Recht
5. Enkele basisbeginselen van het recht
5.1 Zijn regels noodzakelijk
Zijn regels noodzakelijk?
1. Waarom regels bestaan:
De mens is een sociaal wezen en leeft meestal samen met anderen.
Om samenleven mogelijk te maken, maken mensen afspraken of regels.
Regels kunnen zijn:
o Onuitgesproken of uitgesproken
o Niet-geschreven of geschreven
2. Voorbeelden van regels in verschillende contexten:
Liefdespartners: afspraken over trouw of ontrouw.
Gezin: regels over huishoudelijke taken, bedtijd, beeldschermgebruik.
Vriendengroep: omgangsvormen en gedragsregels.
Samenleving/maatschappij: afspraken op breed maatschappelijk
niveau.
3. Vragen rond regels:
Welke regels bestaan er?
Welke zijn uitgesproken/onuitgesproken of geschreven/niet-geschreven?
Welke rechtsregels zijn juridisch bindend en afdwingbaar?
Wat is het verschil met religieuze en morele regels?
Wat is het doel of nut van regels?
Zijn alle regels aanvaardbaar?
Wie stelt de regels op en gelden ze voor iedereen?
Wat doet een samenleving met mensen die regels overtreden?
Zijn de regels altijd rechtvaardig?
4. Dynamiek van regels:
Regels zijn niet eeuwig; ze veranderen mee met de samenleving.
Nieuwe omgangsvormen, problemen en discussies zorgen voor aanpassing
van regels.
, Ideaal: regels worden door iedereen als billijk en rechtvaardig ervaren,
maar dit is in de praktijk vaak niet het geval.
5. Fundamentele mensenrechten:
In de 20e eeuw is er wereldwijd consensus over basisrechten.
Voorbeelden: verbod op slavernij, genocide, foltering.
Zelfs als landen de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
ondertekenen, verschillen interpretatie en toepassing, wat kan leiden tot
conflicten.
6. Relevantie voor praktijkgerichte opvoeders/begeleiders:
Regels beïnvloeden handelen op micro-, meso- en macroniveau
tegenover cliënten.
Belangrijk is te begrijpen:
o Waar regels vandaan komen
o Wat hun doel of nut is
o Wat te doen als bepaalde regels niet worden nagekomen
5.2 Het ontstaan en de ontwikkeling van het recht
1. Vroege schriftelijke regels:
Rond 3500 v.Chr. werd het schrift uitgevonden in het Nabije Oosten.
Heersers konden hierdoor regels schriftelijk vastleggen, wat verspreiding
en bekendmaking vergemakkelijkte.
Voorbeelden:
o Mesopotamische Rijk: kleitabletten en stenen met wetten (2100–
1700 v.Chr.)
o Wetboek van Hammurabi (ca. 1780 v.Chr.) → regelde slavernij,
misdaad, huwelijk, koop/verkoop van bier; bekend citaat: “oog om
oog, tand om tand”.
2. Oorsprong van het recht:
Vaak religieus geïnspireerd: heersers beweerden dat hun macht en wetten
van goden kwamen.
Gewoonterecht (traditie) was historisch de belangrijkste bron van recht:
ongeschreven regels, doorgegeven van generatie op generatie.
3. Doel van regels door de geschiedenis heen:
Mensen zochten altijd naar manieren om samenleven te ordenen.
Regels golden voor alle leden van een groep en leidde tot:
o Politieke instellingen
o Administratieve structuren
, o Gerechtelijke organen (formuleren, toepassen, handhaven en
afdwingen van regels)
4. Na Wereldoorlog II:
Internationale consensus over mensenrechten om herhaling van
oorlogsmisdaden te voorkomen.
Recht wordt dynamisch en complex, weerspiegeling van de maatschappij
en voortdurend onderhevig aan verandering.
Huidige uitdagingen: klimaat, vergrijzing (meer 80-plussers, minder
werkenden), nood aan herziening welzijns- en gezondheidssystemen.
5. Juridisering van de samenleving:
Toenemend belang van regels in maatschappij en zorgsector.
Voordeel: rechtsbescherming en mogelijkheid tot emancipatie van
kwetsbare burgers (bv. zorgcliënten).
Nadeel: abstractie van concrete omstandigheden.
6. Verschil tussen recht, godsdienst en moraal:
Kenmerk Recht Godsdienst Moraal
Oorsprong Overheid Goddelijk gezag Mens zelf
Algemeen, voor alle Verhouding mens-God Persoonlijk of
Toepassing
burgers en onderling algemeen
Duidelijk Religieus gezag of Schuldgevoel,
Sanctie omschreven in goddelijke wroeging, geen
wetteksten rechtvaardigheid officiële sanctie
Belastingen,
Persoonlijke ethiek,
Voorbeelden beroepsgeheim, Tien Geboden
bv. eerlijkheid
wetgeving
Kan niet gescheiden Ethisch pluralisme;
Geseculariseerd
Relatie tot zijn in niet- kan overlappen met
(scheiding Kerk en
samenleving geseculariseerde recht, maar hoeft
Staat, bv. België)
samenlevingen niet
Geseculariseerde samenlevingen (zoals België) scheiden Kerk en Staat,
met erkende erediensten en vrijheid van levensbeschouwing (art. 19–20
Grondwet).
