WETENSCHAPSFILOSOFIE
1. INLEIDING
WAT IS FILOSOFIE?
- Geen wetenschap
- Gaat over vragen waarvoor (nog) gn oplossingsmethode is
- Wetenschappen: vraag-onderzoeksmethode-betrouwbare kennis = enige consensus over de
antwoorden bv. student farmacie test werking van pil door dubbel blind placebo gerandomiseerde
proef
- Centrale vragen die eigen zijn aan mens-zijn
- Filosofische vragen: bv. wat is de zin van het leven?
o Geen methode
o Zo redelijk mogelijk op zoek gaan nr een antwoord
o Antwoord niet gebaseerd op dwang, traditie, intuïtie, dogma, autoriteit, omdat anderen het
denken…
o Argumenten wikken en wegen
- Wetenschappelijke vraagstukken:
o Duidelijke onderzoeksmethode
- Filosofische vraagstukken wetenschappelijke vragen geworden (vragen om wereld te leren kennen)
Wetenschapsfilosofie (17e-18e eeuw): tussen de 2 nadenken over de aard van wetenschap, niet over het
onderwerp (wnr weten we iets? Wat is betrouwbare kennis?)
- Filosofie:
o Begint met verwondering met twijfel (terugkijken nr wereld die je denkt te kennen)
o Ultieme vragen staan centraal
Kinderen: stellen fundamentele vragen: waarom is geel geel? vragen waarover wij
gwn zeker zijn
o Voorgaande/oude ideeën: blijven relevant bv. Aristoteles “alle mensen zijn op zoek naar
betrouwbare kennis” dit blijft relevant, geldig & zinvol
o Westerse traditie: verlichtingsdenkers inbeelden in tijdsgeest, wereldbeeld van toen
Vaak mannelijk perspectief
Filosofie: selectie van stemmen in bepaalde periode
Prioriteit van filosofie worden kennistheoretische vragen
1.1 WETEN, WAARHEID EN WETENSCHAP?
Foucault: onderscheid tussen kennis (connaissance) en weten (savoir)
WETEN:
- Veld van wat in bepaalde periode als waar wordt ervaren
- Ruimer dn rationele kennis omvat ook impliciete ervaringen & formuleringen
- Afh. van epistèmè (denkstructuur/tijdskader) van die periode
KENNIS:
- Product van wetenschappen die in een periode als gezaghebbend helpen
1
, - Expliciet, rationeel & wetenschappelijk gevalideerd
BELANGRIJK:
- Foucault kent specifieke betekenissen toe aan begrippen die vaak in 1 adem worden genoemd met
wetenschap & wetenschappelijkheid: kennis, waarheid, waar, weten, criteria
- In dagelijks taalgebruik: gebruiken we die begrippen door elkaar in wetenschapsfilosofie:
nauwkeuriger
- Nadenken over begrippen en stellen van vragen zoals:
o Hoe gaat wetenschap te werk?
o Wat maakt wetenschap wetenschappelijk?
Wetenschapsfilosofische vragen
Foucault hiermee bezig
Aristoteles met werk ‘Metafysica’ met zin: “alle mensen verlangen van nature naar kennis”
- Klassiek onderscheid (sinds Griekse oudheid)
o Epistèmè = ware kennis
Betrouwbaar, goed gefundeerd, systematisch opgebouwd
Universeel, noodzakelijk
o Doxa = mening/opinie
Subjectieve overtuigingen
Veranderlijk, tijdelijk of cultureel bepaald
Dit onderscheid vormt 1 v/d kernvragen van epistemologie: Hoe onderscheiden we wat we weten
van wat we slechts menen te weten?
Onderscheid tussen:
Weten > kennis in brede zin > betrouwbare kennis
- Kennis in de brede zin: zoals overtuigingen of ervaringsinzichten die mensen
hebben over de wereld
- Betrouwbare kennis: kennis die op een systematische & controleerbare manier tot
stand komt & dus een wetenschappelijk karakter heeft
Verwijst nr deel v/h weten dat binnen wetenschappelijke praktijken is onderzocht,
onderbouwd en als geldig erkend
Je kan niks WETEN zonder wetenschappelijk onderzoek
THALES VAN MILETE:
- Grondlegger wiskundige methode interne logica: universeel resultaat waar niemand het oneens
mee is
o driehoek met één zijde als middellijn van een
cirkel is rechthoekig
o Toepassing: bepalen van de hoogte van een
object
- Wiskundige methode:
o Vertrekt vanuit axioma’s en definities
o Gebruikt logische redeneringen
o Komt tot algemeen geldige conclusies
- Stelling van Thales: 3hoek waarvan 1 zijde middellijn van
cirkel is, is altijd een rechthoekige driehoek
- Thales: leermeester van Pythagoras stelling van Pythagoras
2
1. INLEIDING
WAT IS FILOSOFIE?
