1
, Hoofdstuk 1: kennismaking
1.1 Enkele belangrijke evoluties
Gebiedsuitbreiding
Sociale psychologie ( volgens Gordon Allport ) = De wetenschappelijke studie van de manier
waarop de gedachten, gevoelens & handelingen van de mensen beïnvloed worden door de
feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van andere mensen.
Aantal aspecten van de definitie:
Een wetenschappelijke studie:
- In tegenstelling tot intuïtieve kennis of het gezond verstand.
- Beweringen die empirisch getoetst kunnen worden.
1) De begrijpende methode
- Gevalstudie
- Nauwgezetter & systematischer dan de intuïtieve benadering.
- Beperking tot subjectiviteit → de onderzoeker gaat zelf een keuze maken van wat hij
als verklaring ziet.
- Geen gebruik van cijfermateriaal maar beperkt zich tot verbale beschrijvingen van
het soort samenhangen die naar voren treden → vaak gebruik gemaakt van
gevalstudies.
- Vanuit enkele casussen gaat men op zoek gaan naar wat daar me zou kunnen
samenhangen.
2) De correlationele methode:
- Samenhang tussen variabelen uitgedrukt in een correlatie: drukt uit hoe de
veranderingen in de ene variabele samenhangen met de veranderingen in de andere.
En indien er geen enkel verband gevonden wordt tussen beide variabelen spreekt
men van een nul correlatie. (= geen enkel verband gevonden wordt tussen beide
variabelen )
Voorbeeldje - Wie meer gewelddadige films kijkt zal zich ook gemiddeld agressiever
gedragen, wie minder films kijkt zal minder agressief gedrag vertonen → Positieve
correlatie. / als men meer naar dat soort films kijkt gaat men net minder agressief
gedrag vertonen ( kunnen dat ze door dit te kijken minder agressiviteit gaan tonen ) →
negatieve correlatie.
- Toont geen oorzakelijke verband aan.
- Hierbij worden bij een groep individuen verschillende soorten gegevens verzameld en
gaat men hieruit statistische bewerkingen op doorvoeren om te zien of er bepaalde
correlaties naar voor komen.
- Men kan hierdoor voorspellen wat de kans is.
2
, 3) De experimentele methode
- Maakt het mogelijk om te onderzoeken of een bepaalde variabele invloed heeft op de
andere.
- De afhankelijke variabele: te meten variabele
- De onafhankelijke variabele: variabele die gemanipuleerd of verandert wordt.
- De experimentele ( de groep die de OV toegediend kreeg )& controle groep ( de groep
die de AV toegediend kreeg )
- Causaal verband aantonen
- Het gaat meestal om equivalente of gelijkwaardige groepen dei gevormd werden
door 2 toevallige steekproeven te nemen uit dezelfde populatie.
De empirische cyclus:
- Wetenschappelijke kennis is het product van het herhaaldelijk met elkaar
confronteren van empirische vaststellingen & theoretische verklaringen → hierdoor
kunnen foutieve verklaringen uitgesloten worden. Maar bij alledaagse kennis: meer
sprake van een eenrichtingsverkeer → uit de vaststellingen worden vaststaande,
maar mogelijk verkeerde conclusies getrokken.
- Niet onmiddellijk vaststaande conclusies getrokken uit dingen die de onderzoekers
waarnemen, maar dat die slechts een aanleiding om een of enkele mogelijke
verklaringen of hypothesen te formuleren.
- De onderzoekers moeten er dus eerst concrete voorspellingen uit afleiden die
vervolgens op de proef gesteld worden.
-
De gedachten, gevoelens en handelingen van mensen
a) A-B-C model:
Affectieve Behaviour of Cognitief
componen gedrags componen
t component t
- Volgens Allport houdt de sociale psychologie zich niet enkel bezig met het zichtbare
gedrag, maar ook wat mensen denken & voelen.
- Dikwijls aangegeven om een meer indirecte weg te volgen.
- Innerlijke gedragsaspecten → objectief observeerbaar.
3
, - Directe weg: bv: feitelijke keuze laten maken.
- Indirecte weg: bv: het laten beoordelen van uitspraken
De feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van anderen
- Feitelijke/ directe aanwezigheid: bv: een keuze laten maken
- Voorgestelde aanwezigheid: vb: Het maken van keuzes rekening houdend met de
mening van personen die niet aanwezig zijn. ( inbeelden dat er iemand wel is ).
- Impliciete aanwezigheid: gedrag wordt mee gestuurd door onzichtbare instanties.
Aanvulling definitie Allport
- Definitie praat over hoe wij worden beïnvloed door anderen maar niet hoe wij
anderen beïnvloeden
- Er moet onderscheid gemaakt worden door bewuste en onbewuste beïnvloeding
Conclusie: Het gaat niet om een specifiek gedrag, elk gedrag kan sociaal zijn. Het gaat om de
wijze waarop naar het gedrag wordt gekeken.
De eigen invalshoek van de sociale psychologie
Onderscheid met de sociologie:
Sociologie = Aandacht voor meer globale groepskenmerken van het gedrag.
Algemene psychologie
= aandacht voor de algemene wetmatigheden, zonder oog te hebben voor de specifieke sociale
factoren
Ontwikkelingspsychologie
= beschrijven van de complexer wordende sociale interacties, zonder in te gaan op de algemene
wetmatigheden
Persoonlijkheidspsychologie
= aanvulling, andere wijze van verklaringen dan de sociale psychologie, vaak voor dezelfde
fenomenen. Hebben vooral oog voor de innerlijke factoren.
Sociale psychologie
= vooral oog voor de externe factoren.
4