INLEIDING TOT HET RECHT:
PUBLIEKRECHT
FEDERALE STAATSSTRUCTUUR
België is een 1) meergelaagde, 2) democratische 3) rechtsstaat in Europa
1) meergelaagde: rechtsorde is een rechtssyteem waarin verschillende niveaus van recht, zoals nationaal,
regionaal en internationaal recht, naast elkaar bestaan en elkaar beïnvloeden:verschillende instanties
2) Democratische: macht gaat uit van het volk, kiezen van vertegenwoordiging
3) Rechtsstaat: staatsvorm waarin de overheid gebonden is aan het recht en burgers beschermd worden
tegen willekeur van overheid, via grondrechten en een onafhankelijke rechtspraak. Kenmerken zijn
scheiding der machten, bescherming van fundamentele rechten en dat zowel burgers als overheden
kunnen gebruiken
OORSPRONG
̶ Onafhankelijkheid van België in 1830
̶ Taalvrijheid in Grondwet: de facto Frans: bestuurszaken: een vrije keuze was van taal: stond in GW: de
facto frans: volledig in het frans: tot 1898 waarbij dat Vlaamssprekende burgers berecht konden
worden wanneer zij een misdrijf hadden gepleegd in het nederlands
̶ Vlaamse ontvoogdingsstrijd: strijd van Vlamingen om te kunnen worden bestuurd in het Vlaams, om
onderwijs te kunnen volgen in het Nederlands en ook om berecht te kunnen worden in het
Nederlands: langzaamaan is die taalstrijd ook geëvolueerd in een strijd die ook een economische link
had
̶ Economische link: belangen voor een bepaald territorium: Franstaligen wouden bv eigen ruimtelijke
ordening op grondgebied kunnen vastleggen en niet afhankelijk zijn van de federale staten in het
algemeen
DEELSTATEN (gefedereerde entiteiten): gewesten en gemeenschappen
Na val napoleon: vlaamse en nederlandse provincies stonden onder bewind van willem I: mengde zich in met
de katholieke kerk waardoor er verschillende vrijheden werden weggenomen, ook economische vrijheden
waardoor er wrevel ontstond en wat ervoor zorgde dat men begon te strijden tegen willem en naar die
onafhankelijkheid streefden
Strijd kwam tegen die Nederlandse inmenging, wat ervoor zorgde dat op het ogenblik van de Belgische
onafhankelijkheid, grondwet en taalvrijheid erbij kwam
FEDERALE STAAT EN DEELSTATEN
,- Verankering van taalgebieden
(artikel 4 Gw.)
o Belangrijk voor bevoegdheids-verdeling en taalwetgeving
o Wijziging grenzen via bijzondere meerderheidswet: meerderheid van elke
taalgroep wanneer er gestemd wordt en een tweederde meerderheid in het
algemeen
Taalgebieden: voortvloeisel van die taalstrijd: eerste stap: taalgebieden vastleggen en
daarbinnen kunnen de mensen zelf kiezen welke taal ze gaan gebruiken
Belangrijke rol gespeeld in de defederalisering die betrekking heeft op de bevoegdheidsverdeling en de
uitbereidingen van taalwetgeving
̶ Verschillende staatshervormingen bv.
