2° Modellen in de klinische psychologie
- Inleiding
- Wetenschapsfilosfische kaders
- Metamodellen
o Modellen en theorieën
o Medische vs contextuele visie
o Biopsychosociaal model
- Wetenschappelijke benadering
o De plaats van wetenschap
o Evidence-based practice
o Onderzoeksvragen en onderzoeksdesigns
o Uitkomst- en procesonderzoek
o Specifieke vs common factors
3° Relationele- en gespreksvaardigheden
- Situering
- Basishouding
- Luistervaardigheden
- Nuancerende vaardigheden
- Wederzijdse beïnvloeding
4° het werkveld van de GGZ
- Public mental health
- Echelonmodel
- Nieuwe visies
5° Ethiek en deontologie
6° Therapiescholen (gastlessen)
1
, INLEIDING: SITUERING BINNEN KLINISCH PROGRAMMA
Programma klinische: blokkenstructuur
Onderzoeksmethoden = hoe je een onderzoek uitwerkt
Modellen = hoe je kunt kijken naar de mens & psychisch lijden in hun context
Assessment = praktische dingen, intelligentietesten, …
Werkveld-integratie = dingen die je ziet/leert plaatsen binnen een klinisch werkveld
Opbouw blokmodellen
Wat is een model?
- Model = een beargumenteerd standpunt dat tracht om complexe fenomenen te
beschrijven en inzichtelijk te maken
o Modellen kunnen verschillen in niveau van descriptief (breed, beschrijvend) tot
formeel-mathematisch (gespecifieerd à zo kan men predictiemodel maken).
o Voorbeeld: facebook weet welke advertenties werken door formeel-
mathematisch model
Modellen in de klinische psychologie
- = Samenhangend geheel aan filosofische en theoretische posities i.v.m. de mens en
menselijk lijden van waaruit een verhouding en benadering volgen over, van, voor zorg en
behandeling volgen over, van, voor zorg en behandeling voor psychisch lijden
o Je visie op menselijk leiden is bepalend over hoe je het gaat bestuderen EN
behandelen
Multiperspectivisme
- Voor veel complexe problemen kan deelantwoorden vinden door op stukken te
focussen, MAAR je vind geen compleet antwoord
- Door de manier van vraagstelling heb je telkens een bijpassende denkwijze
- Oefening reclame Efteling:
o “Wat is er mis met deze man?”
§ Focus op:
• Denken
• Gedrag
• Afect
2
, • Persoonlijkheid
• Biologische systemen
o “Hoe wordt dit beleefd door deze man, kind, partner, …?”
§ Waarom denken wij dat er iets mis is met deze man?
• Concepten van normaliteit (sociaal-culturele normen)
o Het zit ingebakken wat “normaal” is en “abnormaal”
o Bv. Leeftijd v/d man à het is abnormaal dat hij nog zo
reageert
• Impliciete assumptie
o We hebben vaak assumpties over dingen
o Bv. Slechte opvoeding
- Het is NIET zo dat de ene vraag beter is dan de andere
o Je krijgt door beiden andere resultaten à ze vullen elkaar aan.
- CONCLUSIE: de vraagstelling en zienswijze heeft directe efecten op …
o Verhouding tot de problematiek
o Visie op de noodzaak én insteek van behandeling
- Gezien de complexiteit van menselijk gedrag is multiperspectivisme essentieel!
- Multiperspectivisme = verschillende invalshoeken flexibel leren innemen om een situatie
te bekijken en deze kunnen evalueren op hun sterktes en zwaktes om zo tot nieuwe,
interessante perspectieven te komen
o Deze perspectieven vullen elkaar aan
o We moeten afstappen van denkwijze dat 1 model juist is en een ander fout
- Bv. Depressie: men maakt vaak de assumptie dat men gemakkelijker terugvalt in een
depressie na het meemaken van één, MAAR miss kan men er juist ook uitkomen
7 kernvragen die we stellen bij elk model
- Wat is de visie op mens-zijn en menselijk functioneren?
- Hoe denken we over normaliteit en abnormaliteit?
- Welke factoren dragen bij aan de etiologie (leer v/d oorzaken) en veerkracht?
- Wat zijn kernconcepten binnen een model?
- Wat zijn helpende/belemmerende factoren voor verandering (moderatoren)?
- Wat zijn de processen van verandering (mediatoren)?
o Bv. Hoe krijg je mensen tot verandering
- Wat is de rol v/d context?
