DIDACTISCH HANDELEN
DIDACTISCH MODEL
COMPONENTEN VAN HET DIDACTISCH HANDELEN
Een aantal aspecten van het didactisch handelen komen in elke les terug
Componenten schematisch in MODEL
DOELSTELLINGEN
= Waardevolle, gewenste gedragsveranderingen als gevolg van leerervaringen
= Een afbakening wat je wilt dat ze op het einde van de les kennen en/of kunnen
3 soorten leerprocessen:
Cognitieve
o Kennis, inzichten en oplossingsmethode
o Kennis/ vaardigheden
o Het opslaan in het brein
Dynamisch-affectieve
o Attitudes, houdingen en emoties
o Doel dat gaat over houding
Respect tonen
Nauwkeurig kunnen werken
Psychomotorisch
o Motorische ervaring
o Houding van de pen
o Schoonschrijven
o Motorische doelen
Leren knippen
DE BEGINSITUATIE
= geheel van bepaalde factoren die een invloed hebben op de keuze van doelstellingen
en op het lesgebeuren zelf
Waar staan de leerlingen al op dat moment, is er een verschil tussen de
leerlingen?
Geheel van factoren die een invloed hebben op de keuze van de doelstellingen en
op het lesgebeuren zelf
Aspecten beginsituatie leerling:
Niveau van het kind
Leerprofiel
o De manier waarop iemand leert
Interesse
o Zorgen dat je iets mee kunt, maar dat gaat niet altijd lukken (realistisch
zijn)
,DIDACTISCHE PRINCIPES
= Richtlijnen voor het didactisch handelen om lessen krachtiger te maken.
Goede les voldoet aan de didactische principes
Motivatieprincipe
Zorgen dat je de leerlingen motiveert
Niet elke les moet leuk zijn
Activiteitprincipe
Zorgen dat ze allemaal bezig zijn
Niet altijd echt actief doen, ook denken
Dat ze allemaal eens iets kunnen voordoen
Aanschouwelijkprincipe
Gebruik van verschillende zintuigen
Geleidelijkprincipe
Het rustig opbouwen met de juiste stappen die duidelijk zijn
Differentiatieprincipe
Proberen om met de kinderen zo dicht mogelijk om bij hun naaste ontwikkeling te zetten
Herhalingsprincipe
Zorgen dat er veel herhaald wordt
DIDACTISCHE WERKVORMEN
= afgebakende handelingspatronen van de leerkracht, die bepaalde leerervaringen bij de
leerlingen tot stand brengen
Steeds een middel om je doel te bereiken
Soorten:
Aanbiedende werkvormen
Leerkacht is kapiteitn en die de leerhoud in handen heeft, zijn de
gene die aanwijzen
Gespreksvormen
In dialoog gaan met elkaar (kringgesprek)
Opdrachtvormen
Een opdracht geven
Complexe werkvormen
Een combinatie van elementen (hoekenwerk, inspelen op de capaciteit
DE LEERINHOUD EN LEERSTOF
Bevindt zich altijd in de doelstellingen, de inhoud staat vast en de leerstof zijn de
voorbeelden/oefeningen die men hier voor gebruikt.
Leerinhoud: WAT lln moeten leren om de doelen te bereiken.
BV: De tafel van 7 staat vast
,Vind je altijd terug in je doelstelling, wat je wilt wat ze kennen of kunnen
Na de les zelfstandig naamwoord kunnen = doel
Zelfstandig naamwoord = inhoud
Leerstof: MIDDEL om de leerinhoud te bereiken (= vervangbaar).
BV: bepaalde reeks oefeningen op de tafel van 7, maak je een keuze in
De oefening of de voorbeelden die je gebruikt om de leerinhoud vast te zetten
Tekst die ze moeten kennen = leerinhoud
Welke tekst die gebruikt is = leerstof
DE LEERINHOUD WORDT DOOR MIDDEL VAN BEPAALDE LEERSTOF AAN
GEBRACHT
LEERMIDDELEN
= middelen die de leerkracht of de leerlingen gebruiken om de
onderwijs- en leeractiviteiten efficient te laten verlopen
= Is een drager van je leerstof en leerinhoud
Werkboek
Laptop
Whiteboard
Spelletjes
EVALUATIE
= Het resultaat van het leerproces wordt bekeken en gewardeerd
o.b.v. vooropgestelde doelen.
Formatieve functie
Welke weg naar je doel is er afgelegd, welke stappen heeft die
persoon afgelegd
Summatieve functie
je gaat checken op het einde of al je doelen zijn bereikt.
PROFESSIONELE IDENTITEIT
= hoe je je zelf als leerkracht ziet en wie je graag als
leerkracht wilt zijn.
