Kinderen en Jongeren
Jeugdhulp in Vlaanderen
Inhoud
1. Minderjarigheid
1.1. Minderjarigen onder de hoede van meerderjarigen
1.2. Het Kinderrechtenverdrag
1.3. Minderjarigen in de jeugdhulp: DRM
2. Verontrustende opvoedingssituatie (VOS)
2.1. 2.3. Wat is een VOS?
2.2. Prevalentie VOS
2.3. Aanleiding tot VOS
2.3.1. Kindfactoren
2.3.2. Ouderfactoren
2.3.3. Opvoedingsfactoren
2.3.4. Gezinsfunctioneren: Gezinsstructuur
2.3.5. Contextuele factoren
2.4. Multiprobleemgezinnen
2.5. Signs of Safety
2.6. Probleemgedrag
2.6.1. Meervoudig risicomodel
2.6.2. Jeugddelinquentie
3. Een Integraal verhaal
3.1. Decreet Integrale Jeugdhulp
3.2. Jeugdhulplandschap
3.2.1. Rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp
3.2.2. Jeugdhulp buiten het toepassingsgebied Integrale Jeugdhulp
3.2.3. Intersectorale Toegangspoort
3.2.4. Gemandateerde voorziening
3.2.5. Gerechtelijke Jeugdhulp
3.2.6. Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp
3.2.7. Crisisjeugdhulp & Continuïteit
4. Aanbod jeugdhulpverlening in Vlaanderen
14.1. Jeugdhulpverlening binnen het Algemeen Welzijnswerk
4.2. Jeugdhulpverlening binnen het Agentschap Opgroeien
4.2.1. Jeugdhulphulpverlening binnen Jeugdhulp (Bijzondere Jeugdbijstand)
4.2.2. Jeugdhulpverlening binnen Kind en Gezin
4.3. Jeugdhulpverlening binnen de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg
(CGG)
4.4. Jeugdhulpverlening binnen de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB)
4.5. Jeugdhulpverlening binnen het Vlaams Agentschap voor Personen met een
Handicap (VAPH)
,1 Minderjarigheid
1.1 Minderjarigen onder de hoede van meerderjarigen (lezen)
In België is de meerderjarigheid vastgesteld op de leeftijd van 18 jaar.
Het wetboek stelt dat men op die leeftijd “bekwaam is tot alle handelingen van het
burgerlijk leven”. Op die leeftijd wordt een mens handelingsbekwaam
aanschouwd.
Hij of zij kan bijvoorbeeld rechtshandelingen doen zoals gaan stemmen of
contracten handtekenen, maar moet ook jaarlijks een fiscale aangifte doen.
Kunnen van hun 18 trouwen, maar zijn vanaf hun 16ste wettelijk vrij om seksuele
betrekkingen te hebben zonder juridische vervolging te riskeren.
Handelingsbekwaamheid impliceert ook dat elke meerderjarige aansprakelijk is
voor de daden die hij stelt t.o.v. anderen, maar ook t.o.v. de maatschappij.
Minderjarigen zijn personen die de leeftijd van de meerderjarigheid nog niet hebben
bereikt. Deze kinderen en jongeren bevinden zich in een afhankelijke positie van
volwassenen. Voor zaken als:
Huisvesting
Levensonderhoud
Opleiding
Zijn ze afhankelijk van hun ouders of voogd.
Ook juridisch staan minderjarigen niet sterk:
Ze hebben geen stemrecht.
Kunnen geen proces opstarten bij een rechtbank.
Mogen niet zelf hun verblijfplaats kiezen. De minderjarige dient in te wonen bij (1
van) zijn ouders.
Kinderen hebben ook plichten leerplicht tot 18 jaar.
,Volwassenen voeden kinderen op. Het is hun taak om te zorgen voor de minderjarige
en het kind te vertegenwoordigen. Dit geldt voor zowel ouders als voogden van een
minderjarige. Een voogd wordt door de vrederechter aangesteld wanneer beide
ouders van het kind zijn gestorven, als beide ouders wettelijk onbekend zijn of als de
ouders zich in de “voortdurende onmogelijkheid bevinden om het ouderlijk gezag uit
te oefenen”. Verschilpunten zitten erin dat een voogd geen onderhoudsplicht heeft en
niet burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de eventuele schade die een kind aanricht.
Ouders hebben rechten en plichten. Zo hebben ze bijvoorbeeld steeds recht op
persoonlijk contact met hun kind. Ze hebben ook recht en plicht om het opvoeden
van hun kind. Dit gaat over het verzorgen van het kind, maar ook over het nemen
van een aantal belangrijke beslissingen (o.a. school, godsdienst,
vrijetijdsbestedingen) en over een goed toezicht (het kind goed opvoeden, zodat het
niets mispeutert). Verder moeten ouders bijvoorbeeld nog voorzien in het
levensonderhoud van het kind. Dit betekent niet dat hierbij een verplichting hoort om
te voorzien in zakgeld.
Ook na 18 jaar zijn jongeren nog vaak afhankelijk van hun ouders.
Zolang de opleiding nog niet voltooid is ouders zijn hun kinderen levensonderhoud
verschuldigd.
1.2 Het kinderrechtenverdrag (weten)
Kinderbeschermingswetten kwamen er pas vanaf begin 20 ste eeuw, na WO 1 rechten
van kinderen internationaal opgetekend.
Verklaring van Genève.
1959 = rechten van het kind goedgekeurd door de Verenigde Naties (VN).
1979 = Internationaal Jaar van het Kind (20 ste verjaardag van deze verklaring).
1989 kwam de bindende tekst VN besloot dat kinderen speciale aandacht
verdienen, omdat zij kwetsbaarder zijn dan volwassenen en nog moeten leren.
Verdrag voor de rechten van het kind aangenomen door de VN, geen enkel land
stemde tegen het Verdrag. (20 november 1989).
, Ratificatie (officieel bekrachtigen, concretiseren) van het Verdrag = gebeurde tot op
heden in bijna alle landen.
België in 1992
In het Verdrag staan een aantal Voorzieningsrechten (provisie):
Die verwijzen naar zaken en diensten dat kinderen nodig hebben om op te
groeien in de best mogelijke omstandigheden.
Bv: Recht op een veilige plek om te leven en spelen, recht op onderwijs en
gezondheidszorg.
Participatierechten:
Rechten die regelen dat kinderen voor zichzelf kunnen opkomen.
Bv: Recht om gehoord te worden, vrije meningsuiting.
Beschermingsrechten (protectie):
Die de taak hebben om kinderen en jongeren te beschermen tegen gedrag of
leefomstandigheden die schadelijk zijn voor hun ontwikkeling of welzijn.
Bv: Recht op bescherming tegen mishandeling of kinderarbeid.
Plichten:
Volwassenen Plicht om te zorgen voor voeding, kleding en onderdak.
Regeringsleiders Plicht om te zorgen voor degelijk onderwijs en een uitgebouwd
rechtssysteem, zodat ouders hun plichten tegenover kinderen kunnen waarmaken.
Kinderen Leerplicht.