Deze kernvragen zijn bij elk model GELIJK maar VERSCHILLEN in antwoord per model
Competency cube = definieert fundamentele en functionele competentiedomeinen en darnaast
stadia van professionele ontwikkeling of met andere woorden de mogelijke beheersingsniveaus
van deze competenties. De fundamentele competenties vormen de intellectuele en
interpersoonlijke basis voor de functionele competenties, terwijl de functionele competenties
de kennis en vaardigheden representeren die noodzakelijk zijn om het concrete dagelijkse werk
van een psycholoog te kunnen uitoefenen. Langs de derde as van het model wordt duidelijk dat
competenties ook kunnen verschillen naar gelang stadia in de professionele ontwikkeling.
3
, 1. HET WERKVELD VAN DE KLINISCHE PSYCHOLOGIE
1.1 Introductie: klinische psychologie definiëren
Waar houdt de klinische psychologie zich mee bezig?
- “Mental health is not just the absence of mental disorder. It is defined as a state of well-
being in which every individual realizes his or her own potential, can cope with the
normal stresses of life, can work productively and fruitfully, and is able to make a
contribution to her or his community” à brede definitie van wat geestelijke gezondheid
is die niet alleen zich bezighoudt met de negatieve problematische situaties. Die eerder
aangeeft dat het belangrijk is om ervoor te zorgen dat we geestelijke gezondheidszorg
bevorderen op een manier dat de mensen kunnen groeien, hun bestaan vormgeven en
dat ze weerbaar zijn ten opzichte van stressoren die in het leven voorkomen.
o WHO
o Basisambities die we hebben in het veld van de geestelijke gezondheidszorg
§ Connectieà een gevoel van samenhorigheid. Eenzaamheid tegengaan
§ Coping à in staat zijn om op te gaan met stressoren, keuze maken in een
complexe maatschappij, omgaan met emoties…
§ Functioneren à basiscondities die nodig zijn om adequaat te kunnen
functioneren. Je moet in staat zijn om cognitieve resources aan te werven
• Mensen die in armoede zijn, worden die vaak gedwongen om
voedsel te kopen…, soms zakken ze nog verder in armoede
§ Thrive à mensen moeten hun eigen mogelijkheden ontdekken, zich goed
voelen en betekenis voelen in hun leven.
• Betekenis hebben in dit leven is een belangrijke bron van
stressweerbaarheid
Werkveld van de klinische psychologie. Kleiner deeltje binnen de WHO
- “The field of Clinical Psychology integrates science, theory, and practice to understand,
predict, and alleviate maladjustment, disability, and discomfort as well as to promote
human adaptation, adjustment, and personal development. Clinical Psychology focuses
on the intellectual, emotional, biological, psychological, social, and behavioral aspects
of human functioning across the life span, in varying cultures, and at all socioeconomic
levels”.
o Relevante punten
§ Wetenschap: Klinische Psychologie is gebaseerd op psychologische
theorieën en principes
§ Enerzijds: Gericht op het reduceren van ongewenste condities zoals
stress, problemen en beperkingen;
§ Anderzijds Gericht op het verbeteren van gewenste condities zoals
welbevinden en persoonlijke groei
• Kunnen we doen op individueel niveau, maar gezien het grote
voorkomen van psychopathologie in de maatschappij, moeten we
hier ook nadenken op populatieniveau of subpopulatieniveau
§ Integratief: Is niet ENKEL gericht op de psychologische component, maar
bekijkt het geheel van functioneren (Biopsychosociaal model).
4
,1.2 Settings in de klinische psychologie
Populaties waarmee we veel werken binnen hulpverlening:
- Kinderen, adolescenten, volwassenen, ouderen en gezinnen
o Ouderen is een populatie die soms weinig aan bod komt, maar aangezien het
verouderen van de populatie is het belangrijk
o Individueel niveau, populatie niveau
Settings & Taken van de klinisch psycholoog:
- Diagnostiek, therapie, indicatiestelling, revalidatie, begeleiding, teambuiling, advies,
preventie, psychoeducatie…
- Psychopathologie, relatieproblematiek, sportpsychologie, verslaafdenzorg…
- Als je in de richting gaat van klinische psychologie dan betekend dat niet dat je eindigt in
de 1 op 1 therapie
1.3 Beroepen in de klinische psychologie
Positie v.d. Klinische Psychologie
- Zorg voor de lijdende mens is historisch gegroeid vanuit heel wat verschillende insteken.
