• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 87 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Methodologie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 87 pagina's

Volledige samenvatting Methodologie, ik haalde hiermee een 16/20

Voorbeeld van de inhoud

METHODOLOGIE
1. INTRODUCTIE, HET VERWERVEN VAN KENNIS EN DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE
(P.1)

Doel wet. methode: produceren van duidelijke, rechtvaardige en niet- ambigue antwoorden

1.1 INTRODUCTIE TOT ONDERZOEKSMETHODOLOGIE (P.3)

Waarom leren?
• Info verzamelen en vragen beantwoorden
• Als je betrokken raakt in wetenschappelijk onderzoek
• Lezen van wetenschappelijke artikels
• Evalueren van claims in de media

1.2 METHODES OM KENNIS TE VERWERVEN (P.4)

− = manieren waarop een persoon zaken kan te weten komen of tot antwoorden op vragen kan komen
− Focus op beantwoorden vragen MAAR ook andere methodes dan wet. methode

1.2.1 NIET-WETENSCHAPPELIJKE BENADERINGEN (P.4)

− Wet. methode combineert elementen van verschillende benaderingen
WAARDOOR tegengaan van valkuilen of bepaalde limieten
ZODAT betere kwaliteit van antwoorden

1. Methode van volharding = informatie wordt voor waar aangenomen omdat men dit altijd al geloofd heeft (=
gewoonte) of omdat bijgeloof het altijd ondersteund heeft.
− ‘opposites attract’
− Hoe vaker blootgesteld aan statements, hoe meer we geneigd zijn ze te geloven (vb. advertenties)
− PROBLEEM:
1. verworven info is vaak niet accuraat
2. gn methode om foutieve opvattingen te corrigeren → zelfs al is er duidelijk tegenbewijs

2. Methode van de intuïtie = informatie wordt geaccepteerd o.b.v. een voorgevoel of omdat het instinctief
“goed aanvoelt”.
− Vaak snelste manier om tot antwoorden te komen
− Wanneer gn rationele rechtvaardiging of ondersteunende informatie
• Bv. Wanneer persoonlijke keuzes tss even aantrekkelijke alternatieven
− Vaak toegepast bij ethische en morele vragen
• Deel van onze intuïtie is wss geb op subtiele signalen die opvangen van mensen rondom ons
− PROBLEEM: gn mechanisme om accurate van inaccurate kennis te scheiden

3. Methode van de autoriteit = vertrouwt op info of antwoorden van experts binnen een bepaald vakgebied.
− Direct iemand raadplegen OF indirect website of boek raadplegen
− Vaak snelste en gemakkelijkste manier om antwoorden te verzamelen




1

,− PROBLEEM:
1. Niet altijd accurate info
WANT bronnen vaak gebiased ifv bepaald standpunt of oriëntatie
2. Kan gaan om eerder subjectieve, persoonlijke mening dan echte deskundige kennis
3. Ogv status als autoriteit nemen we aan dat expertise kan worden veralgemeend naar vraag die
we stellen
MAAR als atleet zegt dat Roycosoep meer nutriënten bevat dan andere soepen, maakt dat
van de atleet een soepexpert?
4. Mensen nemen vaak een experts’ statement aan zonder deze in vraag te stellen
WAARDOOR mensen accuraatheid bronnen niet nagaan of geen tweede mening vragen
GEVOLG: foutieve info wordt als waar beschouwd omdat het ‘goed’ klinkt
5. Niet alle ‘experts’ zijn experts
MAAR zekerheid verhogen door:
1. De bron van de informatie evalueren
2. De informatie zelf evalueren.

4. Methode van het geloof = variant op methode van autoriteit waarin mensen onbetwistbaar vertrouwen in
de autoriteit van figuur en daarom de info van de autoriteit accepteren zonder twijfel.
− Kinderen en geloofsovertuigingen
− PROBLEEM: gn mechanisme om accuraatheid van info te testen
WANT accepteren van iemands visie van waarheid zonder verificatie

