PROF. DR. WEYNANDS
INHOUDSOPGAVE
1. Introductie ........................................................................................................................... 2
2. Infecties ............................................................................................................................... 4
2.1 Algemeen ...............................................................................................................................4
2.2 type longinfecties ....................................................................................................................5
2.2.1 Bacteriële longinfecties...............................................................................................5
2.2.2 Virale longinfectie .......................................................................................................6
2.2.3 Complicaties van longinfecties ....................................................................................7
3. neoplasie van long en mediastinum ...................................................................................... 9
3.1 Tumoren .................................................................................................................................9
3.2 metastasen ........................................................................................................................... 12
3.3 Immunohistochemie ............................................................................................................. 13
3.4 Moleculaire biologie .............................................................................................................. 14
4. pleurale aandoeningen ........................................................................................................14
5. obstructieve longziekten ..................................................................................................... 19
6. interstitieel longlijden.......................................................................................................... 22
7. pulmonale circulatie ........................................................................................................... 25
1
,1. INTRODUCTIE
Macroscopie
Gladde oppervlakte bekleed met viscerale pleura
3 lobben aan de rechter kant, normaal gewicht: 400-450 g
2 lobben aan de linker kant, normaal gewicht: 300-350 g
Broncho-vasculair systeem
Trachea
Hoofdbronchi
Lobaire bronchi
Segmentaire bronchi
→ monden uit in specifieke delen long
o Rechts: 10
o Link: 9
=> eigen beademing + vascularisatie
→ kunnen zo bepaalde stukje reseceren
Bronchioli
→ geen kraakbeen meer aanwezig
Lobulus
> acini die zelfde architectuur hebben
o Localisatie
Basis naar pleura toe
Apex naar hilaire structuren toe
o Pathologie
Centrolobulair
Subpleuraal
subseptaal
Acinus: respiratoire bronchili + alveolaire sacculi + alveolair ductus
Dubbele arteriële vascularisatie
Bronchiale bevloeiing loopt gelijk met aftakkingen v bronchiolen
A. pulmonalis
→ monden uit in alveolaire structuren (interstitium)
=> O2-rijk bloed weggevoerd via v. pulmonalis via septa
Bronchiale arteries
Microscopie
Bronchus
Pseudogestratifieerd gecillieerd epitheel
2
, Trilhaarcellen
Slijmbekercellen
Endocriene cellen
Basale cellen
Basale laag
Stroma
Bronchiale klieren
Glad spierweefsel
Kraakbeen
Bronchiolen
Geen kraakbeen
→ kunnen dus helemaal vernauwen bij bronchoconstrictie
Vnl glad spierweefsel
Longparenchym
> alveolen
Alveolaire holten met elkaar verbonden → uitgebreid netwerk
In alveolen zelf: enkel histiocyten
Interalveolaire septa bekleed met pneumocyten
In alveolaire septa: capillairen voor gasuitwisseling
Broncho-alveolaire barrière
Surfactant (lipoproteineus materiaal) op oppervlakte
o Geproduceerd door type 2 pneumocyten
Type 1 pneumocyten
o Bekleden het meeste deel
o Gevoelig aan agressie
o Regeneratie door pneumocyten type 2
BM epitheliaal
Stroma
> elastische vezels + enkele inflammatoire cellen (histiocyten)
→ collageenvezels
3