Voordat er de insteek was vanuit de medische of psychologische hoek, was er ook wel al
de zorg voor de ziel die vooral religieus werd gekaderd. Als er iets niet meer ging dan ging
je spreken met meneer pastoor. Veel van die historische wortels zijn wel nog altijd ergens
aanwezig. Binnen het psychiatrische denken met het psychiatrisch centra is er vooral
een medische visie waarbij een arts gaat zorgen voor een patiënt die in de problemen zit.
In de huidige context heb je ook een heel stuk rond de biologische psychologie. Die hele
visie in ons denken over de klinische beelden
is dit nog altijd dominant. Bv psychiater is de
enige die medicatie kan toedienen.
- Een multidisciplinaire context
Klinische psychologie ≠ klinisch psycholoog ≠
psychotherapie à wanneer we spreken over het
brede werkveld van de klinische psychologie dan is dat geen specifiek beroep maar zitten er
vaak andere beroepsgroepen in. De klinisch psycholoog is een specifiek beroep, bescherm door
de wet die daarbinnen vaak operationeel is. Meerdere beroepen kunnen toegang geven tot het
beroep van de psychotherapeut dus een psychotherapeut hoeft niet perse een klinisch
psycholoog te zijn.
- Klinische psychologie:
o Ruim praktijkveld van GGz én breder
o Biopsychosociaal model
o Multidisciplinair werken
§ Psychiater/Artsen, maatschappelijk werker, ergotherapeuten,
psychiatrisch verpleegkundigen…
- Plaats van de klinisch psycholoog?
o Relevante wetgeving:
§ => Wet uitvoering op de Gezondheidsberoepen 2015
• Was lange tijd niet wettelijk vastgesteld
5
, • We zitten in die wet samen met heel veel andere
beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg. Dat zorgt ervoor dat
de uitoefening van dat beroep wettelijk een stuk beschermd is.
o Wettelijke bescherming van beroep van Klinisch Psycholoog (& Psychotherapeut)
§ Duidelijker statuut
§ Terugbetaling van klinisch psychologische zorg à in Vlaanderen zijn er
een aantal centra waar er wel volledige terugbetaling is, maar bij
sommige was er bijna geen terugbetaling van de mutualiteiten.
• Heel wat doelgroepen die er sociaaleconomisch niet zo goed voor
stonden vielen vaak uit de boot.
§ Opleidingsvereisten
o Relevant? Omdat in het verleden mensen zich heel gemakkelijk psychotherapeut
noemden, zonder dat het publiek wist wat de achtergrond was van die persoon.
Diferentiatie Klinisch psycholoog – Psychotherapeut
- Klinisch Psycholoog:
o Breed takenpakket (diagnostiek, preventie en behandeling)
§ Naar behandeling toe ben je zeker nog niet de expert, vooral basis
o “(…) het gewoonlijk verrichten van autonome handelingen die tot doel hebben of
worden voorgesteld tot doel te hebben, bij een mens en in een wetenschappelijk
onderbouwd klinisch psychologisch referentiekader, de preventie, het
onderzoek, het opsporen of het stellen van een psychodiagnose van echt dan wel
ingebeeld psychisch of psychosomatisch lijden en die persoon te behandelen of
te begeleiden.”
§ Klinisch psycholoog staat niet onder bepaalde groepen, maar gaat
zelfstandig op eigen insteek en aanvoelen aan de slag met mensen
- Psychotherapeut:
o "therapeut" gebruikt als verzamelnaam voor iemand die beroepsmatig een
methode toepast ter genezing van lichamelijke of geestelijke
gezondheidsproblemen => Focus op behandeling
§ Diploma klinisch psycholoog, klinisch orthopedagoog of psychiater
o “(…)het gebruikelijk verrichten van autonome handelingen die tot doel hebben of
worden voorgesteld tot doel te hebben, de moeilijkheden, conflicten of
psychische stoornissen van een individu weg te nemen of te verlichten, het
verrichten van psychotherapeutische ingrepen op basis van een
psychotherapeutisch referentiekader, ten aanzien van dat individu of van een
groep individuen, als een volwaardig systeem beschouwd, waarvan dat individu
deel uitmaakt.”