- Geen wetenschap
- Gaat over vragen waarvoor (nog) gn oplossingsmethode is
- Wetenschappen: vraag-onderzoeksmethode-betrouwbare kennis = enige consensus over de
antwoorden bv. student farmacie test werking van pil door dubbel blind placebo gerandomiseerde
proef
- Centrale vragen die eigen zijn aan mens-zijn
- Filosofische vragen: bv. wat is de zin van het leven?
o Geen methode
o Zo redelijk mogelijk op zoek gaan nr een antwoord
o Antwoord niet gebaseerd op dwang, traditie, intuïtie, dogma, autoriteit, omdat anderen het
denken…
o Argumenten wikken en wegen
- Wetenschappelijke vraagstukken:
o Duidelijke onderzoeksmethode
- Filosofische vraagstukken wetenschappelijke vragen geworden (vragen om wereld te leren kennen)
Wetenschapsfilosofie (17e-18e eeuw): tussen de 2 nadenken over de aard van wetenschap, niet over het
onderwerp (wnr weten we iets? Wat is betrouwbare kennis?)
- Filosofie:
o Begint met verwondering met twijfel (terugkijken nr wereld die je denkt te kennen)
o Ultieme vragen staan centraal
Kinderen: stellen fundamentele vragen: waarom is geel geel? vragen waarover wij
gwn zeker zijn
o Voorgaande/oude ideeën: blijven relevant bv. Aristoteles “alle mensen zijn op zoek naar
betrouwbare kennis” dit blijft relevant, geldig & zinvol
o Westerse traditie: verlichtingsdenkers inbeelden in tijdsgeest, wereldbeeld van toen
Vaak mannelijk perspectief
Filosofie: selectie van stemmen in bepaalde periode
Prioriteit van filosofie worden kennistheoretische vragen
1.1 WETEN, WAARHEID EN WETENSCHAP?
Foucault: onderscheid tussen kennis (connaissance) en weten (savoir)
WETEN:
- Veld van wat in bepaalde periode als waar wordt ervaren
- Ruimer dn rationele kennis omvat ook impliciete ervaringen & formuleringen
- Afh. van epistèmè (denkstructuur/tijdskader) van die periode
KENNIS:
- Product van wetenschappen die in een periode als gezaghebbend helpen
1
, - Expliciet, rationeel & wetenschappelijk gevalideerd
BELANGRIJK:
- Foucault kent specifieke betekenissen toe aan begrippen die vaak in 1 adem worden genoemd met
wetenschap & wetenschappelijkheid: kennis, waarheid, waar, weten, criteria
- In dagelijks taalgebruik: gebruiken we die begrippen door elkaar in wetenschapsfilosofie:
nauwkeuriger
- Nadenken over begrippen en stellen van vragen zoals:
o Hoe gaat wetenschap te werk?
o Wat maakt wetenschap wetenschappelijk?
Wetenschapsfilosofische vragen
Foucault hiermee bezig
Aristoteles met werk ‘Metafysica’ met zin: “alle mensen verlangen van nature naar kennis”
- Klassiek onderscheid (sinds Griekse oudheid)
o Epistèmè = ware kennis
Betrouwbaar, goed gefundeerd, systematisch opgebouwd
Universeel, noodzakelijk
o Doxa = mening/opinie
Subjectieve overtuigingen
Veranderlijk, tijdelijk of cultureel bepaald
Dit onderscheid vormt 1 v/d kernvragen van epistemologie: Hoe onderscheiden we wat we weten
van wat we slechts menen te weten?
Onderscheid tussen:
Weten > kennis in brede zin > betrouwbare kennis
- Kennis in de brede zin: zoals overtuigingen of ervaringsinzichten die mensen
hebben over de wereld
- Betrouwbare kennis: kennis die op een systematische & controleerbare manier tot
stand komt & dus een wetenschappelijk karakter heeft
Verwijst nr deel v/h weten dat binnen wetenschappelijke praktijken is onderzocht,
onderbouwd en als geldig erkend
Je kan niks WETEN zonder wetenschappelijk onderzoek
THALES VAN MILETE:
- Grondlegger wiskundige methode interne logica: universeel resultaat waar niemand het oneens
mee is
o driehoek met één zijde als middellijn van een
cirkel is rechthoekig
o Toepassing: bepalen van de hoogte van een
object
- Wiskundige methode:
o Vertrekt vanuit axioma’s en definities
o Gebruikt logische redeneringen
o Komt tot algemeen geldige conclusies
- Stelling van Thales: 3hoek waarvan 1 zijde middellijn van
cirkel is, is altijd een rechthoekige driehoek
- Thales: leermeester van Pythagoras stelling van Pythagoras
2