1.1 Inleiding !
1 Waarover gaat rechtssociologie?
Rechtssociologie:
- Empirische methode
- Extern perspectief (onderzoeker staat buiten recht)
Rechtswetenschap:
- Doctrinaire methode die meerdere methoden en technieken omvat
- Intern perspectief -> manier waarop naar recht wordt gekeken is van een deelnemer
of zelfs rechter -> A.d.h.v. welke juridische argumenten kunnen we rechter overtuigen
om mijn kijk van de zaak te volgen? Hoe zou de rechter naar deze casus kijken?
(onderzoeker staat in recht)
1.1 Methode
Student getraind in:
- Selecteren van relevante feiten
- Die feiten onder bepaalde regel of regels te brengen (subsumptie)
Doctinaire methode:
- Moet recht vinden
- Moet recht begrijpen
- Moet recht toepassen
Bij casus:
1: Feiten selecteren die juridisch relevant zijn
2: Toepasselijke regel gaan vinden -> Welke bepaling uit het wetboek is van toepassing?
3: Open norm of vage norm tegenkomen
- Soms verwijst recht naar open categorie en hierdoor verschillende interpretaties
Vb. belang van een kind -> zowel in Belgische wetgeving als internationale
wetgeving
-> Open norm gaan begrijpen a.d.h.v. juridische technieken -> Hoe kunnen we begrijpen
over wat dit gaat? Hoe begrijpen we welk doel de wetgever voor ogen had met dit concept?
4: Geldigheid van norm controleren
- Wet aangenomen -> Is het in overeenstemming met grondrecht,
bevoegdheidsverdeling, EVRM?
-> Geldigheid controleren a.d.h.v. juridische criteria die in dat systeem (EVRM,
bevoegdheidsverdeling, grondrecht) voorkomen
5: Meerdere grondrechten van toepassing
Vb. recht op privacy en vrijheid van meningsuiting botsen
-> Grondrechten afwegen
6: Regelcreatie of bestaande regel kent gebreken
, - Juridische onderzoekers zeggen tegen wetgevers en regelgevers hoe toekomstig
recht eruit moet zien a.d.h.v. juridische criteria
- In andere wetenschappen (zoals geneeskunde) zit dit normatieve element van hoe
iets eruit moet zien er minder in
Alle technieken gebeuren binnen rechtssysteem:
- Idee om recht als systeem 1 coherent geheel te maken -> bewaakt coherentie
- Als er regel ontstaat die ingaat tegen coherentie -> tegen op getreden
Empirische methode
-> Op wetenschappelijke, systematische manier data verzamelen in praktijk (veld)
Wetenschappelijke kennis -> geen anekdotische kennis
- Zal wetenschappelijk, systematisch onderzoeken
-> Verzamelen en analyseren van gegevens
- Geen buikgevoel en common sense
Onderzoeksstrategieën
Kwantitiatief:
- Proberen realiteit in cijfers te vatten en op basis van die cijfers gaan we op zoek naar
trends, patronen a.d.h.v. meetbare variabelen
- Technieken -> survey, experimenten
Kwalitatief:
- Weten wat er achter die cijfers ligt en begrijpen
- Begrijpen betekent niet dat je begrip zal hebben voor bepaalde houding
-> Begrijpen betekent dat je zal proberen redenen te identificeren waarom iemand
bepaalde houding en bepaalde mening heeft
- Gebaseerd op betekenissen die aan bepaalde praktijk gehecht en ervaringen met
bepaalde praktijk (weinig cijfers)
- Technieken -> interviews, focusgroepen, observatie
Empirische methode -> criteria voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek
Kwantitatief onderzoek:
- Betrouwbaarheid -> resultaat bij kwantitatief onderzoek moet hetzelfde zijn
Vb. cijfers over verhouding echtscheidingen analyseren
-> Resultaat moet hetzelfde zijn met resultaat van ander
- Interne validiteit -> manier dat je onderzoek is opgezet
Vb. onderzoeksvraag -> hoeveel echtscheidingen online afgehandeld
-> Conclusie moet kloppen met onderzoeksvraag
- Externe validiteit -> representativiteit
Vb. meten hoe tevreden personen zijn over online afhandeling met schaal
-> Niet mogelijk om iedereen te bevragen dus zal je selecteren
- Objectiviteit van data -> data mag niet beïnvloedt worden
-> Houding t.o.v. thema zou data niet mogen beïnvloeden
, Kwalitatief onderzoek:
- Afhankelijkheid (van data en resultaten) -> Logisch opgebouwd? Zijn de verhalen en
de resultaten consistent? Klopt alles?
- Geloofwaardigheid -> Geloofwaardig?
Vb. uit focusgesprek staat er alleen negatieve ervaringen in wetenschappelijk artikel
-> Niet echt geloofwaardig dat er helemaal niks positief was
- Overdraagbaarheid -> Kunnen we het gaan toepassen op een andere setting?
-> Moeilijk om kwalitatief data over te dragen want kwalitatief onderzoek is niet
gegenereerd van representatieve sample
- Overtuigingskracht -> Wie is de onderzoeker?
Vb. witte man in zijn 60 zal mogelijk bij bepaalde thema’s invloed hebben op
antwoorden die hij zal krijgen
-> Persoon bij kwalitatief onderzoek speelt hier rol
-> Met empirische methode gaan we (rechtssocioloog) kijken naar recht in samenleving
Genitale verminking/besnijdenis in Senegal
Doctrinaire methode:
1: Vertrekt van onderzoeksprobleem (iets dat onderzocht kan worden)
2: Onderzoeksvragen in juridisch doctrinair onderzoek:
- Welke juridische instrumenten zijn relevant?
- Wat zegt het recht over genitale verminking in Senegal?
3: Zoeken en analyseren van juridische bronnen
- Geen ideologische vragen, maar geïnteresseerd in recht
- Gaan kijken naar nationale verdragen, grondrecht van Senegal, wetgeving
- Rechtspraak -> Hoe is regelgeving toegepast door nationale hoven en rechtbanken
of door internationale rechtscolleges?
- Rechtsleer -> Wat hebben juridische auteurs gezegd over dit thema?
In rechtssociologie -> Maakt regelgeving een verschil in praktijk?
- Ook geïnteresseerd om te weten hoe effectief die instrumenten zijn
- Op basis van doctrinaire methode gaan we geen antwoord vinden hierop
-> Empirische methode nodig
Vrijwillige abortus in Belgie
Doctrinaire methode:
1: Vertrekt van onderzoeksprobleem
2: Onderzoeksvragen in juridisch doctrinair onderzoek
- Welke juridische instrumenten zijn relevant? Wat is de relevante wetgeving?
Grondwettelijke bepalingen relevant?
- Hoe zit het met België t.o.v. Nederland?
3: Zoeken en analyseren van juridische bronnen
In rechtssociologie -> Wil je niet weten wat de effecten zijn van het verschil van regelgeving?
- Effecten -> financiële, psychologische, administratieve effecten op vrouwen in België
die abotus willen, want moeten naar Nederland
- Doctrinaire methode niet genoeg -> empirisch onderzoek nodig