§ Vaak gelinkt aan de psychotherapeut scholen
6
, 2. MODELLEN IN DE KLINISCHE PSYCHOLOGIE
2.1. Inleiding
Filosofische achtergrond
- Verschillende filosofische discussies hebben grote implicaties voor het denken binnen
de klinische psychologie
o Zie Filosofie
o Kwalitatieve data-analyse
Wetenschapsfilosofische achtergrond
- Epistemologie (‘kennisleer’): studie van de aard, oorsprong, voorwaarden voor en
reikwijdte van kennis à Hoe bestuderen we dé mens?
o Hier zijn de verschillende visies over en ook verschillende spanningsvelden
tussen deze visies
o Kwalitatieve data-analyse: Ponterotto (2005)
2.2. Wetenschapsfilosofische kaders
Paradigma’s = filosofische tradities die zich bezighouden met de vraag “Op welke manier kunnen
we de wereld bestuderen?”
Grote paradigma’s
- Positivisme
- Post-positivisme
- (Sociaal-) constructivisme
- Kritisch-ideologisch
7
,Positivisme
- Er is 1 realiteit die je moet en kan identificeren en kwantificeren
- Onderzoeker & subject extreem gescheiden
- Onderzoeker heeft GEEN enkele invloed op de data
Post-positivisme
- Er is 1 realiteit, MAAR die kan je niet helemaal kennen, alleen maar een stuk
- Er kan een mogelijke invloed zijn van de onderzoekers
Constructivisme-interpretivisme
- Er is NIET 1 realiteit, maar vele geconstrueerde waarheden die bestaan naast elkaar
- Deze worden beïnvloed door allerhande situationele factoren
Kritisch-ideologisch perspectief
- Er is NIET 1 realiteit, maar vele geconstrueerde waarheden die bestaan naast elkaar
- Deze worden beïnvloed door allerhande situationele factoren
- Ze willen een stem geven aan degenen die minder gehoord worden in traditioneel
onderzoek
- Aan waarden gekoppeld ó waardenvrij (eerste 2)
Pepper: bij onderzoek hebben we een impliciet wereldbeeld over het te onderzoeken fenomeen
à het wordt vaak niet geëxpliciteerd
Veel van dit denken wordt een stukje vormgegeven door de wereldbeelden waar een
onderzoeker mee rondloopt
- Formisme: Men kan de realiteit begrijpen via het beschrijven en organiseren van
kenmerken van fenomenen
o Bv classificatie van dieren
- Mechanistisch: Tracht de onderdelen van een systeem in kaart te brengen en bestudeerd
functionele (causale) relaties tussen onderdelen
o Sterk aanwezig binnen huidig onderzoek in psychologie
o Gezien complexiteit vaak reductionistisch van aard, maar kan ook functioneel
zijn bv beloningsregio stimuleren bij depressie
o Er worden kleine stukjes in kaart gebracht om het grotere fenomeen te begrijpen
o Causaliteit: hoe kunnen we dat garanderen à hersendelen manipuleren en
kijken naar gedrag
- Organismisch: Men dient het volledige organisme te begrijpen om deelaspecten te
kunnen interpreteren: je hebt het volledig stuk organisme nodig, je kan die niet uit elkaar
trekken en dat zou al zeker niet het fenomeen begrijpbaar maken
o Teleologisch van aard = zoektocht naar doeleinde achter dingen
o Interacties begrijpen is onvoldoende
o Bv wat is het doel van de emotie waardoor de actiesystemen zo georganiseerd
zijn
o Bv motor
- Contextualisme: Gedrag-in-context waarbij de context essentieel is om de functie van
handelingen te begrijpen
o Je kan hetzelfde gedrag stellen, maar het kan andere betekenis hebben
naargelang context
8
, o Houdt zich niet bezig met “universele wetmatigheden”
o Bv wenen door blijdschap of verdriet
(Post-)Positivisme en klinische psychologie
Psychologie op zoek naar algemene wetmatigheden (oorzaken van pathologie): Nomothetisch
- We gaan bv gaan kijken van kunnen we voor psychische stoornissen modellen
ontwikkelen die helpen voor deze groep personen en die uitleggen waarom dit zich
ontwikkeld heeft, wat de factoren zijn, hoe we behandelingen kunnen ontwikkelen
Meetbaar maken (objectiveren) van variabelen
Doel van onderzoek: verklaring die leidt tot predictie en controle van fenomenen (hier
psychopathologie)
Hypothetisch-deductieve methode centraal in psychologisch onderzoek (= beschrijft hoe een
wetenschappelijk onderzoek zich stap voor stap ontwikkelt, te beginnen bij ontwikkeling van een
theorie à staat centraal in psychologisch onderzoek)
Empirische cyclus
- Observatie
- Inductie: formuleren algemene wetmatigheden bv
associaties tussen factoren
- Deductie: formuleren specifieke hypotheses, als de
associaties juist zijn
- Toetsen (aan de hand van falsificatie!)
