw persoonlijk
Significatie (Roland Barthes)
- Primair betekenisniveau: denotatie ( wikipedia – defenitie) => universeel (Se)
- Secundair betekenisniveau: connotatie, specifieke (fysieke) verschijningsvorm
=> bijbetekenis (Sa)
o Evaluatieve lading: positief of negatief
o Referentiële lading: afhankelijk van persoon, context,…
Bv. Jodenster: denotatie => connotatie: Nazi’s, WOII,… negatief
Tekensystemen
Tekensysteem: relaties tussen tekens
Tekenindeling: soorten tekens
1.
= relatie tussen teken en object creëert mentaal concept!!
=> heeft vaak te maken met eigen ervaring
Interpretant: geen persoon, hangt af van tekengebruiker = extra betekenis
=> kan Se zijn bij neutraal, maar kan ook meer pos of neg zijn
Vb. Teken/representamen: Student
Sa: klank ‘student’
Sé: iemand die studeert aan hogere school instelling
Object: een student
Interpretant: bv. vrienden voor het leven, positieve ervaring
bv. negatieve ervaring: overlast
Vb. tweet: ‘Kijkt naar het nieuws op 1 en daar noemen ze buitenlanders vreemdelingen’
Teken: ‘vreemdelingen’
Se: mensen die niet van hier zijn
2
,Communicatiewetenschappen
Sa: journalist: vreemdelingen
object: personen die in beeld waren
interprenant: =/= Lukaku!!
2 tekengebruikers: Journalist: ‘vreemdeling’ → neutraal
Lukaku: Negatieve ervaring: neemt het slecht op
2. Tekensysteem van F. de Saussure
- Object is niet aanwezig (we kunnen erover spreken zonder aanwezigheid)
=> betekenis: onderlinge relatie tussen tekens
Betekenaar: alles dat betekenis draagt
- Als je weet wat een appel is, weet je wat een appel niet is => banaan
Je kan categorieën maken
Twee soorten relaties:
- Paradigma: selectie, verticale relatie (bv. het alfabet)
- Syntagma: combinatie, horizontale relatie (bv. combinatie van letters)
‘De vrouw koopt een huis’ => syntagma ( logisch patroon)
‘De bakker bestuurt een auto’
= Paradigma (pv, ww, lv)
- Alfabet, woorden, voorgerecht, hoofdgerecht, dessert
Tekenindelingen
1. tekenindeling Peirce
Drie soorten tekens
- Icoon: relatie tussen symbolen van gelijkenissen imitatie
vb. teken man >< vrouw onomatopee landkaart ( = realiteit)
- Index: natuurlijk verband
vb. litteken door operatie wit poeder op straat, het heeft gesneeuwd
=> je leert het door ervaring
3
, Communicatiewetenschappen
- Symbool: artificieel, abstract, op basis van een afspraak
vb. logo’s, kruis is christendom, verkeersborden,…
=> worden aangeleerd
=>Sommige tekens hebben meerdere soorten: op examen goed motiveren
bv. Voorrangsbord lijkt op kruispunt zelf (icoon), dicht bij kruispunt (index)Heeft
2. Tekenindeling Peters
Heeft mens er iets mee te maken? Nee = natuurlijk = index Ja = kunstmatig
Kunstmatig: op basis van toeval? Ja => arbitrair = conventioneel (Peirce: symbool)
Geen toeval = gemotiveerd
Reden: gelijkenis = icoon of associatie = symbool
Memes?
Pierce: relatie van gelijkenis => icoon (tussen twee fotos)
Verwijzen naar iets complexer: symbool
4