INLEIDING: BASISBEGRIPPEN
PRAKTISCH
Leermateriaal
- Slides (Ufora)
- Insolventie & zekerheden: Syllabus (Ufora)
- Executie & CSR: Handboek (VRG)
o P. Taelman, Beslag- en Executierecht – Collectieve schuldenregeling, Owl
Press, 2025
- Wetboek (vnl. Hyp.W., Boek XX WER en Ger.W.)
o Zie wetboekenreglement
o Losse teksten enkel n.a.v. recente wetswijzigingen
- Integratieoefeningen (W.12)
Examen
Schriftelijk (klemtoon op toepassingen)
- Meerkeuzevragen
- Casusvragen
- Juist-fout vragen
- Beide materies komen geïntegreerd aan bod op het examen
Voorbeeldvragen (lesweek 12): CASUSLES!
- Gelijkaardige oefeningen op het examen
1
,HOOFDSTUK 1: BRONNEN & BASISBEGRIPPEN
OVERZICHT DEELGEBIEDEN
Insolventie-, zekerheden- en executierecht
Onderling verweven, maar niet geïntegreerd!
- De drie onderdelen zijn niet terug te brengen tot één figuur: drie afzonderlijke
deelgebieden, elk met eigen dynamiek, toepassingsgebied en eigen bronnen.
+ Raakpunten met andere disciplines
- Vennootschapsrecht, verbintenissenrecht… = basisinzichten
= Verwevenheid = (NIET-) nakoming van verbintenissen
- Verbintenissen zijn aangegaan maar niet nagekomen, het gaat dus eigenlijk om wat
er moet gebeuren bij de niet-nakoming van een verbintenis.
o Executierecht: beslag, gedwongen tenuitvoerlegging van een verbintenis…
o Zekerheidsrecht = technieken die de wetgever heeft ontwikkeld om de
nakoming van verbintenis te verhogen. Zekerheden zijn
waarborgmechanismen, een zekerheid is erop gericht om de (kans op de)
nakoming van een verbintenis te verhogen.
o Insolventierecht = oplossing voor mensen die hun verbintenissen niet kunnen
nakomen.
- Nakoming + niet-nakoming van verbintenissen = gemene deler tss 3 gebieden
= Het insolventierecht, zekerheidsrecht en executierecht zijn nauw met elkaar
verbonden, ze houden alle drie verband met de nakoming van verbintenissen
door een schuldenaar.
I. Zekerheidsrecht (STAP 1) = functioneel bestuderen
- Concept: zekerheden zijn mechanismen die ertoe strekken de nakoming van
verbintenissen door een SA te waarborgen, of de kans ertoe te verhogen.
o Wet vs. overeenkomst
Wet: voorrechten
Contract: borgtocht, hypotheek en pand
o Zakelijk vs. Persoonlijk
Zakelijk: aanspraken die de SE krijgt op een bepaald activa van de SA
(bv. hypotheek en pand).
Persoonlijk: waarborg vloeit voort uit een aanspraak op een bepaald
vermogen van een ander persoon dan de SA (borgtocht).
- Bronnen
o Hypotheekwet (i.p.v. 2092 e.v. oud BW)
o Borgtocht (2011 e.v. oud BW => Boek 9, Titel 1 BW)
o Pand (Pandwet 11/07/2013 i.p.v. 2071 e.v. oud BW)
o WFZ (15/12/2004) = wet financiële zekerheden: professionele
kredietverleners (banken)
o Specifieke wetgeving (Bijv. Wb. Invordering fiscale schulden, 13/04/2019)
Belangrijke SE = de fiscus
2
,Het zekerheidsrecht omvat het geheel van regelen die betrekking hebben op wettelijke of
contractuele mechanismen die de nakoming van verbintenissen door een SA garanderen.
II. Executierecht (STAP 2) = regelen mbt de gedwongen uitvoering van verbintenissen
Het executierecht brengt alle regelen samen die betrekking hebben op de gedwongen
uitvoering van de verbintenissen van een SA wanneer deze in gebreke blijft om zijn
verbintenis vrijwillig na te komen. Aangezien er dwang nodig is op het vermogen van de
persoon, is de tussenkomst van de rechtbank en van een openbare ambtenaar noodzakelijk.
- Bron: Ger.W.
III. Insolventierecht (STAP 3) = regelen mbt insolventie van de SA
- Commercieel vs. niet-commercieel
o Commerciële activiteiten = voor ondernemingen = faillissement
o Niet-commerciële activiteiten = voor particulieren = CSR
Hier speelt minder het economisch besmettingsgevaar
(sneeuwbaleffect) maar er zijn wel humanitaire overwegingen.
