Quinten Maas Samenvatting Digitale productieaspecten
DIGITALE PRODUCTIEASPECTEN
NETWERKEN
Verbindt om communicatie of uitwisseling van data mogelijk te maken, communicatie kan alleen als je
dezelfde taal spreekt → protocol (afspraak, regels)
- Hardware
o Modem
o Router
o Switch
o Firewall
- Cablage: UTP kabel cat5,6,
TCP/IP MODEL
Set van netwerkprotocollen die de communicatie tussen computers regelen:
Transmission Control Protocol/Internet Protocol
vier lagen:
1. Applicatielaag
2. Transportlaag
3. Netwerklaag
4. netwerktoegangslaag
Elk vd lagen → eigen specifieke taken bij het overdragen van gegevens → essentieel vr het functioneren vh
internet en andere netwerken
APPLICATIELAAG
Bovenste laag → interface tussen gebruikersapplicaties en het netwerk. Gebruikers werken hier direct
mee, bv: bij het internetten of e-mailen. Protocollen zoals HTTP, FTP, SMTP en DNS werken binnen deze
laag.
Het is de interface voor gebruikersapplicaties: applicaties zoals webbrowsers, e-mailclients en andere
netwerkprogramma's →toegang tot de netwerkdiensten.
Het definieert protocollen die nodig zijn voor specifieke netwerkactiviteiten:
- Ophalen van webpagina's (HTTP)
- Verzenden van e-mails (SMTP)
- Overdragen van bestanden (FTP).
Data presentatie: De protocollen in applicatielaag → gegevens worden gepresenteerd in een formaat dat
begrijpelijk is voor applicatie en gebruiker.
1
, Quinten Maas Samenvatting Digitale productieaspecten
TRANSPORTLAAG
Betrouwbaar en efficiënt overdragen vn gegevens tussen toepassingen op versch apparaten:
- Segmentatie: De transportlaag verdeelt grote hoeveelheden gegevens in kleinere segmenten, die
gemakkelijker kunnen worden verzonden over het netwerk.
- Foutcorrectie: Het controleert of de gegevens correct zijn ontvangen en stuurt indien nodig
ontbrekende of beschadigde segmenten opnieuw.
- Stroomregeling: Het regelt de snelheid vd gegevensstroom zodat de zender de ontvanger niet
overbelast.
- Poortnummers: specifieke toepassingen op een apparaat te identificeren, zodat de gegevens
naar de juiste applicatie worden gestuurd.
De transportlaag is de brug tussen de applicatielaag en de netwerklaag, → gegevens correct en efficiënt
van de ene toepassing naar de andere worden verzonden.
NETWERKLAAG
Verantwoordelijk voor het verzenden van gegevenspakketten over versch netwerken.
- Routering: De netwerklaag bepaalt de beste route voor een datapakket om van de bron naar de
bestemming te reizen, zelfs als dit via meerdere netwerken moet.
- Adressering: Elk apparaat in een netwerk krijgt een uniek logisch adres (IP-adres), zodat
pakketten naar de juiste bestemming kunnen worden gestuurd.
- Gegevenspakketten: De netwerklaag verpakt de gegevens in datagrammen (of pakketten) en
voegt een IP-header toe met informatie over de bron en bestemming.
- Verbinding met andere netwerken: De netwerklaag maakt het mogelijk om te communiceren
over versch netwerken heen, bv via het internet.
NETWERKTOEGANGSLAAG
Fysieke overdracht van gegevens over een netwerk: behandelt de hardware (zoals kabels,
netwerkkaarten) en de protocollen die nodig zijn om data te verzenden en te ontvangen op een lokaal
netwerk.
- Fysieke overdracht: daadwerkelijke verzending van bits over het medium (bijv. via Ethernet-
kabel of draadloos).
- MAC-adressering: Bepaalt hoe gegevens worden verpakt in frames en hoe deze frames worden
verstuurd naar het MAC-adres van de bestemming.
- Foutdetectie en -correctie: Vaak omvat deze laag ook mechanismen om fouten in de
transmissie te detecteren en te corrigeren.
- Netwerkinterface: Beheert de interactie tussen het besturingssysteem en de netwerkkaart.
De netwerktoegangslaag is de laag die de fysieke verbinding tot stand brengt en beheert, zodat gegevens
van het ene apparaat naar het andere kunnen worden verzonden op een lokaal netwerk. Het is de brug
tussen de digitale wereld en de fysieke wereld van netwerkhardware.
