algemeen
Bevat: kunstbeschouwen, modernisme
Kunstbeschouwen
- De opzet van elk schema is INHOUD, VORMGEVING, FUNCTIE.
Begrippen
- Compositie= letterlijk samenstelling.
o In beeldende kunst: het samenstellen van beeldelementen,
vaak voorafgegaan aan een idee of strategie van de
kunstenaar
o In muziek: een muziekstuk: gemaakt door de componist die de
structuur van het stuk vastlegt.
- Discipline= kunstvorm
- Esthetisch/esthetica= leer of theorie van de schoonheid. Filosofische
benadering die gaat over wat kunst en schoonheid is.
- Expressie= uitdrukkingskracht, het uiten van gevoelens, ideeën,
etc.
- Gestileerd=
o Het in bepaalde regelmatige, vereenvoudigde vormen
gebracht of getekend zijn,
o Het kunstwerk laten toebehoren tot een bepaalde stijl.
- Levensbeschouwelijk= het geven van een visie op het leven en op
hoe het geleefd zou moeten worden.
- Symboliek= een symbool is een drager van betekenis. Bijv. de vlag
met de kleuren rood-wit-blauw verwijst naar het land Nederland. De
vlag is dus het symbool dat de betekenis draagt.
- Vervreemding= verschijnsel dat er een, al dan niet bewust
gevoelde, afstand ontstaat tussen de beschouwer enerzijds en
hetgeen hij ziet/hoort anderzijds.
- Voorstelling= dat wat wordt afgebeeld
- Vormgeving= de manier waarop de voorstelling in beeld wordt
gebracht. Dit gebeurt aan de hand van objectieve maatstaven.
- Harmonisch= met samenhang, goed bij elkaar passend
- Ritme= regelmatig afwisselende beweging die een bepaald patroon
laat zien.
- Abstract/non-figuratief= kunst waarbij niet gestreefd wordt de
realiteit te weergeven.
, - Beeldelement= onderdeel van een tekening, schilderij of andere
uiting van beeldende kunst. De beeldelementen zijn: materiaal,
licht, kleur, ruimte, vorm en compositie.
- Composities:
o Centraalcompositie= compositie waarbij de vormen
gegroepeerd zijn rond een centrum
o Diagonaalcompositie= de vormen zijn bijvoorbeeld
gegroepeerd van linksonder naar rechtsboven.
o Driehoekscompositie= de vormen zijn gegroepeerd rondom
een denkbeeldige driehoek.
o Horizontale compositie= compositie die geordend is rond een
denkbeeldige horizontale lijn.
o Over-all compositie= compositie waarbij alle onderdelen gelijk
verdeeld zijn over het vlak.
o Verticale compositie= compositie die geordend is rond een
denkbeeldige verticale lijn.
- Constructie= manier waarop onderdelen zijn samengevoegd.
- Dynamisch= het weergeven van beweging
- Figuratief= kunst waarin herkenbare onderwerpen zijn afgebeeld.
- Gedeformeerd= vervormd/misvormd.
- Harmonisch= met samenhang, goed bij elkaar passend.
- Plasticiteit= ruimtewerking van een vorm door middel van eigen
schaduw.
- Ritme= regelmatige afwisselende beweging die een bepaald
patroon laat zien.
- Statisch= het in evenwicht of in rust bevinden, niet beweeglijk.
- Strijklicht= licht dat zijwaarts, bijna parallel, op de afbeelding valt.
Het ‘strijkt’ als het ware langs het onderwerp.
- Tegenlicht= licht komende van de richting waarin de beschouwer
kijkt of waarin een fototoestel gericht is. Gevolg is een silhouet.
- Theatraal effect= effect dat afkomstig is uit het toneelspel.
- Akte/bedrijf= deel van een toneelstuk
- Enscenering= de manier waarop het geheel van de voorstelling
wordt opgevoerd en in beeld wordt gebracht, hoe een bestaande
toneeltekst/script door het spel van acteurs/zangers enz.
gerealiseerd wordt.
- Lineair= verloop van een verhaallijn in de tijd(chronologisch) zonder
flash backs, flash forwards, etc.
- Verhaallijn= het in (chronologische) volgorde plaatsen van hetgeen
er in een verhaal gebeurt.
- Synchroon= het gelijk lopen van beeld en muziek.