Sociale psychologie (Y03459)
Hoofdstuk 1 – Kennismaking met sociale
psychologie
Woord vooraf
Sociale deprivatie
= Gedurende een bepaalde periode geen sociale prikkels meer krijgen. Onderzoekers zijn er naar
geboeid, want welke effecten zou afzondering kunnen hebben?
Wanneer je geen sociale prikkels krijgt, gaan hersenen deze leegte opvullen. Je gaat soort hallucinaties
krijgen.
Door sociale deprivatie, zullen kinderen een ontwikkelingsachterstand oplopen. WANT deze kids gaan
op neurobiologisch niveau anders ontwikkelen.
Sociale paradox
= Langs de ene kant, hebben we andere mensen nodig MAAR langs de andere kant hebben we bijna
bang van.
Dit is waarom we in de wachtzaal plaatsen tussenlaten, omdat we niet willen dat mensen dichtbij komen.
Connectiekans
= Contact maken met mensen die je niet kent.
Invloed
= Naast dat we andere nodig hebben, staan we onder invloed van andere. Andere gaan ons beïnvloeden.
Meestal worden we impliciet beïnvloed: invloed wordt niet duidelijk uitgesproken, maar heeft wel een
impact. Dit geldt bijvoorbeeld voor muzieksmaak en kledij.
1 Studieobject van de sociale psychologie
1.1. Gebiedsomschrijving
“Sociale psychologie is de wetenschappelijke studie van de manier waarop de gedachten, gevoelens en
handelingen van mensen beïnvloed worden door de feitelijke, voorgestelde en geïmpliceerde
aanwezigheid van andere mensen.” @ALLPORT
» Wetenschappelijk?
Psychologie is een wetenschap.
» Intuïtieve of alledaagse kennis
We observeren heel graag andere en hierbij gaan we snel interpreteren. we gaan theorieën vormen op
basis van ons gezond verstand, we maken inschattingen…
Soort zoekt soort, dit is een verklaring waarom mensen aangetrokken zijn tot andere. MAAR deze
aantrekking komt door, onze intuïtie, ons gezond verstand, het is subjectief.
1
,Sociale psychologie (Y03459)
» Empirische cyclus
De wetenschap gaat een hele cirkel afleggen voor men een conclusie gaat nemen. Het verschil met
intuïtie dat wetenschap objectief is.
1.1.1. De wachtverzachters
Men is ervan overtuigd dat al kan zien hoelang je moet wachten, zal men meer geduld hebben. We
zouden langer wachten met wachtverzachters omdat die inspelen op onze hersenen.
DUS als je vaststelt dat meer mensen wachten door een wachtverzachter, ga je NIET onmiddellijk, zoals
met intuïtie, een conclusie trekken. Je gaat eerste een hypothese opstellen en vanuit deze hypothese een
concrete voorspelling maken.
Vanuit een voorspelling, komen we tot de toetsing. In dit geval een gerichte observatie…
1.1.2. Informatie verzamelen
Hoe verzamelen we gegevens binnen de sociale psychologie?
Er zijn drie soorten van onderzoek die gebruikt worden om iets te weten te komen over gedrag van
mensen:
o Beschrijvend
o Correlationeel
o Experimenteel
Er is geen beste manier, want het is sterk afhankelijk van de vraagstelling.
(1) Beschrijvende methode
= Het verzamelen van feiten.
Men gaat opzoek naar oorzaken of verklaringen van gedrag, men gaat hier louter het onderwerp
verkennen.
Bij interesse in een onderwerp en bij weinig voorkennis, is het belangrijk om eerst feiten te verzamelen.
OF mensen kunnen zelf vertellen over het gedrag dat ze stellen.
!!! DUS door observatie of zelfbeschrijving iets te weten komen
(2) Correlationele methode
= Een stap verder, NIET feiten verzamelen of iets beschrijven. WEL samenhangen/verbanden zien
tussen variabele.
Men gaat hier een stap verder, want er wordt samenhang gelegd tussen twee variabele. GEEN causatie:
het is een verband, maar het ene gaat de andere NIET noodzakelijk veroorzaken.
!!! Correlatie is GEEN causatie, dit omdat er geen experiment is gebeurt.
» VOORBEELD
2
,Sociale psychologie (Y03459)
o Positieve samenhang: naarmate de ene variabele stijgt, zal er zich ook stijging voordoen in de
andere variabele.
