Hoofdstuk 4. Burgerlijk recht-verbintenissen
Een verbintenis is een rechtsband
waarbij één of meerdere personen
verplicht zijn iets te geven, doen of
niet doen.
- Volgens art. 5.1 BW kan de
schuldeiser, indien nodig via
de rechter, de prestatie
eisen.
- Schuldeiser (SE) =
vorderingsrecht.
- Schuldenaar (SA) = schuld.
- Personen buiten de relatie = derden.
-De schuldeiser heeft een vorderingsrecht tegenover de
schuldenaar.
- De schuldenaar heeft een schuld tegenover de schuldeiser.
- Personen buiten deze directe relatie worden derden genoemd.
1. Soorten verbintenissen
Naar de aard van de prestatie
A. Iets geven
- Kan betrekking hebben op eigendomsoverdracht of het geven van
een goed of geld.
- De prestatie is concreet en meestal makkelijk afdwingbaar.
B. Iets doen
- De schuldenaar moet een actieve handeling stellen.
, - Persoonlijke vrijheid beperkt de afdwingbaarheid: niemand kan
fysiek gedwongen worden tot een prestatie.
- Oplossingen:
o Dwangsom: financiële prikkel om uitvoering af te dwingen.
o Uitvoering door een derde op kosten van SA.
C. Iets niet doen/ nalaten
- SA moet een handeling achterwege laten.
- Kan eventueel met dwangsom worden afgedwongen.
Verbintenissen met voorwaarden of tijdsbepalingen
A. Voorwaarden (toekomstig én onzeker)
- Opschortende voorwaarde: verbintenis werkt pas als de voorwaarde
zich voordoet.
- Ontbindende voorwaarde: verbintenis eindigt zodra de voorwaarde
vervuld is.
B. Tijdsbepalingen (toekomstig maar zeker)
- Opschortende tijdsbepaling: verbintenis treedt in werking op zekere
toekomstige gebeurtenis (bv. datum).
- Ontbindende tijdsbepaling: verbintenis eindigt automatisch bij zeker
toekomstige gebeurtenis.
Persoonsgebonden vs. prestatiegebonden verbintenissen
A. Persoonsgebonden
- De hoedanigheid/identiteit van een partij is essentieel voor het
sluiten van de overeenkomst.
- Gaan vaak teniet bij overlijden van die partij.
B. Prestatiegebonden
- Enkel de prestatie zelf is relevant; wie uitvoert maakt niet uit.
- Belangrijk bij overlijden: erfgenamen moeten de prestatie uitvoeren.
Deelbare, hoofdelijke en in solidum verbintenissen
A. Deelbaar (principe)
- Verbintenissen worden in gelijke delen verdeeld tussen meerdere
SE’s of SA’s.
B. Hoofdelijke verbintenissen (uitzondering)
- De SA’s kunnen elk voor de volledige schuld worden aangesproken.
- Kan contractueel of wettelijk ontstaan.
- Bij handelaren wordt hoofdelijkheid vermoed.
Een verbintenis is een rechtsband
waarbij één of meerdere personen
verplicht zijn iets te geven, doen of
niet doen.
- Volgens art. 5.1 BW kan de
schuldeiser, indien nodig via
de rechter, de prestatie
eisen.
- Schuldeiser (SE) =
vorderingsrecht.
- Schuldenaar (SA) = schuld.
- Personen buiten de relatie = derden.
-De schuldeiser heeft een vorderingsrecht tegenover de
schuldenaar.
- De schuldenaar heeft een schuld tegenover de schuldeiser.
- Personen buiten deze directe relatie worden derden genoemd.
1. Soorten verbintenissen
Naar de aard van de prestatie
A. Iets geven
- Kan betrekking hebben op eigendomsoverdracht of het geven van
een goed of geld.
- De prestatie is concreet en meestal makkelijk afdwingbaar.
B. Iets doen
- De schuldenaar moet een actieve handeling stellen.
, - Persoonlijke vrijheid beperkt de afdwingbaarheid: niemand kan
fysiek gedwongen worden tot een prestatie.
- Oplossingen:
o Dwangsom: financiële prikkel om uitvoering af te dwingen.
o Uitvoering door een derde op kosten van SA.
C. Iets niet doen/ nalaten
- SA moet een handeling achterwege laten.
- Kan eventueel met dwangsom worden afgedwongen.
Verbintenissen met voorwaarden of tijdsbepalingen
A. Voorwaarden (toekomstig én onzeker)
- Opschortende voorwaarde: verbintenis werkt pas als de voorwaarde
zich voordoet.
- Ontbindende voorwaarde: verbintenis eindigt zodra de voorwaarde
vervuld is.
B. Tijdsbepalingen (toekomstig maar zeker)
- Opschortende tijdsbepaling: verbintenis treedt in werking op zekere
toekomstige gebeurtenis (bv. datum).
- Ontbindende tijdsbepaling: verbintenis eindigt automatisch bij zeker
toekomstige gebeurtenis.
Persoonsgebonden vs. prestatiegebonden verbintenissen
A. Persoonsgebonden
- De hoedanigheid/identiteit van een partij is essentieel voor het
sluiten van de overeenkomst.
- Gaan vaak teniet bij overlijden van die partij.
B. Prestatiegebonden
- Enkel de prestatie zelf is relevant; wie uitvoert maakt niet uit.
- Belangrijk bij overlijden: erfgenamen moeten de prestatie uitvoeren.
Deelbare, hoofdelijke en in solidum verbintenissen
A. Deelbaar (principe)
- Verbintenissen worden in gelijke delen verdeeld tussen meerdere
SE’s of SA’s.
B. Hoofdelijke verbintenissen (uitzondering)
- De SA’s kunnen elk voor de volledige schuld worden aangesproken.
- Kan contractueel of wettelijk ontstaan.
- Bij handelaren wordt hoofdelijkheid vermoed.