1.1 De kandidaat stelt in een situatie vast of het strafrecht van toepassing is.
Het gaat over verboden gedraging zoals diefstal, vernieling, belediging. Strafbare feiten. Je kunt de strafbare feiten
terugvinden in: Wetboek van strafrecht, Wegenverkeerswet 1994, Opiumwet, Wet op de economische delicten en Wet
wapens en munitie.
1.2 De kandidaat beschrijft de reikwijdte van het strafrecht (strafrechtelijk legaliteitsbeginsel, territorialiteitsbeginsel en
personaliteitsbeginsel).
Legaliteitsbeginsel
Geen feit is strafbaar als er voorafgaan geen wettelijke strafbepaling voor staat. Hier is er ook geen terugwerkende
kracht. Als er 1 week na jouw uitspraak de daad dat jij hebt gepleegd als strafbaar bepalen, is het niet toepasbaar op
jouw zaak.
Territorialiteitsbeginsel
De Nederlandse strafwet is van toepassing op iedereen die op Nederlands grondgebied een strafbaar feit pleegt.
Vliegtuig of boot die vanuit nl vertrekt valt ook onder Nederlandse straf recht.
Personaliteitsbeginsel
Art. 5: Passief personaliteitsbeginsel. De Nederlandse strafrecht is van toepassing op feiten die zijn gericht tegen
Nederlanders.
Art.7: Actief personaliteitsbeginsel. De Nederlandse strafwet is ook van toepassing als er een misdrijf wordt
gepleegd door een persoon met de Nederlandse nationaliteit buiten Nederland zolang het strafbare feit zowel in het
Nederlandse strafrecht als het land waar het gebeurt straf is gesteld.
1.3 De kandidaat beschrijft de doelen van het strafrecht (vergelding, preventie, resocialisatie, voorkomen van eigenrichting).
Vergelding
Het opleggen van een straf aan de dader die door zijn gedrag de samenleving of een slachtoffer benadeeld heeft.
Preventie
Het voorkomen of ontmoedigen dat de gestrafte wederom de fout in gaat.
Resocialisatie
Ervoor zorgen dat een gestrafte of gedetineerde voorbereid wordt op een succesvolle terugkeer in de samenleving.
Denk aan TBS.
Voorkomen van eigenrichting
Voorkomen dat je zelf de recht in je eigen handen neem, zodat de situatie voorloopt zoals het hoort via de
regelgeving.
1.4 De kandidaat beschrijft wat de rol is van diverse personen in het strafrecht (rechter, officier van justitie, politieambtenaar,
rechtercommissaris, verdachte, advocaat, slachtoffer, getuige).
Rechter
Zorgen dat de rechtszaak eerlijk verloopt en de strafbepaling uitspreken.
Officier van justitie
Vertegenwoordigen van het Openbare Ministerie en treedt als aanklager in een strafrechtzaak. Zij eist een straf
tijdens de rechtszaak. Deel van het OM, leid het vooronderzoek.
Politieambtenaar
Of terwijl opsporingsambtenaar, bevoegd om alle strafbare feiten op te sporen.
Gerechtsdeurwaarder
Tekent dagvaarding
Griffier
Ondersteunt rechter bij het voorbereiden voor de zaak en het opstellen van het vonnis/arrest. Tijdens de zitting
maakt de griffier aantekening.
1.5 De kandidaat bepaalt voor een gegeven deel van een strafbepaling welk onderdeel dit is (delictsomschrijving, kwalificatie of
sanctienorm).
Delictsomschrijving
De omschrijving van het verboden gedrag in de strafbepaling, hierin staat dus precies wat er niet mag. De
delictsomschrijving bestaat uit verschillende onderdelen; bestanddelen.
Kwalificatie (Juridische naam)
De juridische naam die in de strafbepaling wordt gegeven aan het verboden gedrag. Dit volgt meestal na de
, delictsomschrijving. Als dit ontbreekt, kan het zijn dat er geen kwalificatie voor de strafbepaling is.
Sanctienorm (maximumstraf)
De maximale straf die in de strafbepaling wordt genoemd voor het verboden gedrag. Schuld in enge zin
Voorbeeld: Art. 310 WvSr:
Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of
geldboete van de vierde categorie.
Delictsomschrijving: "Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen."
Kwalificatie: "als schuldig aan diefstal"
Sanctienorm: "gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie."
1.6 De kandidaat beschrijft de voorwaarden voor strafbaarstelling (strafbaar handelen, het vallen onder een wettelijke
strafbepaling, wederrechtelijkheid en schuld).
Het is van belang dat het strafbaar gedrag aan alle bestanddelen (van de delictsomschrijving) van een strafbepaling voldoet
en daarnaast dat het gedrag ook nog wederrechtelijk is en dat de dader schuld treft.
Wederrechtelijkheid
Het gedrag moet in strijd zijn met het recht. In art. 310 wordt wederrechtelijkheid genoemd als delictsomschrijving,
maar ook al zou het niet genoemd worden als bestandsdeel, moet het wederrechtelijk zijn.
Schuld
De daad moet aan de dader verweten worden. Als dat niet gebeurt kan hij niet worden gestraft.
1.7 De kandidaat beschrijft de kenmerken van een overtreding of misdrijf (bevoegdheid van de rechter, poging,
medeplichtigheid, straf, schuld, wederrechtelijkheid en opzet).
Misdrijf Overtreding
Poging is al strafbaar Poging is niet strafbaar
Gevangenisstraf mag Slechts hechtenis als vrijheidsstraf
Waar het in het wetboek van strafrecht staat is leidend. De reden voor verschil ligt vaak in de manier van het omgaan met
zo een zaak. vb: politie krijgt bevoegdheden als er sprake is van verdenking van misdrijf, maar als er verdenking van
overtreding is, mag dit niet.
Bevoegdheid van de rechter
Als er spraken is van een overtreding is het altijd een kantonrechter die bevoegd is om de zaak af te handelen.
Medeplichtigheid
Duidelijk maar lagere positie dat de dader zelf. Denk aan op uitkijk staan. Dit is strafbaar, maar niet als dader.
Opzet
De dader heeft de bedoeling om het strafbare feit te plegen. Er zijn verschillende vormen van opzet.
Opzet als oogmerk: De dader die handelt met de bedoeling een bepaald feit te plegen.
Voorwaardelijk opzet: De dader neemt het risico dat zijn daad een bepaald strafbaar gevolg kan hebben.
Schuld in enge zin
Als er geen sprake is van opzet, maar de daad wel verwijtbaar is.
Straf
Hechtenis gebeurt in een huis van bewaring; de mensen die daar zitten wachten op een oordeel van de rechter.
Gevangenisstraf zit je uit in een gevangenis
1.8 De kandidaat stelt in een situatie vast welke strafrechter absoluut bevoegd is.
Kantonrechter: gaat allen over overtreding
Politierechter: als het minder dan 1 jaar bij misdrijf
Meervoudige kamer: meer dan 1 jaar straf bij misdrijf
Kinderrechter: jongeren tussen 12 en 18 jaar.