BESTUURSRECHT
DEEL I. BESTUURSRECHT: BEGRIP, INDELING, KENMERKEN EN BRONNEN
INLEIDING
Wat is het bestuursrecht?
Geen perfecte definitie. maar gaat voer de overheid. We zullen van alles bekijken: vanwaar
komt het bestuursrecht, de kenmerken, in beroep gaan (= veel verschillende soorten), …
Werkdefinitie: “Het geheel van rechtsregels met betrekking tot de organisatie, de
bevoegdheden en de werking van de organen die met uitvoerende macht (= brengt ons
terug naar de drie staatsmachten en dit is een centraal begrip voor bestuursrecht) zijn
bekleed, m.a.w. van de organen die noch tot de wetgevende, noch tot de rechterlijke macht
behoren.”
Enkele voorbeelden:
Bv. De subsidies: bouwpremies worden afgeschaft voor de mensen die te veel verdienen. De
voorwaarden zijn inkomens gerelateerd. Vanaf je samen met je vriend/vriendin aan 5000
euro zit, krijg je geen premie meer.
Bv. Graffitistraat in Gent: zorgt voor veel ongevallen met wandelaars en fietsers… hierdoor is
er nu een verbodsbord voor fietsers. Het lokaal bestuur zal je dan beboeten indien je de
regel (= dat bord) niet naleeft. Er komt hier geen rechter aan de pas.
Bestuursrecht: alle regels die vanuit het bestuur komen die zowel wij als henzelf moeten
naleven.
HOOFDSTUK 1: DEFINITE BESTUURSRECHT
Onderscheid tussen privaat vs. publiekrecht
Privaat recht: relaties tussen private personen
Publiek recht: relatie tussen private persoon en de overheid (= het bestuur = de uitvoerende
macht) (=/ de overheid in de ruime zin, maar hier mag je het nu wel in de ruime zin zien)
Ander belangrijk onderscheid: staatsrecht vs bestuursrecht
◦Staatsrecht: staatsstructuur (WM)
◦Bestuursrecht: overheid (UM)
Bv. FOD Justitie, De Lijn, NMBS, … zijn dit besuren waar wij rekening mee moeten houden?
JA! Dit zijn allemaal besturen = organen van de uitvoerende macht.
,PM: bestuursrecht?
Bestuursrecht kan je in organieke betekenis gaan begrijpen: je zoomt in op de organen
van het bestuursrecht.
Bestuursrecht kan je in functionele betekenis gaan begrijpen; je zoomt in op deze die de
macht bekleden, zij die besturen en uitvoeren.
Bestuursrecht: wie is de uitvoerende macht?
Dit moet je bekijken in de grondwet. Maar je vindt daar eigenlijk niet zoveel. Gw zegt dat de
UM bestaat uit enkel de koning (interpreteren: deelregeringen). Maar dit is te weinig.
Bv. OCMW zit daar niet bij. Maar ook zij zijn onderdeel van ons bestuursrecht, maar strikt
genomen vallen zij niet onder de UM. Hier geldt dus al een discripantie.
Bv. Het volledige lokaal niveau (= territoriaal gedecentraliseerd bestuur) maar valt niet
onder UM. BV. De Lijn (= functioneel gedecentraliseerd bestuur), valt ook niet onder
UM.
Heel wat besturen maken voorwerp uit van bestuursrecht, maar hebben ook andere taken
dan ‘uitvoering geven aan iets’ of ‘besturen’.
Bv. Heel wat gemeenten kunnen ook regelgevend optreden (WM) (=/ besturen (=UM)). Deze
zijn dan even bindend als een wet in de formele zin (is een wet in de materiële zin). (Bv.
Belastignsregelementen, politiereglementen,….)
Gelijke relativering bij de taken. Zij gaan niet enkel besturen maar ook gaan handhaven.
Bv. Boete wordt opgelegd door een bestuur.
Bv. Betoging mocht niet doorgaan op een bepaalde plaats.
Maar ook de wetgever kan soms andere dingen doen dan enkel wetten maken. Zij kunnen
ook gaan handhaven of besturen.
Bv. Beslissen over het administratieve bestuur (ontslaan, aannemen,…) zijn in principe
bestuurlijke handelingen.
Conclusie: begrip bestuursrecht is zoveel meer dan enkel uitvoerende macht.
HOOFDSTUK 2: INDELING: ALGEMEEN VS. BIJZONDER BESTUURSRECHT
• Algemeen bestuursrecht
◦= algemene regels die het bestuursrecht gaan bestuderen. Die regels die doorwerken
op allerlei besturen, de organen, en de werking van die besturen.