5. Rationele methode/rationalisme = zoekt antwoorden door het gebruik van logisch redeneren.
− Gebruiken een set van feiten en assumpties om een conclusie te trekken of antwoord te vinden
− Syllogisme: 2 premissen gevolgd door conclusie geb op premissen
• Antwoorden moeten voldoen aan standaarden van regels van logica, dan pas als waarheid
• Rationele methode begint pas na 2 premissen
− Vaak toegepast wanneer mensen probleem proberen te doordenken voor de oplossingen uit te proberen
− Logica = manier om waarheid te verkrijgen in de afwezigheid van evidentie
Premissen = beschrijven feiten of assumpties die verondersteld worden waar te zijn bij logisch redeneren
Argument = reeks van premissen die logisch gecombineerd worden om conclusie te bereiken
− PROBLEEM:
1. Kans dat de conclusie foutief is
MAAR als beide premissen correct zijn, dan is conclusie ook correct
2. Alleen geldig voor de specifieke situatie beschreven door de premissen
3. Mensen zijn niet goed in logisch redeneren

6. Empirische methode/empirisme = gebruikt observatie of directe zintuigelijke ervaringen om kennis op te
doen.
− Alle kennis wordt verworven door de zintuigen → product empirische standpunt in filosofie
− Gemakkelijke, directe manier om vragen te beantwoorden
− Observaties kunnen ongepland en ongedwongen zijn, maar ook systematisch en doelgericht
− PROBLEEM:
1. Niet alles wat we zintuigelijk ervaren zomaar geloven (vb. illusies)
2. Assumpties kunnen wat je waarneemt, vertekenen → verschillende mensen zien iets anders
3. Misinterpretatie van waargenomen
4. Tijdrovend en soms gevaarlijk → vaak beter om logisch na te denken dan zomaar trail-and-error




2

,− 1-4: specifiek als je snel een antwoord nodig hebt en geen gevolgen bij fout antwoord
5-6: gekenmerkt door meer eisen aan info en antwoorden die ze produceren

1.2.1 CONCLUSIE (P.14)

Verschillende mensen kunnen verschillende methodes gebruiken om zelfde vraag te beantwoorden en ook
verschillende of gelijke antwoorden bekomen.

1.3 WETENSCHAPPELIJKE METHODE (P.15)

− = methode om kennis te verwerven die gebruikt maakt van observaties om een hypothese te ontwikkelen
(inductie)
− Deze wordt dan gebruikt om logische predicties te maken die empirisch getest kunnen worden door extra
systematische observaties te maken. (deductie)
− In het algemeen leiden de nieuwe observaties tot een nieuwe hypothese, de cyclus herhaalt zich.

1.3.1 STAPPEN IN DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE (P.16)

1. Observeer gedrag en andere fenomenen
− Niet noodzakelijk te starten met goed gepland, systematisch onderzoek
− Kan geprikkeld worden door iemand anders’ observatie
− Vaak generalisaties (verder af van observatie) → inductie of inductief redeneren
= relatief kleine reeks van specifieke observaties als basis voor vormen van algemene stelling over een
grotere reeks van mogelijke observaties

2. Vorm een hypothese (voorlopig antwoord of verklaring)
− Identificeren van variabelen die samenhangen met observatie
• = kenmerken of condities die veranderen of verschillende waarden hebben voor verschillende
individuen
• Gebruik maken van gezond verstand of achtergrondonderzoek in bib of internet
− Kies de verklaring die je wilt evalueren = hypothese
• = uitspraak die relatie tussen variabelen beschrijft of verklaart
• Andere kunnen gebruikt worden in latere studies
• Hoeft niet uiteindelijke antwoord te zijn MAAR voorlopig antwoord bedoeld om te testen en
kritisch te evalueren

3. Gebruik je hypothese om een toetsbare predictie te genereren
− Hypothese toepassen op specifieke, observeerbare, real-world situatie
− Door rationele methode
− Hypothese kan leiden tot verschillende predicties
• Iedere predictie verwijst naar specifieke situatie of geb die kan geobserveerd en gemeten worden
− Deductie of deductief redeneren = gebruikt algemene stelling als basis voor bereiken van conclusie (over
specifieke voorbeelden).
• Inductie en deductie zijn complementaire processen
− Predicties moeten testbaar zijn: moet zowel correct als incorrect kunnen zijn

4. Evalueren van predictie door systematische, geplande observaties
− Door empirische methode
− Onderzoeks- of dataverzamelingsfase
− Doel: eerlijke en onbevooroordeelde test ontwikkelen door te observeren of de predictie correct is
− Zorgvuldig, zonder assumpties observeren en registreren van data


