OEFENINGEN IPR
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
• 1. Welke verdragen van Den Haag heeft België bekrachtigd?
o Officiële plaats
o Nederlandse overheid -> repositie van den haag = plek waar de officiële documenten
verzamelt
o Belgische staatsblad waar ook BE bekrachtigd heeft
o Verdragen
§ Voor
§ Kinderbeschermingsverdrag
§ Kinderontvoeringsverdrag
§ Inzake onderhoudsverplichtingen
§ Burgerlijk stand en familierecht
§ Internlandelijke adoptie 1993
• Tijdelijk gepauzeerd ten opzichte van de kinderen
• Gedeelde bevoegdheid -> federaal en welzijn is gemeenschap ->
Vlaanderen mee gestopt -> in Waals nog wel van toepassing
§ Internationale bescherming van volwassenen 2000
§ Forumbedingenverdrag
• EU unie heeft het bekrachtigd maar BE heeft het niet ondertekend en
treedt in werking in alle EU lidstaten
§ Verkeersongevallen verdrag dat is toepasselijk recht
§ Legalisatie van buitenlandse openbare akte (apostilleverdrag)
• 2. Over welke onderwerpen bestaan er zowel EU-wetgeving als een verdrag van Den Haag?
o Internationale bescherming van volwassenen
§ Er zijn 2 voorstellen -> trialoog
o Ouderlijke verantwoordelijk Brussel – verdrag den haag ouderlijke verantwoordelijkheid
o Haags verdrag echtscheiding maar BE heeft niet bekrachtigd – Brussel
o Brussel 2 ter – verdrag kinderontvoering
o Brussel 1 bis – verdrag 2019 erkenning en uitvoerbaarheid
• 3. Zoek een voorbeeld van een “disconnection clause”.
o Artikel 2 ter -> artikel 96
§ Kinderontvoering past kinderverdrag toe en moet toepassen
§ Conflict tussen ouders en neemt kind naar andere land
§ Naar Zwitserland dan verdrag maar niet verordening (gn EU lidstaat)
§ Naar Duitsland dan verordening toepassen
o Art 97 (= artikel 50 spiegelbepaling)
§ Wanneer Brussel toepassen en wanneer verdrag?
• Gewone verblijfplaats in lidstaten van EU dan kan verordening
• Uitzoderingen waarom toch verdrag en niet verordening
o = verdrag of verordening toch van toepassing
o Lidstaten mogen verregaandere tussen staten
1
,Oefeningen IPR 1ste master 2025-2026
• 4. Welke verdragen van Den Haag heeft het Verenigd Koninkrijk bekrachtigd?
o Verdrag inzake keuze van horum-overeenkomsten
o Verdrag inzake internationale incasso van kinderbijslag / limitatie
o Verdrag ouderlijke gezag en maatregelen ter bescherming van de kinderen
o Verdrag internationale bescherming van volwassenen
§ Bekrachtig maar niet voor volledige verenigd koninkrijk -> geld enkel voor Schotland
• Ratificatie of toegetreden beide kan
o Verdrag erkenning en ten uitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in burgerlijke en
handelszaken
• 5. Welke verordeningen bestaan in de vorm “nauwere samenwerking”?
o Rome 3 verordeningen echtgescheidenen
§ Verschillende delen van privaatrecht
• Toepasselijk recht = Rome 3
• Kijken naar de titels !
• Ook Brussel 2 ter sommige landen en niet alle landen
o = nauwere samenwerking = niet mogelijk om verordening tot stand te brengen kunnen aantal
staten we willen toch een verordening door nauwere samenwerking met beperkt groepje
§ Unanimiteit nodig voor familiezaken
• Wie in de raad? -> ministers van alle lidstaten van EU -> alle eens
• Kan geen verordening maken
§ Rome 3 zien verschillende lidstaten niet zitten en polen voor homohuwelijk
§ Andere willen harmoniseren en dan gaan nauwere samenwerking
o Bewijsverordening wil samenwerking tussen autoriteiten is anders dan nauwere
samenwerking
• 6. Is Ierland gebonden door de Erfrecht-verordening?
o Ovw 82 hebben niet meegedaan want probleem inhoudelijke bepalingen
• 7. Zoek verwijzingen in het WIPR naar EU recht
o Artikel 33 WIPR naar verordening
o Artikel 101 naar verkeersverdrag
o !! Eerst EU of internationale dan WIPR
• 8. Zoek verwijzingen in het WIPR naar verdragen.
o Artikel 2 WIPR erkent dat internationale verdragen voorgaan
o Art 22 WIPR enkel gelden als er geen verdragen of EU-verordeningen zijn
HOOFDSTUK 3: BEGRIPPEN
• 1. Welke relevant:
o Faillissement?