• Bijzonder bestuursrecht
◦= verzamelnaam voor hele reeks voor sectorale regelgeving binnen dat globaal
bestuursrecht
◦Sommige takken zijn zo uitgegroeid dat ze een vak op hen zelf zijn (denk aan
omgevingsrecht)
HOOFDSTUK 3: KENMERKEN VAN HET BESTUURSRECHT
, 3.1 autonomie en eigenheid van het bestuursrecht
Bestuursrecht = uitzonderingsrecht?
Bestuursrecht vandaag is helemaal anders dan vroeger.
Vroeger: onderworpen aan privaatrecht tenzij het een afwijking had (dit waren er heel veel).
Nu: bestuursrecht nu beschikt over een heel bevoorrechte positie (met het EBR). Bv. De
geldboetes. Dit vloeit onder ander uit het verandelijkheidsbeginsel
Bijzondere voorrechten: de EBR
Bijzondere verplichtingen:
Die afwijkingen zorgde ook voor veel nadelen voor het bestuur. Dit om te vermijden dat het
bestuur willekeurig zou optreden.
Bv. De motiveringsplicht: bestuur is verplicht om elke beslissing die hij neemt, te motiveren
Nu is dit dus echt volledig uitgegroeid uit het privaatrecht. Het heeft nu zijn eigen dynamiek,
procedures, … dus het staat er nu echt naast. Maar ook dit valt te nuanceren.
Nuancering van uitzonderingspositie:
Klassieke onderscheid komt steeds meer onderdruk te staan. Specifiek onder het
bestuursrecht neemt dat de volgende vorm aan. Bestuurders zullen kijken of ze niet zaken
uit het privaatrecht kunnen halen om hun doel te bereiken omdat die minder regeltjes heeft.
Bv. Bestuur kan, onder bepaalde voorwaarden, je van je stuk grond gaan onteigenen
wanneer zij een stuk grond nodig hebben in het algemeen belang. Onteigening is best een
zware procedure. Dus in de plaats zal het bestuur gaan aankloppen en gewoon vragen of ze
dit niet willen verkopen. En dan is dat een loutere koop-verkoop van het privaatrecht.
Deze technieken en weg hiernaar noemen we de ‘privatisering van het
bestuursrecht’. Het is een beweging die terug gaat, maar ook een andere soort. Vandaag
verwachten we van een moderne overheid dat die niet alleen maar beslissingen van boven
naar beneden zal nemen, maar dat die de burger zal betrekken met de beslissingen. Dit
noemen we de ‘horizontalisering van het bestuur’. Bv. Inspraak en participatie. Op
sommige wijzen is bestuur verplicht om bevolking te betrekken
Bv. Partnerships.; project uitvoeren samen met burger (bv. Gemeentelijk zwembad bouwen)
3.2 meergelaagdheid van het Belgische bestuursrecht
Fragmentarisch karakter van het Belgisch bestuursrecht:
• Alle deeltjes hebben het algemeen bestuursrecht, maar deze is telkens uitgekleed
door de overheveling, waardoor we op al die deelniveaus ook een bestuursrecht zien
ontstaan op dat niveau
, • Gevolg: we hebben naast het Belgisch bestuursrecht ook een Brussels, Vlaams, Waals
bestuursrecht
Harmonisering van het bestuur :
• Dit onder invloed van het Europees niveau => we evolueren naar een Europees
bestuursrecht
o = we bedoelen daarmee de regels die wij kennen in ons bestuursrecht, vaak
het gevolg zijn van EU verordeningen of regelgeving maar ook de openbaring
etc hebben een EU kleur
o = we kunnen daar ook iets anders mee bedoelen: betrekking op de algemene
regels en beginselen. Reeks van beginselen die we gemeen hebben met
beginselen op EU niveau.
Bv. Het transparantiebeginsel: is erkend op EU niveau als algemeen
beginsel. Bij België is dit niet erkend als algemeen beginsel, maar het
werkt door omdat het wel erkent is op EU niveau. Hoewel het niet
erkend is in België, vinden we wel heel veel toepassingen waardoor we
kunnen besluiten dat het wel een algemeen beginsel is (in de praktijk)
o Laatste betekenis: de Raad van Europa velt belangrijke rechtspraak; en ook
deze werkt door in ons bestuursrecht
Bv. Uitspraak over art.6 EVRM; de toegang tot de rechter moet ook op
bestuurlijk niveau doorwerken.
Bv. Europees Handvest. Ligt aan de basis van de autonomie vna de
gemeenten (??)
Ook: openbaring van het bestuur.
HOOFDSTUK 4: BRONNEN VAN HET BESTUURSRECHT
Voorafgaand:
Er is geen algemeen wet bestuursrecht. geen codex van bestuursrecht. Het is dus wat
ingewikkelder. We moeten gebruik maken van de waaier gevuld met regels, decreten,
normen, besluiten,… die allen het bestuursrecht uitmaken.
4.1 metaprincipes- of waarden van het bestuursrecht
= de wortels van het bestuursrecht.
Principe van scheiding der machten
DEEL I. BESTUURSRECHT: BEGRIP, INDELING, KENMERKEN EN BRONNEN
INLEIDING
Wat is het bestuursrecht?
Geen perfecte definitie. maar gaat voer de overheid. We zullen van alles bekijken: vanwaar
komt het bestuursrecht, de kenmerken, in beroep gaan (= veel verschillende soorten), …
Werkdefinitie: “Het geheel van rechtsregels met betrekking tot de organisatie, de
bevoegdheden en de werking van de organen die met uitvoerende macht (= brengt ons
terug naar de drie staatsmachten en dit is een centraal begrip voor bestuursrecht) zijn
bekleed, m.a.w. van de organen die noch tot de wetgevende, noch tot de rechterlijke macht
behoren.”
Enkele voorbeelden:
Bv. De subsidies: bouwpremies worden afgeschaft voor de mensen die te veel verdienen. De
voorwaarden zijn inkomens gerelateerd. Vanaf je samen met je vriend/vriendin aan 5000
euro zit, krijg je geen premie meer.
Bv. Graffitistraat in Gent: zorgt voor veel ongevallen met wandelaars en fietsers… hierdoor is
er nu een verbodsbord voor fietsers. Het lokaal bestuur zal je dan beboeten indien je de
regel (= dat bord) niet naleeft. Er komt hier geen rechter aan de pas.
Bestuursrecht: alle regels die vanuit het bestuur komen die zowel wij als henzelf moeten
naleven.
HOOFDSTUK 1: DEFINITE BESTUURSRECHT
Onderscheid tussen privaat vs. publiekrecht
Privaat recht: relaties tussen private personen
Publiek recht: relatie tussen private persoon en de overheid (= het bestuur = de uitvoerende
macht) (=/ de overheid in de ruime zin, maar hier mag je het nu wel in de ruime zin zien)
Ander belangrijk onderscheid: staatsrecht vs bestuursrecht
◦Staatsrecht: staatsstructuur (WM)
◦Bestuursrecht: overheid (UM)
Bv. FOD Justitie, De Lijn, NMBS, … zijn dit besuren waar wij rekening mee moeten houden?
JA! Dit zijn allemaal besturen = organen van de uitvoerende macht.
,PM: bestuursrecht?
Bestuursrecht kan je in organieke betekenis gaan begrijpen: je zoomt in op de organen
van het bestuursrecht.
Bestuursrecht kan je in functionele betekenis gaan begrijpen; je zoomt in op deze die de
macht bekleden, zij die besturen en uitvoeren.
Bestuursrecht: wie is de uitvoerende macht?
Dit moet je bekijken in de grondwet. Maar je vindt daar eigenlijk niet zoveel. Gw zegt dat de
UM bestaat uit enkel de koning (interpreteren: deelregeringen). Maar dit is te weinig.
Bv. OCMW zit daar niet bij. Maar ook zij zijn onderdeel van ons bestuursrecht, maar strikt
genomen vallen zij niet onder de UM. Hier geldt dus al een discripantie.
Bv. Het volledige lokaal niveau (= territoriaal gedecentraliseerd bestuur) maar valt niet
onder UM. BV. De Lijn (= functioneel gedecentraliseerd bestuur), valt ook niet onder
UM.
Heel wat besturen maken voorwerp uit van bestuursrecht, maar hebben ook andere taken
dan ‘uitvoering geven aan iets’ of ‘besturen’.
Bv. Heel wat gemeenten kunnen ook regelgevend optreden (WM) (=/ besturen (=UM)). Deze
zijn dan even bindend als een wet in de formele zin (is een wet in de materiële zin). (Bv.
Belastignsregelementen, politiereglementen,….)
Gelijke relativering bij de taken. Zij gaan niet enkel besturen maar ook gaan handhaven.
Bv. Boete wordt opgelegd door een bestuur.
Bv. Betoging mocht niet doorgaan op een bepaalde plaats.
Maar ook de wetgever kan soms andere dingen doen dan enkel wetten maken. Zij kunnen
ook gaan handhaven of besturen.
Bv. Beslissen over het administratieve bestuur (ontslaan, aannemen,…) zijn in principe
bestuurlijke handelingen.
Conclusie: begrip bestuursrecht is zoveel meer dan enkel uitvoerende macht.
HOOFDSTUK 2: INDELING: ALGEMEEN VS. BIJZONDER BESTUURSRECHT
• Algemeen bestuursrecht
◦= algemene regels die het bestuursrecht gaan bestuderen. Die regels die doorwerken
op allerlei besturen, de organen, en de werking van die besturen.
