ETHIEK 1
Termen die je niet mag verwarren:
- Waarde en Waarden:
Waarde: verwijst naar de betekenis of het belang van iets, zoals de
waarde van geld.
Waarden: verwijst naar morele of sociale principes, zoals eerlijkheid,
vrijheid en respect.
- Gevoel en Gevoelens:
Gevoel: slaat op een specifieke fysieke gewaarwording, zoals pijn of
warmte.
Gevoelens: verwijst naar interne beleving en emoties, zoals verdriet of
angst.
Dit kan los staan of verbonden zijn met gevoel.
- Dierethiek en Diergerichte ethiek (zoöcentrisme):
Dierethiek: is een breed filosofisch vakgebied dat de morele relatie
tussen mensen en dieren onderzoekt.
Diergerichte ethiek: legt de nadruk op het welzijn en de intrinsieke
waarde van dieren zelf, in plaats van bv. alleen hun nut voor de mens.
Is een soort van dierethiek.
LES 1: WAT IS ETHIEK?
(H3 in “ethiek voor de landbouw”)
Ethiek = het antwoord op de vraag “Waarom?”
Rechtvaardiging van gedrag/keuzes
- Kritische afstand
Alle scenario’s afwegen, de situatie niet betrekken op jezelf
- Gestructureerd, logisch nadenken over de eigen moraal
Methodologie:
- Rationeel logisch
- Traceerbaar volgbaar
- Coherent samenhangend
Universaliseerbaar = Dat je het universeel kan toepassen als systeem, dat het
dus op iedereen van toepassing (of zo veel mogelijk mensen), zonder dat het
systeem of iets anders helemaal in elkaar stort.
Intuïtie Ethiek Sociologie Recht
Juist/Fout Goed/Kwaad Maatsch. Wetten
Standpunten
Ervaring/Op- Nadenken Enquêtes Stemmen
voeding/Gevoel
Feitelijk niveau vs. Waarde-niveau:
Wetenschap Ethiek
Observatie Reflectie
Wat is Wat zou moeten
“Ist -wert” “Soll-wert”
,Ethiek= de systematische studie van goed en kwaad in menselijk handelen
Is een menselijke constructie
Dan is het studentenrestaurant toe voor dat je besteld hebt! – Dixit Stef (RIP
Maren)
LES 2: MENS, MAATSCHAPPIJ & ETHIEK
(H4 (+1 en 8) in “ethiek voor de landbouw”)
Ethiek = systematische studie van goed en kwaad in menselijk handelen
Ethiek is een menselijk construct
- “Menselijke handelingen”, maar in relatie tot wie of wat?
Ten opzichte van alles dat “intrinsieke waarde” heeft
o Basis van “ethische relevantie”
Intrinsieke waarde = waarde los van secundaire, irrelevante
eigenschappen
o Basis voor (grenzen aan) handelen
- “Systematische reflectie”, maar welke systematiek?
Geen absoluut antwoord
Geen “gouden standaard”
o Diverse systemen
o Diverse stromingen
Milieu, klimaat of dieren beschermen…waarom eigenlijk?
1. Eigenbelang
Niet opmaken/vervuilen van wat je nodig hebt om te leven
2. Voor mijn erfgenamen
Eigenbelang 2.0
3. Voor de volgende generaties
Probleem = geen directe connectie mee
Behalve zorg voor de “naasten” ook voor de “verren” concept
duurzaamheid
4. Voor de andere wezens
De omgeving is niet enkel voor mensen belangrijk
Dus ook belangen van dieren belangrijk
5. Voor het milieu/… zelf
Alles wat leeft is belangrijk
- Argument 1-3 focust op de mens
“antropocentrisme”
o Visie op milieu, klimaat, dieren = instrumenteel
Niet alles kan, maar grens van aandacht = belang van mens
, - Argument 4-5 kent ook niet-mensen moreel belang toe
Niet-antropocentrische posities
o Indien (enkel) dieren =
zoöcentrisme
o Indien alle levende wezens =
biocentrisme
o Indien (ook) de niet-levende natuur
= exocentrisme
(Mens, dier, plant, eco) “uitbreiding van de
morele cirkel”
Meer entiteiten worden als ethisch relevant beschouwd (moreel object)
Morele relevantie
- Morele agent/ actor = moreel subject
- Morele patient = morel object
Subject: mensen met volle vermogens tot het maken van ethische
beslissingen
Object: de rest van de moreel relevante entiteiten (morele cirkel)
De Grote 3
- Deugdenethiek
Gaat terug tot Aristoteles (350BC)
Belangrijke elementen:
o Telos of doel van een handeling (of zelfs het leven)
o Deugden (karaktereigenschappen)
Deugd = (rationele) midden tussen 2 passies
4 belangrijkste:
o Moed
o Gematigdheid
o Verstandigheid
o Rechtvaardigheid
- Plichtethiek
= deontologie
Gaat terug tot Immanuel Kant (1724-1804)
Basis = intrinsieke waarde van een individu
o Diverse mogelijkheden (Bv. “ervaringspotentieel”)
Criterium = morele principes
o “Categorische imperatieven” (Kant)
o Resulteren in rechten en plichten
Rechten om op bepaalde manieren (niet) behandeld te worden
o Zelfs als er geen lijden is, kan iets toch problematisch zijn
o Impliceert niet noodzakelijk plichten bij hetzelfde individu
- Gevolgenethiek
= consequentialisme
Belangrijkste versie = utilitarisme (“nutsethiek”)
Gaat terug tot Jeremy Bentham (1747-1832)
Termen die je niet mag verwarren:
- Waarde en Waarden:
Waarde: verwijst naar de betekenis of het belang van iets, zoals de
waarde van geld.
