Micro-economie
00. INLEIDING
p. 1-11
NIET: p.8 (0.5 de methode)
0.1 Doel van de economische wetenschap
We hebben allemaal uiteenlopende behoeften maar we hebben ook
allemaal beperkte middelen. Je kan niet alles hebben en dus ben je
verplicht om keuzes te maken.
Economie = de wetenschap die bestudeert hoe de mens met schaarse
middelen handelt om zijn behoeften (goederen & diensten) te bevredigen
= de studie van het menselijk streven naar bevrediging van behoeften met
behulp van schaarse middelen
Keuzeprobleem = hoe je behoeften moet bevredigen met schaarse
middelen
Dit keuzeprobleem kan individueel zijn, maar ook op wereldschaal,
collectief zijn er duidelijke behoeften. Bv. Vluchtelingencrisis, onderwijs
,0.1.1 Behoefte
Behoefte = het aanvoelen van een tekort en het streven dit tekort te
bevredigen
Dit kan persoonlijk zijn of wijzigen in de tijd (bv. Een kind heeft andere
behoeften dan een volwassene)
Soorten behoeften:
Primaire/levensnoodzakelijke behoeften vs. Secundaire behoeften
Materiële vs. Immateriële behoeften
Individuele vs. Collectieve behoeften
0.1.2 Schaarse middelen
SCHAARSE of ECONOMISCHE goederen/diensten (bv. Appelsienen)
- Schaars is niet gelijk aan zeldzaam
- De verlangde Q > de beschikbare Q indien gratis ter beschikking
wanneer bv. Appelsienen gratis zouden zijn, zouden mensen ze niet
allemaal nemen wat dit kan ook slecht worden en je hebt hier geen
grote hoeveelheden van nodig.
Door schaarste ontstaat:
Een markt
Een prijs
0.1.3 Nuttigheid en keuzeprobleem
Nut = mate van behoeftebevrediging (voor iedereen verschillend)
Economisch principe: mens tracht met zijn beschikbare middelen zo te
kiezen dat hij max. behoeftebevrediging bereikt. (inzet beschikbare
middelen voor maximale behoeftebevrediging.
0.2 Welvaart en welzijn
Welvaart en welzijn zijn niet hetzelfde!
Welvaart = de mate waarin mensen met de beschikbare schaarse
middelen in hun behoeften kunnen voorzien.
Welzijn = Gevoel van welbevinden. Bevrediging van verlangens (bv.
vriendschap) die geen beslag leggen op schaarse middelen.
Welvaart gaat dus over geld, en welzijn gaat over een gevoel.
,0.3 Soorten goederen en diensten
2 kenmerken: uitsluitbaarheid en rivaliteit
- Vrije goederen = niet-schaarse goederen (regen, wind, zeewater)
- Economische goederen = schaarse goederen
o Zuiver individuele goederen: jij koopt het, jij gebruikt het, en
niemand kan het tegelijkertijd gebruiken (smartphone,
broodje, fiets)
o Quasi-collectieve goederen: kunnen zuiver individueel zijn
maar aanbod wordt vaak door overheid geregeld (nmbs,
openbaar vervoer)
o Zuiver collectieve goederen: iedereen kan er tegelijk gebruik
van maken zonder dat het opraakt (nationale defentie,
rechtspraak)
Oefening 1
vrij, zuiver collectief, quasi collectief of zuiver individueel goed ?
Defensie
Zonnewarmte
Bibliotheek
Belgische snelweg personenwagen
Cinemabezoek
Tolwegen
Fiets
Openbaar vervoer
Hoger onderwijs
Restaurantbezoek
Oefening 2
Een schaars goed is een goed dat:
a) zeldzaam is
b) waarvan de gevraagde Q > beschikbare Q
c) geen vrij goed is
d) waaraan een groot tekort bestaat
, Verbruiks-
Goederen
Consumptie
-goederen
Gebruiks-
goederen
Economisch
e goederen
Kapitaalgoe
deren
Investerings
-goederen Vlottende
Investerings
- goederen
Investeringsgoederen dienen om andere goederen te produceren
Consumptiegoederen dienen om behoeften te vervullen
(inversteringsgoederen kunnen soms dezelfde zijn)
Consumptiegoederen Investeringsgoederen
Niet Voeding, concert, fossiele Grondstoffen,
duurzaam brandstof hulpmaterialen + alle
voorraden
= verbruiksgoederen
= vlottende
investeringsgoederen
Duurzaam Boeken, kleding, meubelen Gebouwen, machines +
scholen, ziekenhuizen,
wegen
= gebruiksgoederen
= kapitaalgoederen of
productiegoederen
!!! gebruik > aard !!!