Staat rond de andere componenten.
Het professioneel zelfverstaan:
Zelfbeeld
Zelfwaarde gevoel
Beroepsmotivatie
Taakopvatting
, Toekomstperspectief
MAATSCHAPPIJ- EN MENSBEELD
= De verandering van hoe men best leren bepaald door de
maatschappij
Kunnen we zien als denkbeelden over mens- zijn en samenleving
Mensbeeld:
Een geheel van opvattingen over humaniteit of
menswaardigheid, de bestemming van het menselijk
bestaan
Maatschappelijkbeeld:
Een geheel van opvattingen over de sociale, economische en
politieke realiteit, de pretentie heeft ‘juistheid’ en ‘algemene geledigheid’
Deze denkbeelden worden vaak geconstructeerd door ideologische groeperingen.
In de huidige maatschappelijke context is diversiteit de norm.
RELATIES TUSSEN DE COMPONENTEN VAN HET DIDACTISCH MODEL
De diverse componenten van het didactisch model staan met elkaar in relatie
Relatie doelstellingen en beginsituatie:
De didactische beginsituatie is bepalend voor de keuze van de doelstellingen
De leerkracht zal de doelen moeten beperken/uitbreiden om in te spelen op de
beginsituatie van de leerlingen
Het bereiken van doelen verandert de beginsituatie individueel en in groep
Het bereiken van doelen = de leerlingen hebben iets geleerd en er zal een
gedragsverandering ontstaan
Relatie doelstellingen en evaluatie:
De concrete doelstelling bepaalt de manier er zal geevalueerd worden en op basis van
evaluatieresultaten worden doelstellingen bijgesteld
Relatie doelstellingen en didactische werkvormen:
Bepaalde doelstellingen bereiken?
Kies je een welbepaalde didactische werkvormen
Relatie beginsituatie en didactische werkvormen, leerinhoud en leermiddelen:
De beginsitautie zal bepalend zijn voor de keuze van je didactische werkvormen, voor het
materiaal dat gebruikt wordt, de keuze van de leerinhoud en de hoeveelheid leerinhoud
die selecteert
Relatie leermiddelen en didactische principes:
Leermiddelen maken onderwijs aanschouwelijk, actief, laten toe om te individualiseren en
differentieren, om op een gevarieerde wijze te herhalen
BEGINSITUATIE
DIDACTISCH MODEL
COMPONENTEN VAN HET DIDACTISCH HANDELEN
Een aantal aspecten van het didactisch handelen komen in elke les terug
Componenten schematisch in MODEL
DOELSTELLINGEN
= Waardevolle, gewenste gedragsveranderingen als gevolg van leerervaringen
= Een afbakening wat je wilt dat ze op het einde van de les kennen en/of kunnen
3 soorten leerprocessen:
Cognitieve
o Kennis, inzichten en oplossingsmethode
o Kennis/ vaardigheden
o Het opslaan in het brein
Dynamisch-affectieve
o Attitudes, houdingen en emoties
o Doel dat gaat over houding
Respect tonen
Nauwkeurig kunnen werken
Psychomotorisch
o Motorische ervaring
o Houding van de pen
o Schoonschrijven
o Motorische doelen
Leren knippen
DE BEGINSITUATIE
= geheel van bepaalde factoren die een invloed hebben op de keuze van doelstellingen
en op het lesgebeuren zelf
Waar staan de leerlingen al op dat moment, is er een verschil tussen de
leerlingen?
Geheel van factoren die een invloed hebben op de keuze van de doelstellingen en
op het lesgebeuren zelf
Aspecten beginsituatie leerling:
Niveau van het kind
Leerprofiel
o De manier waarop iemand leert
Interesse
o Zorgen dat je iets mee kunt, maar dat gaat niet altijd lukken (realistisch
zijn)
,DIDACTISCHE PRINCIPES
= Richtlijnen voor het didactisch handelen om lessen krachtiger te maken.
