100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Politieke actoren en gedrag

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
90
Geüpload op
19-12-2025
Geschreven in
2025/2026

Dit is de volledige samenvatting van het vak politieke actoren en gedrag, ook de gastlessen zijn hierin verwerkt. De samenvatting is voornamelijk gebaseerd op slides en notities die ik maakte in de les. Veel succes!


















Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
19 december 2025
Aantal pagina's
90
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Politieke actoren en gedrag

Introductie: menselijk gedrag verklaren
Wat bepaalt het politiek gedrag van burgers?
Waarom gaan burgers stemmen? Waarom gaan burgers op partijlijst staan?
 persoonlijkheid
1. UNIEK: iedereen heeft bepaalde kenmerken hetzelfde maar zal nooit exact
hetzelfde zijn  daarom kijken naar algemeenheden (bv. big 5)
2. CENTRAAL: je kan het moeilijk wegsteken, het is centraal aanwezig en bepaalt
wie je bent. Maar het is soms ook onbewust want je weet vaak niet hoe een
persoon op sommige dingen gaat reageren
3. STABIEL: je weet van jezelf wat voor soort persoon je bent in het algemeen.
Dat gaat meestal niet van de een op andere dag veranderen. Bv. je weet van
jezelf of je extra of introvert bent

 waarden: zijn dieperliggende opvattingen over wat jij goed of slecht vind. Bv. Vind
je vrijheid belangrijk? Vind je gelijkheid belangrijk? Vind je het gebruik van geweld
verkeerd of oké? Vind je hard werken belangrijk? Vind je eerlijkheid belangrijk?
Zijn dus zaken die zowel te maken hebben met dingen die je belangrijk vindt
in de bredere context of samenleving, als je interpersoonlijke relaties

 identiteit: heeft te maken met hoe je jezelf ziet. is dus anders als persoonlijkheid.
Waartoe behoor je? Waarmee identificeer jij je? Ben je gelovig? Voel je je
Antwerpenaar? Identiteit heeft dus ook een politieke vertaling

 attitudes: geheel van opvattingen ten aanzien van een bepaald subject met een
affectieve component en een cognitieve component
 Affectief = wat voel je erbij
 Cognitief = wat je ervan afweet

Eigenschappen bij attitudes:
- Het is anders dan een waarde omdat dit veel specifieker is
- Stabiel & duurzaam: mensen kunnen evolueren maar gebeurt traag en
langzaam en komen ook pas later in je leven.
- Bevatten een evaluatie en zijn doelgericht (gericht op een specifiek object)
- Gedragsmatige component: attitudes worden vaak gebeurt om gedrag te
verklaren (bv. je vindt klimaat belangrijk dus je stemt op groen)
- Maar link is niet altijd even sterk! Die attitude gaat niet altijd in elke situatie zo
zijn. Er is een discrepantie tussen attitudes en gedrag (bv. je vindt klimaat
belangrijk maar neemt soms het vliegtuig)
- Non-attitudes: soms is er een kwestie waar je nog niet over hebt nagedacht
(nieuwe thema’s)




1

,Politieke actoren en gedrag

 cognitief proces: theorieën over informatieverwerking
Attribution theory:
1. Mensen proberen de oorzaak van gedrag van andere te achterhalen
2. Hiervoor gebruik je ‘heuristics’ = Shortcuts
3. ‘Availibility heuristic’: Gedrag voorspellen op basis van eerdere voorbeelden
of ervaringen
4. ‘Fundamental attribution error’: mensen maken veel fouten in toewijzen van
de oorzaken van gedrag van anderen. (bv. iemand die opdracht niet op tijd
indient terwijl je voor jezelf vind dat je goed excuus hebt maar de andere
personen zullen dat heel vervelend vinden)

 emoties: wanneer mensen iets voelen gaan ze vaak hierdoor een bepaald gedrag
stellen (bv. mensen die protesteren zijn vaak niet onverschillig over een onderwerp
maar voelen daar iets bij)

 groepen: WIJ (politieke) IN-GROEP
politiek is iets sociaal, je praat erover met anderen. Groepen met wie je je omringt
kunnen ook processen beïnvloeden
Sociale identiteitstheorie (Tajfel & Turner): een deel van je zelfbeeld ga je laten
behoren aan een bepaalde groep. Bv. je vind het belangrijk deel te zijn van de
scoutsgroep of voetbalgroep (supporters).
Theorie:
1. Leden proberen een positieve sociale identiteit te bekomen
Bv. je bent fan van Antwerp dus als je iemand tegenkomt die ook fan is ben je ineens
al wat met elkaar verbonden
2. Gevolg van vergelijkingen met niet-leden en ook negatieve kenmerken aan de
OUT-groep toekennen
Bv. als er geen andere groepen waren zou er ook geen onderscheidt zijn.
3. Als sociale identiteit niet voldoet, andere groep opzoeken (= sociale mobiliteit)

