Hoofdstuk 1: Taalgebruik
Stijlfouten en stijlfiguren
Stijlfouten:
1. Contaminatie
Twee woorden of uitdrukkingen met een verwante betekenis worden door elkaar
gehaald,
waardoor een verkeerd nieuw woord of een verkeerde nieuwe uitdrukking
ontstaat.
→ *verexcuseren (zich excuseren + verontschuldigen) / *optelefoneren (opbellen
+ telefoneren)
2. Pleonasme
Een eigenschap die onlosmakelijk verbonden is met het genoemde wordt nog
eens in
een bepaling uitgedrukt, al dan niet bewust.
→ de ronde cirkel / de witte sneeuw
3. Tautologie
Een tautologie noemt een begrip tweemaal of meerdere malen + bestaat
doorgaans uit twee of
meer woorden van dezelfde woordsoort
→ De gasten en genodigden mogen aan tafel komen.
4. Dubbele negatie
Twee ontkenningen in één zin. Vaak zijn dit ‘geen’ en ‘niet’ of ‘nooit’.
→ *Ik ga nooit geen huis kopen. / *We willen voorkomen dat zo’n incident niet
meer gebeurt.
5. Malapropisme
Het verhaspelen van een woord of uitdrukking.
→ *Zij is niet te stuiteren (in plaats van ‘stuiten’) / *Je mag me wel tatoeëren (in
plaats van ‘tutoyeren’) / *Daar kraait geen hond naar (in plaats van ‘daar kraait
geen haan naar’).
6. Incongruentie
Een getalsfout. Deze fout houdt in dat je een enkelvoudig onderwerp combineert
met een
meervoudige persoonsvorm of andersom.
→ Sociale media heeft* >< hebben … / 25% van de geïnteresseerden
wilde/wilden*…
!! Welke stijlfout herken je? Op Toledo → Taalgebruik → Test taalgebruik 1
,Stijlfiguren:
Beeldspraak
Metafoor Vergelijking zonder vergelijkingswoord ‘als’ of ‘zoals’
Vb. Met zo'n diploma gaan alle deuren voor je open.
Hersentumoren zijn sluipmoordenaars.
Vergelijking Iets of iemand wordt vergeleken met vergelijkingswoord.
Vb. Ik voel me als een kapotgeslagen piñata
Personificatie Beeldspraak waarbij menselijke eigenschappen aan een
levenloos voorwerp toegeschreven worden.
Vb. Bv. De muren luisteren mee.
Stijlfiguren
Ellips Een ellips is een zin waarin het onderwerp of de
persoonsvorm of beide ontbreken. De ontbrekende
woorden kunnen er vanuit de context makkelijk bij
gedacht worden..
Bv. (Waar gaat de reis naartoe?) Naar Zweden.
Retotische vraag Een retorische vraag is een vraag waar men geen
antwoord op verwacht. De lezer neemt de
suggestie van de schrijver voor waarheid aan.
Bv. Wie stemt nu op die partij?
!! Welke stijlfiguren herken je? Op Toledo → Taalgebruik → Test taalgebruik 2
Andere constructies:
1. Vaag taalgebruik
Vage begrippen van tijd, van hoeveelheid, plaats …
→Enkele studenten namen deel aan het onderzoek.
2. Actieve zin VS passieve zin
In een passieve zin wordt het lijdend voorwerp van de actieve zin het onderwerp.
Bij een passieve zin wordt de handelende persoon of zaak aangekondigd met de
“door-bepaling”, dit deel kan worden weggelaten.
→Mijn collega heeft het werk gedaan. (A)
→ Het werk is door mijn collega gedaan. (P)
,Actief versus passief:
De trein wordt door de machinist bestuurd.
= Passief Het onderwerp (de trein) ondergaat een handeling.
→ ACTIEF?
De machinist bestuurt de trein.
= Actief Het onderwerp (de machinist) voert actief een handeling uit
Passiefvorm:
De trein wordt door de machinist bestuurd.
* Onvoltooid: worden + voltooid deelwoord (hier: bestuurd) + door …
De trein is door de machinist bestuurd.
* Voltooid: zijn + voltooid deelwoord (hier: bestuurd) + door …
Effect passiefvorm:
De passieve vorm maakt een zin:
1. Indirect
2. Zakelijk en onpersoonlijk
3. Statisch
Door de passiefvorm is niet altijd duidelijk wie handelt / verantwoordelijk is.
Vaak wordt de bepaling met “door” weggelaten.
Passiefvorm: wanneer wel gebruiken?
Als de nadruk op de zaak moet liggen.
• Het rapport wordt nog deze week verstuurd.
• Morgen wordt er begonnen met de werkzaamheden.
Als de handelende persoon of instantie niet gekend is, niet belangrijk is of als je die niet
wilt noemen.
• Gisteren is er alweer een bushokje vernield.
• Aan studenten worden tegenwoordig hoge eisen gesteld.
Passiefvorm: hoe omzeilen?
Gebruik – af en toe – een ander werkwoord.
Vb.
• Aan de vormgeving wordt extra aandacht besteed.
• De vormgeving krijgt extra aandacht.
, Passiefvorm: advies voor de praktijk
• Schrijf zoveel mogelijk in de actieve vorm.
• Kies de passieve vorm als de handelende persoon niet van
belang is of niet bekend is.
• Ik, jij en wij in je scriptie
→ https://www.scribbr.nl/academische-stijlregels/gebruik-van-de-ik-vorm-
scripties/
!! Actief/passief? Op Toledo → Taalgebruik → Test actief/passief
Andere Constructies:
3. Naamwoordstijl
Een schrijfstijl waarbij de schrijver in één tekst veel zinnen gebruikt met
nominalisaties, deze stijl maakt een tekst moeilijk leesbaar. We maken een
zelfstandig naamwoord van een werkwoord.
→ Het vinden van een oplossing is niet altijd eenvoudig. Het uitvoeren ervan …
Naamwoordstijl
• Het sluiten van het café gebeurt door de kroegbaas.
• De reparatie van de auto wordt gerealiseerd door de automonteur.
• De selectie van de kandidaten vindt plaats door het bureau.
Oefening:
• Het sluiten van het café gebeurt door de kroegbaas.
zelfstandig nw. + clichéwerkwoord (door)
• De reparatie van de auto wordt gerealiseerd door de automonteur.
zelfstandig nw. + clichéwerkwoord (door)
• De selectie van de kandidaten vindt plaats door het bureau.
zelfstandig nw. + clichéwerkwoord (door)
Zelfstandige naamwoorden nemen de plaats in van werkwoorden
Negatieve effecten naamwoordstijl
• Statische zin
• Het haalt de vaart uit een zin
• Zinnen zijn langer dan nodig
DUS: vermijden en herschrijven!