Wat is sociologie?
wat DOET sociologie =/= wat is sociologie
sociologie is veranderlijk, anders voor andere landen
het draait NIET om juiste antwoorden bieden of 1 waarheid over sociale realiteit
het draait om GOEDE vragen stellen!
vb: huurmarkt: sociologisch? of tandpijn: Amerika
1.1. Sociologie is relatief recente wetenschap
Zit er logica in de ontwikkeling van de wetenschap? JA
verlichting ⇒ focus op mens + wetenschappen
eerst objectievere wetenschappen zoals astronomie (ver van ons als mens) en fysica
later biologie, psychologie
ALS LAATSTE sociologie: gedrag van de mens bestuderen = moeilijker, want de onderzoeker maakt zelf
deel uit van die gemeenschap
The American journal of sociology (1895): openingsartikel ‘The Era of Sociology’
Moderne mensen: centraal denken: we zijn zo afhankelijk van elkaar
1.2. Sociologische verbeelding ontstaat in crisistijden
Er is geen natuurlijke distantie tussen individuele mens en maatschappij
sociologie staat dicht bij de mens = confronterend om te onderzoeken
Sociologie ontmaskert en is subversief
ondermijnt (→ subverteert) de vanzelfsprekendheid van hoe de maatschappij functioneert
Du Bois (1868-1963): eerste zwarte amerikaanse socioloog
ik was in de wereld, maar niet van de wereld (=rascisme + slavernij)
Montesquieu (1721): ontluisterende satire ‘Lettres Persanes’
2 personen; gedrag Frankrijk is raar voor mensen van het Oosten
vb: enkel trouwen met 1 vrouw (sociologie is anders voor andere culturen)
⇒ geschreven om aan te tonen dat blik in het westen helemaal anders is dan de blik van het
oosten
⇒ sociologie = heel gesitueerd (maatschappelijk + geschiedenis)
, Sociologisch bewustzijn geprikkeld door crisis
maatschappij dat zo vertrouwd was verandert voorgoed = revoluties
begin sociologisch bewustzijn: socioloog als ontdekkingsreiziger (wat gebeurt er? hoe kunnen
we sociale orden krijgen?)
THE GREAT TRANSFORMATION: twee revoluties? (er zijn er meer)
historische drempeloverschrijding
1. Beheersing van het vuur (0.5-1.5 miljoen jaar geleden)
2. Agrarisering - 'neolithische revolutie’ (12.000 jaar geleden)
3. Industriële revolutie (2de helft 18de eeuw) die samenvalt met politieke omwenteling
(Amerikaanse en Franse revoluties)
4. Informatie- of netwerkmaatschappij (nu)
a. grote invloed op kijk naar problemen: social media: Gaza
b. betogingen en opstanden
Maatschappijtypes van bovenstaande puntjes:
1. Jagers-verzamelaars
2. Landbouwmaatschappij
3. Industriële maatschappij
4. Netwerkmaatschappij
, De sociologische verbeelding begint met het besef dat de maatschappij bestaat en
verandert, en dat men die veranderingen enkel kan verklaren door de eigenschappen
van het menselijk samenleven.
1.3. Sociaal probleem als bron van sociologische verbeelding
Waarom iets als sociaal probleem beschouwt wordt hangt af van een aantal factoren: het is de uitkomst
van sociale definiëring door individuen en groepen
vb: druggebruik vs. autorijden: wat is meer een sociaal probleem?
cijfers: autorijden (andere mensen in gevaar brengen), algemeen denken we drugs (enkel jezelf
in gevaar brengen, we zien andere het doen (= sociologisch): ook een samenhang van de twee:
rijden onder invloed
Mannelijkheid als sociaal probleem: toxic masculinity: mannen krijgen nieuwe rol (zorgtaken)
Klimaat: kijken naar volgende generaties: probleem niet zover laten komen
WAT is een sociaal probleem? VERWONDERING (vragen stellen)
5 aspecten van een sociaal probleem:
1. objectief aspect (feit: vrouw als ondergeschikt)
2. subjectief aspect (feit is nog geen probleem)
3. collectief aspect (WIJ maken het probleem)
4. oplosbaarheid (er kan iets aangedaan worden)
5. positionaliteit (socioloog als medespeler)
, 1.4. C.W. Mills over sociologische verbeelding; the social imagination (1959)
persoonlijke klachten vs. sociale problemen (tandpijn, werkloosheid)
individuele in verband brengen met collectieve (en omgekeerd)
emile durkheim over zelfdoding (1895)
zelfdoding = sterk sociaal bepaald: 4 types zelfdoding
1. extreme blik op maatschappij
2. isolatie van maatschappij (eenzaamheid)
3. geen doel zien in het leven
4. te veel controle van de samenleving (korea)
bijzondere zien als normaal (en omgekeerd)
horace minder over nacirema
varkensharen + poeder = tandenpoetsen
1.5. Twee grondleggers: Comte en Spencer
Basisvragen:
1. Hoe baken je sociologie als wetenschap af?
2. Hoe verklaar je sociale verandering?
3. Hoe verklaar je sociale orde?
Auguste Comte (1798-1857) : grondlegger van sociologie en positivisme: mens wordt steeds rationeler
(wetenschap) ⇒ franse revolutie
1. Sociologie als positieve wetenschap der mensheid
a. eigen domein en methode: evolutie daarvan
2. Sociale verandering als vooruitgang der rede
a. wet der 3 stadia
i. theologische fase: religie + goden = belangrijk =/= rationeel
1. fetisjisme/animisme
2. polytheïsme
3. monotheïsme
ii. metafysische fase: filosoferen ⇒ idealen
iii. positieve fase: rede overwint = rationeler
3. Sociale orde obv universele consensus
a. consensus gebaseerd op:
i. religie metafysica
ii. positieve wetenschap
Herbert Spencer (1820-1903) : ingenieur, evolutiedenken en liberaal ⇒ industriële revolutie
1. Sociologie als wetenschap van sociale evolutie (evolutie in de kosmos ⇒ maatschappij)
a. van ongedifferentieerd naar gedifferentieerd (link industriële revolutie)
b. van homogeen naar heterogeen
c. van ongeïntegreerd naar geïntegreerd (bv: menselijk lichaam: organen)
2. Sociale verandering als evolutie
a. wet van evolutie overal geldig
b. evolutie voortgestuwd door groei
3. Sociale orde als evolutie
a. leidt tot structurele differentiatie
b. gaat gepaard met functionele specialisatie
c. integratie (individualisme)