Onderzoek naar groepen – Sheriff:
o Ook toevallig ingediende groepen leiden tot groepsidentificatie
Ze werden random ingedeeld in kleur en ze begonnen zichzelf als goede groep
te zien en de andere groep met negatieve kenmerken te associëren
o MAAR het is mogelijk om groepsverschillen te verkleinen




2

,Politieke actoren en gedrag

Social learning theory:
Bandura: negatieve attitudes tov anderen worden aangeleerd = POLITIEKE
SOCIALISATIE. Bv. klein kindje was al middelvinger aan het uitsteken naar
tegenstander van Feyenoord. Veel vragen over hoe het kan dat hij nu al zo een
attitudes heeft ontwikkeld

 context:
Bv. als je in dictatuur leeft met weinig tolerantie voor afwijkende meningen stuurt dat
je gedrag.




3

,Politieke actoren en gedrag

Hoofdstuk 1: Stemgedrag

Verklaringen van stemgedrag:
- Sociale positie – groepen
Klassieke en algemene
- Partij-identificatie verklaringen

- Ideologie/issues

- Economische toestand

- Eigenschappen/imago van de kandidaten

- Strategische overwegingen

- Andere elementen




1 Sociale positie – Columbia school
Columbia University is de eerste school die onderzoek heeft gedaan naar stemgedrag.
Stemgedrag heeft te maken met religie, leeftijd, inkomen, etc. Volgens de University van
Colombia is er een samenhang tussen de sociale positie en op welke partijen mensen
stemmen

“Social group model” van stemgedrag: Rol sociale positie & groep
 Paul Lazarsfeld et al.: “The people’s choice”
• Eerste systematische verkiezingsstudie van Amerikaanse kiezers. Surveypanel
(7 interviews tijdens campagne) om stemgedrag te begrijpen
• Verwachting (grote media-effecten) ≠ Bevinding  Loyale kiezers
• Sociale positie (religie & sociale klasse) is allesbepalend: Bij sociale positie
wordt er vooral gekeken naar religie en sociale klasse. Hun sociale positie is
allesbepalend om te kijken op welke kandidaten mensen stemmen.
• Rol van interpersoonlijke communicatie & face-to-face communicatie: Mensen
gaan om met mensen van dezelfde religie bijvoorbeeld door samen naar de
kerk te gaan. Er werd verwacht dat een grote groep mensen beïnvloed zou
worden door de media. Echter is dat niet het geval en is het maar een kleine
groep mensen die beïnvloed worden door de media en daarna in hun sociale
kringen over de media spreken en anderen zo beïnvloeden.
• (Two-step flow theorie: Media -> Kleine groep mensen -> Grotere groep




4

,Politieke actoren en gedrag

 Lipset & Rokkan
Lipset en Rokkan komen tot een gelijkaardige conclusie in Europa, maar ze zien wel
breuklijnen terugkomen die verschillen tussen landen. Breuklijnen zijn sociale conflicten
tussen verschillende groepen.
Breuklijnen (‘cleavages’) – Verschillen tussen landen:
 Na nationale revolutie
o Centrum versus periferie
o Kerk versus staat
 Na industriele revolutie
o Land versus industrie
o Arbeid versus kapitaal

Partijvorming = instituionalisering sociale conflicten:
Partijen zijn een institutionalisering van de sociale conflicten, ze zijn dus afkomstig van de
sociale groepen. Electoraten waren dus de vroegere sociale groepen. Bijvoorbeeld CD&V die
staat voor katholieken en de landbouw. Vroeger was het met 80% zekerheid dat men kon
zeggen op wie iemand ging stemmen op basis van zijn positie in de samenleving. Vandaag de
dag is dat niet meer het geval.



