INLEIDING TOT HET
RECHT
,WAT IS RECHT?
1. OBJECTIEF VS. SUBJECTIEF RECHT
A. WAT IS HET VERSCHIL?
Objectief: HET recht Subjectief: MIJN recht
= Geheel van algemene gedragsregels = Individualisering v/d rechtsregel
- Bv: Regels over studentenhuur in het
Woninghuurdecreet. Art. 58; Art. 25 en 26 Vlaams
Woninghuurdecreet, Geheel aan regels over
studentenarbeid
Probleem? Administratieve rechtscolleges Probleem? Gewone hoven en rechtbanken
- Voorbeelden: - Voorbeelden:
- Gemeente volgt regels niet bij benoeming ambtenaar. - Aannemer leeft afspraak niet na.
- Gemeente stelt parkeerreglement op dat in strijd is met - Werkgever betaalt je niet.
de wet. - Je krijgt je pensioen niet.
- Gemeente neemt individ. beslissing over bouwaanvraag - Je bent mishandelt en wil schadevergoeding.
en legt niet uit waarom bouwaanvraag geweigerd w.
Jij vs. andere burgers
Jij vs. de overheid Jij vs. de overheid
Gebonden bevoegdheid Discretionaire bevoegdheid
Het recht zegt wat de overheid moet Het recht geeft de overheid wanneer aan alle
doen wanneer alle voorwaarden vervuld voorwaarden voldaan is nog een beleidsvrijheid.
zijn. Geen A of B, afhankelijk van handelingen/ motivatie van
Als A, dan B overheid
- Bv: Als persoon bepaalde leeftijd bereikt en aan - Bv: Overheid heeft de plicht om bep. procedure te volgen bij
alle voorwaarden voldoet, heeft die recht op bouwvergunningen, MAAR heeft wel nog het recht om
pensioen. daarbinnen bepaalde keuzes te maken.
Je hebt een subjectief recht. Je hebt geen subjectief recht.
Overheidsoptreden kan marginaal1 getoetst.
B. OBJECTIEF RECHT
Kenmerken:
1. Algemeen - Algemeen en onpersoonlijk
- Logisch, anders zou het geen regel zijn
- Waarborg tegen willekeur
Uitzondering: Individuele besluiten
2. Gedragsregels - “Gedachten zijn vrij” tot ze zich veruitwendigen
- Recht beoordeelt (uitwendig) gedrag van rechtssubjecten2
- Bv: negationismewet – bepaalt dat het strafbaar is om misdaden gepleegd door Nazi’s
tijdens WOII te ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren.
3. Opgelegd - Gebod (bv: Schuldig hulpverzuim)
- Verbod
Opmerking: Maar wat verplicht het recht jou om te doen of te laten?
Inspanningsverbintenis = Resultaatsverbintenis
1
Marginale bevoegdheid: Het recht oordeelt of de overheid zorgvuldig gehandeld heeft.
2
Rechtssubjecten: In ons rechtssysteem zijn enkel personen ‘rechtssubjecten’; dit wil zeggen enkel
mensen zijn diegenen die de wet moeten respecteren en die vervolgd knn w wanneer ze dat niet
doen. Bij uitbreiding geldt hetzelfde voor door mensen opgerichte juridische entiteiten (Bv Coca
Cola).
1
, norm
“Ik zal mijn best doen” “Het gaat lukken, tenzij …”
Meestal: Hoe zou een voorzichtige en Op basis van het resultaat (is het
redelijke persoon gehandeld hebben resultaat er niet (of is het niet goed), dan
in gelijkaardige omstandigheden? bega je een fout!)
Soms: Hoe zou je met je eigen goed Tenzij: overmacht
zijn omgegaan? (Bv: Kosteloze
bewaargeving – je vertrouwt GSM toe aan - Bv: Elektriciteit viel uit waardoor taart
vriendin, maar zij raakt deze kwijt. niet gebakken kon worden.
Vergelijking van hoe vriendin met haar
eigen spullen omgaat.)