3

, 5. Gebruik de observaties om de originele hypotheses te ondersteunen, weerleggen of te verfijnen
− Vergelijken van observaties met predicties
− Enige overeenkomst
• steun voor oorspronkelijke hypothese
• suggereert nieuwe voorspellingen te doen en deze ook te testen (stap 2)
− Gebrek aan overeenstemming
• oorspronkelijke hypothese fout
• hypothese fout gebruikt waardoor foute predicties gemaakt
→ hypothese herzien en nieuwe predicties maken (stap 2)
− Circulair proces: zelfde stappen worden voortdurend herhaald
Spiraalsgewijs proces: steeds hoger bewegend met iedere winding omdat de kennis toeneemt



1.3.2 ANDERE ELEMENTEN VAN DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE (P.20)

Empirisch
− Antwoorden worden gevonden door observaties
• Gestructureerd
→ door gebruikte procedures en technieken
→ Doel: empirische test hypothese
→ Belang gestructureerd voor evidentie voor of tegen hypothese
• Systematisch
→ Onder specifieke set van condities
→ Belang voor accuraatheid
− Wetenschap eist empirische verificatie

Publiek
− Open voor evaluatie van anderen
− Anderen zouden moeten in staat zijn het proces stap-voor-stap = replicatie
• Maakt verificatie bevindingen mogelijk
− Openbaar maken door rapporten te publiceren in wetenschappelijke tijdschriften of de resultaten te
presenteren op vergaderingen of congressen
• Gecontroleerd door peers (peer review)
• Rapport moet voldoen aan set van standaarden
• Methode sectie steeds zeer uitgebreid voor replicatie
− Onjuiste conclusie mogelijk
• Fraude: opzettelijk falsifiëren of misinterpreteren resultaten
• Kritisch zijn zeer belangrijk!
• Replicatie en peer review vormen wapens tegen fraude en fouten

Objectief
− Observaties zijn gestructureerd ZODAT onderzoekers’ assumpties resultaten niet beïnvloeden
− 'Een onbevangen zoektocht naar kennis'
− Oplossing: ‘blinde’ onderzoeker