Goede les voldoet aan de didactische principes
Motivatieprincipe
Zorgen dat je de leerlingen motiveert
Niet elke les moet leuk zijn
Activiteitprincipe
Zorgen dat ze allemaal bezig zijn
Niet altijd echt actief doen, ook denken
Dat ze allemaal eens iets kunnen voordoen
Aanschouwelijkprincipe
Gebruik van verschillende zintuigen
Geleidelijkprincipe
Het rustig opbouwen met de juiste stappen die duidelijk zijn
Differentiatieprincipe
Proberen om met de kinderen zo dicht mogelijk om bij hun naaste ontwikkeling te zetten
Herhalingsprincipe
Zorgen dat er veel herhaald wordt
DIDACTISCHE WERKVORMEN
= afgebakende handelingspatronen van de leerkracht, die bepaalde leerervaringen bij de
leerlingen tot stand brengen
Steeds een middel om je doel te bereiken
Soorten:
Aanbiedende werkvormen
Leerkacht is kapiteitn en die de leerhoud in handen heeft, zijn de
gene die aanwijzen
Gespreksvormen
In dialoog gaan met elkaar (kringgesprek)
Opdrachtvormen
Een opdracht geven
Complexe werkvormen
Een combinatie van elementen (hoekenwerk, inspelen op de capaciteit
DE LEERINHOUD EN LEERSTOF
Bevindt zich altijd in de doelstellingen, de inhoud staat vast en de leerstof zijn de
voorbeelden/oefeningen die men hier voor gebruikt.
Leerinhoud: WAT lln moeten leren om de doelen te bereiken.
BV: De tafel van 7 staat vast
,Vind je altijd terug in je doelstelling, wat je wilt wat ze kennen of kunnen
Na de les zelfstandig naamwoord kunnen = doel
Zelfstandig naamwoord = inhoud
Leerstof: MIDDEL om de leerinhoud te bereiken (= vervangbaar).
BV: bepaalde reeks oefeningen op de tafel van 7, maak je een keuze in
De oefening of de voorbeelden die je gebruikt om de leerinhoud vast te zetten
Tekst die ze moeten kennen = leerinhoud
Welke tekst die gebruikt is = leerstof
DE LEERINHOUD WORDT DOOR MIDDEL VAN BEPAALDE LEERSTOF AAN
GEBRACHT
LEERMIDDELEN
= middelen die de leerkracht of de leerlingen gebruiken om de
onderwijs- en leeractiviteiten efficient te laten verlopen
= Is een drager van je leerstof en leerinhoud
Werkboek
Laptop
Whiteboard
Spelletjes
EVALUATIE
= Het resultaat van het leerproces wordt bekeken en gewardeerd
o.b.v. vooropgestelde doelen.
Formatieve functie
Welke weg naar je doel is er afgelegd, welke stappen heeft die
persoon afgelegd
Summatieve functie
je gaat checken op het einde of al je doelen zijn bereikt.
PROFESSIONELE IDENTITEIT
= hoe je je zelf als leerkracht ziet en wie je graag als
leerkracht wilt zijn.
Staat rond de andere componenten.
Het professioneel zelfverstaan:
Zelfbeeld
Zelfwaarde gevoel
Beroepsmotivatie
Taakopvatting
, Toekomstperspectief
MAATSCHAPPIJ- EN MENSBEELD
= De verandering van hoe men best leren bepaald door de
maatschappij
Kunnen we zien als denkbeelden over mens- zijn en samenleving
Mensbeeld:
Een geheel van opvattingen over humaniteit of
menswaardigheid, de bestemming van het menselijk
bestaan
Maatschappelijkbeeld:
Een geheel van opvattingen over de sociale, economische en
politieke realiteit, de pretentie heeft ‘juistheid’ en ‘algemene geledigheid’
Deze denkbeelden worden vaak geconstructeerd door ideologische groeperingen.
In de huidige maatschappelijke context is diversiteit de norm.
RELATIES TUSSEN DE COMPONENTEN VAN HET DIDACTISCH MODEL
De diverse componenten van het didactisch model staan met elkaar in relatie
Relatie doelstellingen en beginsituatie:
De didactische beginsituatie is bepalend voor de keuze van de doelstellingen
De leerkracht zal de doelen moeten beperken/uitbreiden om in te spelen op de
beginsituatie van de leerlingen
Het bereiken van doelen verandert de beginsituatie individueel en in groep
Het bereiken van doelen = de leerlingen hebben iets geleerd en er zal een
gedragsverandering ontstaan
Relatie doelstellingen en evaluatie:
De concrete doelstelling bepaalt de manier er zal geevalueerd worden en op basis van
evaluatieresultaten worden doelstellingen bijgesteld
Relatie doelstellingen en didactische werkvormen:
Bepaalde doelstellingen bereiken?
Kies je een welbepaalde didactische werkvormen
Relatie beginsituatie en didactische werkvormen, leerinhoud en leermiddelen:
De beginsitautie zal bepalend zijn voor de keuze van je didactische werkvormen, voor het
materiaal dat gebruikt wordt, de keuze van de leerinhoud en de hoeveelheid leerinhoud
die selecteert
Relatie leermiddelen en didactische principes:
Leermiddelen maken onderwijs aanschouwelijk, actief, laten toe om te individualiseren en
differentieren, om op een gevarieerde wijze te herhalen
BEGINSITUATIE