§ Comi = centrum van de voornaamste belangen
§ Statutaire zetel eerst kijken
• Sterk vermoeden dat dit de comi tenzij dat andere factoren naar andere
land leid
o Adres, werking, autoriteiten -> derde verifieerbaar
2
,Oefeningen IPR 1ste master 2025-2026
o Gezin dat verhuist?
§ Verschil woonplaats – gewone verblijfplaats
• Gewone verblijfplaats = feitelijke criterium
• Woonplaats is waar ingeschreven = formeel criteria
• Onderscheid artikel 4
• Brussel 1bis -> verwijst naar nationaal recht
o Plaats waar geregistreerd is
• Gewone verblijfplaats bij kinderen -> plaats sociale activiteiten en school
o Bij echtscheiding -> een van ouders terug wil
o Ouderlijke verantwoordelijkheid
§ Is nationaliteit van belang?
• Echtscheidingsgrond op basis van nationaliteit -> ze zijn gehuwd en
verhuizen naar BE -> Brussel 2 ter om daar te scheiden want beide is
Roemeens recht
o Internationale studenten
§ Woonplaats – gewone verblijfplaats - domicile
• Domicile: Pakistan -> woonplaats in Pakistan als je enkel voor master wil
maar als je doel wilt veranderen en wilt in BE dan verandert domicile
• Woonplaats van verweerder van belang dan nationaliteit niet van belang
• Criteria is van belang in verschillende domeinen
• Domicile als gebaseerd bij common law
• Voor ons meer met woonplaats en gewone woonplaats hangt af van welke
vraag wordt gesteld
§ Kan woonplaats -> ja dus moeten inschrijven -> universiteit en krijgen een visum ->
gemeente om zich laten inschrijven -> artikel 4
• Dan hebben ze geen woonplaats
• 2. Wetgeving
o Vind een voorbeeld van elk
§ Artikel 3 insolventieverordening is comi
• Comi als er manier om misbruiken te vermijden en bij statutaire zetel wel
eens foefelen en een postbus plaats
o Willen toch wel echt iets voor de schuldeiser
o Compromis voor de statutaire en werkelijke zetel omdat
verschillende landen het anders bekeken
o Waarom belang dit instrument
• 3. Uitleg Hof van Justitie
o Welke wetgeving?
§ Alle EU recht -> EU verordening
§ Rome 1 verordening
§ Huwelijksvermogen verordening
§ Brussel 1 bis en 2 ter
§ Bewijsverordening
§ Erfrechtverordening
§ Partnervermogensverordening
§ Openbare akte verordening
o Welke definities geeft het Hof?
o Wanneer zijn de definities van belang?
3
, Oefeningen IPR 1ste master 2025-2026
HOOFDSTUK 4: INTERNATIONALE BEVOEGDHEID
• 1. Lees:
o Wat bepaalt het Hof van Justitie over de toepassingsgebieden van de verordeningen?
§ Toepassingsgebied
• Geografisch
• Materieel
• Personeel
• Temporeel
o HvJ C-391/95, Van Uden
§ Ging over brussel 1 bis
§ Materieel (dit is van belang)
• Burgerlijke en handelszaken
• Ging over arbitrage
o Dat is een burgerlijke en handelszaken
o Er zijn specifiek uitgesloten
§ Deze verordening regelt het niet
§ Tabel over bronnen -> verdrag van new york 1958
• Meeste verdragsstaten
• Erkenning van arbitrage bedingen niet aan de
rechter dispuut voorleggen wel arbiter
• Willen dat arbiter oordeelt -> uitvoerbaar
• Sluiten dit uit in de EU want is goed geregeld bij
Internationaal
§ Verdrag van Geneve -> geeft aanvulling bij verdrag new
york
• Wel bevoegd geacht omdat het gaat over voorlopige maatregel -> die
schuldenaar dreigt niet voldoende middelen hebben om te betalen -> ook
voorlopige maatregelen
• Kan de rechter wel bevoegdheid toetsen aan?
o Voorlopige maatregelen kunnen nog steeds
o Materieel burgerlijke en handelszaken -> en valt niet hieronder
maar het voorlopige maatregel was van belang
o Arbitrage valt niet onder brussel 1 bis -> dispuut gaat niet over
arbitrage dus brussel 1 bis kan dus wel toepassen
o HvJ C-412/95, Josi
§ Brussel 1 bis
§ Personeel gaat erover
• Eiser uit canada en verweerder BE
• Contractenrecht zitten we
• Verordening van toepassing
o Kijken waar verweerder woont en die woont in BE
o Ik ben Canadees dus verordening niet van toepassing??
§ Woonplaats van eiser is irrelevant
o Als eiser een vordering instelt en de verordening is niet van
toepassing -> kijken naar internationaal verdrag en dan kijken naar
4