Bedrijfsomgeving
College 1: Inleiding
1.Inhoud van Internationale Bedrijfsomgeving
De positie van Internationale bedrijfsomgeving ligt in lijn met internationale
economie en strategisch management, maar vanuit firm level
1) Economische modellen
2) Concurrentiepositie europa
3) Industry politiek
4) Industry concentratie
5) Strategische oriëntatie
6) Internationale entry strategie
7) Business transformative
8) Netwerk paradox
9) Groene business case
2.Multipolaire wereld en (de-)globalisatie
2.1 Video: The world economy has witnessed a trend towards
de-globalization?
Vraagstelling: Maakt de wereldeconomie momenteel een trend door van de-
globalisatie?
Dit zou betekenen dat landen en markten minder met elkaar verbonden
raken, dat grensoverschrijdende handel en investeringen afnemen, en dat
de globaliseringsbeweging zich omkeert.
Kernboodschap: De mondiale economie bevindt zich niet in een fase van de-
globalisatie, maar eerder in een nieuwe vorm van globalisering, namelijk
regionalisering
1) Evolutie van de mondiale context
In vergelijking met vorige decennia leven we vandaag in een multipolaire
wereld , in plaats van een door de VS gedomineerde wereld:
China speelt een steeds belangrijkere rol in handel, investeringen en
geopolitiek.
Er is een toename van protectionistische reflexen, maar dat betekent
niet dat globalisering gestopt is.
, Integendeel: handel en buitenlandse investeringen zijn nog nooit zo groot
geweest, mede dankzij de toenemende betrokkenheid van landen als China
en India.
2) Waarom leeft dan toch het idee van de-globalisatie?
Mensen zien wereldwijd verschillende obstakels die globalisering afremmen,
zoals:
Brexit: verminderde economische relaties tussen het VK en de EU.
Handelsoorlog VS–China: hogere invoertarieven o.a. op elektrische
wagens.
Wereldhandelsorganisatie (WTO): beperkte capaciteit om
handelsconflicten te beslechten.
Protectionisme in chip-technologie: spanningen tussen VS, Europa en
China.
Strengere screeningsmechanismen in gevoelige sectoren zoals water
en energie.
Militaire conflicten: oorlog in Oekraïne, Israël-Gaza-conflict.
Toch blijkt uit de cijfers dat de wereldhandel is blijven groeien, vooral dankzij
China en India, én door de handel in wapens en dual-use goederen.
Multilaterale handelsakkoorden blijven bloeien — bijvoorbeeld in Azië
via ASEAN.
Vooral in Azië is de instroom van buitenlandse investeringen (inward
FDI) sterk gestegen.
3) Recente trends en vooruitzichten
Volgens het UNCTAD World Investment Report (2025) blijft het
investeringsklimaat uitdagend, maar er is lichte groei mogelijk dankzij
soepelere financiële condities en internationale samenwerking (vooral
vanuit Europa).
Oorlogen dragen niet bij aan welvaart, maar stimuleren wel
technologische innovatie (zoals drone-technologie).
Er is een tendens tot herlokalisering van investeringen (reshoring),
gericht op bevriende landen (friendshoring) en met het vermijden van
vijandige staten.
o Dit illustreert de regionalisering van buitenlandse
investeringen
4) Globalisering: veerkrachtig, niet verdwenen
, Globalisering heeft eerdere crisissen overleefd: de financiële crisis van
2008, de Trump-tarieven, de COVID-19-pandemie, en zelfs de VS-
China-handelsoorlog.
“Slow-balization”: We zien een vertraging van de groei in handel en
investeringen, maar geen omkering van de trend.
Landen zoals China, Maleisië, Zuid-Korea en Indonesië zijn sterker
geïntegreerd in de wereldhandel, wat de toename van de globale
handel verklaart.
Conclusie: van de-globalisatie naar multipolariteit
We moeten niet spreken van de-globalisatie, maar van multipolariteit:
De wereld evolueert naar een volledig multipolaire wereld, opgebouwd uit
drie (mogelijk vier) grote blokken: Verenigde Staten, Europa, China en
(mogelijks) India
Elk van deze regio’s verschilt in economie, wetgeving, cultuur,
veiligheidsstructuren.
Handelsspanningen en technologische vooruitgang versnellen deze
opsplitsing in regionale clusters.
Essentie van multipolariteit:
De machtsblokken zijn economisch, financieel en geopolitiek groot genoeg
om zelfstandig te opereren.
Ze ontwikkelen elk cultureel en structureel verschillende manieren
van handelen en investeren.
2.2 Artikel: The State of Globalization in 2022
Ondanks oorlogen, pandemieën en handelsspanningen is globalisering niet
ingestort.
De internationale stromen van handel, kapitaal, informatie en mensen
zijn wel vertraagd en herverdeeld, maar blijven historisch hoog.
