Les 1 inleiding
Economie = een sociale wetenschap die gaat bestuderen hoe
producenten en consumenten kiezen op welke manier ze schaarse
beschikbare middelen gaan besteden en op welke manier deze keuzes de
hele maatschappij gaan beïnvloeden.
Economie = sociale wetenschap
- Economie bestudeer menselijke keuzes binnen het economisch
proces ( van produceren, verdelen en consumeren)
- Economie onderscheidt patronen en probeert voorspellingen te doen
- Economie is meestal een vereenvoudigde voorstelling van de
realiteit, gebaseerd op # veronderstellingen
Veronderstellingen:
1) Ceteris-paribus-clausule
Veronderstelling = alle omstandigheden blijven gelijk als
we 1 parameter wijzigen
Voorbeeld: Als smartphones duurder worden, zal de
consumptie van smartphones afnemen… als alle overige
invloeden gelijk blijven.
Van alle mogelijke factoren die invloed hebben op de
consumptie van smartphones wordt er maar één bekeken.
Welke? De prijs
Alle andere factoren worden geacht hetzelfde te blijven.
Welke andere factoren kunnen dit zijn? De kwaliteit,
concurrentie, inkomen
2) Perfecte informatie
Veronderstelling = alle spelers beschikken over alle
relevante en recente informatie waarop ze hun keuzes kunnen
baseren
In de realiteit moet je genoegen nemen met beperkte
informatie.
Waarom veronderstellingen? = vereenvoudiging van de realiteit:
Meer inzicht in een zeer complexe realiteit anders
onmogelijk
Leren van het verleden om betere beslissingen te maken in
de toekomst
1
,Economie = een sociale wetenschap die gaat bestuderen hoe producenten en
consumenten kiezen op welke manier ze schaarse beschikbare middelen gaan
besteden en op welke manier deze keuzes de hele maatschappij gaan beïnvloeden.
Behoeften
Behoeften= het aanvoelen van een tekort en het verlangen om dit tekort
aan te vullen.
Soorten behoeften:
- Primaire behoeften/ needs: eten en drinken, slapen, kleding,
onderdak, veiligheid, gezondheid/ medische zorg
- Secundaire behoeften/ wants: comfort, luxe, ontwikkeling,
zelfontplooiing
- Individuele behoeften: persoonlijke verzorging, vervoer, vrije tijd
en ontspanning, sporten, medische verzorging
- Collectieve behoeften: onderwijs, cultuur, openbaar vervoer,
veiligheid op straat, volksgezondheid
- Materiele behoeften: honger -> eten, dorst -> water, zin om te
lezen -> boek, kou -> warme jas, vervoer -> fiets/auto
- Immateriële behoeften: juridisch advies, verzekeringscontract,
geneeskundig onderzoek
Schaarste
Schaarste = beperkt aanbod van middelen (goederen en diensten) om
deze behoeften te bevredigen.
Schaarste kan variëren in de tijd:
• Technologische vooruitgang zorgt voor efficiëntere productie
waardoor bepaalde goederen minder schaars zijn geworden.
2
, • Klimaatverandering / droogte / toename wereldbevolking zorgen
voor minder voorbeelden van vrije goederen (bijvoorbeeld meer
waterschaarste t.o.v. vroeger / lucht die gezuiverd moet worden)
Schaarste en waarde gaan hand in hand:
• Goederen zijn vaak duurder naarmate ze schaarser zijn indien het
gewild is
• Sommige goederen zijn niet schaars en daardoor vaak gratis
Soorten goederen
Soorten goederen:
Brandstof 1 en 2, fiets 3 en 4 (bpost fietsers) en 2 (fiets voor een
kunstwerk, verpakkingsmateriaal 1 en 3 (potjes voor in de vriezer) , pasta
1 (je eet het maar 1x) 2 (in restaurants), cirkelzaag 3 (thuis gebruik) 4
(klusjesman als
beroep),
vrachtwagen
voor
goederenvervoer
4:
Economie is een sociale wetenschap die gaat bestuderen hoe producenten en
consumenten kiezen op welke manier ze schaarse beschikbare middelen gaan besteden
en op welke manier deze keuzes de hele maatschappij gaan beïnvloeden.
3
, Keuzeprobleem in de economie
Welke beschikbare middelen gaan we aanwenden om in welke behoeften
te voorzien? Doel = maximale behoeftebevrediging.
3 keuzeproblemen:
• Voor producent: Beperkt aantal productiefactoren die efficiënt
ingezet en vergoed moeten worden.
• Voor consument: Beperkt budget om behoeften te vervullen.
• Voor overheid: Schaarse middelen verdelen over onderwijs,
infrastructuur, veiligheid etc.
Opportuniteitskost = alternatieve opbrengst die je misloopt omdat je
een andere keuze hebt gemaakt:
• Keuze maken voor het ene betekent verlies van het andere
• “Kiezen is verliezen” - je verliest de waarde van wat je opgeef
• Voor zowel producenten, consumenten als overheid
Opportuniteitskost binnen HR/organisaties voorbeelden:
- Medewerker volgt opleiding -> minder productiviteit tijdens
afwezigheid
- Interne mobiliteit -> verlies van expertise op de vorige functie
- Vergaderen -> tijd die niet gespendeerd wordt aan kernactiviteiten
Opportuniteitskost voor producenten grafisch voorgesteld:
= transformatiecurve
= curve van
productiemogelijkheden
Curve van
productiemogelijkheden
In deze voorstelling:
• 2 goederen: bier en brood
• 2 productiefactoren: graan en
arbeid met de beschikbare
hoeveelheid graan en uren kunnen
we een bepaalde hoeveelheid bier
en brood gaan produceren
Vaststellingen:
4