Profielkennis Jeugd
Les 1:
Kerntaken sociaal werker:
Bevorderen van sociaal functioneren van mensen en hun sociale context.
Versterken van de organisatorische verbanden waarbinnen sociaal werk plaatsvindt.
Bevorderen van de eigen professionaliteit en de ontwikkeling op het beroep.
De beroepscontexten van opgroeien en opvoeden:
Ondersteuning en ontplooiing
Preventie (soms verwijzing)
Jeugdhulp = intensievere hulp (verwijzing)
Jeugdbescherming = o.a. hoog specialistische jeugdhulp (verwijzing)
Opgroeien en opvoeden (de professional):
Jij als sociaal werker moet kennis hebben van:
Ontwikkeling
Ontwikkelingspsychologie
Opvoeding/pedagogiek
Sociologie
Samenwerken
Recht
Beleid
Financien
….
De bouwstenen:
, Een professional sociaal werk kan bij elke willekeurige taak putten uit kennis van
meerdere bouwstenen
De bouwstenen voor de kennislijn
Beroep sociaal werk
o Weten hoe jouw beroep werkt, zoals indicatie en salarissen.
o Bij deze beoordelingsdimensie wordt gekeken naar hoe je kennis passend bij het
gekozen profiel toepast in jouw praktijk en hoe je een vertaalslag maakt naar een
andere context. Je weet wat de kernwaarden van het beroep, kent de relevante
historie van het beroep, weet hoe de zorg georganiseerd en gefinancierd is en
wat jouw rol als sociaal werker hierbinnen is.
Werkwijzen sociaal werk
o Verschillende methodieken en interventies om in te zetten.
o Bij deze beoordelingsdimensie wordt gekeken hoe je in complexe situaties een
onderbouwd normatief standpunt inneemt en met handelingsalternatieven
komt. Je laat zien dat je passende werkwijzen/methoden voor (cliënt-) situaties
kent. Je kunt theoretisch en normatief uitleggen en onderbouwen waarom de
werkwijze/methode passend is voor een bepaalde cliënt of situatie. Niet iedere
werkwijze (methode, aanpak etc.) is geschikt voor iedere client/doelgroep. Je
laat zien dat je werkwijzen/methoden kent en weet welke wel of niet of
eventueel aangepast ingezet kunnen worden en waarom.
Gebruikers sociaal werk
o De doelgroep, de mensen die de diensten afnemen van het sociaal werk.
o Bij deze beoordelingsdimensie wordt gekeken in hoeverre je complexe (cliënt-)
situaties uit je beroepspraktijk analyseert aan de hand van relevante theorie en
werkwijzen. Je laat zien dat je complexe (cliënt-) situaties binnen je profiel kunt
analyseren. Dat betekent dat je theoretische kennis hebt van verschillende
problematieken en concepten. Je kunt deze kennis vertalen naar jouw
praktijksituatie of illustreren met praktijkvoorbeelden.
Maatschappelijke context sociaal werk
o Grote brede maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben.
o Bij deze beoordelingsdimensie wordt gekeken in hoeverre je een genuanceerde
stelling inneemt ten opzichte van actuele maatschappelijke vraagstukken waarbij
je een expliciet verband legt tussen het beroep sociaal werk, maatschappelijke
ontwikkelingen, je organisatie en mensen uit jouw doelgroep. Je laat zien dat je
, weet wat recente ontwikkelingen er binnen de maatschappij en jouw zorgsetting
zijn en wat voor uitwerking deze op het beroep als sociaal werker hebben. Je
kunt je kritisch positioneren ten opzichte hiervan en je keuzes vanuit theorie,
beroepspraktijk, wetgeving en normativiteit onderbouwen.
Opgroeien en opvoeden (ondersteunen)
Jeugdwet 2015:
Jeugdhulp dient zich te richten op 3 ontwikkelingstaken:
Gezond en veilig opgroeien
Het groeien vaar zelfstandigheid en zelfredzaamheid
Het maatschappelijk participeren
Uitgangspunten Jeugdwet:
Het versterken van het probleemoplossend vermogen van kinderen en jongeren, hun ouders
en sociale omgeving.