̶ 1980:
̶ Inrichting Vlaamse en Waalse Gewest
̶ Cultuurgemeenschappen worden gemeenschappen
̶ 1988:
̶ Oprichting Brusselse Hoofdstedelijke Gewest
̶ Voor sommige bevoegdheden in Brussel: oprichting van ‘gemeenschapscommissies’
̶ 1972: cultuurgemeenschappen opgericht: wat nu de gemeenschappen zijn: bepaalde groep mensen
die samenhangt door hun cultuur of persoonsgebonden materies, die gaan we al bepaalde
bevoegdheden of inspraakmogelijkheden geven
, ̶ Gewesten: in het begin adviesraden opgericht: waarbij gewesten een stem of advies konden
uitbrengen over materies die hen aanbelangen, zoals ruimtelijke ordening geëvolueerd naar een
volwaardige bevoegdheid
̶ Gemeenschapscommissies: bevoegdheden die niet kunnen worden toegewezen aan de Vlaamse
gemeenschap of aan de Franse gemeenschap: de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie in
Brussel
̶ 2014: Vlinderakkoord: groot pakket van federale overheid overgedragen aan de gemeenschappen en
de gewesten
̶ 2025 e.v.:
̶ Oproep tot verdere autonomie voor deelstaten
Brussel: wanneer niet kan toegewezen worden aan de vlaamse gemeenschap of de franse gemeenschap dan is
het de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie: persoonsgebonden bevoegdheden (bv kidneropvang,
huisartsen)
Vlaamse gemeenschap is bevoegd voor nederlandstalige onderwijs in brussel, subsidies nederlandstalige film
̶ Belgisch federalisme in de Grondwet
̶ Art. 1: België is een federale staat, samengesteld uit gemeenschappen en gewesten
̶ Art. 2: België omvat 3 Gemeenschappen: VL, FR, D
̶ Art. 3: België omvat 3 Gewesten: VL, W, BR
̶ Art. 4: België omvat 4 taalgebieden: NL, FR, tweetalig BR HS, D
DE FEDERALE STAAT: AUTONOMIE
Autonomie = bevoegdheid om in bepaalde aangelegenheden normen met kracht van wet uit te vaardigen met
een welbepaalde territoriale geldingssfeer (enkel en alleen op zijn grondgebied)
Geen constitutionele autonomie
= geen grondwetgevende bevoegdheid voor deelstaten: niet de bevoegdheid om de grondwet aan te passen
Normen met kracht van wet: die op gelijke hoogte staan als een wet
= wetten, decreten en ordonnanties
Aantal beginselen bij de deelstaten: 1) autonomie
Bevoegdheid om bevoegdheden uit te oefenen: gewesten: ruimtelijke ordening zelf regelen
, Want: ze mogen dat regelen door normen met kracht van wet uit te vaardigen
Decreten: gewesten
Gemeenschappen: decreten of ordonnanties
Staan op hetzelfde niveau of een wet
DE FEDERALE STAAT: SCHEIDING DER MACHTEN
Vb van KB: uitvoering wordt gegeven aan een wet in verband met oud BW: zie je in de titel van het besluit
staan: expliciete uitvoering van een bepaalde wettelijke bepaling
FEDERALE WETGEVENDE MACHT
• Bevoegd om wetten te maken
• Uitgeoefend door Koning, Kamer van Volksvertegenwoordigers en Senaat
• Rol senaat steeds kleiner geworden
• Gaat afgeschaft worden: meeste wetten die worden aangenomen enkel worden gestemd in
de kamer: op termijn zullen de beperkte bevoegdheden die de senaat heeft worden
doorgegeven aan de kamer
PUBLIEKRECHT
FEDERALE STAATSSTRUCTUUR
België is een 1) meergelaagde, 2) democratische 3) rechtsstaat in Europa
1) meergelaagde: rechtsorde is een rechtssyteem waarin verschillende niveaus van recht, zoals nationaal,
regionaal en internationaal recht, naast elkaar bestaan en elkaar beïnvloeden:verschillende instanties
2) Democratische: macht gaat uit van het volk, kiezen van vertegenwoordiging
3) Rechtsstaat: staatsvorm waarin de overheid gebonden is aan het recht en burgers beschermd worden
tegen willekeur van overheid, via grondrechten en een onafhankelijke rechtspraak. Kenmerken zijn
scheiding der machten, bescherming van fundamentele rechten en dat zowel burgers als overheden
kunnen gebruiken
OORSPRONG
̶ Onafhankelijkheid van België in 1830
̶ Taalvrijheid in Grondwet: de facto Frans: bestuurszaken: een vrije keuze was van taal: stond in GW: de
facto frans: volledig in het frans: tot 1898 waarbij dat Vlaamssprekende burgers berecht konden
worden wanneer zij een misdrijf hadden gepleegd in het nederlands
̶ Vlaamse ontvoogdingsstrijd: strijd van Vlamingen om te kunnen worden bestuurd in het Vlaams, om
onderwijs te kunnen volgen in het Nederlands en ook om berecht te kunnen worden in het
Nederlands: langzaamaan is die taalstrijd ook geëvolueerd in een strijd die ook een economische link
had
̶ Economische link: belangen voor een bepaald territorium: Franstaligen wouden bv eigen ruimtelijke
ordening op grondgebied kunnen vastleggen en niet afhankelijk zijn van de federale staten in het
algemeen
DEELSTATEN (gefedereerde entiteiten): gewesten en gemeenschappen
Na val napoleon: vlaamse en nederlandse provincies stonden onder bewind van willem I: mengde zich in met
de katholieke kerk waardoor er verschillende vrijheden werden weggenomen, ook economische vrijheden
waardoor er wrevel ontstond en wat ervoor zorgde dat men begon te strijden tegen willem en naar die
onafhankelijkheid streefden
Strijd kwam tegen die Nederlandse inmenging, wat ervoor zorgde dat op het ogenblik van de Belgische
onafhankelijkheid, grondwet en taalvrijheid erbij kwam
FEDERALE STAAT EN DEELSTATEN
,- Verankering van taalgebieden
(artikel 4 Gw.)