Duurzaam kan je meerdere keren gebruiken, niet duurzaam maar 1x
Voorbeeld
Duurzaam: smartphone
Niet-duurzaam: appelsien
Auto in prive gebruik consumptiegoed: gebruiksgoed
Auto in bedrijf gebruiken investeringsgoed (kapitaalgoed)
00. INLEIDING
p. 1-11
NIET: p.8 (0.5 de methode)
0.1 Doel van de economische wetenschap
We hebben allemaal uiteenlopende behoeften maar we hebben ook
allemaal beperkte middelen. Je kan niet alles hebben en dus ben je
verplicht om keuzes te maken.
Economie = de wetenschap die bestudeert hoe de mens met schaarse
middelen handelt om zijn behoeften (goederen & diensten) te bevredigen
= de studie van het menselijk streven naar bevrediging van behoeften met
behulp van schaarse middelen
Keuzeprobleem = hoe je behoeften moet bevredigen met schaarse
middelen
Dit keuzeprobleem kan individueel zijn, maar ook op wereldschaal,
collectief zijn er duidelijke behoeften. Bv. Vluchtelingencrisis, onderwijs
,0.1.1 Behoefte
Behoefte = het aanvoelen van een tekort en het streven dit tekort te
bevredigen
Dit kan persoonlijk zijn of wijzigen in de tijd (bv. Een kind heeft andere
behoeften dan een volwassene)
Soorten behoeften:
Primaire/levensnoodzakelijke behoeften vs. Secundaire behoeften
Materiële vs. Immateriële behoeften
Individuele vs. Collectieve behoeften
0.1.2 Schaarse middelen
SCHAARSE of ECONOMISCHE goederen/diensten (bv. Appelsienen)
- Schaars is niet gelijk aan zeldzaam
- De verlangde Q > de beschikbare Q indien gratis ter beschikking
wanneer bv. Appelsienen gratis zouden zijn, zouden mensen ze niet
allemaal nemen wat dit kan ook slecht worden en je hebt hier geen
grote hoeveelheden van nodig.
Door schaarste ontstaat:
Een markt
Een prijs
0.1.3 Nuttigheid en keuzeprobleem
Nut = mate van behoeftebevrediging (voor iedereen verschillend)
Economisch principe: mens tracht met zijn beschikbare middelen zo te
kiezen dat hij max. behoeftebevrediging bereikt. (inzet beschikbare
middelen voor maximale behoeftebevrediging.
0.2 Welvaart en welzijn
Welvaart en welzijn zijn niet hetzelfde!
Welvaart = de mate waarin mensen met de beschikbare schaarse
middelen in hun behoeften kunnen voorzien.
Welzijn = Gevoel van welbevinden. Bevrediging van verlangens (bv.
vriendschap) die geen beslag leggen op schaarse middelen.
Welvaart gaat dus over geld, en welzijn gaat over een gevoel.
,0.3 Soorten goederen en diensten
2 kenmerken: uitsluitbaarheid en rivaliteit
- Vrije goederen = niet-schaarse goederen (regen, wind, zeewater)
- Economische goederen = schaarse goederen
o Zuiver individuele goederen: jij koopt het, jij gebruikt het, en
niemand kan het tegelijkertijd gebruiken (smartphone,
broodje, fiets)
o Quasi-collectieve goederen: kunnen zuiver individueel zijn
maar aanbod wordt vaak door overheid geregeld (nmbs,
openbaar vervoer)
o Zuiver collectieve goederen: iedereen kan er tegelijk gebruik
van maken zonder dat het opraakt (nationale defentie,
rechtspraak)
Oefening 1
vrij, zuiver collectief, quasi collectief of zuiver individueel goed ?
Defensie
Zonnewarmte
Bibliotheek
Belgische snelweg personenwagen
Cinemabezoek
Tolwegen
Fiets
Openbaar vervoer
Hoger onderwijs
Restaurantbezoek
Oefening 2
Een schaars goed is een goed dat:
a) zeldzaam is
b) waarvan de gevraagde Q > beschikbare Q
c) geen vrij goed is
d) waaraan een groot tekort bestaat
, Verbruiks-
Goederen
Consumptie
-goederen
Gebruiks-
goederen
Economisch
e goederen
Kapitaalgoe
deren
Investerings
-goederen Vlottende
Investerings
- goederen
Investeringsgoederen dienen om andere goederen te produceren
Consumptiegoederen dienen om behoeften te vervullen
(inversteringsgoederen kunnen soms dezelfde zijn)
Consumptiegoederen Investeringsgoederen
Niet Voeding, concert, fossiele Grondstoffen,
duurzaam brandstof hulpmaterialen + alle
voorraden
= verbruiksgoederen
= vlottende
investeringsgoederen
Duurzaam Boeken, kleding, meubelen Gebouwen, machines +
scholen, ziekenhuizen,
wegen
= gebruiksgoederen
= kapitaalgoederen of
productiegoederen
!!! gebruik > aard !!!
Duurzaam kan je meerdere keren gebruiken, niet duurzaam maar 1x
Voorbeeld
Duurzaam: smartphone
Niet-duurzaam: appelsien
Auto in prive gebruik consumptiegoed: gebruiksgoed
Auto in bedrijf gebruiken investeringsgoed (kapitaalgoed)