Hoe herken ik
resultaatsverbintenis?
a) Duidelijk gebod/verbod
b) Gebrek aan “aleatoir karakter
3
”
c) Overeenkomst tss partijen
4. Ordenend
5. Bevoegde
overheid
6. Afdwingbaar - Afdwingbaarheid is een kenmerk van het objectief recht, maar het (objectief)
recht kan slechts w afgedwongen als je een subjectief recht hebt, i.e. wanneer
‘jouw recht’ met de voeten getreden werd
- Doel = rechttrekken wat krom is:
1) Rechtsherstel a. Bij onrechtmatige daad
Art. 5.83, 1° BW; Art. 5.224 BW; Art. b. Bij overeenkomst
5.234-5.236 BW; art. 6.12 BW c. In relatie met overheid
2) Schadeherstel Vergoeden van bijkomende schade ten
Art. 5.86 en Art. 5.237 BW gevolge van fout, geen straf op zichzelf
3) Beteugende sancties Bijkomend leed toevoegend element,
bedoeld om ongewenst gedrag te
voorkomen
Bv: Een boete voor te snel rijden
! Opmerking: publieke straffen, private straffen kunnen in principe niet
C. SUBJECTIEF RECHT
Rechtsfeit + Het recht (Objectief recht) = Mijn recht (Subjectief recht)
2. HET RECHT OPDELEN
A. NATIONAAL – INTERNATIONAAL – SUPRANATIONAAL
Nationaal recht = Uitzonderingen: Internationaal & supranationaal recht
uitgangspunt
> Recht gemaakt in België door > Afspraken tss soevereine staten om bepaalde dingen op bepaalde
de tot daar toe bevoegde manieren te doen (adhv verdragen), geven stuk van soevereiniteit af
overheid - Bv: Navo, belastingverdrag met Dubai
> Elk land is een soevereine Supranationaal gaat nog stuk verder: Naast de verdragen w ook
staat: beslist zelf wat op eigen instellingen toegevoegd die bevoegdheden hebben en zelf recht knn maken
grondgebied gebeurt - Bv: Europese Unie (Europees Parlement)
B. PUBLIEK – PRIVAAT
Privaatrecht Publiekrecht
Privaat belang Publiek belang
Burger bepaalt zelf of die actie Organisatie van de staat
neemt
Overheid vs. burger
Overheid vs. overheid
3
Aletoir karakter: Het resultaat is te onzeker.
2
, Burger vs. andere burger
Bv: Contract met mij en de FOD justitie =
Overheidsopdrachtenwet
Bv: Contract met mij en de bakker = Boek 5
BW
Opmerking: Onderscheid vervaagt, maar belang v/ onderscheid blijft omdat…
1. Publiekrecht is dwingend
2. Eenzijdig karakter van publiekrecht (overheid kan beslissingen opleggen (en afdwingen), zonder dat hij eerst
naar rechter moet)
3. Zwaardere verplichtingen in publiekrecht (het moet eerlijk blijven… bv: ABBB, Openbare aanbesteding)
4. Overheid neemt zelf initiatief om normenschending af te dwingen
FUNDAMENTELE BEGINSELEN
1. ALLEEN PERSONEN HEBBEN RECHTSPERSOONLIJKHEID
A. RECHTSUBJECTEN
= dragers van rechten en plichten
1) Voorwerpen Lichamelijk (kun je vastnemen)
= rechtsobjecten
Art. 3:38 BW
Onlichamelijk (kun je niet vastnemen, maar heeft toch geldelijke waarde, bv: intellectueel
eigendomsrecht)
2) Personen Natuurlijke personen (mensen)
= rechtssubjecten
Art. 3:35, tweede lid BW
Rechtspersoon4 (door de mens gecreëerde juridische entiteiten)
3) Dieren
= rechtsobjecten
Onderscheid:
4
Rechtspersoon: Juridische constructie opgericht door de wet (bv: gemeenten) of door natuurlijke
personen (bv: Coca Cola). Kan in eigen naam en voor eigen rekening optreden in het rechtsverkeer
en heeft een eigen vermogen.