7. Recht versus moraal:
Rechtsregels zijn verplichtend, moraal vaak individueel.
Rechtsregels kunnen in overeenstemming zijn met moraal (bv. schuldig
hulpverzuim, beroepsgeheim).
Rechtsregels kunnen ook afwijken van individuele moraal (bv. IVF, abortus,
euthanasie, belastingen).
, 8. Conclusie:
Recht is een dynamisch, complex systeem dat voortdurend evolueert met
de maatschappij.
Het dient samenwerking en ordening mogelijk te maken, terwijl het ook de
bescherming van individuen waarborgt, zelfs in een ongelijkmachtige
situatie.
5.3 Een definitie van het recht
1. Geen universele definitie:
Recht verschilt per land en per samenleving.
Het evolueert mee met de maatschappij en heersende opvattingen.
Niet alle gemeenschappen hebben dezelfde ontwikkeling, interne
structuren, sociale filosofie of politieke organisatie.
2. Verschillen per rechtsstelsel:
Bijvoorbeeld: continentaal West-Europees recht (zoals België) is sterk
beïnvloed door Duits en Frans recht.
Dit recht verschilt van het recht in Groot-Brittannië of de VS.
3. Gemeenschappelijke elementen in definities:
Uit de rechtsliteratuur blijkt dat alle definities enkele overeenkomende
kenmerken hebben.
4. Definitie van het recht:
Het recht is een geheel van bindende regels, opgesteld door de samenleving,
waardoor de belangen van de enkelingen die in de gemeenschap leven,
geordend worden, door middel van sociale dwang.
5. Uitleg van de kenmerken:
Bindende regels: burgers zijn verplicht deze op te volgen.
Opgesteld door de samenleving: recht komt van de overheid of
collectieve besluitvorming, niet van individuele moraal of religie.
Ordening van belangen: het doel is een gestructureerd, rechtvaardig
samenleven.
Sociale dwang: naleving wordt afgedwongen, bijvoorbeeld door sancties
of juridische procedures.
5. Enkele basisbeginselen van het recht
5.1 Zijn regels noodzakelijk
Zijn regels noodzakelijk?
1. Waarom regels bestaan:
De mens is een sociaal wezen en leeft meestal samen met anderen.
Om samenleven mogelijk te maken, maken mensen afspraken of regels.
Regels kunnen zijn:
o Onuitgesproken of uitgesproken
o Niet-geschreven of geschreven
2. Voorbeelden van regels in verschillende contexten:
Liefdespartners: afspraken over trouw of ontrouw.
Gezin: regels over huishoudelijke taken, bedtijd, beeldschermgebruik.
Vriendengroep: omgangsvormen en gedragsregels.
Samenleving/maatschappij: afspraken op breed maatschappelijk
niveau.
3. Vragen rond regels:
Welke regels bestaan er?
Welke zijn uitgesproken/onuitgesproken of geschreven/niet-geschreven?
Welke rechtsregels zijn juridisch bindend en afdwingbaar?
Wat is het verschil met religieuze en morele regels?
Wat is het doel of nut van regels?
Zijn alle regels aanvaardbaar?
Wie stelt de regels op en gelden ze voor iedereen?
Wat doet een samenleving met mensen die regels overtreden?
Zijn de regels altijd rechtvaardig?
4. Dynamiek van regels:
Regels zijn niet eeuwig; ze veranderen mee met de samenleving.
Nieuwe omgangsvormen, problemen en discussies zorgen voor aanpassing
van regels.
, Ideaal: regels worden door iedereen als billijk en rechtvaardig ervaren,
maar dit is in de praktijk vaak niet het geval.
5. Fundamentele mensenrechten:
In de 20e eeuw is er wereldwijd consensus over basisrechten.
Voorbeelden: verbod op slavernij, genocide, foltering.
Zelfs als landen de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
ondertekenen, verschillen interpretatie en toepassing, wat kan leiden tot
conflicten.
6. Relevantie voor praktijkgerichte opvoeders/begeleiders:
Regels beïnvloeden handelen op micro-, meso- en macroniveau
tegenover cliënten.
Belangrijk is te begrijpen:
o Waar regels vandaan komen
o Wat hun doel of nut is
o Wat te doen als bepaalde regels niet worden nagekomen
5.2 Het ontstaan en de ontwikkeling van het recht
1. Vroege schriftelijke regels:
Rond 3500 v.Chr. werd het schrift uitgevonden in het Nabije Oosten.
