2Watzlawick Paul 2012 ‘De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie’
== 5 axioma’s:
Axioma 1: je kan niet niet communiceren.
Alle gedrag is communicatie
Communicatiestoornis: bedoeling-effect
= Wederzijdse beïnvloeding
Axioma 2: elke boodschap bevat een inhouds – en betrekkingsniveau
= betrokkenheid of relatie tussen deelnemers
= verschillende lagen:
Inhoudsniveau: inhoud van woorden en zinnen
Betrekkingsniveau: manier, hoe je boodschap overbrengt = zelden bewust
- Zelfomschrijving: hoe zie ik mezelf
Reacties: bevestiging, verwerping, negatie
- Omschrijving van de ander
- Relatieomschrijving
Contextniveau:
Communicatiestoornis: Verwarring: problemen op betrekkingsniveau worden op
inhoudelijk niveau opgelost en omgekeerd
Axioma 3: elke interpunctie is arbitrair
= iedereen heeft zijn eigen waarheid
= we geven zelf ordening aan de werkelijkheid (andere mensen geven andere ordening)
Lineair denkmodel: oorzaak/gevolg denken, dit gedrag roept het andere op
Circulair denkmodel: we roepen gedrag bij elkaar op, komt van twee kanten
Communicatiestoornissen:
1. eigen ordening als absolute werkelijkheid zien
2. enkel lineair denken en eigen aandeel in gedrag van de ander niet zien
Axioma 4: mensen communiceren analoog en digitaal tegelijk
Digitaal: afgesproken en vastgelegde taal
Analoog: non-verbaal, niet afgesproken
Communicatiestoornissen:
1. Incongruentie tussen analoog en digitaal
2. Vertaalmoeilijkheden: gevoelens naar woorden omzetten
3. Afwijkend, problematisch of psychosomatisch gedrag (buikpijn dus niet naar school
willen, eigenlijk gepest op school)
Axioma 5: elke uitwisseling van communicatie is symmetrisch of complementair
Symmetrisch Complementair
- Beide initiatief - Eén iemand neemt initiatief
- Interactieposities lijken op en de ander volgt
elkaar - Verschillen en ongelijkheid
- Gelijkheid - Down, up
- Down, down - Up, down
== 5 axioma’s:
Axioma 1: je kan niet niet communiceren.
Alle gedrag is communicatie
Communicatiestoornis: bedoeling-effect
= Wederzijdse beïnvloeding
Axioma 2: elke boodschap bevat een inhouds – en betrekkingsniveau
= betrokkenheid of relatie tussen deelnemers
= verschillende lagen:
Inhoudsniveau: inhoud van woorden en zinnen
Betrekkingsniveau: manier, hoe je boodschap overbrengt = zelden bewust
- Zelfomschrijving: hoe zie ik mezelf
Reacties: bevestiging, verwerping, negatie
- Omschrijving van de ander
- Relatieomschrijving
Contextniveau:
Communicatiestoornis: Verwarring: problemen op betrekkingsniveau worden op
inhoudelijk niveau opgelost en omgekeerd
Axioma 3: elke interpunctie is arbitrair
= iedereen heeft zijn eigen waarheid
= we geven zelf ordening aan de werkelijkheid (andere mensen geven andere ordening)
Lineair denkmodel: oorzaak/gevolg denken, dit gedrag roept het andere op
Circulair denkmodel: we roepen gedrag bij elkaar op, komt van twee kanten
Communicatiestoornissen:
1. eigen ordening als absolute werkelijkheid zien
2. enkel lineair denken en eigen aandeel in gedrag van de ander niet zien
Axioma 4: mensen communiceren analoog en digitaal tegelijk
Digitaal: afgesproken en vastgelegde taal
Analoog: non-verbaal, niet afgesproken
Communicatiestoornissen:
1. Incongruentie tussen analoog en digitaal
2. Vertaalmoeilijkheden: gevoelens naar woorden omzetten
3. Afwijkend, problematisch of psychosomatisch gedrag (buikpijn dus niet naar school
willen, eigenlijk gepest op school)
Axioma 5: elke uitwisseling van communicatie is symmetrisch of complementair
Symmetrisch Complementair
- Beide initiatief - Eén iemand neemt initiatief
- Interactieposities lijken op en de ander volgt
elkaar - Verschillen en ongelijkheid
- Gelijkheid - Down, up
- Down, down - Up, down