4

Inhoudsopgave

  1. 01 1. Introductie, het verwerven van kennis en de wetenschappelijke methode (P.1) 1
    1. 1.1 Introductie tot onderzoeksmethodologie (p.3) 1
    2. 1.2 Methodes om kennis te verwerven (p.4) 1
    3. 1.3 Wetenschappelijke methode (p.15) 3
    4. 1.4 Onderzoeksproces (p.25) 5
  2. 02 2. Onderzoeksideeën en hypotheses (p.37) 8
    1. 2.1 Hoe start je? (p.39) 8
    2. 2.2 Bronnen van onderzoeksideeën (p.41) 9
    3. 2.3 Achtergrondliteratuur vinden: een literatuurstudie uitvoeren (p.43) 9
    4. 2.4 Een idee voor een onderzoeksstudie vinden uit een gepubliceerd onderzoeksartikel (p.53) 12
    5. 2.5 Onderzoeksidee gebruiken om hypothese te vormen en onderzoeksstudie te maken (p.56) 13
  3. 03 3. Definiëren en meten van variabelen (stap 3) 14
    1. 3.1 Introductie tot metingen (p.64) 14
    2. 3.2 Constructen en operationele definities (p.66) 14
    3. 3.3 validiteit en betrouwbaarheid van metingen (p.70) 15
    4. 3.4 meetschalen (p.80) 17
    5. 3.5 modaliteiten van metingen (p.85) 18
    6. 3.6 andere aspecten van metingen (p.88) 19
  4. 04 4. Ethiek in onderzoek (p.99) 22
    1. 4.1 Inleiding (p.101) 22
    2. 4.2 Ethische kwesties en menselijke participanten in onderzoek (p. 102) 22
    3. 4.3 Ethische kwesties en niet-mens subjecten in onderzoek (p.119) 28
    4. 4.4 Ethische kwesties en wetenschappelijke integriteit (p.122) 29
  5. 05 5. Participanten selecteren (p.131) (stap 4) 31
    1. 5.1 Inleiding tot steekrpoeftrekking (p.133) 31
    2. 5.2 probability sampling methodes (p.140) 32
    3. 5.3 non-probability sampling methodes (p.146) 35
  6. 06 6. Onderzoeksstrategieën en validiteit (p.153) 36
    1. 6.1 Onderzoeksstrategieën (p.155) 36
    2. 6.2 Interne en externe validiteit (p.165) 39
    3. 6.3 Bedreigingen van externe validiteit (p.169) 40
    4. 6.4 Bedreigingen van interne validiteit (p.175) 41
    5. 6.5 Meer over interne en externe validiteit (p.180) 42
  7. 07 7. Experimentele onderzoeksstrategie (p.187) 43
    1. 7.1 Oorzaak-en-gevolg relaties (p.189) 43
    2. 7.2 Elementen van een experiment onderscheiden (p.194) 44
    3. 7.3 Controleren van vreemde variabelen (p.202) 45
    4. 7.4 Controlegroepen en manipulatie checks (p.207) 46
    5. 7.5 Het verhogen van externe validiteit: simulatie en veldstudies (p.211) 47
  8. 08 8. Experimentele designs: between-subjects design (p.219) 49
    1. 8.1 Introductie tot between-subjects experimenten (p.220) 49
    2. 8.2 Individuele verschillen als verstorende variabelen (p.226) 50
    3. 8.3 Limiteren van verstoring door individuele verschillen (p.228) 50
    4. 8.4 Individuele verschillen en variabiliteit (p.232) 51
    5. 8.5 Andere bedreigingen voor interne validiteit in between-subjects designs (p.238) 52
    6. 8.6 Toepassingen en statistische analyses van between-subjects designs (p.240) 52
  9. 09 9. Experimentele designs: within-subjects designs 54
    1. 9.1 within-subjects experimenten en interne validiteit (p.250) 54
    2. 9.2 Omgaan met tijdsgerelateerde bedreigingen en volgorde-effecten (p.258) 55
    3. 9.3 Vergelijken van within-subjects en between-subjects designs (p.265) 56
    4. 9.4 Toepassingen en statistische analyses van within-subjects designs (p.274) 58
  10. 10 10. De non-experimentele en quasi-experimentele strategieën (P.279) 59
    1. 10.1 non-experimentele en quasi-experimentele onderzoeksstrategieën (p.281) 59
    2. 10.2 Between-subjects non-experimentele en quasi-experimentele designs: non-equivalente groepsdesigns (p.284) 59
    3. 10.3 Within-subjects non-experimentele en quasi-experimentele designs: pre-postdesigns (p.292) 60
    4. 10.4 Ontwikkelingsonderzoeksdesigns (p.297) 61
    5. 10.5 statistische analyses en terminologie voor non-experimentele, quasi-experimentele en ontwikkelingsdesigns (p.304) 63
  11. 11 11. Factoriële designs (p.311) 64
    1. 11.1 Inleiding tot factoriële designs (p.313) 64
    2. 11.2 Hoofdeffecten en interacties (p.316) 64
    3. 11.3 Types van factoriële designs en analyses (p.325) 65
    4. 11.4 toepassingen van factoriële designs (p.333) 66
  12. 12 12 De correlationele onderzoeksstrategie (p.347) 68
    1. 12.1 Inleiding tot correlationeel onderzoek (p.348) 68
    2. 12.2 De data en statistische analyses voor correlationele studies (p.351) 68
    3. 12.3 Toepassingen van de correlationele strategie (p.358) 69
    4. 12.4 Sterktes en zwaktes van de correlationele onderzoeksstrategie (p.361) 70
  13. 13 13 de beschrijvende onderzoeksstrategie (p.369) 71
    1. 13.1 Introductie tot beschrijvend onderzoek (p.370) 71
    2. 13.2 Observationeel onderzoeksdesign (p.371) 71
    3. 13.3 het enquête-onderzoeksdesign (p.379) 73
    4. 13.4 Gevalsstudie design (p.393) 77
  14. 14 14 single-subject onderzoeksdesigns 79
    1. 14.1 Inleiding (p.403) 79
    2. 14.2 Fases en faseverschillen (p.407) 79
    3. 14.3 De abab reversal design (p.416) 81
    4. 14.4 Multiple-baseline designs (p.423) 82
    5. 14.5 Andere single-subjects designs (p.429) 82
    6. 14.6 Algemene sterktes en zwaktes van single-subject designs (p.435) 83
  15. 15 15 mixed methods (p.1) 85
    1. 15.1 De natuur van mixed methods onderzoek (p.1) 85
    2. 15.2 De grondslagen van mixed methods onderzoek (p.2) 85
    3. 15.3 Kern van mixed methods designs (p.5) 87

Documentinformatie

Geüpload op
17 december 2025
Aantal pagina's
87
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€8,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
13
Volgers
8
Items
8
Laatst verkocht
5 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen