VOLOP TAAL: DEEL 1 HF2
Nederlands
Taalontwikkeling ondersteunen en stimuleren in de klas
3 BELANGRIJKE VOORWAARDEN VOOR TAALVERWERVING
2)Spreekkansen/ 3)Krachtige
1)Rijk taalaanbod
feedback
Interacties
1) Rijk taalaanbod bied veel rijke taal aan = uitdagende woordenscht, volwaardige zinnen, woorden/zinnen in een context,
complexe verhalen ... BOVEN NIVEAU ( zone van naaste ontwikkeling)
Zorg voor thema’s waar kinderen echt betrokken zijn, link met hun leefwereld, voorkennis, ervaringscontext,...
BETROKKENHEID
Zorg voor nodige ondersteuning = koppel aan visuele voorstelling, persoonlijke ervaringen, reeds verworven
taal/kennis van de wereld BEGRIJPELIJKHEID
2) Spreekkansen zetten in op kwaliteitsvolle interacties
Veel spreek – en oefenkansen creëren: lange gesprekken voeren, denkstimulerende vragen stellen, 1-1 gesprekken,
gesprekken in kleine groepen
Voldoende denkruimte geven: kinderen de kans geven om na te denken over hun antwoord/wat ze willen vertellen
( meertalige kinderen kunnen wat meer denktijd nodig hebben)
VEILIG KLASKLIMAAT
3) Krachtige feedback = minder goede taaluitingen via feedback corrigeren, aanvullen, verduidelijking vragen
4 mogelijkheden
Positief bevestigen en stimuleren - Juist! Goed zo! Goed gedaan!
- Herhaling
Verbeterend herhalen Impliciet verbeteren: parafraseren
Expliciet verbeteren: het is niet “jij heeft” maar “jij hebt”
Helpen verhelderen Belangrijk voor taalontwikkeling Je probeert na te gaan
wat leerling jou wil vertellen door aan
betekenisonderhandeling te doen
Uitbreiden - ‘echte’ vragen stellen
- Initiatief terug bij het kind leggen
- Zorgen voor betekenisvolle interactie
7 DIDACTISCHE PRINCIPES VOOR TAALKRACHTIG ONDERWIJS
1) POSITIEF TALIGE GRONDHOUDING
= geloof in het taalleerpotentieel van elke leerling
- Leg de lat hoog en koester realistisch – hoge verwachtingen
- Veilig klimaat om te oefenen met taal!
o Fouten maken = leren
- Aandacht vor thuistalen en culturen: geburiken hele talige identiteit van kinderen
We zetten thuistalen functioneel in om (taal) te leren
1
, 2) CONTEXTRIJK
- Nieuwe (taal)kennis verbinden we met aanwezige kennis
- Nieuwe taal wordt aangereikt in betekenisvolle context en verbonden met concrete ervaringen
- We leggen linken met leefwereld van kinderen
- Cyclisch en thematisch werken = doelen, activiteiten en inhouden krachtig met elkaar verbinden
3) FUNCTIONEEL
- Funtionele taalopdrachten = taal is het middel om voor kinderen relevante doelen/resultaten te bereiken
Betekenisvolle taalactiviteiten = taal is betekenisvol voor kinderen omdat de activiteit aansluitbij interesse, leefwereld
- Taalcompetent worden = zinvolle dingen kunnen doen met taal op school/in je latere leven
- Transfer = Elk vak biedt kansen om taal te leren en een context om zinvol te oefenen
4) (INTER)ACTIEF
- Cruciaal voor TAALLEREN: veel rijke taal HOREN – mogen SPREKEN – FEEDBACK krijgen op wat je zegt
- Kwaliteitsvolle interactie tussen leerkracht en kind:
o rijke taal langere interacties
o denkstimulerende vragen
o non-verbale aanmoediging
o parafraseren
o Feedback
- Interacties tussen leerlingen: interactieve en coöperatieve werkvormen waarbij veel gesproken wordt
5) ONDERSTEUNING
- Met nodige hulpmiddelen ( individueel & klassikaal) realiseren leerlingen hoge doelen
- Scaffolding: sterk begeleid -> zelfstandig
o ONDERSTEUNINGSMODEL VAN GRRIM
- Feedback – feed-up – feedforward
6) IMPLICIET EN EXPLICIET LEREN
Impliciet = rijke taal heel de dag door, taalleerkansen in elk vak – denk aan de 3 basisvoorwaarden voor taalverwerving
Rijk taalaanbod, spreekkansen, krachtige feedback
Expliciet = specifieke focus op deelvaardigheden (vaak via directe instructie = definitie, spellingsregel, woordenschat)
Ondersteuningsmodel van GRRIM is een houvast
7) REFLECTIE
- Transparant over lesdoelen: wat willen we leren? Hoe pakken we het aan?
- Reflectie over product en proces: doel bereikt? Hoe? – Reflectie voor, tijdens en na een activiteit
- Elkaar evalueren: adhv schrijfwijzer, kijkwijzer en criteria
! ZIE EXTRA BLAD MET VOORBEELDEN !
STIMULEREN VAN TAALONTWIKKELING IN DE KLAS
Spreekdrang = drang tot spreken creëren
Kinderen in situaties bengen waarbij ze de drang voelen tot spreken over eigen ervaringen, meningen, ideeën, ...
Luisterhonger = behoefte om te luisteren creëren
Kinderen in situaties brengen waarbij ze de behoefte voelen om te luisteren spannende verhalen, informatie krijgen,
iets nieuws beluisteren, ...