3
RECHT
,WAT IS RECHT?
1. OBJECTIEF VS. SUBJECTIEF RECHT
A. WAT IS HET VERSCHIL?
Objectief: HET recht Subjectief: MIJN recht
= Geheel van algemene gedragsregels = Individualisering v/d rechtsregel
- Bv: Regels over studentenhuur in het
Woninghuurdecreet. Art. 58; Art. 25 en 26 Vlaams
Woninghuurdecreet, Geheel aan regels over
studentenarbeid
Probleem? Administratieve rechtscolleges Probleem? Gewone hoven en rechtbanken
- Voorbeelden: - Voorbeelden:
- Gemeente volgt regels niet bij benoeming ambtenaar. - Aannemer leeft afspraak niet na.
- Gemeente stelt parkeerreglement op dat in strijd is met - Werkgever betaalt je niet.
de wet. - Je krijgt je pensioen niet.
- Gemeente neemt individ. beslissing over bouwaanvraag - Je bent mishandelt en wil schadevergoeding.
en legt niet uit waarom bouwaanvraag geweigerd w.
Jij vs. andere burgers
Jij vs. de overheid Jij vs. de overheid
Gebonden bevoegdheid Discretionaire bevoegdheid
Het recht zegt wat de overheid moet Het recht geeft de overheid wanneer aan alle
doen wanneer alle voorwaarden vervuld voorwaarden voldaan is nog een beleidsvrijheid.
zijn. Geen A of B, afhankelijk van handelingen/ motivatie van
Als A, dan B overheid
- Bv: Als persoon bepaalde leeftijd bereikt en aan - Bv: Overheid heeft de plicht om bep. procedure te volgen bij
alle voorwaarden voldoet, heeft die recht op bouwvergunningen, MAAR heeft wel nog het recht om
pensioen. daarbinnen bepaalde keuzes te maken.
Je hebt een subjectief recht. Je hebt geen subjectief recht.
Overheidsoptreden kan marginaal1 getoetst.
B. OBJECTIEF RECHT
Kenmerken:
1. Algemeen - Algemeen en onpersoonlijk
- Logisch, anders zou het geen regel zijn
- Waarborg tegen willekeur
Uitzondering: Individuele besluiten
2. Gedragsregels - “Gedachten zijn vrij” tot ze zich veruitwendigen
- Recht beoordeelt (uitwendig) gedrag van rechtssubjecten2
- Bv: negationismewet – bepaalt dat het strafbaar is om misdaden gepleegd door Nazi’s
tijdens WOII te ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren.
3. Opgelegd - Gebod (bv: Schuldig hulpverzuim)
- Verbod
Opmerking: Maar wat verplicht het recht jou om te doen of te laten?
Inspanningsverbintenis = Resultaatsverbintenis
1
Marginale bevoegdheid: Het recht oordeelt of de overheid zorgvuldig gehandeld heeft.
2
Rechtssubjecten: In ons rechtssysteem zijn enkel personen ‘rechtssubjecten’; dit wil zeggen enkel
mensen zijn diegenen die de wet moeten respecteren en die vervolgd knn w wanneer ze dat niet
doen. Bij uitbreiding geldt hetzelfde voor door mensen opgerichte juridische entiteiten (Bv Coca
Cola).
1
, norm
“Ik zal mijn best doen” “Het gaat lukken, tenzij …”
Meestal: Hoe zou een voorzichtige en Op basis van het resultaat (is het
redelijke persoon gehandeld hebben resultaat er niet (of is het niet goed), dan
in gelijkaardige omstandigheden? bega je een fout!)
Soms: Hoe zou je met je eigen goed Tenzij: overmacht
zijn omgegaan? (Bv: Kosteloze
bewaargeving – je vertrouwt GSM toe aan - Bv: Elektriciteit viel uit waardoor taart
vriendin, maar zij raakt deze kwijt. niet gebakken kon worden.
Vergelijking van hoe vriendin met haar
eigen spullen omgaat.)