- Liquidatie vs. herstel
o Liquidatie = oude insolventierecht (faillissementsprocedure)
o Herstel vd onderneming = nieuw insolventierecht (herstelprocedure)
= zoveel mogelijk onderdelen van de onderneming in going concern nog
proberen redden voordat ze naar het faillissement wordt geleid.
- Gemeenrechtelijk vs. sectoraal
o Gemeenrechtelijk insolventierecht geldt voor ALLE ondernemingen.
o Sectoraal insolventierecht geldt bv. voor banken, verzekeraars, andere
spelers uit de financiële wereld… = parallel insolventierecht
- Bronnen
o Boek XX WER
o CSR: 1675/2 e.v. Ger.W.
Het insolventierecht tot slot is de verzamelnaam van de regelen die de situatie viseert waarin
een SA verbintenissen tot betalen van een geldsom niet meer kan nakomen en insolvabel is
geworden. Als iemand zijn verbintenissen niet kan nakomen dan wordt er eerst gekeken naar
het executierecht: uitvoeren op het vermogen + wachten.
Drie doelstellingen van het insolventierecht:
1. Rechtvaardigheidsgevoel: personen kunnen schulden aangaan en daar voordelen
uithalen om vervolgens niet meer in staat te zijn deze schulden te kunnen voldoen.
2. Economisch besmettingsgevaar: sneeuwbal-/domino-effect in het insolventierecht
vermijden = 2e reden waarom ondernemingen uit het economisch- en rechtsverkeer
moeten worden gehaald wanneer ze hun schulden niet meer kunnen betalen.
o Een SA die zijn SE niet kan betalen, kan de solvabiliteit van deze laatste in het
gedrang brengen, hetgeen een impact heeft op de solvabiliteit van diens SE’s.
3. Een onderneming met veel schulden overlaten aan het executierecht (individuele
SE’s moeten elk zelf beslagmaatregelen ondernemen) is zeer inefficiënt. Om de
gelijkheid tss verschillende SE’s te bewaren en de opdeling van het vermogen van de
3
, SA ten behoeve van de SE’s ordelijk te laten verlopen, heeft de wetgever procedures
uitgewerkt die dit betrachten.
BEGRIPPEN VAN BELANG VOOR HET TOEPASSINGSGEBIED
ONDERNEMINGSBEGRIP
Het ondernemingsbegrip is een vlag die uiteenlopende ladingen kan dekken en vatbaar is
voor uiteenlopende nuances. Er bestaat niet één ondernemingsbegrip maar wel meerdere.
Art. I.23, 7°/1 WER: onderneming = art. I.1, 1° WER
Art. I.23, 8° WER: SA = onderneming m.u.v. publiekrechtelijke rechtspersoon
- Publiekrechtelijke RP’en zijn van de toepassing van het insolventierecht uitgesloten.
Dit gaat terug op de uitvoeringsimmuniteit van de overheid en de soevereiniteit van
staten. Elk land is baas van zijn eigen territorium en bezittingen. Een land kan niet
failliet gaan omdat een land soeverein is.
Het toepassingsgebied van het insolventierecht achterhalen, vereist dat men moet bepalen
welke entiteiten als een onderneming in de zin van artikel I.1,1° WER kunnen worden
beschouwd.
“Formeel” ondernemingsbegrip (art. 1.1, 1° WER) = toegang tot reorganisatie- en
herstelprocedures. Deze drie categorieën vallen onder het toepassingsgebied:
a) elke NP met een zelfstandig beroepsactiviteit
= natuurlijke persoon die zelfstandig (NIET= arbeidsovereenkomst of ambtenaar) een
beroepsactiviteit uitoefent. Opdat iets een beroepsactiviteit zou zijn, zijn er twee
kernvereisten: regelmatig + gericht op het behalen van een inkomen.
b) RP
c) organisatie zonder RP
Art. I.1. Behoudens andersluidende bepaling, wordt voor de toepassing van dit Wetboek
verstaan onder :
1° onderneming: elk van volgende organisaties:
(a) iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
(b) iedere rechtspersoon;
(c) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.
Niettegenstaande het voorgaande zijn geen ondernemingen, behoudens voor zover anders
bepaald in de hierna volgende boeken of andere wettelijke bepalingen die in dergelijke
toepassing voorzien :
(a) iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen uitkeringsoogmerk heeft en
die ook in feite geen uitkeringen verricht aan haar leden of aan personen die een
beslissende invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie;
(b) iedere publiekrechtelijke rechtspersoon die geen goederen of diensten aanbiedt op een
markt;
(c) de Federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de
hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse Agglomeratie, de gemeenten, de
meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale organen, de Franse
Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke
Gemeenschapscommissie en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
4