Nieuwe breuklijnen?
Lange tijd domineerden de drie traditionele partijen het politieke landschap. Vandaag is dat
anders: er zijn meer partijen ontstaan, vooral als reactie op nieuwe breuklijnen in de
samenleving. Die nieuwe breuklijnen hebben te maken met globalisering, migratie en
klimaatverandering. Als gevolg daarvan zijn onder andere groene partijen en radicaal-
rechtse partijen opgericht. Zij positioneren zich deels binnen de klassieke breuklijnen, maar
richten zich vooral op deze nieuwe thema’s. De traditionele partijen verliezen daardoor aan
invloed, omdat ze zich niet overtuigend genoeg hebben kunnen profileren rond deze nieuwe
maatschappelijke scheidslijnen.




5

,Politieke actoren en gedrag

 Andere factoren: Sociale klasse & religie
1 Class voting: effect van sociale klasse
Dit laat het effect van sociale klasse zien. Een samenleving kan ingedeeld worden in
verschillende sociale klassen, dat is geïnspireerd op het Marxistisch klassedenken. Waar de
werkende klasse (proletariaat) tegenover de bourgeoisie staan. Later is er een groeiende
groep in de middenklasse die in rekening moet worden gebracht.

2 Denominational voting: effect van religie
Dit laat het effect van religie zien. Bijvoorbeeld als iemand katholiek gelovig is dan is de kans
groter dat die persoon op een katholieke persoon zal stemmen.
- Voorbeeld VS: In de Verenigde staten wordt vaak de vraag gesteld of ze nog religieus
zijn om hun stemverdrag te kunnen verklaren.
- Voorbeeld België: CD&V is minder katholiek dan vroeger. Sammy Mahdi wou de paus
niet ontmoeten.

 Gender
Vroeger stemden vrouwen gemiddeld genomen eerder conservatief. Geleidelijk aan is dat
echter veranderd: vrouwen stemmen vandaag doorgaans linkser, terwijl mannen vaker
rechts stemmen. Het is wel moeilijk om deze evolutie op lange termijn te bestuderen,
waardoor er nog verder onderzoek naar wordt gedaan.

 Leeftijd
Een goed voorbeeld is de Brexit. Daarbij bleek er een duidelijk verschil tussen
leeftijdsgroepen: oudere kiezers wilden liever uit de EU stappen, terwijl jongere kiezers juist
wilden blijven binnen de EU.

 Migratie-achtergrond
Gemiddeld gezien zijn mensen met een migratieachtergrond vaker geneigd om op linkse
partijen te stemmen dan op rechtse partijen.

 Woonplaats: fusies en stad versus platteland
In dunbevolkte gebieden behaalt Vlaams Belang vaak gemakkelijk winst, terwijl de partij in
stedelijke gebieden minder goed scoort.

 Dealignment (of ontkoppeling) van sociale positie
Vroeger kon met ongeveer 80% zekerheid worden voorspeld op welke partij iemand zou
stemmen op basis van zijn sociale achtergrond. Tegenwoordig is dat verband veel minder
sterk, wat wordt aangeduid met de term ontkoppeling. Dit verwijst naar het afnemende
belang van sociale positie en groepslidmaatschap als verklaring voor stemgedrag.




6

,Politieke actoren en gedrag

Maar blijft zekere verklarende waarde behouden Evoluties, verschillen tussen
contexten/landen = class & partisan dealignment



Alford Class voting
De Alford Class Voting Index wordt gebruikt om dit te meten. Deze index vergelijkt het
percentage arbeiders dat op een linkse partij stemt met het percentage niet-arbeiders dat
op een linkse partij stemt. Hoe lager de waarde of hoe dichter bij nul, hoe groter de
ontkoppeling en hoe kleiner de invloed van sociale klasse op stemgedrag. Over de decennia
heen is deze vorm van class voting sterk afgenomen.