· De twee variabele begeven zich in dezelfde richting, DUS hoe meer geweld op tv, hoe meer
agressief gedrag.
· Twee fenomenen begeven zich in dezelfde richting.
o Negatieve samenhang: variabele begeven zich in andere richting, DUS als de ene variabele stijgt,
zal er een daling voordoen in de andere variabele.
· De ene stijgt, de andere daalt.
o Nul verband: er is geen samenhang te vinden via de statistiek.
Zolang we geen experiment doen, en dus geen manipulatie doet, mogen we niet spreken over oorzaken.
Het gaat hier over hypotheses, dit zijn mogelijke verklaringen. WANT we moeten in ons achterhoofd
houden dat er ook andere oorzaken aanwezig kunnen zijn.
(3) Experimentele methode
= Experiment
Men gaat hier een stap verder, omdat we hier een conclusie kunnen en mogen maken over de oorzaken
van gedrag. Mogelijkheid om causale verbanden te kunnen vaststellen.
o Onafhankelijke variabele: diegene die door de onderzoeker gemanipuleerd/veranderd wordt om
een effect op de afhankelijke variabele te meten
· Diegene waarvan verwacht wordt dat hij invloed heeft op de afhankelijke variabele
· Veroorzaakt deze een verandering in jouw afhankelijke variabele?
o Afhankelijke variabele: die variabele die afhankelijk is van de onafhankelijke variabele
· Het gedrag dat gemeten wordt.
C
1.1.3. Invloeden op drie gebieden
Wetenschappelijke studie toonde aan, dat wij worden beïnvloed op drie vlakken. Wij worden op drie
vlakken beïnvloed door andere:
o Op hoe we (ons) voelen │A
o Op hoe we (over onszelf) denken │C
o Op hoe we ons gedragen │B
3
, Sociale psychologie (Y03459)
We kunnen onze zelfwaarde volledig laten beïnvloeden door gedrag van andere, wij beïnvloeden onszelf
hier erg in. WANT wij verliezen onze waarden als we worden vertrappelt door de maatschappij.
1.1.4. Drie soorten invloed/aanwezigheid
» Fysiek/feitelijk
Ga je dicht bij iemand staan, is dit een fysieke manier van invloed. Zoals na aanslagen hadden toeristen
met rugzak een invloed op mensen. Met als gevolg dat mensen afstand nemen.
» Voorgesteld
We kunnen beïnvloed worden door de voorgestelde aanwezigheid van iemand. We kunnen ons
bijvoorbeeld baseren op wat leeftijdsgenoten vorige keren aanhadden.
Als je op basis van de ingebeelde aanwezigheid een belissing maakt, wordt je beïnvloed door een
voorgestelde aanwezigheid.
» Impliciet/onrechtstreeks
Bij de onrechtstreekse aanwezigheid, komen er niet rechtstreeks mensen aan te pas.
Zoals reclame, dit gaat een invloed hebben op gevoelens en gedachten. En de volgende keer in de winkel
ga je dat product misschien eens mee naar huis nemen. De gemaakte reclame gaat ons beïnvloeden.
1.1.5. Enkele aanvullingen
De definitie is niet volledig
» Beïnvloed worden en ook: beïnvloeden
In de definitie staat dat wij beïnvloed worden, maar we kunnen ook beïnvloeden. Ook dit doen we op
elk moment.
» Niet altijd bewuste of intentionele invloed
Invloed hoeft niet bewust te zijn, we beïnvloeden elkaar vaak onbewust.
Beïnvloed worden door andere mensen, zijn ook niet sociale dingen die ons kunnen beïnvloeden. MAAR
gaat ook over de invloed van niet sociale.
» Heel breed terrein
1.2. De eigen invalshoek van sociale psychologie
» De persoonlijkheidspsychologie │dispositionisme
Persoonlijkheid gaat gedrag verklaren aan de hand van disposities. DUS door eigenschappen die in jou
zitten als mens.
» De sociale psychologie │situationisme
Mensen helpen niet alleen op basis van persoonlijkheid, maar ook verklaring zoeken in de sociale
omgeving. Het is net omdat er veel andere zijn, dat ze niet gaan helpen.
» Interactionisme
Gedrag beïnvloeden door persoonlijkheid en situatie.