2
DIGITALE PRODUCTIEASPECTEN
NETWERKEN
Verbindt om communicatie of uitwisseling van data mogelijk te maken, communicatie kan alleen als je
dezelfde taal spreekt → protocol (afspraak, regels)
- Hardware
o Modem
o Router
o Switch
o Firewall
- Cablage: UTP kabel cat5,6,
TCP/IP MODEL
Set van netwerkprotocollen die de communicatie tussen computers regelen:
Transmission Control Protocol/Internet Protocol
vier lagen:
1. Applicatielaag
2. Transportlaag
3. Netwerklaag
4. netwerktoegangslaag
Elk vd lagen → eigen specifieke taken bij het overdragen van gegevens → essentieel vr het functioneren vh
internet en andere netwerken
APPLICATIELAAG
Bovenste laag → interface tussen gebruikersapplicaties en het netwerk. Gebruikers werken hier direct
mee, bv: bij het internetten of e-mailen. Protocollen zoals HTTP, FTP, SMTP en DNS werken binnen deze
laag.
Het is de interface voor gebruikersapplicaties: applicaties zoals webbrowsers, e-mailclients en andere
netwerkprogramma's →toegang tot de netwerkdiensten.
Het definieert protocollen die nodig zijn voor specifieke netwerkactiviteiten:
- Ophalen van webpagina's (HTTP)
- Verzenden van e-mails (SMTP)
- Overdragen van bestanden (FTP).
Data presentatie: De protocollen in applicatielaag → gegevens worden gepresenteerd in een formaat dat
begrijpelijk is voor applicatie en gebruiker.
1
, Quinten Maas Samenvatting Digitale productieaspecten
TRANSPORTLAAG
Betrouwbaar en efficiënt overdragen vn gegevens tussen toepassingen op versch apparaten:
- Segmentatie: De transportlaag verdeelt grote hoeveelheden gegevens in kleinere segmenten, die
gemakkelijker kunnen worden verzonden over het netwerk.
- Foutcorrectie: Het controleert of de gegevens correct zijn ontvangen en stuurt indien nodig
ontbrekende of beschadigde segmenten opnieuw.
- Stroomregeling: Het regelt de snelheid vd gegevensstroom zodat de zender de ontvanger niet
overbelast.
- Poortnummers: specifieke toepassingen op een apparaat te identificeren, zodat de gegevens
naar de juiste applicatie worden gestuurd.
De transportlaag is de brug tussen de applicatielaag en de netwerklaag, → gegevens correct en efficiënt
van de ene toepassing naar de andere worden verzonden.
NETWERKLAAG
Verantwoordelijk voor het verzenden van gegevenspakketten over versch netwerken.
- Routering: De netwerklaag bepaalt de beste route voor een datapakket om van de bron naar de
bestemming te reizen, zelfs als dit via meerdere netwerken moet.
- Adressering: Elk apparaat in een netwerk krijgt een uniek logisch adres (IP-adres), zodat
pakketten naar de juiste bestemming kunnen worden gestuurd.
- Gegevenspakketten: De netwerklaag verpakt de gegevens in datagrammen (of pakketten) en
voegt een IP-header toe met informatie over de bron en bestemming.
- Verbinding met andere netwerken: De netwerklaag maakt het mogelijk om te communiceren
over versch netwerken heen, bv via het internet.
NETWERKTOEGANGSLAAG
Fysieke overdracht van gegevens over een netwerk: behandelt de hardware (zoals kabels,
netwerkkaarten) en de protocollen die nodig zijn om data te verzenden en te ontvangen op een lokaal
netwerk.
- Fysieke overdracht: daadwerkelijke verzending van bits over het medium (bijv. via Ethernet-
kabel of draadloos).
- MAC-adressering: Bepaalt hoe gegevens worden verpakt in frames en hoe deze frames worden
verstuurd naar het MAC-adres van de bestemming.
- Foutdetectie en -correctie: Vaak omvat deze laag ook mechanismen om fouten in de
transmissie te detecteren en te corrigeren.
- Netwerkinterface: Beheert de interactie tussen het besturingssysteem en de netwerkkaart.
De netwerktoegangslaag is de laag die de fysieke verbinding tot stand brengt en beheert, zodat gegevens
van het ene apparaat naar het andere kunnen worden verzonden op een lokaal netwerk. Het is de brug
tussen de digitale wereld en de fysieke wereld van netwerkhardware.
2