De auteurs noemen de voorspelling van “het einde van globalisering” een
mythe: de wereld blijft sterk verbonden, al verandert de geografie en de aard
van die verbindingen.
Belangrijkste bevindingen per categorie
a) Handel (Trade flows)
Na de coronadip (2020) herstelde de wereldhandel snel, bereikte
recordniveaus in 2021
, De oorlog in Oekraïne veroorzaakte wel nieuwe beperkingen en
inflatie, vooral bij voedsel en energie.
Toch verwachten de auteurs geen brede terugval, want landen
verminderen afhankelijkheid van rivalen, maar versterken samenwerking
met bondgenoten.
b) Kapitaal (Capital flows)
Buitenlandse directe investeringen (FDI) daalden tijdens de
pandemie, maar stegen in 2021 boven het pre-covid-niveau.
Nieuwe productie-investeringen blijven wel zwak door onzekerheid.
De oorlog vertraagt groei, maar geen massale desinvesteringen; enkel
heroriëntatie richting veiligere markten.
c) Informatie (Information flows)
De pandemie verdubbelde het internetverkeer; daarna stabiliseerde groei.
Verschillen in databeleid tussen grootmachten (VS, EU, China) creëren
meer “digitale fricties” en risico’s op cyberconflicten.
Toch blijven internationale data- en kennisstromen een kern van
globalisering.
d) Mensen (People flows)
Internationale reizen en migratie kelderden door covid, maar zijn in herstel.
Zakenreizen herstellen trager (volledig pas tegen 2025).
De oorlog in Oekraïne veroorzaakte een enorme vluchtelingenstroom,
maar structureel blijft migratie groeien.
Conclusie
Globalisering blijft veerkrachtig: recordhandel en herstel van investeringen
tonen dat er geen terugkeer is naar nationale zelfvoorziening.
Wat wél verandert, is de geografie van globalisering: landen hertekenen
hun relaties.
China is de spil van de verschuiving — het bepaalt in welke mate
globalisering “herconfigureert” rond geopolitieke blokken.
Het proces verloopt geleidelijk (gradual decoupling), geen plotse
breuk.
, Bedrijven moeten hun wereldwijde strategieën herdenken, maar niet
overreageren: globalisering is nooit puur efficiëntie, altijd politiek-
economisch ongelijk verdeeld
3.Focus op Europa en België
3.1 Grafische analyse van handel en exportfocus van België
3.1.1 Voornaamste exportmarkten van België
Deze grafiek toont duidelijk dat de Belgische export overwegend Europees en
regionaal is. België is sterk geïntegreerd in de Europese markt, met een
uitgesproken focus op de buurlanden
Belangrijkste vaststellingen:
De buurlanden (Nederland, Duitsland en Frankrijk) nemen samen 79,4%
van de Belgische export voor hun rekening.
De Europese Unie (exclusief buurlanden) vertegenwoordigt nog eens
36,7%.
Andere Europese landen blijven eveneens belangrijk (20,2%).
Niet-Europese exportmarkten spelen een aanvullende, maar duidelijk
secundaire rol:
Verenigde Staten en
Canada: 12,4%
Azië: 11,6%
Afrika en Midden-
Oosten: telkens
minder dan 8%
Rusland: slechts 1,1%
Deze grafiek bevestigt dat
België in de praktijk
functioneert als een
regionaal ingebedde
,open economie, waarbij exportrelaties vooral binnen Europa geconcentreerd
zijn. Dit past binnen het bredere patroon van regionalisering van handel.
3.1.2 Intra-EU en extra-EU handel (2016–2024)
De tweede grafiek
vergelijkt de invoer en uitvoer binnen de EU (intra-EU27) met die buiten de
EU (extra-EU27) en toont ook het saldo van de handelsbalans.
Uit de grafiek blijkt dat:
Zowel uitvoer als invoer binnen de EU structureel hoger liggen dan
extra-EU handel.
De Belgische economie blijft dus in hoofdzaak intra-Europees
georiënteerd.
Extra-EU handel is belangrijk, maar duidelijk kleiner in omvang.
De handelsbalans vertoont doorheen de tijd sterke schommelingen:
negatieve saldi in meerdere jaren;
een dieptepunt rond 2022, mede door energieprijzen en geopolitieke
schokken;
een duidelijk herstel richting 2024.
Externe schokken (Covid-19, energiecrisis, oorlog in Oekraïne) leiden vooral tot:
, hogere volatiliteit;
tijdelijke verslechtering van de handelsbalans;
maar geen structurele breuk in handelsstromen.
Deze grafiek illustreert het concept van slowbalization:
internationale handel vertraagt en wordt volatieler;
maar blijft structureel bestaan, vooral binnen de EU.
