Oefeningen macro-economie
Oefening 1
Stel dat één van de bedrijven die deel uitmaakt van de activiteitsklasse
‘nijverheid’ de industriële bakker BREAD&PIE is.
BREAD&PIE produceerde en verkocht 160.000 broden in 2020.
Elk brood werd verkocht voor € 1,25.
Verder bakte en verkocht men gebakjes voor een bedrag van €
150.000.
De ingrediënten bestonden uit meel (160.000 kilo tegen € 0,40 per kilo)
en overige benodigdheden voor een bedrag van € 11.000.
Er werd voor € 4.000 elektriciteit verbruikt voor o.a. het verwarmen van
de oven.
VRAAG: Bereken de bruto toegevoegde waarde op basis van deze
gegevens voor BREAD&PIE
ANTWOORD: 271.000
Oefening 2
Bedrijf A heeft voor € 700.000 verkocht, waarvan voor € 200.000 aan
bedrijf B. Bedrijf A heeft verder voor € 150.000 aan materialen van andere
bedrijven ingekocht. Bedrijf B realiseerde een omzet van € 1.000.000 en
heeft alleen bedrijf A als toeleverancier.
VRAGEN:
Bereken de gezamenlijke omzet van de twee bedrijven
Bereken de bruto toegevoegde waarde van de twee
bedrijven
OMZET:
Bedrijf A: 700.000
Bedrijf B: 1.000.000
Gezamenlijk: 1.700.000
BTV:
A: 550.000
B: 800.000
Gezamenlijk: 1.350.000
, Oefening 3
Van de onderneming ”Backery” is het volgende gegeven (bedragen in
EUR):
- Afschrijvingen: 405.000
- Marktwaarde van de productie: 1.500.000
- Verbruik van grond- en hulpstoffen: 480.000
- Diensten van derden: 220.000
a) Hoeveel bedraagt de bruto toegevoegde waarde?
1.500 000 – (480.000+220.000) = 800.000 euro
b) Hoeveel bedraagt de netto toegevoegde waarde?
800.000 – 405.000 = 395.000 euro
Oefening 4
Zijn onderstaande bewering goed of fout?
1) Als een Australische toerist op de Grote Markt in Brussel een Deens bier
drinkt heeft dit geen effect op het BBP van België.
Fout, het BBP tegen marktprijzen omvat de bruto toegevoegde
waarde die ontstaat op het Belgisch grondgebied (door
ingezetenen en niet-ingezetenen).
2) De overheid draagt niet bij tot het BBP van een land omdat de door
haar geleverde goederen en diensten geen marktprijs hebben.
Fout, dit wordt wel geregistreerd (tegen kostprijs) zoals bv. de
lonen van overheidspersoneel.
Oefening 5
Het nominaal bbp neemt toe met 50% en de prijzen nemen toe
met 100%.
Dit betekent dat:
a) het bbp in constante prijzen constant blijft
b) het bbp in lopende prijzen daalt
Oefening 1
Stel dat één van de bedrijven die deel uitmaakt van de activiteitsklasse
‘nijverheid’ de industriële bakker BREAD&PIE is.
BREAD&PIE produceerde en verkocht 160.000 broden in 2020.
Elk brood werd verkocht voor € 1,25.
Verder bakte en verkocht men gebakjes voor een bedrag van €
150.000.
De ingrediënten bestonden uit meel (160.000 kilo tegen € 0,40 per kilo)
en overige benodigdheden voor een bedrag van € 11.000.
Er werd voor € 4.000 elektriciteit verbruikt voor o.a. het verwarmen van
de oven.
VRAAG: Bereken de bruto toegevoegde waarde op basis van deze
gegevens voor BREAD&PIE
ANTWOORD: 271.000
Oefening 2
Bedrijf A heeft voor € 700.000 verkocht, waarvan voor € 200.000 aan
bedrijf B. Bedrijf A heeft verder voor € 150.000 aan materialen van andere
bedrijven ingekocht. Bedrijf B realiseerde een omzet van € 1.000.000 en
heeft alleen bedrijf A als toeleverancier.
VRAGEN:
Bereken de gezamenlijke omzet van de twee bedrijven
Bereken de bruto toegevoegde waarde van de twee
bedrijven
OMZET:
Bedrijf A: 700.000
Bedrijf B: 1.000.000
Gezamenlijk: 1.700.000
BTV:
A: 550.000
B: 800.000
Gezamenlijk: 1.350.000
, Oefening 3
Van de onderneming ”Backery” is het volgende gegeven (bedragen in
EUR):
- Afschrijvingen: 405.000
- Marktwaarde van de productie: 1.500.000
- Verbruik van grond- en hulpstoffen: 480.000
- Diensten van derden: 220.000
a) Hoeveel bedraagt de bruto toegevoegde waarde?
1.500 000 – (480.000+220.000) = 800.000 euro
b) Hoeveel bedraagt de netto toegevoegde waarde?
800.000 – 405.000 = 395.000 euro
Oefening 4
Zijn onderstaande bewering goed of fout?
1) Als een Australische toerist op de Grote Markt in Brussel een Deens bier
drinkt heeft dit geen effect op het BBP van België.
Fout, het BBP tegen marktprijzen omvat de bruto toegevoegde
waarde die ontstaat op het Belgisch grondgebied (door
ingezetenen en niet-ingezetenen).
2) De overheid draagt niet bij tot het BBP van een land omdat de door
haar geleverde goederen en diensten geen marktprijs hebben.
Fout, dit wordt wel geregistreerd (tegen kostprijs) zoals bv. de
lonen van overheidspersoneel.
Oefening 5
Het nominaal bbp neemt toe met 50% en de prijzen nemen toe
met 100%.
Dit betekent dat:
a) het bbp in constante prijzen constant blijft
b) het bbp in lopende prijzen daalt