Oorzaken van ontkoppeling:

1) Zwakkere link tussen kiezer en sociale groep
 Compositie-effect = Sociale groepen zien er niet
meer hetzelfde uit
- Traditionele groepen zijn kleiner geworden: Traditionele groepen (bv. arbeiders, boeren)
blijven bestaan en stemmen zoals je zou verwachten (soms verschuiving). Maar minder
en minder mensen behoren tot deze afgebakende traditionele groepen
- Er is convergentie tussen groepen: Levensstandaarden liggen dichter bij elkaar (‘rijke’
arbeiders; ‘proletarisering’ van middenklasse)
- Er is meer mobiliteit tussen groepen: Opwaartse sociale mobiliteit  mensen eindigen
in een andere klasse dan hun ouders. Groepen vervagen door mix van ‘ouderlijke cues’
met die van ‘nieuwe’ klassen

2) Zwakkere link sociale groep – politieke partij
Party appeal effect: Partijen passen hun strategie aan de veranderende samenstelling van
de samenleving en aan nieuwe maatschappelijke thema’s. Ze richten zich niet langer
uitsluitend op specifieke groepen, zoals arbeiders, maar proberen ook jongeren en de
middenklasse aan te spreken. Op die manier streven ze ernaar een catch-all partij te worden,
die zoveel mogelijk kiezers wil bereiken.

 Er bestaan echter ook tegenvoorbeelden. Na een slecht verkiezingsresultaat kan
een partij ervoor kiezen om opnieuw de focus te leggen op haar oorspronkelijke
achterban en kernwaarden, om zo verloren kiezers terug te winnen.

Correlatie-effect: Tegenwoordig is het minder vanzelfsprekend dat mensen uit een bepaalde
sociale groep stemmen op de partij die traditioneel bij die groep hoort. Dit komt doordat
sociaaleconomische tegenstellingen minder dominant zijn geworden. De huidige politieke
conflicten draaien vooral om nieuwe breuklijnen, met nadruk op sociaal-culturele thema’s.



7

,Politieke actoren en gedrag

Deze conflicten zijn cross-cutting, wat betekent dat ze dwars door de oude, bestaande
breuklijnen heen lopen.



2 Partij-identitficatie – Michigan school
De Universiteit van Michigan uitte kritiek op de benadering van de Universiteit van
Columbia. Hun kritiek bestaat uit twee belangrijke punten:
- De sociale breuklijnen verklaren niet waarom mensen precies op een bepaalde partij
stemmen.
- De sociale breuklijnen kunnen ook niet de variatie tussen verkiezingen verklaren,
aangezien specifieke thema’s en issues eveneens een belangrijke rol spelen.



Nieuw model: sociopsychological model
The American Voter kwam met een nieuw model het sociopsychological model. De
stemkeuze wordt beïnvloed door een combinatie van verschillende factoren, zowel van veraf
als van dichtbij.
Er wordt op een algemene manier naar gekeken, maar vervolgens opgesplitst in
subcategorieën om het persoonlijker te maken. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel
maatschappelijke als individuele kenmerken. Eerst spelen de bredere invloeden een rol, die
vervolgens de meer persoonlijke factoren beïnvloeden, wat uiteindelijk leidt tot de
uiteindelijke stemkeuze.

‘Funnel of causality’
- Lange termijn: Partisanship
• Levenslange binding met één partij
• Verklaart het effect van sociale positie
- Korte termijn: Preferenties
• Specifieke issues & kandidaten


Partisanship:
Partij-identificatie verwijst naar een langdurige verbondenheid met een bepaalde partij.
Deze band ontstaat vaak al in de kindertijd, doordat ouders hun politieke voorkeur
onbewust doorgeven.
Tijdens de tienerjaren en volwassenheid wordt deze identificatie verder gevormd. Naarmate
iemand ouder wordt, versterkt de band met een partij meestal, omdat men er vaker op
stemt. Uiteindelijk wordt dit een stabiel referentiekader dat bepaalt hoe nieuwe politieke
informatie wordt geïnterpreteerd.

In de Verenigde Staten is partij-identificatie doorgaans sterker verbonden met stemgedrag,
aangezien het politieke systeem daar voornamelijk uit twee partijen bestaat. In West-
Europese landen is dat verband minder sterk, omdat kiezers kunnen kiezen uit een groter
aantal partijen.



8

,Politieke actoren en gedrag

Nog meer effecten:
- Effect op de mening over issues
- Effect op evoluties
- Effect op politieke activiteit

Afnemend belang van partisanship
JONGEREN:
Jongeren zijn minder uitgesproken bij partijidentificatie. Jongeren hebben minder vaak een
duurzame partijidentificatie en
- Jongeren baseren hun stemkeuze eerder op andere factoren dan louter
partijlidmaatschap of traditie (bv. trendsetters: nieuwe partijen hebben jeugdbonus).
- Jongeren zijn ook meer geneigd om van partij te wisselen tussen verschillende
verkiezingen, een fenomeen dat volatiliteit wordt genoemd.