Heersers konden hierdoor regels schriftelijk vastleggen, wat verspreiding
en bekendmaking vergemakkelijkte.
Voorbeelden:
o Mesopotamische Rijk: kleitabletten en stenen met wetten (2100–
1700 v.Chr.)
o Wetboek van Hammurabi (ca. 1780 v.Chr.) → regelde slavernij,
misdaad, huwelijk, koop/verkoop van bier; bekend citaat: “oog om
oog, tand om tand”.
2. Oorsprong van het recht:
Vaak religieus geïnspireerd: heersers beweerden dat hun macht en wetten
van goden kwamen.
Gewoonterecht (traditie) was historisch de belangrijkste bron van recht:
ongeschreven regels, doorgegeven van generatie op generatie.
3. Doel van regels door de geschiedenis heen:
Mensen zochten altijd naar manieren om samenleven te ordenen.
Regels golden voor alle leden van een groep en leidde tot:
o Politieke instellingen
o Administratieve structuren
, o Gerechtelijke organen (formuleren, toepassen, handhaven en
afdwingen van regels)
4. Na Wereldoorlog II:
Internationale consensus over mensenrechten om herhaling van
oorlogsmisdaden te voorkomen.
Recht wordt dynamisch en complex, weerspiegeling van de maatschappij
en voortdurend onderhevig aan verandering.
Huidige uitdagingen: klimaat, vergrijzing (meer 80-plussers, minder
werkenden), nood aan herziening welzijns- en gezondheidssystemen.
5. Juridisering van de samenleving:
Toenemend belang van regels in maatschappij en zorgsector.
Voordeel: rechtsbescherming en mogelijkheid tot emancipatie van
kwetsbare burgers (bv. zorgcliënten).
Nadeel: abstractie van concrete omstandigheden.
6. Verschil tussen recht, godsdienst en moraal:
Kenmerk Recht Godsdienst Moraal
Oorsprong Overheid Goddelijk gezag Mens zelf
Algemeen, voor alle Verhouding mens-God Persoonlijk of
Toepassing
burgers en onderling algemeen
Duidelijk Religieus gezag of Schuldgevoel,
Sanctie omschreven in goddelijke wroeging, geen
wetteksten rechtvaardigheid officiële sanctie
Belastingen,
Persoonlijke ethiek,
Voorbeelden beroepsgeheim, Tien Geboden
bv. eerlijkheid
wetgeving
Kan niet gescheiden Ethisch pluralisme;
Geseculariseerd
Relatie tot zijn in niet- kan overlappen met
(scheiding Kerk en
samenleving geseculariseerde recht, maar hoeft
Staat, bv. België)
samenlevingen niet
Geseculariseerde samenlevingen (zoals België) scheiden Kerk en Staat,
met erkende erediensten en vrijheid van levensbeschouwing (art. 19–20
Grondwet).
7. Recht versus moraal:
Rechtsregels zijn verplichtend, moraal vaak individueel.
Rechtsregels kunnen in overeenstemming zijn met moraal (bv. schuldig
hulpverzuim, beroepsgeheim).
Rechtsregels kunnen ook afwijken van individuele moraal (bv. IVF, abortus,
euthanasie, belastingen).
, 8. Conclusie:
Recht is een dynamisch, complex systeem dat voortdurend evolueert met
de maatschappij.
Het dient samenwerking en ordening mogelijk te maken, terwijl het ook de
bescherming van individuen waarborgt, zelfs in een ongelijkmachtige
situatie.
5.3 Een definitie van het recht
1. Geen universele definitie:
Recht verschilt per land en per samenleving.
Het evolueert mee met de maatschappij en heersende opvattingen.
Niet alle gemeenschappen hebben dezelfde ontwikkeling, interne
structuren, sociale filosofie of politieke organisatie.
2. Verschillen per rechtsstelsel:
Bijvoorbeeld: continentaal West-Europees recht (zoals België) is sterk
beïnvloed door Duits en Frans recht.
Dit recht verschilt van het recht in Groot-Brittannië of de VS.
3. Gemeenschappelijke elementen in definities:
Uit de rechtsliteratuur blijkt dat alle definities enkele overeenkomende
kenmerken hebben.
4. Definitie van het recht:
Het recht is een geheel van bindende regels, opgesteld door de samenleving,
waardoor de belangen van de enkelingen die in de gemeenschap leven,
geordend worden, door middel van sociale dwang.
5. Uitleg van de kenmerken:
Bindende regels: burgers zijn verplicht deze op te volgen.
Opgesteld door de samenleving: recht komt van de overheid of
collectieve besluitvorming, niet van individuele moraal of religie.
Ordening van belangen: het doel is een gestructureerd, rechtvaardig
samenleven.
Sociale dwang: naleving wordt afgedwongen, bijvoorbeeld door sancties
of juridische procedures.