2
Nederlands
Taalontwikkeling ondersteunen en stimuleren in de klas
3 BELANGRIJKE VOORWAARDEN VOOR TAALVERWERVING
2)Spreekkansen/ 3)Krachtige
1)Rijk taalaanbod
feedback
Interacties
1) Rijk taalaanbod bied veel rijke taal aan = uitdagende woordenscht, volwaardige zinnen, woorden/zinnen in een context,
complexe verhalen ... BOVEN NIVEAU ( zone van naaste ontwikkeling)
Zorg voor thema’s waar kinderen echt betrokken zijn, link met hun leefwereld, voorkennis, ervaringscontext,...
BETROKKENHEID
Zorg voor nodige ondersteuning = koppel aan visuele voorstelling, persoonlijke ervaringen, reeds verworven
taal/kennis van de wereld BEGRIJPELIJKHEID
2) Spreekkansen zetten in op kwaliteitsvolle interacties
Veel spreek – en oefenkansen creëren: lange gesprekken voeren, denkstimulerende vragen stellen, 1-1 gesprekken,
gesprekken in kleine groepen
Voldoende denkruimte geven: kinderen de kans geven om na te denken over hun antwoord/wat ze willen vertellen
( meertalige kinderen kunnen wat meer denktijd nodig hebben)
VEILIG KLASKLIMAAT
3) Krachtige feedback = minder goede taaluitingen via feedback corrigeren, aanvullen, verduidelijking vragen
4 mogelijkheden
Positief bevestigen en stimuleren - Juist! Goed zo! Goed gedaan!
- Herhaling
Verbeterend herhalen Impliciet verbeteren: parafraseren
Expliciet verbeteren: het is niet “jij heeft” maar “jij hebt”
Helpen verhelderen Belangrijk voor taalontwikkeling Je probeert na te gaan
wat leerling jou wil vertellen door aan
betekenisonderhandeling te doen
Uitbreiden - ‘echte’ vragen stellen
- Initiatief terug bij het kind leggen
- Zorgen voor betekenisvolle interactie
7 DIDACTISCHE PRINCIPES VOOR TAALKRACHTIG ONDERWIJS
1) POSITIEF TALIGE GRONDHOUDING
= geloof in het taalleerpotentieel van elke leerling
- Leg de lat hoog en koester realistisch – hoge verwachtingen
- Veilig klimaat om te oefenen met taal!
o Fouten maken = leren
- Aandacht vor thuistalen en culturen: geburiken hele talige identiteit van kinderen
We zetten thuistalen functioneel in om (taal) te leren
1
, 2) CONTEXTRIJK
- Nieuwe (taal)kennis verbinden we met aanwezige kennis
- Nieuwe taal wordt aangereikt in betekenisvolle context en verbonden met concrete ervaringen
- We leggen linken met leefwereld van kinderen
- Cyclisch en thematisch werken = doelen, activiteiten en inhouden krachtig met elkaar verbinden
3) FUNCTIONEEL
- Funtionele taalopdrachten = taal is het middel om voor kinderen relevante doelen/resultaten te bereiken
Betekenisvolle taalactiviteiten = taal is betekenisvol voor kinderen omdat de activiteit aansluitbij interesse, leefwereld
- Taalcompetent worden = zinvolle dingen kunnen doen met taal op school/in je latere leven
- Transfer = Elk vak biedt kansen om taal te leren en een context om zinvol te oefenen
4) (INTER)ACTIEF
- Cruciaal voor TAALLEREN: veel rijke taal HOREN – mogen SPREKEN – FEEDBACK krijgen op wat je zegt
- Kwaliteitsvolle interactie tussen leerkracht en kind:
o rijke taal langere interacties
o denkstimulerende vragen
o non-verbale aanmoediging
o parafraseren
o Feedback
- Interacties tussen leerlingen: interactieve en coöperatieve werkvormen waarbij veel gesproken wordt
5) ONDERSTEUNING
- Met nodige hulpmiddelen ( individueel & klassikaal) realiseren leerlingen hoge doelen
- Scaffolding: sterk begeleid -> zelfstandig
o ONDERSTEUNINGSMODEL VAN GRRIM
- Feedback – feed-up – feedforward
6) IMPLICIET EN EXPLICIET LEREN
Impliciet = rijke taal heel de dag door, taalleerkansen in elk vak – denk aan de 3 basisvoorwaarden voor taalverwerving
Rijk taalaanbod, spreekkansen, krachtige feedback
Expliciet = specifieke focus op deelvaardigheden (vaak via directe instructie = definitie, spellingsregel, woordenschat)
Ondersteuningsmodel van GRRIM is een houvast
7) REFLECTIE
- Transparant over lesdoelen: wat willen we leren? Hoe pakken we het aan?
- Reflectie over product en proces: doel bereikt? Hoe? – Reflectie voor, tijdens en na een activiteit
- Elkaar evalueren: adhv schrijfwijzer, kijkwijzer en criteria
! ZIE EXTRA BLAD MET VOORBEELDEN !
STIMULEREN VAN TAALONTWIKKELING IN DE KLAS
Spreekdrang = drang tot spreken creëren
Kinderen in situaties bengen waarbij ze de drang voelen tot spreken over eigen ervaringen, meningen, ideeën, ...
Luisterhonger = behoefte om te luisteren creëren
Kinderen in situaties brengen waarbij ze de behoefte voelen om te luisteren spannende verhalen, informatie krijgen,
iets nieuws beluisteren, ...
2