Het bevorderen van de opvoedcapaciteiten van ouders en de sociale omgeving.
Preventie en vroegsignalering.
Het tijdig bieden van de juiste hulp op maat.
Effectieve en efficiënte samenwerking rond gezinnen.
Verschillende sociale contexten
Primaire leefomgeving
Netwerken
Gemeenschappen
Samenleving
De lesthema’s van dit semester
Ecologisch systeem Bronfenbrenner
, Werkend naar de toets toe
Kennisarchief:
Je verzamelt ‘bronnen’ van ervarings-, praktijk- en wetenschappelijke kennis die jouw kennis
en kunde met betrekking tot sociaal werk profiele jeugd vergroten en verdiepen.
Alles wat je verzamelt plaats je in een archief (schriftelijk/beeldend) en je beschrijft ook kort
waarom het relevante kennis voor jou is.
Dit is onderdeel van je portfolio (eJournal).
Deskundigheidbevordering:
Je voert op je stage een deskundigheidbevordering uit.
Je verdiept je in een zelfgekozen profielrelevant thema en deelt jouw inzichten op een
betekenisvolle wijze met je collega’s.
Dit is onderdeel. Van je portfolio (eJournal).
Ambulante gezinshulpverlening : hulp aan gezinnen in hun eigen woonomgeving, gericht op
opvoeding en gezinsfunctioneren.
Systeemgericht: kijkt naar het hele gezin, niet alleen naar het kind.
Doelgroep: gezinnen met milde tot ernstige opvoed- of opgroeiproblemen waarbij de balans tussen
draagkracht en draaglast verstoord is.
Draagkracht: wat een gezin aankan: vaardigheden, steun, veerkracht.
Draaglast: wat een gezin moet dragen: problemen, stress, ziekte, geldzorgen, enz.
Systeemgericht werken : de hulp richt zich op interactie tussen gezinsleden en hun omgeving, niet
alleen op individuen.
Enkelvoudige gezinshulpverlening: eén hulpverlener werkt met één gezin aan concrete doelen.
Les 1:
Kerntaken sociaal werker:
Bevorderen van sociaal functioneren van mensen en hun sociale context.
Versterken van de organisatorische verbanden waarbinnen sociaal werk plaatsvindt.
Bevorderen van de eigen professionaliteit en de ontwikkeling op het beroep.
De beroepscontexten van opgroeien en opvoeden:
Ondersteuning en ontplooiing
Preventie (soms verwijzing)
Jeugdhulp = intensievere hulp (verwijzing)
Jeugdbescherming = o.a. hoog specialistische jeugdhulp (verwijzing)
Opgroeien en opvoeden (de professional):
Jij als sociaal werker moet kennis hebben van:
Ontwikkeling
Ontwikkelingspsychologie
Opvoeding/pedagogiek
Sociologie
Samenwerken
Recht
Beleid
Financien
….
De bouwstenen:
, Een professional sociaal werk kan bij elke willekeurige taak putten uit kennis van
meerdere bouwstenen
De bouwstenen voor de kennislijn
Beroep sociaal werk
o Weten hoe jouw beroep werkt, zoals indicatie en salarissen.
o Bij deze beoordelingsdimensie wordt gekeken naar hoe je kennis passend bij het
gekozen profiel toepast in jouw praktijk en hoe je een vertaalslag maakt naar een
andere context. Je weet wat de kernwaarden van het beroep, kent de relevante
historie van het beroep, weet hoe de zorg georganiseerd en gefinancierd is en
wat jouw rol als sociaal werker hierbinnen is.
Werkwijzen sociaal werk
o Verschillende methodieken en interventies om in te zetten.
o Bij deze beoordelingsdimensie wordt gekeken hoe je in complexe situaties een
onderbouwd normatief standpunt inneemt en met handelingsalternatieven
komt. Je laat zien dat je passende werkwijzen/methoden voor (cliënt-) situaties
kent. Je kunt theoretisch en normatief uitleggen en onderbouwen waarom de
werkwijze/methode passend is voor een bepaalde cliënt of situatie. Niet iedere
werkwijze (methode, aanpak etc.) is geschikt voor iedere client/doelgroep. Je
laat zien dat je werkwijzen/methoden kent en weet welke wel of niet of
eventueel aangepast ingezet kunnen worden en waarom.
Gebruikers sociaal werk
o De doelgroep, de mensen die de diensten afnemen van het sociaal werk.
o Bij deze beoordelingsdimensie wordt gekeken in hoeverre je complexe (cliënt-)
situaties uit je beroepspraktijk analyseert aan de hand van relevante theorie en
werkwijzen. Je laat zien dat je complexe (cliënt-) situaties binnen je profiel kunt
analyseren. Dat betekent dat je theoretische kennis hebt van verschillende
problematieken en concepten. Je kunt deze kennis vertalen naar jouw
praktijksituatie of illustreren met praktijkvoorbeelden.
Maatschappelijke context sociaal werk
o Grote brede maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben.
o Bij deze beoordelingsdimensie wordt gekeken in hoeverre je een genuanceerde
stelling inneemt ten opzichte van actuele maatschappelijke vraagstukken waarbij
je een expliciet verband legt tussen het beroep sociaal werk, maatschappelijke
ontwikkelingen, je organisatie en mensen uit jouw doelgroep. Je laat zien dat je
, weet wat recente ontwikkelingen er binnen de maatschappij en jouw zorgsetting
zijn en wat voor uitwerking deze op het beroep als sociaal werker hebben. Je
kunt je kritisch positioneren ten opzichte hiervan en je keuzes vanuit theorie,
beroepspraktijk, wetgeving en normativiteit onderbouwen.
Opgroeien en opvoeden (ondersteunen)
Jeugdwet 2015:
Jeugdhulp dient zich te richten op 3 ontwikkelingstaken:
Gezond en veilig opgroeien
Het groeien vaar zelfstandigheid en zelfredzaamheid
Het maatschappelijk participeren
Uitgangspunten Jeugdwet:
Het versterken van het probleemoplossend vermogen van kinderen en jongeren, hun ouders
en sociale omgeving.
Het bevorderen van de opvoedcapaciteiten van ouders en de sociale omgeving.
Preventie en vroegsignalering.
Het tijdig bieden van de juiste hulp op maat.
Effectieve en efficiënte samenwerking rond gezinnen.
Verschillende sociale contexten
Primaire leefomgeving
Netwerken
Gemeenschappen
Samenleving
De lesthema’s van dit semester
Ecologisch systeem Bronfenbrenner
, Werkend naar de toets toe
Kennisarchief:
Je verzamelt ‘bronnen’ van ervarings-, praktijk- en wetenschappelijke kennis die jouw kennis
en kunde met betrekking tot sociaal werk profiele jeugd vergroten en verdiepen.
Alles wat je verzamelt plaats je in een archief (schriftelijk/beeldend) en je beschrijft ook kort
waarom het relevante kennis voor jou is.
Dit is onderdeel van je portfolio (eJournal).
Deskundigheidbevordering:
Je voert op je stage een deskundigheidbevordering uit.
Je verdiept je in een zelfgekozen profielrelevant thema en deelt jouw inzichten op een
betekenisvolle wijze met je collega’s.
Dit is onderdeel. Van je portfolio (eJournal).
Ambulante gezinshulpverlening : hulp aan gezinnen in hun eigen woonomgeving, gericht op
opvoeding en gezinsfunctioneren.
Systeemgericht: kijkt naar het hele gezin, niet alleen naar het kind.
Doelgroep: gezinnen met milde tot ernstige opvoed- of opgroeiproblemen waarbij de balans tussen
draagkracht en draaglast verstoord is.
Draagkracht: wat een gezin aankan: vaardigheden, steun, veerkracht.
Draaglast: wat een gezin moet dragen: problemen, stress, ziekte, geldzorgen, enz.
Systeemgericht werken : de hulp richt zich op interactie tussen gezinsleden en hun omgeving, niet
alleen op individuen.
Enkelvoudige gezinshulpverlening: eén hulpverlener werkt met één gezin aan concrete doelen.