3.2 Artikel: EY Belgian Attractiveness Survey 2025
België in de Europese FDI-ranglijst 2024:
België behoudt zijn 8e plaats in Europa als bestemming voor buitenlandse
investeringen (foreign direct investments – FDI) en toont sterke veerkracht in
een dalende Europese markt.
a) Belangrijkste cijfers
In 2024 trok België 210 FDI-projecten aan (-2% t.o.v. 2023).
Deze projecten creëerden 5.392 jobs, een stijging van 10% na de forse
daling van 39% in 2023.
België blijft dus aantrekkelijk ondanks de economische en geopolitieke
onzekerheid.
b) Europese context
Op Europees niveau daalde het aantal FDI-projecten met 5%, en het aantal
gecreëerde jobs met 16%.
De drie grootste landen — Frankrijk, Duitsland en het VK — zagen een
dubbelcijferige daling van investeringen.
België onderscheidt zich als stabiele performer binnen een
verzwakkende Europese markt.
c) Sectorale en regionale trends
Industrie (manufacturing) en logistiek zijn de belangrijkste drijvers
van FDI in België (55 en 53 projecten).
, Zakelijke dienstverlening (business services) daalde naar de derde
plaats met 35 projecten.
Flanders blijft koploper met 137 investeringen, gevolgd door Brussel
(44) en Wallonië (29).
o Enkel Brussel kende een stijging; Vlaanderen licht dalend, Wallonië
stabiel.
d) Herkomst van de investeringen
VS herwint de eerste plaats met 43 projecten (na een dip in 2023).
Frankrijk zakt naar 28 projecten (-26%).
Nederland blijft stabiel (18 projecten).
Duitsland stijgt van 9 naar 13 projecten.
VK zakt verder (-28%).
India duikt als nieuwe investeerder op (+300%), al zonder grote
jobcreatie.
e) Sentiment en verwachtingen
70% van de buitenlandse bedrijfsleiders verwacht dat België’s
aantrekkelijkheid zal stijgen in de komende drie jaar (tegenover 66%
vorig jaar).
Dat is beter dan het Europese gemiddelde (61%, dalend van 75%).
Ondanks zorgen over VS-tarieven, hoge energieprijzen en geopolitieke
spanningen, blijft het langetermijnvertrouwen positief.
België’s strategische ligging en infrastructuur blijven
sleutelvoordelen.
f) Risico’s en vooruitzichten
Nieuwe VS-tarieven op importgoederen en wereldwijde
handelsonrust kunnen de FDI-groei drukken.
Daartegenover staat de groei van de Europese defensiesector, waar
Belgische (tech)-defensiebedrijven van kunnen profiteren.
Koppeling met de vorige artikels (globalisering en multipolariteit)
,De Belgische FDI-resultaten passen perfect in het bredere beeld van
“regionalisering” en “multipolariteit” dat prof. Sels en Altman & Bastian
beschrijven.
Ondanks mondiale onzekerheid (oorlogen, protectionisme, tarieven) blijft
er geen de-globalisatie, maar eerder een herconfiguratie van
kapitaalstromen.
België profiteert van deze regionale herschikking binnen Europa,
vooral via productie en logistiek — typisch voor friendshoring en
nearshoring.
De terugkeer van de VS als grootste investeerder illustreert het idee
van “nieuwe blokvorming binnen globalisering” (VS-EU-China-India).
College 2: Economische modellen
Leerdoelen:
Begrip ontwikkelen in de verschillende economische inrichtingen in
Europa
Economische inrichting kunnen toepassen op sectoren en bedrijven
Kunnen beargumenteren wat de voor- en nadelen zijn van economische
inrichting op industrie transformatie en bedrijfstransformatie
, Begrijpen en kunnen verklaren welke factoren welvaart op Europees
niveau en op land niveau beïnvloeden
1.Inleiding: Het economisch systeem van Europa
in de jaren ‘90
In de jaren ’90 werd voor het eerst gesproken over het Rijnlandse
model, als tegenhanger van het Angelsaksische model.
Rijnlandse model: nadruk op samenwerking, overleg en sociale
bescherming
Angelsaksische model: nadruk op vrije marktwerking, concurrentie,
winstmaximalisatie
Vandaag onderscheiden we in Europa vier dominante economische
modellen:
Nordic model (Scandinavisch)
Rijnlands model (Continentaal West-Europa)
Anglo-Saxon model (liberaal-marktgericht)
Mediterraan model (Zuid-Europa)
Oost-Europa wordt vaak “vergeten” in de indeling van economische
modellen
Oost-Europese landen maakte pas na 1990 de overgang naar
markteconomie
Hierdoor hebben ze vaak nog een jonge, hybride economische structuur,
met lagere welvaart, en sterke afhankelijkheid van West-Europese
investeringen
Hierdoor passen ze moeilijk in één klassiek model
Toch worden de Oost-Europese landen steeds belangrijkere
handelspartners (bijv. Polen groeit snel en is cruciaal voor Belgische
export)