4
Hoofdstuk 1 – Kennismaking met sociale
psychologie
Woord vooraf
Sociale deprivatie
= Gedurende een bepaalde periode geen sociale prikkels meer krijgen. Onderzoekers zijn er naar
geboeid, want welke effecten zou afzondering kunnen hebben?
Wanneer je geen sociale prikkels krijgt, gaan hersenen deze leegte opvullen. Je gaat soort hallucinaties
krijgen.
Door sociale deprivatie, zullen kinderen een ontwikkelingsachterstand oplopen. WANT deze kids gaan
op neurobiologisch niveau anders ontwikkelen.
Sociale paradox
= Langs de ene kant, hebben we andere mensen nodig MAAR langs de andere kant hebben we bijna
bang van.
Dit is waarom we in de wachtzaal plaatsen tussenlaten, omdat we niet willen dat mensen dichtbij komen.
Connectiekans
= Contact maken met mensen die je niet kent.
Invloed
= Naast dat we andere nodig hebben, staan we onder invloed van andere. Andere gaan ons beïnvloeden.
Meestal worden we impliciet beïnvloed: invloed wordt niet duidelijk uitgesproken, maar heeft wel een
impact. Dit geldt bijvoorbeeld voor muzieksmaak en kledij.
1 Studieobject van de sociale psychologie
1.1. Gebiedsomschrijving
“Sociale psychologie is de wetenschappelijke studie van de manier waarop de gedachten, gevoelens en
handelingen van mensen beïnvloed worden door de feitelijke, voorgestelde en geïmpliceerde
aanwezigheid van andere mensen.” @ALLPORT
» Wetenschappelijk?
Psychologie is een wetenschap.
» Intuïtieve of alledaagse kennis
We observeren heel graag andere en hierbij gaan we snel interpreteren. we gaan theorieën vormen op
basis van ons gezond verstand, we maken inschattingen…
Soort zoekt soort, dit is een verklaring waarom mensen aangetrokken zijn tot andere. MAAR deze
aantrekking komt door, onze intuïtie, ons gezond verstand, het is subjectief.
1
,Sociale psychologie (Y03459)
» Empirische cyclus
De wetenschap gaat een hele cirkel afleggen voor men een conclusie gaat nemen. Het verschil met
intuïtie dat wetenschap objectief is.
1.1.1. De wachtverzachters
Men is ervan overtuigd dat al kan zien hoelang je moet wachten, zal men meer geduld hebben. We
zouden langer wachten met wachtverzachters omdat die inspelen op onze hersenen.
DUS als je vaststelt dat meer mensen wachten door een wachtverzachter, ga je NIET onmiddellijk, zoals
met intuïtie, een conclusie trekken. Je gaat eerste een hypothese opstellen en vanuit deze hypothese een
concrete voorspelling maken.
Vanuit een voorspelling, komen we tot de toetsing. In dit geval een gerichte observatie…
1.1.2. Informatie verzamelen
Hoe verzamelen we gegevens binnen de sociale psychologie?
Er zijn drie soorten van onderzoek die gebruikt worden om iets te weten te komen over gedrag van
mensen:
o Beschrijvend
o Correlationeel
o Experimenteel
Er is geen beste manier, want het is sterk afhankelijk van de vraagstelling.
(1) Beschrijvende methode
= Het verzamelen van feiten.
Men gaat opzoek naar oorzaken of verklaringen van gedrag, men gaat hier louter het onderwerp
verkennen.
Bij interesse in een onderwerp en bij weinig voorkennis, is het belangrijk om eerst feiten te verzamelen.
OF mensen kunnen zelf vertellen over het gedrag dat ze stellen.
!!! DUS door observatie of zelfbeschrijving iets te weten komen
(2) Correlationele methode
= Een stap verder, NIET feiten verzamelen of iets beschrijven. WEL samenhangen/verbanden zien
tussen variabele.
Men gaat hier een stap verder, want er wordt samenhang gelegd tussen twee variabele. GEEN causatie:
het is een verband, maar het ene gaat de andere NIET noodzakelijk veroorzaken.
!!! Correlatie is GEEN causatie, dit omdat er geen experiment is gebeurt.
» VOORBEELD
2
,Sociale psychologie (Y03459)
o Positieve samenhang: naarmate de ene variabele stijgt, zal er zich ook stijging voordoen in de
andere variabele.