• Bijzonder bestuursrecht
◦= verzamelnaam voor hele reeks voor sectorale regelgeving binnen dat globaal
bestuursrecht
◦Sommige takken zijn zo uitgegroeid dat ze een vak op hen zelf zijn (denk aan
omgevingsrecht)
HOOFDSTUK 3: KENMERKEN VAN HET BESTUURSRECHT
, 3.1 autonomie en eigenheid van het bestuursrecht
Bestuursrecht = uitzonderingsrecht?
Bestuursrecht vandaag is helemaal anders dan vroeger.
Vroeger: onderworpen aan privaatrecht tenzij het een afwijking had (dit waren er heel veel).
Nu: bestuursrecht nu beschikt over een heel bevoorrechte positie (met het EBR). Bv. De
geldboetes. Dit vloeit onder ander uit het verandelijkheidsbeginsel
Bijzondere voorrechten: de EBR
Bijzondere verplichtingen:
Die afwijkingen zorgde ook voor veel nadelen voor het bestuur. Dit om te vermijden dat het
bestuur willekeurig zou optreden.
Bv. De motiveringsplicht: bestuur is verplicht om elke beslissing die hij neemt, te motiveren
Nu is dit dus echt volledig uitgegroeid uit het privaatrecht. Het heeft nu zijn eigen dynamiek,
procedures, … dus het staat er nu echt naast. Maar ook dit valt te nuanceren.
Nuancering van uitzonderingspositie:
Klassieke onderscheid komt steeds meer onderdruk te staan. Specifiek onder het
bestuursrecht neemt dat de volgende vorm aan. Bestuurders zullen kijken of ze niet zaken
uit het privaatrecht kunnen halen om hun doel te bereiken omdat die minder regeltjes heeft.
Bv. Bestuur kan, onder bepaalde voorwaarden, je van je stuk grond gaan onteigenen
wanneer zij een stuk grond nodig hebben in het algemeen belang. Onteigening is best een
zware procedure. Dus in de plaats zal het bestuur gaan aankloppen en gewoon vragen of ze
dit niet willen verkopen. En dan is dat een loutere koop-verkoop van het privaatrecht.
Deze technieken en weg hiernaar noemen we de ‘privatisering van het
bestuursrecht’. Het is een beweging die terug gaat, maar ook een andere soort. Vandaag
verwachten we van een moderne overheid dat die niet alleen maar beslissingen van boven
naar beneden zal nemen, maar dat die de burger zal betrekken met de beslissingen. Dit
noemen we de ‘horizontalisering van het bestuur’. Bv. Inspraak en participatie. Op
sommige wijzen is bestuur verplicht om bevolking te betrekken
Bv. Partnerships.; project uitvoeren samen met burger (bv. Gemeentelijk zwembad bouwen)
3.2 meergelaagdheid van het Belgische bestuursrecht
Fragmentarisch karakter van het Belgisch bestuursrecht:
• Alle deeltjes hebben het algemeen bestuursrecht, maar deze is telkens uitgekleed
door de overheveling, waardoor we op al die deelniveaus ook een bestuursrecht zien
ontstaan op dat niveau
, • Gevolg: we hebben naast het Belgisch bestuursrecht ook een Brussels, Vlaams, Waals
bestuursrecht
Harmonisering van het bestuur :
• Dit onder invloed van het Europees niveau => we evolueren naar een Europees
bestuursrecht
o = we bedoelen daarmee de regels die wij kennen in ons bestuursrecht, vaak
het gevolg zijn van EU verordeningen of regelgeving maar ook de openbaring
etc hebben een EU kleur
o = we kunnen daar ook iets anders mee bedoelen: betrekking op de algemene
regels en beginselen. Reeks van beginselen die we gemeen hebben met
beginselen op EU niveau.
Bv. Het transparantiebeginsel: is erkend op EU niveau als algemeen
beginsel. Bij België is dit niet erkend als algemeen beginsel, maar het
werkt door omdat het wel erkent is op EU niveau. Hoewel het niet
erkend is in België, vinden we wel heel veel toepassingen waardoor we
kunnen besluiten dat het wel een algemeen beginsel is (in de praktijk)
o Laatste betekenis: de Raad van Europa velt belangrijke rechtspraak; en ook
deze werkt door in ons bestuursrecht
Bv. Uitspraak over art.6 EVRM; de toegang tot de rechter moet ook op
bestuurlijk niveau doorwerken.
Bv. Europees Handvest. Ligt aan de basis van de autonomie vna de
gemeenten (??)
Ook: openbaring van het bestuur.
HOOFDSTUK 4: BRONNEN VAN HET BESTUURSRECHT
Voorafgaand:
Er is geen algemeen wet bestuursrecht. geen codex van bestuursrecht. Het is dus wat
ingewikkelder. We moeten gebruik maken van de waaier gevuld met regels, decreten,
normen, besluiten,… die allen het bestuursrecht uitmaken.
4.1 metaprincipes- of waarden van het bestuursrecht
= de wortels van het bestuursrecht.
Principe van scheiding der machten