Week 1: vrij verkeer van goederen
26 VWEU: de interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen waarin het
vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd (jo. 3-
3 VEU)
Fasen
1. Vrijhandelszone
2. Douane-unie (gemeenschappelijk handelsbeleid)
3. Gemeenschappelijke/interne markt (vrij verkeer)
4. Economische en monetaire unie (gezamenlijke munt)
Positieve integratie: harmonisatie van nationale regels
- Totale harmonisatie: er is geen speelruimte voor de lidstaten
- Minimumharmonisatie: een basisnorm, lidstaten mogen strenger zijn
Negatieve integratie: verbodsbepalingen
Vrij verkeer van goederen (stappenplan)
Basis: noem artikel 26 VWEU: interne markt en vrijheid van …
1. Vrijheid (met welke vrijheid heb je te maken?)
Goederen
Commissie t. Italië r.o. 9 – goederen zijn waren die op geld waardeerbaar
zijn en als zodanig het voorwerp van handelstransacties kunnen vormen
2. Grensoverschrijdend effect
Geen volledig interne situatie, alleen dan kunnen het EU-recht en meer in
het bijzonder de vier vrijheden van toepassing zijn
3. Harmonisatie
Als er geen sprake is van harmonisatie, of sprake is van
minimumharmonisatie kunnen we verder naar stap 4, als er sprake is van
harmonisatie vormt de harmonisatie namelijk het kader waarbinnen de
rechtsvraag beoordeeld moet worden (Tedeschi r.o. 35)
4. Belemmering
a. Non-tarifair (zie hiervoor week 2)
b. Tarifair
A. 30 VWEU: het verbod op in- en uitvoerrechten en heffingen
van gelijke werking en douanerechten
Deze hebben betrekking op de invoer bij de
grensoverschrijding van een product
Haahr/Petroleum r.o. 20/Commissie t. Italië r.o.
14/Outokompu Oy r.o. 20 – elke eenzijdig opgelegde
geldelijke last, ongeacht de benaming of de structuur
ervan, die wegens grensoverschrijding over goederen
wordt geheven en geen douanerecht stricto sensu is,
vormt een heffing van gelijke werking in de zin van
artikel 30 VWEU.
Uitzonderingen:
, a. Bauhuis r.o. 31 – reële kosten, mits het bedrag
de werkelijke kosten niet overschrijdt
(kostendekkend)
b. Commissie t. Luxemburg r.o. 9 – vergoeding voor
een daadwerkelijk, vrijwillig verleende dienst
met een bepaald werkelijk voordeel
B. 110 VWEU: het verbod op fiscale discriminatie
Binnenlandse belastingen
Lid 1: soortgelijke producten
Lid 2: protectionisme
Humblot r.o. 14 – als de last in feite uitsluitend op
ingevoerde en niet op nationale producten komt te
rusten is er sprake van discriminerende en
beschermende trekken (en dit mag niet op grond van
110 VWEU)
o Let op: Outokumpu Oy r.o. 19 – 30 en 110 VWEU zijn niet cumulatief
toepasselijk
Als je het hof kunt overtuigen van 30 VWEU, is dit makkelijker dan 110 VWEU