NEGATIVE PARTINSANSHIP
- Negatieve partij-identificatie verwijst naar de afkeer die iemand voelt tegenover een
specifieke politieke partij of ideologie. Het gaat om een partij waarmee men zich
zeker niet wil identificeren en waarop men niet wil stemmen.
- In een tweepartijstelsel, zoals in de Verenigde Staten, gaan positieve en negatieve
partij-identificatie vaak hand in hand. Wie zich positief identificeert met de
Democratische Partij, heeft doorgaans een negatieve houding tegenover de
Republikeinse Partij, en omgekeerd.
- In meerpartijenstelsels, zoals in West-Europa, is dat minder uitgesproken. Mensen
kunnen een duidelijke afkeer hebben van één bepaalde partij, maar twijfelen tegelijk
bij elke verkiezing tussen verschillende andere partijen die ideologisch dicht bij elkaar
liggen. Ze identificeren zich niet noodzakelijk met één specifieke partij, maar plaatsen
zichzelf eerder op een ideologisch spectrum, bijvoorbeeld als links, rechts of
centrum.


4 hoofdoorzaken
1. Sociale veranderingen (zie social dealignment)
Sociale veranderingen, ook wel social dealignment genoemd, zorgen ervoor dat partijen niet
langer automatisch de ‘logische’ belangenvertegenwoordiger zijn van bepaalde sociale
groepen. Door sociale mobiliteit, het opklimmen naar een andere sociale klasse dan die van
de ouders, wordt de band tussen sociale achtergrond en partijkeuze zwakker.
 Hierdoor wordt partij-identificatie minder vaak van generatie op generatie doorgegeven

2. Slechte prestaties politieke partijen
Slechte prestaties van politieke partijen (schandalen, ontevredenheid over beleid) kunnen
leiden tot een dalend vertrouwen bij kiezers. Dit gebeurt bijvoorbeeld door schandalen of
ontevredenheid over het gevoerde beleid. Daarnaast hebben partijen soms moeite om
standpunten in te nemen over nieuwe maatschappelijke thema’s, wat hun
geloofwaardigheid vermindert.



9

, Politieke actoren en gedrag

Door cognitieve mobilisatie, het stijgende opleidingsniveau van de bevolking, hebben
mensen bovendien hogere verwachtingen van politici. Wanneer die verwachtingen niet
worden ingelost, neemt het vertrouwen in politieke partijen verder af.
→ Mensen vertrouwen politieke partijen niet meer

3. Partijen minder centraal in de samenleving (“functionalistische verklaring”)
→ Het nut van partijbinding is verminderd voor mensen (Bv. Belang van partijkaart) &
andere instellingen winnen aan belang (belangengroepen, lobbygroepen, sociale
bewegingen)

Partijen nemen tegenwoordig een minder centrale plaats in binnen de samenleving. Deze
evolutie wordt verklaard vanuit een functionele benadering: het nut van partijbinding is voor
veel mensen afgenomen. Waar het vroeger belangrijk was om lid te zijn van een partij of een
partijkaart hebben, is dat vandaag minder relevant. Andere organisaties, zoals
belangengroepen, lobbygroepen en sociale bewegingen, hebben een deel van de rol van
politieke partijen overgenomen en zijn belangrijker geworden in het vertegenwoordigen van
maatschappelijke belangen.


4. Rol media & personalisatie van politiek
- De media spelen een steeds grotere rol in de manier waarop burgers geïnformeerd
worden, waardoor politieke partijen minder controle hebben over de verspreiding
van informatie.
- De aandacht verschuift bovendien van partijen naar individuele politici en leiders, wat
leidt tot een toenemende personalisatie van de politiek. Daardoor komt er in het
publieke debat minder nadruk te liggen op partijen en hun standpunten, en meer op
de persoonlijkheden en communicatie van afzonderlijke politici.
→ Minder aandacht voor partijen in het publieke debat




10
€7,26
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
jillbroeckx1

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
jillbroeckx1 Universiteit Antwerpen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
3 weken
Aantal volgers
1
Documenten
6
Laatst verkocht
2 dagen geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen