1.INSPECTIE
Inspectie wordt nooit door kleren heen uitgevoerd
Globale inspectie
o algemene houding
hyper kyfolordotische houding anteversie bekken : anterieure heupflexoren kunnen
verkort of hypertoon zijn en de hamstrings gaan meer verlengen
flatback houding
swayback houding
o gewichtsverdeling
o stand benen, bekken, LWZ, …
o dynamisch
Lokale inspectie
o botcontouren
o gewrichtsstand
o spierconditie
o huidtoestand
structurele verandering: aangeboren
o niet veranderlijk buiten door operatie
functionele verandering: spierfunctie probleem
o wel nog corrigeerbaar
RX-foto’s vaak nodig om onderscheid te kunnen maken
HOEK TUSSEN COLLUM FEMORIS EN SCHAFT
o Normaal : 125° richting van krachtvector door het midden
van het acetabulum
o Coxa valga : >135° krachtvector meer naar boven : been
meer naar lateraal VARUM stand OL
Compensatie : abductiestand
o Coxa vara : <120° krachtvector meer naar onderen : been
meen naar mediaal VALGUM stand OL
Compensatie : adductiestand
VERHOUDING CONDYLI FEMORIS EN COLLUM FEMORIS
o Normaal : 15° : de actielijn thv het midden van
acetabulum
o Anteversie : 35° grotere hoek : krachtvector meer naar
voor
verhoogde MEDIALE rotatie van dijbeen
( binnenkant voet wandelen )
o Retroversie : 5° Kleinere hoek : krachtvector meer naar achter
verhoogde LATERALE Rotatie van dijbeen
CALCANEAL VALGUS
o = Pelvis rotatie, endorotatie femur, knie valgus, endorotatie tibia, pronatie voet
2.PALPATIE
temperatuur en zwelling
o voor en na klinisch onderzoek
structuurpalpatie: op einde van onderzoek
o kan al voor provocatie zorgen, dat de rest van het onderzoek beïnvloedt gaan we op het einde
van het KO doen
,3. ACTIEF BEWEEGLIJKHEIDSONDERZOEK
Actief: beweging actief uitvoeren door patiënt de therapeut gaat de beweging gaan analyseren
belang van comfort: ontspannen en comfortabele houding
we willen tijdens de analyse antwoordt op :
o beweeglijkheid (ROM)
o pijn (ook bevragen)
o coördinatie
o compensaties
o bereidheid voor uitvoeren beweging
fear avoidance: schrik
Aandachtspunten
o keuze van bewegingen op basis van anamnese
o voor het passief onderzoek
o bilateraal, waarbij eerst niet-aangedane zijde
o functie van heup altijd in combinatie met SIG en lumbaal
Functionele testen we gaan het nodig hebben tijdens het dagelijks functioneren
o Functionele demo : de pijnlijke beweging/houding
o controle gangpatroon, posturale balans
o tenenstand, hurken, uitvalpas, lopen, springen
Lokaal-anatomische testen
o fysiologische beweging flexie, extensie, abductie, adductie, endo, exo
o a fysiologische bewegingen : translatie en tractie
Belang van kinetaal: eenvoudige communicatie = kunnen uitleggen van bewegingen in lekentaal
!!! Steeds 5 componenten analyseren en bevragen !!!
o vb. flexie heup:
INSTRUCTIE : je mag je knie tot aan je schouder brengen,
niet met gestrekte knie eerder lengtetest van hamstrings
verwachte compensatie: meedraaien bekken en lumbaal vanaf 120°
indien eerder: niet verwacht
o vb. extensie heup
INSTRUCTIE : probeer een gestrekt been zo hoog mogelijk te heffen
verwachte compensatie: lumbaal meebewegen vanaf 20°
Lig vs stand
In stand meer zwaarte kracht, hoger valrisico en meer posturale controle nodig
wel functioneler
o Vb. abductie heup
INSTRUCTIE : vraag of hij het been zo ver mogelijk naar zijkant wil brengen, tenen naar het
plafond blijven wijzen
o Vb. adductie heup
INSTRUCTIE niet geteste been gaat over het te testen been in 4 en dat adductie uitvoeren
o Vb. exorotatie heup
INSTRUCTIE : je mag je rechter hiel naar linker knie brengen, probeer bovenbeen stil op tafel
te houden
Compensatie : abductie of flexie in de knie
o Vb. endorotatie
ENDO : hiel naar buiten bewegen, been op tafel laten
,4 PASSIEF BEWEEGLIJKHEIDSONDERZOEK
Passief: therapeut voert beweging uit
Vier belangrijke puntjes nagaan:
o ROM (beweeglijkheid)
o pijn (ook bevragen)
o trajectweerstand
o eindgevoel: hard, elastisch of zacht/leeg
hard: bot op bot (vb. elleboogextensie)
zacht/leeg: spier op spier (vb. elleboogflexie)
elastisch: kapsel op rek (vb. heup in elke beweging)
Aandachtspunten
o bilateraal, waarbij eerst niet-aangedane zijde
Heupgewricht
o Caput femoris: convex
o Acetabulum: concaaf
tegengestelde rol en glij beweging ( hier wordt niet echt translatie uit gevoerd dus minder van
belang )
o Acetabulum gericht naar lateraal-ventraal-caudaal
o Capsulair patroon; endo>abd/flex>ext
o Rustpositie: 30°flexie – 30° abductie° - lichte exorotatie
o Closed packed position: max extensie – lichte abd – lichte endo
o Gemiddelde bewegingsuitlsag (maar vooral Re – Li vgl)
o Eindgevoel : elastisch
FYSIOLOGISCHE BEWEGINGEN
Bij rol en glij tegengesteld doet de glij altijd de beweging van de translatie
angulaire bewegingen: rol- en glijbeweging samen
comfort van zowel patiënt en therapeut belangrijk
o eigen ergonomie: tafelhoogte veranderen
o positie van patiënt op tafel veranderen
Heupflexie
UITGANGSHOUDING P.
o Ruglig, kussen onder hoofd en knierol, P. op de rand van de tafel laten
liggen
UITGANGSHOUDING T.
o 1 hand in de knie knieholte heupflexie uitvoeren tot SISA
meebeweegt
o 1 hand palperen van SISA kijken wanneer het bekken gaat kantelen
40EVALUATIE
o Pijn, ROM, eindgevoel en trajectweerstand
o Verwachting ROM : 120°
Heupextensie
UITGANGSHOUDING P.
o Buiklig, knierol, P. op rand laten liggen, lage tafelhoogte
o Laat onderbeen maximaal hangen
UITGANGSHOUDING T.
o 1 hand op mediaal van distale femur plaatsen tot dat ilium beweegt
o 1 hand palperen van ilium fixatie op tafel
EVALUATIE
o Pijn, ROM, eindgevoel en trajectweerstand
o Verwachting ROM : 15-20°
, Heupabductie
UITGANGSHOUDING P.
o Ruglig, kussen onder hoofd, P. op de rand van de tafel laten liggen, hoge tafelhoogte
Vermijden van heupflexie
o ! Tenen van voet wijzen recht omhoog geen endo of exorotatie
UITGANGSHOUDING T.
o 1 hand onder het onderbeen en houd vast aan mediale knie
o 1 hand palperen van SISA ( ipsi of hetero ) kijken wanneer het bekken
gaat kantelen
EVALUATIE
o Pijn, ROM, eindgevoel en trajectweerstand
o Verwachting ROM : 45°
Heupadductie
UITGANGSHOUDING P.
o Ruglig met 1 been als een brug over het andere been
UITGANGSHOUDING T.
o T. staat contralateraal van het te testen been
o 1 hand onder het onderbeen en vasthouden aan mediale knie
o 1 hand palperen van SISA contralateraal kijken wanneer het bekken gaat kantelen
o !! zorg dat je start vanaf de middellijn ( 0° )
EVALUATIE
o Pijn, ROM, eindgevoel en trajectweerstand
o Verwachting ROM : 25°
Endo- en exorotatie
Ruglig
o UITGANGSHOUDING P.
ruglig, 90° knie flexie en 90° heupflexie
knie P. moet op borsthoogte van T. zijn
o UITGANGSHOUDING T.
Optie 1
1 hand thv ventrale knie
1 hand onderzijde voet
Optie 2
1 hand thv ventrale knie
1 hand omvat de kuit, onderbeen rust op arm T.
o EVALUATIE
Pijn, ROM, eindgevoel en trajectweerstand
Verwachting ROM : 40 endorotatie en 60° exorotatie
Buiklig - endorotatie
o UITGANGSHOUDING P.
buiklig, 90° knie flexie
onderbenen naar de buitenkant laten roteren
o UITGANGSHOUDING T.
1 hand op distale onderbeen en duwen naar endorotatie
1 hand op tuber ischiadicum homolateraal
o EVALUATIE
Verwachting ROM : 40 endorotatie en 60° exorotatie
AFYSIOLOGISCHE BEWEGINGEN
tracties en translaties vooral tracties en geen translaties
o in lateraal-ventraal-caudale richting
geen afysiologische onderzoekstechnieken in heup
o tractie wel als behandelingstechniek gebruikt
o tractie gebeurt loodrecht op acetabulum