Hoe herken ik
resultaatsverbintenis?
a) Duidelijk gebod/verbod
b) Gebrek aan “aleatoir karakter
3
”
c) Overeenkomst tss partijen
4. Ordenend
5. Bevoegde
overheid
6. Afdwingbaar - Afdwingbaarheid is een kenmerk van het objectief recht, maar het (objectief)
recht kan slechts w afgedwongen als je een subjectief recht hebt, i.e. wanneer
‘jouw recht’ met de voeten getreden werd
- Doel = rechttrekken wat krom is:
1) Rechtsherstel a. Bij onrechtmatige daad
Art. 5.83, 1° BW; Art. 5.224 BW; Art. b. Bij overeenkomst
5.234-5.236 BW; art. 6.12 BW c. In relatie met overheid
2) Schadeherstel Vergoeden van bijkomende schade ten
Art. 5.86 en Art. 5.237 BW gevolge van fout, geen straf op zichzelf
3) Beteugende sancties Bijkomend leed toevoegend element,
bedoeld om ongewenst gedrag te
voorkomen
Bv: Een boete voor te snel rijden
! Opmerking: publieke straffen, private straffen kunnen in principe niet
C. SUBJECTIEF RECHT
Rechtsfeit + Het recht (Objectief recht) = Mijn recht (Subjectief recht)
2. HET RECHT OPDELEN
A. NATIONAAL – INTERNATIONAAL – SUPRANATIONAAL
Nationaal recht = Uitzonderingen: Internationaal & supranationaal recht
uitgangspunt
> Recht gemaakt in België door > Afspraken tss soevereine staten om bepaalde dingen op bepaalde
de tot daar toe bevoegde manieren te doen (adhv verdragen), geven stuk van soevereiniteit af
overheid - Bv: Navo, belastingverdrag met Dubai
> Elk land is een soevereine Supranationaal gaat nog stuk verder: Naast de verdragen w ook
staat: beslist zelf wat op eigen instellingen toegevoegd die bevoegdheden hebben en zelf recht knn maken
grondgebied gebeurt - Bv: Europese Unie (Europees Parlement)
B. PUBLIEK – PRIVAAT
Privaatrecht Publiekrecht
Privaat belang Publiek belang
Burger bepaalt zelf of die actie Organisatie van de staat
neemt
Overheid vs. burger
Overheid vs. overheid
3
Aletoir karakter: Het resultaat is te onzeker.
2
, Burger vs. andere burger
Bv: Contract met mij en de FOD justitie =
Overheidsopdrachtenwet
Bv: Contract met mij en de bakker = Boek 5
BW
Opmerking: Onderscheid vervaagt, maar belang v/ onderscheid blijft omdat…
1. Publiekrecht is dwingend
2. Eenzijdig karakter van publiekrecht (overheid kan beslissingen opleggen (en afdwingen), zonder dat hij eerst
naar rechter moet)
3. Zwaardere verplichtingen in publiekrecht (het moet eerlijk blijven… bv: ABBB, Openbare aanbesteding)
4. Overheid neemt zelf initiatief om normenschending af te dwingen
FUNDAMENTELE BEGINSELEN
1. ALLEEN PERSONEN HEBBEN RECHTSPERSOONLIJKHEID
A. RECHTSUBJECTEN
= dragers van rechten en plichten
1) Voorwerpen Lichamelijk (kun je vastnemen)
= rechtsobjecten
Art. 3:38 BW
Onlichamelijk (kun je niet vastnemen, maar heeft toch geldelijke waarde, bv: intellectueel
eigendomsrecht)
2) Personen Natuurlijke personen (mensen)
= rechtssubjecten
Art. 3:35, tweede lid BW
Rechtspersoon4 (door de mens gecreëerde juridische entiteiten)
3) Dieren
= rechtsobjecten
Onderscheid:
4
Rechtspersoon: Juridische constructie opgericht door de wet (bv: gemeenten) of door natuurlijke
personen (bv: Coca Cola). Kan in eigen naam en voor eigen rekening optreden in het rechtsverkeer
en heeft een eigen vermogen.
3