Communicatievaardigheden
Presenteren
Inleiding
= een mondelinge presentatie houden individueel of in groep
VIKTOR
- V: verzender = de spreker
- I: inhoud: de presentatie zelf
- K: kanaal = digitale diapresentatie; geschreven taal, gesproken taal,
stem, lichaamstaal, …
- T: troep = boodschap komt niet over verschillende redenen
Onoverzichtelijke dia’s
Veel schrijffouten
Weinig structuur
Slordige taal
…
- O: ontvanger = de toehoorders
- R: reactie, feedback: knikkenbollen, enthousiast volgen, vragen,
stilte
Communicatiefilter
- Een deel wordt doorgelaten een deel niet
- Doorgaans: 83% verlies
Wat wilde je zeggen?
Naar wat hebben ze geluisterd?
Wat heb je uiteindelijk gezegd?
Wat zullen ze toepassen?
Wat hebben ze gehoord?
o Kan dat ontvangers niet horen door ander lawaai
o Kan dat ze niet luisteren
DEVIL LOVE
- D: doel = wat wil je bereiken
- E: enthousiasme
- V: voorbereiding: doel(groep) gericht
- I= initiële indruk en laatste indruk
Vat het op het einde nog eens samen
- L = laatste indruk = krachtig eindigen
- L: lichaamstaal
- O: oogcontact: regelmatig aankijken
Je ziet zo de reactie, kan kijken of de boodschap aankomt.
1
, - V: visueel = denk in beelden
Visualiseer vb. 2x Eifeltoren in plaats van getalen zo hebben
mensen een beeld
- E: expressie: expressief in lichaam en taal
Concentreren = geloofwaardigheid
Publiek kan volgen
- Overzichtelijke structuur
- Herhaling kernideeën
- Visuele ondersteuning
Publiek kan geloven
- Voldoende bewijsmateriaal
- Overtuigende bewijsmateriaal
Vb. versterken met argumenten
Publiek kan verstaan/begrijpen
- Verzorgende spreektaal
- Glasheldere taal
Publiek kan onthouden
- Sprekende vbn
- Passend in leefwereld
- Herhaling hoofideeën
- Heldere structuur
Voorbeelden in slide: icoontjes kan helpen beter te onthouden.
Geheugen van het publiek
We onthouden maar
- 10% van wat we lezen.
- 20% van wat we horen
- 30% zien
- 50% horen en zien
- 90% het zelf eens doen uitvoeren
Structuur
- Orden
Geordend wordt beter onthouden
Te strikt is saai: af en toe variatie in orde
Voorbeelden
2
Presenteren
Inleiding
= een mondelinge presentatie houden individueel of in groep
VIKTOR
- V: verzender = de spreker
- I: inhoud: de presentatie zelf
- K: kanaal = digitale diapresentatie; geschreven taal, gesproken taal,
stem, lichaamstaal, …
- T: troep = boodschap komt niet over verschillende redenen
Onoverzichtelijke dia’s
Veel schrijffouten
Weinig structuur
Slordige taal
…
- O: ontvanger = de toehoorders
- R: reactie, feedback: knikkenbollen, enthousiast volgen, vragen,
stilte
Communicatiefilter
- Een deel wordt doorgelaten een deel niet
- Doorgaans: 83% verlies
Wat wilde je zeggen?
Naar wat hebben ze geluisterd?
Wat heb je uiteindelijk gezegd?
Wat zullen ze toepassen?
Wat hebben ze gehoord?
o Kan dat ontvangers niet horen door ander lawaai
o Kan dat ze niet luisteren
DEVIL LOVE
- D: doel = wat wil je bereiken
- E: enthousiasme
- V: voorbereiding: doel(groep) gericht
- I= initiële indruk en laatste indruk
Vat het op het einde nog eens samen
- L = laatste indruk = krachtig eindigen
- L: lichaamstaal
- O: oogcontact: regelmatig aankijken
Je ziet zo de reactie, kan kijken of de boodschap aankomt.
1
, - V: visueel = denk in beelden
Visualiseer vb. 2x Eifeltoren in plaats van getalen zo hebben
mensen een beeld
- E: expressie: expressief in lichaam en taal
Concentreren = geloofwaardigheid
Publiek kan volgen
- Overzichtelijke structuur
- Herhaling kernideeën
- Visuele ondersteuning
Publiek kan geloven
- Voldoende bewijsmateriaal
- Overtuigende bewijsmateriaal
Vb. versterken met argumenten
Publiek kan verstaan/begrijpen
- Verzorgende spreektaal
- Glasheldere taal
Publiek kan onthouden
- Sprekende vbn
- Passend in leefwereld
- Herhaling hoofideeën
- Heldere structuur
Voorbeelden in slide: icoontjes kan helpen beter te onthouden.
Geheugen van het publiek
We onthouden maar
- 10% van wat we lezen.
- 20% van wat we horen
- 30% zien
- 50% horen en zien
- 90% het zelf eens doen uitvoeren
Structuur
- Orden
Geordend wordt beter onthouden
Te strikt is saai: af en toe variatie in orde
Voorbeelden
2