o Belangrijk voor bevoegdheids-verdeling en taalwetgeving
o Wijziging grenzen via bijzondere meerderheidswet: meerderheid van elke
taalgroep wanneer er gestemd wordt en een tweederde meerderheid in het
algemeen
Taalgebieden: voortvloeisel van die taalstrijd: eerste stap: taalgebieden vastleggen en
daarbinnen kunnen de mensen zelf kiezen welke taal ze gaan gebruiken
Belangrijke rol gespeeld in de defederalisering die betrekking heeft op de bevoegdheidsverdeling en de
uitbereidingen van taalwetgeving
̶ Verschillende staatshervormingen bv.
̶ 1980:
̶ Inrichting Vlaamse en Waalse Gewest
̶ Cultuurgemeenschappen worden gemeenschappen
̶ 1988:
̶ Oprichting Brusselse Hoofdstedelijke Gewest
̶ Voor sommige bevoegdheden in Brussel: oprichting van ‘gemeenschapscommissies’
̶ 1972: cultuurgemeenschappen opgericht: wat nu de gemeenschappen zijn: bepaalde groep mensen
die samenhangt door hun cultuur of persoonsgebonden materies, die gaan we al bepaalde
bevoegdheden of inspraakmogelijkheden geven
, ̶ Gewesten: in het begin adviesraden opgericht: waarbij gewesten een stem of advies konden
uitbrengen over materies die hen aanbelangen, zoals ruimtelijke ordening geëvolueerd naar een
volwaardige bevoegdheid
̶ Gemeenschapscommissies: bevoegdheden die niet kunnen worden toegewezen aan de Vlaamse
gemeenschap of aan de Franse gemeenschap: de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie in
Brussel
̶ 2014: Vlinderakkoord: groot pakket van federale overheid overgedragen aan de gemeenschappen en
de gewesten
̶ 2025 e.v.:
̶ Oproep tot verdere autonomie voor deelstaten
Brussel: wanneer niet kan toegewezen worden aan de vlaamse gemeenschap of de franse gemeenschap dan is
het de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie: persoonsgebonden bevoegdheden (bv kidneropvang,
huisartsen)
Vlaamse gemeenschap is bevoegd voor nederlandstalige onderwijs in brussel, subsidies nederlandstalige film
̶ Belgisch federalisme in de Grondwet
̶ Art. 1: België is een federale staat, samengesteld uit gemeenschappen en gewesten
̶ Art. 2: België omvat 3 Gemeenschappen: VL, FR, D
̶ Art. 3: België omvat 3 Gewesten: VL, W, BR
̶ Art. 4: België omvat 4 taalgebieden: NL, FR, tweetalig BR HS, D
DE FEDERALE STAAT: AUTONOMIE
Autonomie = bevoegdheid om in bepaalde aangelegenheden normen met kracht van wet uit te vaardigen met
een welbepaalde territoriale geldingssfeer (enkel en alleen op zijn grondgebied)
Geen constitutionele autonomie
= geen grondwetgevende bevoegdheid voor deelstaten: niet de bevoegdheid om de grondwet aan te passen
Normen met kracht van wet: die op gelijke hoogte staan als een wet
= wetten, decreten en ordonnanties
Aantal beginselen bij de deelstaten: 1) autonomie
Bevoegdheid om bevoegdheden uit te oefenen: gewesten: ruimtelijke ordening zelf regelen
, Want: ze mogen dat regelen door normen met kracht van wet uit te vaardigen
Decreten: gewesten
Gemeenschappen: decreten of ordonnanties
Staan op hetzelfde niveau of een wet
DE FEDERALE STAAT: SCHEIDING DER MACHTEN
Vb van KB: uitvoering wordt gegeven aan een wet in verband met oud BW: zie je in de titel van het besluit
staan: expliciete uitvoering van een bepaalde wettelijke bepaling
FEDERALE WETGEVENDE MACHT
• Bevoegd om wetten te maken
• Uitgeoefend door Koning, Kamer van Volksvertegenwoordigers en Senaat
• Rol senaat steeds kleiner geworden
• Gaat afgeschaft worden: meeste wetten die worden aangenomen enkel worden gestemd in
de kamer: op termijn zullen de beperkte bevoegdheden die de senaat heeft worden
doorgegeven aan de kamer