Waarden: verwijst naar morele of sociale principes, zoals eerlijkheid,
vrijheid en respect.
- Gevoel en Gevoelens:
Gevoel: slaat op een specifieke fysieke gewaarwording, zoals pijn of
warmte.
Gevoelens: verwijst naar interne beleving en emoties, zoals verdriet of
angst.
Dit kan los staan of verbonden zijn met gevoel.
- Dierethiek en Diergerichte ethiek (zoöcentrisme):
Dierethiek: is een breed filosofisch vakgebied dat de morele relatie
tussen mensen en dieren onderzoekt.
Diergerichte ethiek: legt de nadruk op het welzijn en de intrinsieke
waarde van dieren zelf, in plaats van bv. alleen hun nut voor de mens.
Is een soort van dierethiek.
LES 1: WAT IS ETHIEK?
(H3 in “ethiek voor de landbouw”)
Ethiek = het antwoord op de vraag “Waarom?”
Rechtvaardiging van gedrag/keuzes
- Kritische afstand
Alle scenario’s afwegen, de situatie niet betrekken op jezelf
- Gestructureerd, logisch nadenken over de eigen moraal
Methodologie:
- Rationeel logisch
- Traceerbaar volgbaar
- Coherent samenhangend
Universaliseerbaar = Dat je het universeel kan toepassen als systeem, dat het
dus op iedereen van toepassing (of zo veel mogelijk mensen), zonder dat het
systeem of iets anders helemaal in elkaar stort.
Intuïtie Ethiek Sociologie Recht
Juist/Fout Goed/Kwaad Maatsch. Wetten
Standpunten
Ervaring/Op- Nadenken Enquêtes Stemmen
voeding/Gevoel
Feitelijk niveau vs. Waarde-niveau:
Wetenschap Ethiek
Observatie Reflectie
Wat is Wat zou moeten
“Ist -wert” “Soll-wert”
,Ethiek= de systematische studie van goed en kwaad in menselijk handelen
Is een menselijke constructie
Dan is het studentenrestaurant toe voor dat je besteld hebt! – Dixit Stef (RIP
Maren)
LES 2: MENS, MAATSCHAPPIJ & ETHIEK
(H4 (+1 en 8) in “ethiek voor de landbouw”)
Ethiek = systematische studie van goed en kwaad in menselijk handelen
Ethiek is een menselijk construct
- “Menselijke handelingen”, maar in relatie tot wie of wat?
Ten opzichte van alles dat “intrinsieke waarde” heeft
o Basis van “ethische relevantie”
Intrinsieke waarde = waarde los van secundaire, irrelevante
eigenschappen
o Basis voor (grenzen aan) handelen
- “Systematische reflectie”, maar welke systematiek?
Geen absoluut antwoord
Geen “gouden standaard”
o Diverse systemen
o Diverse stromingen
Milieu, klimaat of dieren beschermen…waarom eigenlijk?
1. Eigenbelang
Niet opmaken/vervuilen van wat je nodig hebt om te leven
2. Voor mijn erfgenamen
Eigenbelang 2.0
3. Voor de volgende generaties
Probleem = geen directe connectie mee
Behalve zorg voor de “naasten” ook voor de “verren” concept
duurzaamheid
4. Voor de andere wezens
De omgeving is niet enkel voor mensen belangrijk
Dus ook belangen van dieren belangrijk
5. Voor het milieu/… zelf
Alles wat leeft is belangrijk
- Argument 1-3 focust op de mens
“antropocentrisme”
o Visie op milieu, klimaat, dieren = instrumenteel
Niet alles kan, maar grens van aandacht = belang van mens
, - Argument 4-5 kent ook niet-mensen moreel belang toe
Niet-antropocentrische posities
o Indien (enkel) dieren =
zoöcentrisme
o Indien alle levende wezens =
biocentrisme
o Indien (ook) de niet-levende natuur
= exocentrisme
(Mens, dier, plant, eco) “uitbreiding van de
morele cirkel”
Meer entiteiten worden als ethisch relevant beschouwd (moreel object)
Morele relevantie
- Morele agent/ actor = moreel subject
- Morele patient = morel object
Subject: mensen met volle vermogens tot het maken van ethische
beslissingen
Object: de rest van de moreel relevante entiteiten (morele cirkel)
De Grote 3
- Deugdenethiek
Gaat terug tot Aristoteles (350BC)
Belangrijke elementen:
o Telos of doel van een handeling (of zelfs het leven)
o Deugden (karaktereigenschappen)
Deugd = (rationele) midden tussen 2 passies
4 belangrijkste:
o Moed
o Gematigdheid
o Verstandigheid
o Rechtvaardigheid
- Plichtethiek
= deontologie
Gaat terug tot Immanuel Kant (1724-1804)
Basis = intrinsieke waarde van een individu
o Diverse mogelijkheden (Bv. “ervaringspotentieel”)
Criterium = morele principes
o “Categorische imperatieven” (Kant)
o Resulteren in rechten en plichten
Rechten om op bepaalde manieren (niet) behandeld te worden
o Zelfs als er geen lijden is, kan iets toch problematisch zijn
o Impliceert niet noodzakelijk plichten bij hetzelfde individu
- Gevolgenethiek
= consequentialisme
Belangrijkste versie = utilitarisme (“nutsethiek”)
Gaat terug tot Jeremy Bentham (1747-1832)