- Evaluatie van theorie bv kan je het op elk geval toepassen?
- Eindigt nooit
(Post-) positivisme: kritieken
- Dominantie kwantitatieve methodes à verlies mogelijks andere belangrijke variabelen =
reductionering
o Sommige zaken zijn niet zo gemakkelijk te kwantificeren. Bv depressie: daar
weten we dat we 50.000 schalen hebben van depressie, maar ze leggen allemaal
de nadruk op kleine dingen waardoor er overlap is, maar ook variabiliteit van al
die onderzoekers die verschillende zaken hebben gebruikt
- Geen aandacht voor betekenis en motivatie van menselijk gedrag
o Probleem: hetzelfde gedrag kan met meerdere motivaties voorkomen
- Artificiële onderzoekscontext doet relevantie voor onderzochte populatie dalen
o Je moet hier hele strenge contexten creëren waarbij 1 variabele alle actie doet
- Niet toepasbaar zijn van algemene resultaten op individuele gevallen (Ecological fallacy;
bv. Typen)
o Soms denken we dat associaties op groepsniveau ook opgaan op individueel
niveau
o Bv typen: typesnelheid en de hoeveelheid fouten die je maakt tijdens het typen.
Als je kijkt op populatieniveau dan zal sneller kunnen typen geassocieerd worden
met goed kunnen typen. Maar als je bv bij een kleinere groep gaat kijken dan
zullen we zien dat sneller typen geassocieerd worden met meer fouten.
- Beperkte aandacht voor socio-culturele inbedding van psychische problemen
9
, (Sociaal-) constructivisme
Binnen postmodernistische traditie die ontstond in jaren ’60 van de 20ste eeuw
Niet één juiste realiteit, maar meerdere geconstrueerde realiteiten
Waarheid en objectieve kennis van de wereld zijn onmogelijk
Realiteit afhankelijk van taal (taal is centraal, geen eenduidige betekenis van woorden en
teksten)
- Bv als iemand zegt dat je een trauma hebt gehad, heeft dat een invloed over hoe jij het
ervaart
Context!
Sociale realiteit wordt actief geco-construeerd door mensen
Constructivisme en sociaal constructionisme
- Constructivisme: mens is voortdurend betrokken in het verwerken en evalueren de
omgeving en daarop te reageren obv een betekenisverlenend proces
o Hoe kan ik zaken betekenis geven die gebeuren in mijn leven
o => belang cognitieve processen
- Sociaal constructionisme: dat proces van constructie wordt sociaal gemedieerd
o => belang relaties en interacties
o Taal en sociale interacties zijn belangrijke media waarlangs dit gebeurd
Implicaties voor klinische psychologie
- Stoornissen zijn eveneens socio-cultureel bepaald (kritische theorie: bepaald in functie
van machtsstructuren)
- Geen absolute definities van normaliteit en abnormaliteit
- Belang van subjectief geleefde ervaring
- Geen of geen absolute voorspelbaarheid van het therapeutisch proces
è Voorbeeld hiervan: taal en bejegening in de context van neurodiversiteit. We komen
uit de situatie dat autisme een persuasieve ontwikkelingsstoornis is die vanuit de
medische visie wordt gekeken en daaropvolgend een behandeling. Dat is gelukkig sterk
gewijzigd de afgelopen tijd waarin neurodiversiteit naar voor in geschoven waarbij we
moeten afstappen van er zijn mensen met autisme die zich moeten bejegenen naar de
normale mensen, neen hoe kunnen we werkplekken aanpassen aan hen zodat ze zich
ook welkom voelen in een bepaalde werkcontext.
Implicaties voor onderzoek
- Relatie tussen patiënt en therapeut staat meer centraal: wat gebeurt er tussen mensen?
- Belang van taal: identiteit als narratieve constructie
- Geen streven naar absolute, wel naar bruikbare kennis, modellen van psychisch
functioneren, psychopathologie, behandeling…
- Kennis, onderzoeksresultaten bestaan nooit op zich (niet universeel), context altijd
belangrijk
10