· De twee variabele begeven zich in dezelfde richting, DUS hoe meer geweld op tv, hoe meer
agressief gedrag.
· Twee fenomenen begeven zich in dezelfde richting.
o Negatieve samenhang: variabele begeven zich in andere richting, DUS als de ene variabele stijgt,
zal er een daling voordoen in de andere variabele.
· De ene stijgt, de andere daalt.
o Nul verband: er is geen samenhang te vinden via de statistiek.
Zolang we geen experiment doen, en dus geen manipulatie doet, mogen we niet spreken over oorzaken.
Het gaat hier over hypotheses, dit zijn mogelijke verklaringen. WANT we moeten in ons achterhoofd
houden dat er ook andere oorzaken aanwezig kunnen zijn.
(3) Experimentele methode
= Experiment
Men gaat hier een stap verder, omdat we hier een conclusie kunnen en mogen maken over de oorzaken
van gedrag. Mogelijkheid om causale verbanden te kunnen vaststellen.
o Onafhankelijke variabele: diegene die door de onderzoeker gemanipuleerd/veranderd wordt om
een effect op de afhankelijke variabele te meten
· Diegene waarvan verwacht wordt dat hij invloed heeft op de afhankelijke variabele
· Veroorzaakt deze een verandering in jouw afhankelijke variabele?
o Afhankelijke variabele: die variabele die afhankelijk is van de onafhankelijke variabele
· Het gedrag dat gemeten wordt.
C
1.1.3. Invloeden op drie gebieden
Wetenschappelijke studie toonde aan, dat wij worden beïnvloed op drie vlakken. Wij worden op drie
vlakken beïnvloed door andere:
o Op hoe we (ons) voelen │A
o Op hoe we (over onszelf) denken │C
o Op hoe we ons gedragen │B
3
, Sociale psychologie (Y03459)
We kunnen onze zelfwaarde volledig laten beïnvloeden door gedrag van andere, wij beïnvloeden onszelf
hier erg in. WANT wij verliezen onze waarden als we worden vertrappelt door de maatschappij.
1.1.4. Drie soorten invloed/aanwezigheid
» Fysiek/feitelijk
Ga je dicht bij iemand staan, is dit een fysieke manier van invloed. Zoals na aanslagen hadden toeristen
met rugzak een invloed op mensen. Met als gevolg dat mensen afstand nemen.
» Voorgesteld
We kunnen beïnvloed worden door de voorgestelde aanwezigheid van iemand. We kunnen ons
bijvoorbeeld baseren op wat leeftijdsgenoten vorige keren aanhadden.
Als je op basis van de ingebeelde aanwezigheid een belissing maakt, wordt je beïnvloed door een
voorgestelde aanwezigheid.
» Impliciet/onrechtstreeks
Bij de onrechtstreekse aanwezigheid, komen er niet rechtstreeks mensen aan te pas.
Zoals reclame, dit gaat een invloed hebben op gevoelens en gedachten. En de volgende keer in de winkel
ga je dat product misschien eens mee naar huis nemen. De gemaakte reclame gaat ons beïnvloeden.
1.1.5. Enkele aanvullingen
De definitie is niet volledig
» Beïnvloed worden en ook: beïnvloeden
In de definitie staat dat wij beïnvloed worden, maar we kunnen ook beïnvloeden. Ook dit doen we op
elk moment.
» Niet altijd bewuste of intentionele invloed
Invloed hoeft niet bewust te zijn, we beïnvloeden elkaar vaak onbewust.
Beïnvloed worden door andere mensen, zijn ook niet sociale dingen die ons kunnen beïnvloeden. MAAR
gaat ook over de invloed van niet sociale.
» Heel breed terrein
1.2. De eigen invalshoek van sociale psychologie
» De persoonlijkheidspsychologie │dispositionisme
Persoonlijkheid gaat gedrag verklaren aan de hand van disposities. DUS door eigenschappen die in jou
zitten als mens.
» De sociale psychologie │situationisme
Mensen helpen niet alleen op basis van persoonlijkheid, maar ook verklaring zoeken in de sociale
omgeving. Het is net omdat er veel andere zijn, dat ze niet gaan helpen.
» Interactionisme
Gedrag beïnvloeden door persoonlijkheid en situatie.
4